Het lycée professionnel

door | nov 10, 2025 | Leren, Onderwijs en cursussen

Een gids voor de praktische route naar een diploma

Het ‘Lycée Professionnel’ (LP) is een cruciaal onderdeel van het Franse onderwijssysteem. Maar voor wie is het? Wat leer je er? En wat zijn de recente veranderingen? We beantwoorden de vijf belangrijkste vragen.

1. Welke leerlingen gaan naar het Lycée Professionnel?

Het Lycée Professionnel (LP) is bedoeld voor leerlingen die direct na het collège (na de 3e) een specifiek vak willen leren. Dit is vaak een uitstekende keuze voor leerlingen die:

  • Praktisch zijn ingesteld en graag met hun handen werken.
  • De theorie direct willen toepassen in de praktijk.
  • Moeite hebben met het puur theoretische karakter van het ‘lycée général’.
  • Al een duidelijk idee hebben van een sector waarin ze willen werken (bv. horeca, techniek, zorg, design).

Het LP is geen ‘mindere’ route, maar een andere weg naar een volwaardig diploma en een goede baan. De relatie met docenten is vaak directer en de klassen zijn kleiner dan op een lycée général.

2. Welke mogelijkheden en diploma’s zijn er?

Het LP biedt twee hoofddiploma’s:

  1. De CAP (Certificat d’Aptitude Professionnelle)
    • Een opleiding van 2 jaar.
    • Zeer gericht op een specifiek beroep (bv. bakker, kapper, loodgieter, elektricien).
    • Bedoeld om na het diploma direct te gaan werken.
  2. De Bac Pro (Baccalauréat Professionnel)
    • Een opleiding van 3 jaar (Seconde, Première, Terminale).
    • Bereidt voor op een beroep, maar houdt ook de optie open voor doorstuderen (zie vraag 5).
    • In het eerste jaar (Seconde) kiezen leerlingen vaak een ‘famille de métiers’: een brede sector (bv. ‘Horeca’ of ‘Digitale Transitie’) waarna ze zich in het tweede jaar specialiseren.

Let op: waar is de BEP gebleven?In de tekst werd de BEP (Brevet d’Études Professionnelles) genoemd als een ’tussendiploma’. Dit is sinds 2021 veranderd. De BEP is geen zelfstandig diploma meer dat men ‘op zak heeft’. Het is vervangen door een attestation de réussite intermédiaire binnen de 3-jarige Bac Pro. Dit is een administratieve bevestiging, maar niet een diploma zoals de CAP.

3. Gaan de leerlingen iedere dag naar school? (De 2 routes)

Nee, praktijk is een kernonderdeel. Een leerling kan de opleiding op twee manieren volgen:

Route 1: De ‘Voie Scolaire’ (Schoolroute)

Dit is de meest voorkomende route. De leerling is een fulltime student op het lycée en volgt algemene vakken (Frans, wiskunde) en professionele vakken (in werkplaatsen, keukens, etc.). Een groot deel van de opleiding bestaat uit verplichte stages, genaamd PFMP (Périodes de Formation en Milieu Professionnel).

BELANGRIJKE UPDATE (Hervorming 2023): Deze stages (PFMP) worden nu door de staat betaald aan de leerling:

Jaar Vergoeding per week stage
Seconde (1e jaar Bac Pro / 1e jaar CAP) € 50
Première (2e jaar Bac Pro / 2e jaar CAP) € 75
Terminale (3e jaar Bac Pro) € 100

Extra mogelijkheid: Stages (PFMP) in het buitenlandLeerlingen worden actief aangemoedigd om een deel van hun verplichte stages (PFMP) in het buitenland te doen. Dit wordt officieel ondersteund en gefinancierd, meestal via het Erasmus+ programma.

  • De stage telt volledig mee voor het Franse diploma.
  • De leerling ontvangt een Erasmus+ beurs (bovenop de standaard stagevergoeding) om reis- en verblijfskosten te dekken.

Dit is bijzonder interessant voor Nederlandse gezinnen in Frankrijk. Een leerling kan zo bijvoorbeeld stage lopen bij een Nederlands bedrijf en eventueel bij familie verblijven. Andersom is het voor Nederlandse stagegevers een unieke kans om een (vaak) Franssprekende stagiair in huis te hebben.

Route 2: De ‘Voie par Apprentissage’ (Leerlingroute)

De leerling is hier geen ‘stagiair’ maar een ‘apprenti’ (leerling-werknemer).

  • De leerling tekent een arbeidscontract met een bedrijf en volgt de opleiding via een CFA (Centre de Formation d’Apprentis).
  • De leerling ontvangt een maandelijks salaris (een percentage van het minimumloon, afhankelijk van leeftijd).
  • Het ritme is vaak 2 weken werken, 1 week school.

4. Wat is het verschil met een Baccalauréat Général?

Het verschil is het doel van de opleiding:

  • Een Bac Général is theoretisch en abstract. Het bereidt leerlingen voor op lange vervolgstudies, voornamelijk aan de universiteit of in ‘classes préparatoires’.
  • Een Bac Professionnel is concreet en toegepast. Het bereidt leerlingen voor op een specifiek beroep. Na het diploma kan een leerling direct gaan werken óf doorstromen naar een korte vervolgopleiding (zoals een BTS – Brevet de Technicien Supérieur). Studeren aan de universiteit kan wel, maar is vaak te theoretisch en sluit niet goed aan.

Ten onrechte heeft het Bac Pro bij het grote publiek soms minder status dan een Bac Général. Voor leerlingen die niet ‘schools’ zijn maar wel zeer gemotiveerd voor een vak, is dit echter een zeer interessante optie. In een land met werkloosheid is het een route die direct naar een baan kan leiden.

5. Waar vinden leerlingen een plek?

In alle sectoren van het bedrijfsleven is vraag naar goed opgeleide vakmensen. Sommige bedrijven zoeken specifiek naar CAP-gediplomeerden (bv. bakkers, kappers), terwijl anderen juist Bac Pro-leerlingen zoeken die kunnen doorgroeien (bv. techniek, communicatie).

Het komt zeer vaak voor dat leerlingen al tijdens hun stages een baan aangeboden krijgen.

Om de juiste sector en school te vinden, is het raadzaam een CIO (Centre d’Orientation et d’Information) te bezoeken en vooral naar de ‘journées portes ouvertes’ (open dagen) van de lycées te gaan. Begin hier vroeg mee (in de 4e of begin 3e), want de mogelijkheden zijn enorm.


Tekst geactualiseerd in 2025 op basis van een origineel door Mariette Sobels en bewerkt door Mieke Kriens. We zijn hen beide erkentelijk voor hun oorspronkelijke bijdrage.  

Bronnen

[1] Ministère de l’Éducation Nationale – La réforme du lycée professionnel
[2] Service-Public.fr – Lycée professionnel: CAP et bac pro
[3] ONISEP – La Voie Professionnelle
[4] Agence Erasmus+ France – Enseignement et Formation Professionnels

Ga naar de rubriek “Onderwijs” in Nederlanders.fr

Categorieën

Gerelateerde berichten

Woordenlijst moestuin

Van aalbes tot zwarte bes. Een handige woordenlijst voor de tuinliefhebbers. Zoek Nederlandse en Franse namen van groenten, fruit, kruiden, ziekten, plagen, gereedschap en veelgebruikte tuinhandelingen. Handig voor iedereen die in Frankrijk tuiniert, boodschappen doet bij een pépinière of tuincentrum, of Franse tuinadviezen wil begrijpen.

Naar school in Frankrijk

Wie met kinderen naar Frankrijk verhuist, krijgt te maken met een schoolsysteem dat anders is ingericht dan het Nederlandse of Belgische. Dit dossier behandelt de opbouw van maternelle tot lycée, de inschrijving via mairie of DSDEN, de beoordeling van een kind dat uit een ander systeem komt, taalondersteuning via UPE2A, de schoolkalender 2026-2027 per zone, kantine, vervoer en verzekering, vaccinatieverplichtingen, de allocation de rentrée scolaire met bedragen en inkomensgrenzen, schoolbeurzen, en thuisonderwijs. Alle bedragen, data en termijnen zijn in augustus 2026 tegen de officiële bron gecontroleerd, met een bronstatus onderaan het dossier.

L’Art de Vivre: ontdek de Franse levenskunst

L’art de vivre à la française is voor veel Nederlanders in Frankrijk geen marketingterm maar dagelijkse praktijk: het ritueel rond eten, de convivialité die verder gaat dan het Nederlandse ‘gezellig’, huis en tuin als levensproject, woningen met karakter, en een samenleving waarin vrijheid, debat en engagement vanzelfsprekend zijn.

Dat beeld verdient twee correcties. De eerste is sociaal: de levenskunst is ongelijk verdeeld. Tijdsdruk, onzeker werk en woonstress nemen toe in lagere inkomensgroepen, ploegendiensten en zorg laten steeds minder ruimte voor het gezamenlijke repas, hechte dorpsgemeenschappen sluiten nieuwkomers vaak jarenlang informeel buiten, oude panden brengen zware onderhouds- en energielasten mee, en de Franse strijdbaarheid vertaalt zich in stakingen en polarisatie die het dagelijks leven kunnen ontwrichten.

De tweede correctie is geografisch. In Parijs en de banlieues zijn lange lunches, vaste buurtwinkels en sociale vertraging grotendeels verdwenen, terwijl veel van de klassieke beelden juist standhouden in kleinere steden en op het platteland. Convivialité is in de hoofdstad netwerk- en beroepsgebonden, daarbuiten buurtgebonden. Het woningcontrast is het scherpst: een landgoed in de Creuse tegenover een chambre de bonne van vijftien vierkante meter in Parijs.

De conclusie: je hoeft je Nederlandse identiteit niet op te geven om van Frankrijk te genieten, maar de overgang vraagt realisme, geduld en praktische kennis. Het Franse leven krijgt zijn betekenis vooral in de lokale gemeenschap, aan de bar van het café, tussen buren, in het dorp.