Woordenlijst moestuin

door | aug 23, 2026 | Franse taal, Huisje, boompje en beestje, Terrein, Tuinieren

Van aanaarden tot zwavel: zoek Nederlandse en Franse woorden voor groenten, fruit, kruiden, werkzaamheden, bodem, gereedschap, ziekten, plagen en onkruid. Je kunt in beide talen zoeken en de lijst per onderwerp filteren.

Nederlands–Frans moestuinlexicon

Zoek bijvoorbeeld op aanaarden, mildiou, sécateur, tomaat of paillage.

261 termen

A

aalbes / aalbessengroseille / groseilles
aanaardenbutter
aardappelpomme de terre
aardbeifraise
aardbei, doordragendfraise remontante
aardvloaltise
abrikoosabricot
afdekken (tegen kou)couvrir / protéger
afharden (planten)endurcir / acclimater les plants
afkookseldécoction
afleggenmarcotter
afleggermarcotte
aftrekselinfusion / extrait
afwateringdrainage
amandelamande
andijviechicorée scarole / scarole
appelpomme
appelboompommier
artisjokartichaut
aspergeasperge
aubergineaubergine
augurkcornichon

B

basilicumbasilic
bed (teeltbed)planche de culture
bemestenfertiliser
bemestingfertilisation
besproeien (gewasbehandeling)pulvériser
bieslookciboulette
biet, rodebetterave rouge
binddraad / bindmateriaallien / attache
bloedmeelsang desséché
bloemkoolchou-fleur
bodemsol
bodembedekkingcouverture du sol / paillage
bodemverbeteraaramendement du sol
boerenkoolchou kale / chou frisé
bolbulbe
bonenkruidsarriette
boonharicot
boon, sperzie-haricot vert
borage / komkommerkruidbourrache
boterbloembouton-d’or
braam (vrucht)mûre
braam (plant)ronce
brandnetelgierpurin d’ortie
broccolibrocoli
broeibakchâssis
broeikasserre

C

Chinese koolchou chinois
citrusvruchtenagrumes
coloradokeverdoryphore de la pomme de terre
compostcompost
composterencomposter
courgettecourgette

D

dieven (tomaten)supprimer les gourmandsNiet: épamprer; dat wordt vooral voor scheuten aan stam/voet gebruikt.
dilleaneth
distelchardon
doordragend / doorbloeiendremontant
doperwtpetit pois
doperwt, lagepois nain
doperwt, rijs- / klim-pois à rames
dragonestragon
drainagedrainage
druppelirrigatieirrigation goutte-à-goutte / goutte à goutte

E

echte meeldauwoïdiumNiet verwarren met mildiou.
entengreffer
ent / enthoutgreffon
entplaatspoint de greffe

F

fosforphosphore
framboosframboise
frambozenstruikframboisier
frees (lichte tuinmachine)motobineuse
frees / tweewielige grondbewerkingsmachinemotoculteurZwaardere machine dan een motobineuse.

G

gaasgrillage
gieterarrosoir
groene kool / savooiekoolchou de Milan / chou de Savoie
groentelégume
groentetuinpotager
grond (tuincentrum) / potgrondterreau
grondbewerkingtravail du sol
gronddoektoile de paillage

H

haaghaie
haagwindeliseron des haies
hak / schoffelbinette / sarcloir
harkrâteau
haverwortelsalsifisNiet hetzelfde als schorseneer.
hazelaarnoisetier
hazelnootnoisette
heermoes / paardenstaartprêle
hekclôture
herderstasjecapselle bourse-à-pasteur
hoornmeelpoudre de corne / corne broyée
humushumus

I

irrigatieirrigation

J

jonge plantjeune plant

K

kaliumpotassium
karwijcarvi
kasserre
kerscerise
kersenboomcerisier
kervelcerfeuil
kikkererwtpois chiche
kiemengermer
kieminggermination
kiemplantplantule
kiwi (vrucht)kiwi
kiwiplantactinidia
klaver, wittetrèfle blanc
klaverzuringoxalis
kleiargile
knoflookail
knolselderijcéleri-rave
koolchou
koolraaprutabaga / chou-navet
koolrabichou-rave
koolwitjepiéride du chou
komkommerconcombre
komkommerkruid / boragebourrache
koriandercoriandre
koude bakchâssis froid
krop (bij kropsla)pomme
kruidenplantes aromatiques
kruiwagenbrouette
kruisbesgroseille à maquereau
kunstmestengrais minéral
kweekgraschiendent

L

laurier (keukenkruid)laurier-sauce
lavendellavande
loodglansplomb parasitaireNiet hetzelfde als cloque du pêcher.
luispuceron

M

meiraap / jonge raapnavet / navet primeur
meloenmelon
mestfumier
meststofengrais
moestuinpotager
moltaupe
molshooptaupinière
mosterdmoutarde
mulchpaillis
mulchenpailler
muntmenthe

N

naaktslaklimace
nectarinenectarineGeen kruising met abrikoos; een type perzik met gladde schil.
nootnoix
notenboomnoyer

O

oogstrécolte
oogstenrécolter
onderstamporte-greffe
onkruidadventice / mauvaise herbeAdventice is de technische term.
onkruidbestrijdingdésherbage
onkruidbestrijdingsmiddeldésherbant
opbinden / ondersteunentuteurer / attacher
oreganoorigan

P

paardenbloempissenlit
paprikapoivron
peerpoire
peper (specerij)poivre
peper / chilipiment
perenboompoirier
perzikpêche
perzikboompêcher
peterselie, glad / platpersil plat
peterselie, krulpersil frisé
plantplant
plantenplanter
plantafstanddistance de plantation
plantgattrou de plantation
plantpotjegodet
plantstok / pootstokplantoir
pompoencourge / potironPotiron is een type courge; courge is de bredere term.
posteleinpourpier
pot / plantenpotpot / conteneur
preipoireau
pruimprune
pruimenboomprunier

R

raapstelenfanes de navet / jeunes feuilles de navetGeen volledig vaste Franse handelsnaam.
rabarberrhubarbe
radijsradis
rijrang
rijafstandécartement entre les rangs
riek / spitvorkfourche-bêche
rooienarracher / déterrer
rozemarijnromarin
raket / rucolaroquette
rupschenille

S

saliesauge
scheppelle
scheutpousse
schimmelchampignon
schimmelwerend middel / schimmelbestrijdingsmiddelfongicide
schoffelbinette / sarcloir
schoffelenbinerBiner = oppervlakkig losmaken; sarcler = onkruid verwijderen.
schorseneerscorsonèreNiet hetzelfde als salsifis.
selderijcéleri
sjalotéchalote
slalaitueMesclun is een mengsel van jonge blaadjes, niet een synoniem van laitue.
snijbietblette / poirée
snijboonharicot plat
snijslalaitue à couper
snoeientailler
snoeischaarsécateur
spadebêche
spinazieépinard
spittenbêcher
sporenelementenoligo-éléments
spruitjeschoux de Bruxelles
stekbouture
stekkenbouturer
stok / plantensteuntuteur
stropaille
substraatsubstrat

T

teeltculture
teeltbedplanche de culture
tijmthymSerpolet = wilde tijm.
tomaattomate
toppen / top uit plant halenpincer / étêter
tuinboonfève
tuinkerscresson alénois
tuinkruidenplantes aromatiques
tuinslangtuyau d’arrosage
tuincentrumjardinerie
turf / veentourbe

U

uioignon
uitdunnen (zaailingen)éclaircir
uitloper (aardbei)stolon
uitplanten / verspenenrepiquer

V

valse meeldauwmildiouNiet verwarren met oïdium.
veldmuismulot
veldslamâche
venkelfenouil
verplantenrepiquer / transplanter
verspenenrepiquer
vijgfigue
vijgenboomfiguier
vliesdoek (teelt)voile de forçage
vliesdoek (winterbescherming)voile d’hivernage
vogelmuurmouron des oiseaux
voorkiemenfaire prégermer
vruchtwisselingrotation des cultures

W

water gevenarroser
watergiftarrosage
wiedendésherber / sarcler
wijnruitrue officinale
witlofendiveChicon wordt regionaal, vooral in het noorden en in België, gebruikt.
witte koolchou cabus blanc
woelmuiscampagnol
wortel (groente)carotte
wortel (plantdeel)racine
wortelvliegmouche de la carotte

Z

zaadgraine / semence
zaaibedlit de semences
zaaiensemer
zaailingplantule / jeune plant
zaadzakjesachet de graines
zandsable
zandgrondsol sableux
zoete aardappelpatate douce
zuringoseille
zwarte bes (vrucht)cassis
zwartebessenstruikcassissier
zwavelsoufre
Geen term gevonden. Probeer een andere Nederlandse of Franse zoekterm, of kies Alles.

Veelvoorkomende onkruiden

Paardenbloem (pissenlit), mosterd (moutarde), klaverzuring (oxalis), vogelmuur (mouron des oiseaux), herderstasje (capselle bourse-à-pasteur), distel (chardon), haagwinde (liseron des haies), boterbloem (bouton-d’or), kweekgras (chiendent) en witte klaver (trèfle blanc).

Broncontrole

De Franse tuinbouwterminologie en de belangrijkste correcties zijn gecontroleerd aan de hand van officiële en wetenschappelijke Franse bronnen.

Categorieën

Gerelateerde berichten

L’Art de Vivre: ontdek de Franse levenskunst

L’art de vivre à la française is voor veel Nederlanders in Frankrijk geen marketingterm maar dagelijkse praktijk: het ritueel rond eten, de convivialité die verder gaat dan het Nederlandse ‘gezellig’, huis en tuin als levensproject, woningen met karakter, en een samenleving waarin vrijheid, debat en engagement vanzelfsprekend zijn.

Dat beeld verdient twee correcties. De eerste is sociaal: de levenskunst is ongelijk verdeeld. Tijdsdruk, onzeker werk en woonstress nemen toe in lagere inkomensgroepen, ploegendiensten en zorg laten steeds minder ruimte voor het gezamenlijke repas, hechte dorpsgemeenschappen sluiten nieuwkomers vaak jarenlang informeel buiten, oude panden brengen zware onderhouds- en energielasten mee, en de Franse strijdbaarheid vertaalt zich in stakingen en polarisatie die het dagelijks leven kunnen ontwrichten.

De tweede correctie is geografisch. In Parijs en de banlieues zijn lange lunches, vaste buurtwinkels en sociale vertraging grotendeels verdwenen, terwijl veel van de klassieke beelden juist standhouden in kleinere steden en op het platteland. Convivialité is in de hoofdstad netwerk- en beroepsgebonden, daarbuiten buurtgebonden. Het woningcontrast is het scherpst: een landgoed in de Creuse tegenover een chambre de bonne van vijftien vierkante meter in Parijs.

De conclusie: je hoeft je Nederlandse identiteit niet op te geven om van Frankrijk te genieten, maar de overgang vraagt realisme, geduld en praktische kennis. Het Franse leven krijgt zijn betekenis vooral in de lokale gemeenschap, aan de bar van het café, tussen buren, in het dorp.