Examens voor het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT)

door | jan 24, 2019 | Nieuws, Onderwijs en cursussen

Bij het Nouveau Centre Néerlandais www.ncnl.eu doen ieder jaar, in de maand mei, zo’n 25 mensen examen voor het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT). . Het gaat hier om examens die wereldwijd plaatsvinden onder gezag van de Taalunie .  De examens dienen afgenomen te worden in een door de Taalunie erkende instelling. De niveaus variëren van A2 tot C1 (volgens het Europese kader). Veel kandidaten doen examen op niveau B2, zowel “Educatief-Startbekwaam” (toegang tot Nederlandse universiteiten) als “Professioneel”.

De kandidaten zijn volwassenen, met een zeer brede spreiding van leeftijdscategorieën. Ouderen die het voor hun plezier doen, maar ook jong-volwassenen die in Nederland of Vlaanderen willen gaan studeren. Daartussenin mensen die vanwege hun werk een goede kennis van het Nederlands nodig hebben en willen kunnen aantonen dat ze die ook echt bezitten. 

Sommige jaren zijn er alleen maar Fransen; andere jaren zijn er soms ook Bac-kandidaten met een Nederlandse/Vlaamse achtergrond, die om de een of andere reden geen Nederlands als eindexamenvak kunnen doen in hun Franse Lycée. En vergeten we de kandidaten uit Brazilië, Luxemburg of Italië niet! Soms kunnen zij in hun eigen land geen examen voor het CNaVT doen, soms ook vinden ze het aantrekkelijk om in Parijs hun bekwaamheid in het Nederlands te tonen. Daar zit bij ieder een ander verhaal achter.

De examens CNaVT vinden niet plaats in een schools kader (dit in tegenstelling tot de examens Nederlands LV1, LV2, LV3 voor het Franse Baccalaureaat) maar in een door de Taalunie erkende instelling. De examens bestaan uit enkele schriftelijke gedeeltes, een luistergedeelte en een mondeling deel (het mondelinge deel wordt opgenomen volgens strikte voorschriften). De examens worden in Leuven beoordeeld. Het doet er voor de Taalunie niet toe hoe de kandidaten hun kennis van het Nederlands hebben verworven en waar de kandidaten examen doen.

Wat ons werk aan het NCNL (deze examens zijn daar maar een klein stukje van) boeiend maakt is het feit dat we voornamelijk met Fransen – vanaf 18 jaar – werken, die zich om uiteenlopende redenen (affectief – vanwege een relatie, professioneel of intellectueel – voor onderzoek) op Nederland oriënteren. Toch weer een heel ander publiek dan de kinderen van Nederlandstalige ouders die in Frankrijk gevestigd zijn.

Door Jan Willem Noldus, 23 januari 2019
Formateur en langue et culture néerlandaises, chargé du pôle services du Nouveau Centre Néerlandais
www.ncnl.eu

Categorieën

Gerelateerde berichten

Woordenlijst moestuin

Van aalbes tot zwarte bes. Een handige woordenlijst voor de tuinliefhebbers. Zoek Nederlandse en Franse namen van groenten, fruit, kruiden, ziekten, plagen, gereedschap en veelgebruikte tuinhandelingen. Handig voor iedereen die in Frankrijk tuiniert, boodschappen doet bij een pépinière of tuincentrum, of Franse tuinadviezen wil begrijpen.

Naar school in Frankrijk

Wie met kinderen naar Frankrijk verhuist, krijgt te maken met een schoolsysteem dat anders is ingericht dan het Nederlandse of Belgische. Dit dossier behandelt de opbouw van maternelle tot lycée, de inschrijving via mairie of DSDEN, de beoordeling van een kind dat uit een ander systeem komt, taalondersteuning via UPE2A, de schoolkalender 2026-2027 per zone, kantine, vervoer en verzekering, vaccinatieverplichtingen, de allocation de rentrée scolaire met bedragen en inkomensgrenzen, schoolbeurzen, en thuisonderwijs. Alle bedragen, data en termijnen zijn in augustus 2026 tegen de officiële bron gecontroleerd, met een bronstatus onderaan het dossier.

L’Art de Vivre: ontdek de Franse levenskunst

L’art de vivre à la française is voor veel Nederlanders in Frankrijk geen marketingterm maar dagelijkse praktijk: het ritueel rond eten, de convivialité die verder gaat dan het Nederlandse ‘gezellig’, huis en tuin als levensproject, woningen met karakter, en een samenleving waarin vrijheid, debat en engagement vanzelfsprekend zijn.

Dat beeld verdient twee correcties. De eerste is sociaal: de levenskunst is ongelijk verdeeld. Tijdsdruk, onzeker werk en woonstress nemen toe in lagere inkomensgroepen, ploegendiensten en zorg laten steeds minder ruimte voor het gezamenlijke repas, hechte dorpsgemeenschappen sluiten nieuwkomers vaak jarenlang informeel buiten, oude panden brengen zware onderhouds- en energielasten mee, en de Franse strijdbaarheid vertaalt zich in stakingen en polarisatie die het dagelijks leven kunnen ontwrichten.

De tweede correctie is geografisch. In Parijs en de banlieues zijn lange lunches, vaste buurtwinkels en sociale vertraging grotendeels verdwenen, terwijl veel van de klassieke beelden juist standhouden in kleinere steden en op het platteland. Convivialité is in de hoofdstad netwerk- en beroepsgebonden, daarbuiten buurtgebonden. Het woningcontrast is het scherpst: een landgoed in de Creuse tegenover een chambre de bonne van vijftien vierkante meter in Parijs.

De conclusie: je hoeft je Nederlandse identiteit niet op te geven om van Frankrijk te genieten, maar de overgang vraagt realisme, geduld en praktische kennis. Het Franse leven krijgt zijn betekenis vooral in de lokale gemeenschap, aan de bar van het café, tussen buren, in het dorp.