Jonge hoog opgeleiden vinden moeilijker een baan

door | okt 10, 2013 | Arbeidsmarkt, Baan zoeken

De kans om na een goede opleiding en voorzien van diploma’s redelijk snel een baan te vinden, is ook voor de Franse hoger opgeleiden wegens de economische crisis aanzienlijk kleiner geworden. Een studie van Apec (Association pour lโ€™emploi des cadres) heeft dat uitgewezen. In 2012 wist 64% van de bezitters van bac +4 (eindexamen lycรฉe plus 4 vervolgopleidingen) binnen een jaar een baan te vinden, dat was nog 71% in 2011.

 

Werkgevers zijn in deze tijden terughoudender geworden omdat de jonge afgestudeerden niet direct volledig inzetbaar zijn in de ondernemingen. Zij nemen liever jongeren aan die al drie tot vijf jaar werkervaring achter de rug hebben. Een mooi diploma alleen geeft niet direct meer toegang tot een baan, je moet ook over een netwerk beschikken en stages gaan lopen. Vorig jaar hebben de jonge gediplomeerden ook gekozen voor het accepteren van een baan die ver onder hun kwaliteiten ligt. Werkgevers zijn daar niet altijd blij mee, want zij vrezen dat de prestaties door de matige motivatie van deze categorie onder de maat zullen blijven. Een andere studie (Harris Interactive) zou uitwijzen dat acht van de tien studenten van de 167 grandes รฉcoles overwegen te zullen uitwijken naar het buitenland en daarmee zorgdragen voor een brain drain de komende jaren, une fuite de cerveaux. 34% van 975 van deze best opgeleide ondervraagde jongeren zegt dat het moeilijk zal zijn om in Frankrijk een geschikte baan te vinden. Favoriete landen om een carriรจre op te bouwen voor deze hoog opgeleiden zijn de VS, Engeland en Duitsland. De animo bij deze groep om zelf in Frankrijk een onderneming op te richten is niet groot, slechts vier van de tien melden dat zij zich in een dergelijke avontuur willen storten, bij de handelsopleidingen is dat vijf van de tien. Traditioneel gaan dergelijke gediplomeerden op voor een topbaan in een grote onderneming.

Categorieรซn

Gerelateerde berichten

L’Art de Vivre: ontdek de Franse levenskunst

L’art de vivre ร  la franรงaise is voor veel Nederlanders in Frankrijk geen marketingterm maar dagelijkse praktijk: het ritueel rond eten, de convivialitรฉ die verder gaat dan het Nederlandse ‘gezellig’, huis en tuin als levensproject, woningen met karakter, en een samenleving waarin vrijheid, debat en engagement vanzelfsprekend zijn.

Dat beeld verdient twee correcties. De eerste is sociaal: de levenskunst is ongelijk verdeeld. Tijdsdruk, onzeker werk en woonstress nemen toe in lagere inkomensgroepen, ploegendiensten en zorg laten steeds minder ruimte voor het gezamenlijke repas, hechte dorpsgemeenschappen sluiten nieuwkomers vaak jarenlang informeel buiten, oude panden brengen zware onderhouds- en energielasten mee, en de Franse strijdbaarheid vertaalt zich in stakingen en polarisatie die het dagelijks leven kunnen ontwrichten.

De tweede correctie is geografisch. In Parijs en de banlieues zijn lange lunches, vaste buurtwinkels en sociale vertraging grotendeels verdwenen, terwijl veel van de klassieke beelden juist standhouden in kleinere steden en op het platteland. Convivialitรฉ is in de hoofdstad netwerk- en beroepsgebonden, daarbuiten buurtgebonden. Het woningcontrast is het scherpst: een landgoed in de Creuse tegenover een chambre de bonne van vijftien vierkante meter in Parijs.

De conclusie: je hoeft je Nederlandse identiteit niet op te geven om van Frankrijk te genieten, maar de overgang vraagt realisme, geduld en praktische kennis. Het Franse leven krijgt zijn betekenis vooral in de lokale gemeenschap, aan de bar van het cafรฉ, tussen buren, in het dorp.