In Frankrijk leeft men langer — maar waarom, ondanks meer roken en drinken en minder bewegen?

door | aug 8, 2026 | Apotheek, Gezondheid, Leven, Zorg en welzijn

Het lijkt een onmogelijke rekensom: de Fransen roken meer, drinken meer en bewegen aanzienlijk minder dan Nederlanders. Toch leven ze gemiddeld ruim een jaar langer. Recente data van de OECD (2025) en de INSEE laten zien dat de verklaring niet in clichés ligt, maar in de kwaliteit van voeding en de inrichting van het zorgsysteem.

De Cijfers: Frankrijk vs. Nederland (2024/2025)

Indicator Frankrijk Nederland
Levensverwachting bij geboorte 83,0 jaar 81,9 jaar
Dagelijks roken (% van 15+) 23,1% 13,2%
Alcohol (liter pure alcohol p.c.) 10,4 7,8
Onvoldoende beweging (volwassenen) 27% 11%
Aandeel ultra-bewerkt voedsel (UPF) ~33% >50%
Zorguitgaven (% BBP) 11,5% 10,0%

1. De Kwaliteit van Calorieën (UPF)

Hoewel Nederlanders actiever zijn, verliezen we de strijd in de supermarkt. Het grootste verschil zit in de bewerkingsgraad van voeding. In Nederland komt meer dan de helft van de calorieën uit ultra-bewerkt voedsel (UPF). In Frankrijk ligt dit percentage significant lager. De Franse eetcultuur is nog steeds gestoeld op onbewerkte basisproducten en een strikte maaltijdstructuur, wat een directe beschermende factor is tegen metabole ziekten.

2. Regionale verschillen: het zuiden trekt het gemiddelde

De nationale cijfers maskeren grote interne verschillen. In het industriële Noorden (Hauts-de-France) is de levensverwachting vergelijkbaar met of zelfs lager dan in Nederland. De winst wordt geboekt in het Zuiden en de regio Parijs. In het zuiden compenseert het mediterrane patroon (olijfolie, verse groenten en fruit) de negatieve effecten van roken en alcohol, waardoor de cardiovasculaire sterfte tot de laagste van Europa behoort.

3. Médecin traitant versus de poortwachter

Het zorgsysteem speelt een cruciale rol. In Nederland is de huisarts een strikte poortwachter; toegang tot een specialist is zonder verwijzing lastig. Dit is kostenefficiënt, maar soms afwachtend.

In Frankrijk fungeert de médecin traitant meer als coördinator. De drempel naar een specialist (cardioloog, gynaecoloog) is lager. Fransen maken vaker gebruik van directe specialistische zorg en periodieke screenings. Deze hogere ‘medicalisering’ zorgt voor een snellere detectie van chronische aandoeningen, wat de levensverwachting op hogere leeftijd verlengt.


Wat betekent dit voor u in Frankrijk?

Gezondheidswinst in Frankrijk is geen automatisme, maar een resultaat van levensstijlkeuzes. U profiteert het meest door:

  • Mijd UPF: Gebruik de lokale markten en koop onbewerkte producten.
  • Preventief specialisme: Gebruik de laagdrempelige toegang tot specialisten voor tijdige controles.
  • Zuidelijk Dieet: Adopteer de focus op gezonde vetten en verse ingrediënten, ook als u in het noorden woont.

Bronnen & Onderbouwing:

Zie ook deze discussie in het forum van Nederlanders.fr ….

Categorieën

Gerelateerde berichten

De verdragsbijdrage aan het CAK

Woont u in Frankrijk en ontvangt u AOW, pensioen of een Nederlandse uitkering, dan betaalt u aan Nederland een verdragsbijdrage voor uw zorg. Dit dossier laat zien hoe die bijdrage is opgebouwd, waarom de woonlandfactor voor Frankrijk in 2026 op 0,8304 staat, en wat u er in Frankrijk en in Nederland voor terugkrijgt. Twee rekenhulpen berekenen uw eigen bijdrage en uw eventuele zorgtoeslag met de officiële percentages voor 2026. Daarnaast vier situaties waarin uw eigen keuze het bedrag echt verandert: een behandeling in Nederland of in Frankrijk, verhuizen naar een ander Europees land, terugkeren naar Nederland, en het aanvragen van zorgtoeslag. Alle bedragen zijn geverifieerd bij de Staatscourant, de Belastingdienst, Dienst Toeslagen, het CAK en ameli.fr, met de berekeningen erbij zodat u ze kunt narekenen.

L’Art de Vivre: ontdek de Franse levenskunst

L’art de vivre à la française is voor veel Nederlanders in Frankrijk geen marketingterm maar dagelijkse praktijk: het ritueel rond eten, de convivialité die verder gaat dan het Nederlandse ‘gezellig’, huis en tuin als levensproject, woningen met karakter, en een samenleving waarin vrijheid, debat en engagement vanzelfsprekend zijn.

Dat beeld verdient twee correcties. De eerste is sociaal: de levenskunst is ongelijk verdeeld. Tijdsdruk, onzeker werk en woonstress nemen toe in lagere inkomensgroepen, ploegendiensten en zorg laten steeds minder ruimte voor het gezamenlijke repas, hechte dorpsgemeenschappen sluiten nieuwkomers vaak jarenlang informeel buiten, oude panden brengen zware onderhouds- en energielasten mee, en de Franse strijdbaarheid vertaalt zich in stakingen en polarisatie die het dagelijks leven kunnen ontwrichten.

De tweede correctie is geografisch. In Parijs en de banlieues zijn lange lunches, vaste buurtwinkels en sociale vertraging grotendeels verdwenen, terwijl veel van de klassieke beelden juist standhouden in kleinere steden en op het platteland. Convivialité is in de hoofdstad netwerk- en beroepsgebonden, daarbuiten buurtgebonden. Het woningcontrast is het scherpst: een landgoed in de Creuse tegenover een chambre de bonne van vijftien vierkante meter in Parijs.

De conclusie: je hoeft je Nederlandse identiteit niet op te geven om van Frankrijk te genieten, maar de overgang vraagt realisme, geduld en praktische kennis. Het Franse leven krijgt zijn betekenis vooral in de lokale gemeenschap, aan de bar van het café, tussen buren, in het dorp.

Café Claude