Monsieur of Madame, “Le Maire”, één ambt, twee werelden

door | jul 31, 2026 | Gemeente, Overheden, Politie en veiligheid, Regelgeving & subsidies

De Nederlandse burgemeester komt meestal van ergens anders. Hij is benoemd, hij is er goed in, hij blijft een jaar of zes en vertrekt dan naar een grotere gemeente. U kent zijn naam van de nieuwjaarstoespraak. In Frankrijk werkt dat anders. Daar is de maire in de regel iemand die u kent van de markt, van het voetbalveld of van de begrafenis van uw buurman. Hij is geboren in het dorp, of hij woont er dertig jaar, en hij is door zijn eigen dorpsgenoten in de gemeenteraad gekozen, waarna die raad hem tot burgemeester bombardeerde. Geen benoeming, geen Kroon, geen sollicitatiecommissie. Een mens van vlees en bloed, met een driekleurige sjerp om.

Dat verschil begint bij de rekensom. Nederland telde op 1 januari 2026 342 gemeenten, met gemiddeld ruim vijftigduizend inwoners. Frankrijk telde er op diezelfde dag 34.875. Eenenzeventig procent daarvan, bijna vijfentwintigduizend gemeenten, heeft minder dan duizend inwoners. Waar Nederland decennialang heeft heringedeeld en samengevoegd, heeft Frankrijk zijn gemeentekaart van 1789 grotendeels laten staan. Het gevolg is een land met een half miljoen gemeenteraadsleden, en met bijna 35.000 mensen die zich terecht de eerste burger van hun gemeente mogen noemen.

Gelijk op papier, ongelijk in de praktijk

Juridisch is er geen enkel verschil tussen de burgemeester van een gehucht in de Cantal en die van Lyon. Dezelfde wetteksten, dezelfde bevoegdheden, dezelfde verantwoordelijkheden. In de praktijk leven die twee in gescheiden werelden. De stedelijke burgemeester heeft een ambtenarenapparaat, juristen, een dienst stedenbouw en een woordvoerder. De plattelandsburgemeester heeft een secretaresse voor twee dagdelen in de week en een telefoon die ’s avonds ook overgaat. Beiden moeten voldoen aan dezelfde eisen uit Parijs, die er niet eenvoudiger op worden.

Daar komt bij dat de Franse burgemeester twee petten op heeft, en dat verklaart veel van wat u aan het loket meemaakt. Als uitvoerder van de gemeenteraad beheert hij de begroting, het gemeentelijk vastgoed en het personeel. Maar daarnaast is hij vertegenwoordiger van de staat: hij is ambtenaar van de burgerlijke stand, hij heeft politiebevoegdheden, hij organiseert de verkiezingen. Als hij u trouwt, doet hij dat niet namens het dorp maar namens de Republiek. Vandaar de buste van Marianne achter hem, en vandaar ook dat een gesprek met een Franse burgemeester zomaar kan omslaan van gemoedelijk naar staatsrechtelijk.

Wat het oplevert

Over dat vlees en bloed gesproken. In een gemeente met minder dan vijfhonderd inwoners bedraagt de vergoeding voor een burgemeester sinds januari 2026 maximaal 1.155,06 euro bruto per maand. Het betreft ruim achttienduizend Franse gemeenten. De meeste burgemeesters hebben er dus gewoon een baan naast, of ze zijn met pensioen.

Dat het ambt daaronder is gaan kraken, zal u niet verbazen. Werkdruk, aansprakelijkheid, en een toenemende agressie van burgers die het gemeentehuis zijn gaan verwarren met een klachtenbalie. Parijs heeft daar drie maanden voor de verkiezingen nog snel iets aan gedaan met de wet van 22 december 2025, die een echt statuut voor de lokale bestuurder invoerde, met hogere vergoedingen in de kleinere gemeenten en met automatische rechtsbijstand voor elke gekozene die met geweld of bedreiging te maken krijgt. Of tien procent bovenop elfhonderd euro bruto het tij keert, mag u zelf beoordelen.

De vergoeding, precies

De vergoeding wordt berekend als percentage van een vast ambtenarenindexcijfer (IB 1027, IM 835), dat sinds 1 januari 2024 op 4.110,52 euro bruto per maand staat en in 2026 ongewijzigd is. Voor een burgemeester van een gemeente onder de vijfhonderd inwoners is dat 28,10 procent, oftewel 1.155,06 euro. Bij vijfhonderd tot duizend inwoners is het tarief 44,30 procent, ruim 1.820 euro, en boven de honderdduizend inwoners 145 procent, ruim 5.960 euro.

Twee dingen worden vaak verward. Ten eerste zijn dit plafonds, geen uitkeringen: de gemeenteraad stelt het werkelijke bedrag bij besluit vast en mag lager gaan. Voor de burgemeester zelf geldt daarbij een bijzondere regel, ongeacht de grootte van de gemeente: hij krijgt het wettelijke maximum van rechtswege, tenzij de gemeenteraad op zijn eigen verzoek een lager bedrag vaststelt. Voor de wethouders is altijd een raadsbesluit nodig. Ten tweede is het geen salaris maar een indemnité de fonction, waarover wel CSG, CRDS en pensioenpremie worden ingehouden.

De verhoging uit de wet van 22 december 2025 (wet nr. 2025-1249, ook wel de wet-Gatel) bedraagt tien procent onder de duizend inwoners, acht procent tot 3.499, zes procent tot 9.999 en vier procent tot 19.999 inwoners. Boven de twintigduizend inwoners verandert er niets. De toelichting staat in circulaire DGCL/2026D/24 van 9 februari 2026.

Maart 2026: het stembiljet ging op de schop

Op 15 en 22 maart van dit jaar koos Frankrijk nieuwe gemeenteraden. Bijna 900.000 kandidaten, een half miljoen zetels, en een opkomst van 57,1 procent in de eerste ronde. In verreweg de meeste gemeenten was de uitslag op de zondagavond van de eerste ronde al bekend: een tweede ronde bleek nog nodig in 1.590 kieskringen, en in de gemeenten onder de duizend inwoners in nog geen procent van de gevallen. In achtenzestig gemeenten meldde zich helemaal niemand.

Voor wie in een dorp woont, was dit de meest ingrijpende verkiezing in decennia. Tot nu toe gold in gemeenten onder de duizend inwoners het panachage: u kreeg een biljet, u streepte namen weg die u niet bevielen, u schreef er iemand bij die u wel beviel, en zo stelde het dorp collectief zijn eigen raad samen. Charmant, volstrekt uniek in Europa, en soms genadeloos, want de plaatselijke ruzie van afgelopen zomer las u terug in de doorgestreepte namen. Met de wet van 21 mei 2025 is dat voorbij. Ook de kleinste gemeente stemt nu op complete, geblokkeerde lijsten, met verplichte afwisseling van mannen en vrouwen. Niets meer doorstrepen, niets meer bijschrijven. Het effect op de pariteit was onmiddellijk zichtbaar: in de tweede ronde was 49,24 procent van alle kandidaten vrouw.

En u mag meedoen

Dit is het punt waarop veel Nederlanders in Frankrijk verrast opkijken: u heeft stemrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen. Als burger van de Europese Unie mag u in uw Franse woongemeente stemmen, en u mag zich ook kandidaat stellen en gekozen worden tot gemeenteraadslid. Dat recht bestaat sinds het Verdrag van Maastricht en werd in Frankrijk voor het eerst toegepast in 2001. Het gaat alleen niet vanzelf: u moet zich apart laten inschrijven op de liste électorale complémentaire van uw gemeente, in het gemeentehuis of online. Die inschrijving is vrijwillig en gebeurt niet automatisch bij uw inschrijving als inwoner, wat verklaart waarom zoveel Nederlanders hun stemrecht ongebruikt laten.

Er is één plafond. De Franse Grondwet bepaalt dat wie niet de Franse nationaliteit heeft, geen burgemeester of wethouder kan worden. Raadslid: ja, met alle stemrecht van dien. Sjerp: nee. Bent u inmiddels genaturaliseerd, of heeft u een dubbele nationaliteit, dan vervalt die beperking volledig en kunt u alles worden wat uw dorpsgenoten u gunnen.

Waar dat precies staat

De grondslag is artikel 88-3 van de Franse Grondwet, uitgewerkt in de organieke wet nr. 98-404 van 25 mei 1998. Die voegde artikel LO 2122-4-1 toe aan het wetboek voor de decentrale overheden: een gemeenteraadslid zonder de Franse nationaliteit kan niet tot burgemeester of wethouder worden gekozen, en kan die functies ook niet tijdelijk uitoefenen.

De Conseil constitutionnel heeft dat in beslissing nr. 98-400 DC van 20 mei 1998 strikt uitgelegd. Het betekent drie dingen tegelijk: u kunt niet worden gekozen tot burgemeester of wethouder, u kunt de burgemeester niet vervangen in de volheid van zijn functie, en u kunt zelfs geen gedelegeerde portefeuille krijgen. Een gemeenteraad die dat toch probeert, riskeert vernietiging van het besluit.

Waar de macht intussen naartoe verhuisde

Terwijl de burgemeester het gezicht bleef, zijn zijn bevoegdheden de afgelopen dertig jaar weggesijpeld naar een laag daarboven: de intercommunalité. Waterbeheer, afvalverwerking, economische ontwikkeling en steeds vaker ook stedenbouw zijn overgedragen aan samenwerkingsverbanden, de EPCI’s. Bedoeld om schaalvoordeel te scheppen in de Franse bestuurlijke bladerdeegtaart, het beroemde mille-feuille. Het gevolg voor de dorpsburgemeester is dat hij één stem is geworden aan een tafel waar de grootste gemeente van de streek de toon zet. Vraagt u hem naar het rioleringsplan, dan wijst hij naar de communauté de communes.

Lyon vormt hierop de uitzondering die het bewijst. De Métropole de Lyon is sinds 2015 geen samenwerkingsverband meer maar een volwaardige overheidslaag met eigen bevoegdheden, tot en met die van het departement. De 150 metropoolraadsleden worden er rechtstreeks gekozen, in een aparte stemming naast de gemeenteraadsverkiezing, enig in Frankrijk. Woont u in een van de achtenvijftig gemeenten van de metropool, dan stemt u dus twee keer op twee verschillende besturen, en heeft uw eigen burgemeester over een flink deel van uw dagelijks leven niets meer te zeggen. Klein detail voor Nederlandse inwoners: aan die metropoolstemming mogen uitsluitend Franse staatsburgers meedoen.

Het geld, en wie het uitdeelt

De staat probeert de kleine gemeenten overeind te houden met gerichte investeringssubsidies, waarvan de DETR de bekendste is: ruim een miljard euro per jaar, uitgedeeld door de prefect op advies van een commissie van gekozenen. De regering wilde die pot in de begroting voor 2026 samenvoegen met twee andere in één groot fonds. De Senaat, van oudsher de beschermheer van het platteland, ging dwars liggen en de fusie sneuvelde. De DETR bestaat dus gewoon voort.

Blijft het probleem dat een dorp van driehonderd zielen de technische kennis mist om zo’n subsidiedossier fatsoenlijk in te dienen. Daarvoor bestaat het nationale agentschap ANCT, dat gemeenten bijstaat met expertise. Nuttig, maar het onderstreept ook de afhankelijkheid: waar de grote stad met eigen juristen tegenover de prefect zit, komt de dorpsburgemeester er met de hoed in de hand.

Wat u wel en niet aan het gemeentehuis heeft

Praktisch gezien is de mairie uw eerste adres voor de burgerlijke stand, uw huwelijk of PACS, het levensbewijs dat uw Nederlandse pensioenfonds jaarlijks wil zien, het inschrijven van kinderen op de dorpsschool, het kadaster en de kiezerslijst. Waar u niet moet zijn: voor uw verblijfsstatus (prefectuur), uw belastingen (het service des impôts) en uw kentekenbewijs (online bij de ANTS). Een burgemeester die u daarvoor wegstuurt, is niet onwillig, hij is onbevoegd.

Eén hardnekkig misverstand verdient aparte vermelding. Voor overlast, denk aan blaffende honden, een bouwbedrijf dat om zes uur begint of een buurman die zijn snoeiafval verbrandt, kunt u wel degelijk bij de burgemeester terecht; dat valt onder zijn politiebevoegdheid. Maar een geschil over de erfgrens, een overhangende tak of een gedeelde muur is een civiele zaak tussen u en uw buurman, en daar heeft hij niets over te zeggen. Daarvoor bestaat de conciliateur de justice, die gratis bemiddelt en meestal spreekuur houdt in datzelfde gemeentehuis.

En dan de bouwvergunning, waar de meeste Nederlanders vroeg of laat mee te maken krijgen. Alles draait om de vraag of uw gemeente een eigen bestemmingsplan heeft, in Frankrijk het PLU: het plan local d’urbanisme, tegenwoordig vaak opgesteld voor een heel samenwerkingsverband en dan PLUi geheten. Heeft uw gemeente zo’n plan, dan beslist de burgemeester namens de gemeente en komt de prefect er niet aan te pas. Heeft zij helemaal geen stedenbouwkundig document, en dat geldt nog altijd voor een flink deel van het platteland, dan gelden de landelijke regels van het RNU en tekent de burgemeester namens de staat, met vooraf de instemming van de prefect. Dat is geen advies maar een bindend oordeel. Vraag uw burgemeester dus altijd of de gemeente een PLU heeft, of kijk het zelf na op het Géoportail de l’urbanisme. Is het antwoord nee, dan zit er een tweede beslisser in het spel die u nooit te zien krijgt.

PLU, carte communale of niets: wie beslist er dan?

Het is geen tweedeling maar een driedeling, en dat onderscheid bepaalt wie uw dossier uiteindelijk in handen heeft. Artikel L.422-1 van het wetboek stedenbouw kent drie situaties. Heeft de gemeente een PLU, een intercommunaal PLUi of het oudere POS, dan beslist de burgemeester namens de gemeente. Heeft zij alleen een carte communale, de eenvoudige variant die vooral aangeeft waar wel en niet gebouwd mag worden, dan beslist hij sinds de wet ALUR eveneens namens de gemeente, en ook dan blijft de prefect erbuiten. Pas als er helemaal geen stedenbouwkundig document is, geldt het règlement national d’urbanisme (RNU) en tekent de burgemeester namens de staat.

In dat laatste geval schrijft artikel L.422-5 voor dat hij vooraf het avis conforme van de prefect inwint. Een negatief oordeel bindt hem: hij moet dan weigeren. Omgekeerd werkt het niet, want een positief oordeel verplicht hem nergens toe; hij mag de vergunning nog altijd zelf weigeren op eigen gronden. Het praktische gevolg voor u is dat een welwillende burgemeester geen garantie is. Het dossier wordt in deze gemeenten meestal voorbereid door de departementale dienst DDT, en als burgemeester en DDT het oneens worden, verschuift de beslissingsbevoegdheid zelfs volledig naar de prefect.

Er is nog een tussengeval dat maar weinig mensen kennen. Vervalt een oud POS, of wordt een PLU door de rechter vernietigd, dan valt de gemeente terug op het RNU, maar de bevoegdheid blijft bij de gemeente: de burgemeester tekent namens de gemeente en moet toch het bindende oordeel van de prefect vragen (artikel L.422-6). Wie hoort dat de gemeente “geen PLU meer heeft”, moet dus doorvragen of er ooit een is geweest.

En wat als de instemming ontbrak? Dan is de vergunning onwettig, maar dat is geen eeuwig zwaard boven uw hoofd. Het gaat om een procedurefout, die bovendien achteraf hersteld kan worden. Bovendien loopt de tijd: derden kunnen in beginsel twee maanden aanvechten vanaf de correcte aanplakking op het terrein, de gemeente kan haar eigen vergunning nog drie maanden intrekken, en artikel R.600-3 sluit ieder vernietigingsberoep uit zodra de bouw zes maanden geleden is opgeleverd. Alleen bij fraude, of als er nooit is aangeplakt en de werken nooit zijn afgemeld, blijft de zaak jarenlang open. Uw eigenlijke bescherming ligt daarom aan de voorkant: vraag vóór aankoop of verbouwing een certificat d’urbanisme aan, en dan de projectvariant CUb, die de geldende regels voor uw project achttien maanden lang bevriest.

Madame le Maire, of Madame la Maire?

Nog een kwestie waar u onmiddellijk tegenaan loopt: schrijft u Madame le Maire of Madame la Maire? De Académie française heeft zich daar in juni 2014 over gebogen en kwam, zoals zo vaak, met een voorbeeld dat u niet meer vergeet: maire is nu eenmaal een mannelijk woord, net zoals vedette een vrouwelijk woord is, Monsieur Y est une grande vedette, mais son frère est une crapule. Inmiddels is het Quai de Conti een stuk soepeler geworden en feminiseert de staat zijn eigen benoemingsbesluiten al jaren, dus u zit met geen van beide vormen echt fout. De veiligste route: kijk hoe zij zichzelf op de gemeentelijke website noemt en volg dat.

Eén ding ligt wel vast, en daar gaat vrijwel iedere Nederlandse briefschrijver de mist in: maire krijgt geen hoofdletter. Die eer, aldus de Académie, is voorbehouden aan de naam van de gemeente waarvan hij de eerste magistraat is.

Praktisch

Stel uzelf voor. Niet per e-mail, maar door langs te gaan tijdens het spreekuur, dat in vrijwel elke kleine gemeente bestaat en op de deur van de mairie staat. Een Nederlander die zich meldt vóórdat hij iets nodig heeft, valt in positieve zin op, en dat is later goud waard.

Laat u inschrijven op de liste électorale complémentaire als u wilt kunnen stemmen. De volgende gemeenteraadsverkiezingen zijn in 2032, maar tussentijdse verkiezingen komen vaker voor dan u denkt, en de inschrijving blijft geldig.

Begint u aan een verbouwing, ga dan eerst naar de mairie voor een certificat d’urbanisme, en vraag daarbij expliciet of de gemeente een PLU heeft, alleen een carte communale, of helemaal geen stedenbouwkundig document. Wat de gemeente heeft, kunt u zelf nakijken op het Géoportail de l’urbanisme.

Bronnen hieronder:

Lees meer…
1. De gemeente en haar bestuur
2. De verkiezingen van maart 2026
3. De positie van de gekozene
4. Bevoegdheden en financiering
5. Bouwvergunning en bestemmingsplan

Categorieën

Gerelateerde berichten

Omzetten Nederlands naar Frans rijbewijs

Wonen in Frankrijk en een Nederlands of Belgisch rijbewijs? Omwisselen tegen een Frans rijbewijs is alleen verplicht bij verloop, een nieuwe categorie, verlies, diefstal, beschadiging of een Franse verkeersovertreding met gevolgen voor uw rijbevoegdheid. Dit artikel beschrijft de volledige digitale procedure via France Titres (ANTS): voorwaarden, benodigde documenten, kosten (timbre fiscal € 40), rijden tijdens de behandeling, de ADS, de RDW-echtheidsverklaring en wat u kunt doen als het dossier vastloopt. Geverifieerd tegen de officiële Franse bronnen, augustus 2026.

Met de auto in Frankrijk

Rijden in Frankrijk is de afgelopen jaren op vier punten wezenlijk veranderd, en wie op oude kennis vaart loopt tegen boetes aan. Tolpoortjes verdwijnen op steeds meer trajecten ten gunste van kentekenherkenning, waarbij u zelf binnen 72 uur moet betalen op straffe van een oplopende boete. Een groeiend aantal steden weert oudere auto’s via de Crit’Air-vignet, die u vóór vertrek moet bestellen omdat de levering ruim een week duurt. In 34 bergdepartementen geldt van november tot maart een winteruitrustingsplicht waarvoor alleen banden met de 3PMSF-markering nog voldoen. En bij pech op de autoroute gelden vaste tarieven en erkende bedrijven, met een nieuwe plaag van niet-erkende slepers die via navigatie-apps opduiken.

Dit dossier behandelt daarnaast de vier routes vanuit Nederland en België met hun vaste knelpunten, het patroon achter de zwarte zaterdagen, laden onderweg, en het ANWB-steunpunt bij Lyon.

Café Claude