Micro-entreprise en entreprise individuelle in 2018

De micro-entreprise is de Franse oplossing voor de kleinst mogelijke bedrijven (in Nederland meestal aangeduid met ‘eenmanszaak’. Dit is overigens niet hetzelfde als een ZZP-er, want een micro-entreprise kan tot maximaal 5 personen in dienst nemen).

De micro-entreprise is beperkt tot een aantal omschreven bedrijfsactiviteiten, dus niet mogelijk voor alle startende ondernemers. Welke bedrijfsactiviteiten precies zijn uitgesloten kan worden gevonden op www.afecreation.fr.

Er zijn drie geroepen bedrijfsactiviteiten waarvoor de micro-entreprise wel beschikbaar is. Ik hanteer daar een korte naam voor (in Franse publicaties wordt steeds de hele riedel herhaalt van wat er onder dat kopje valt):
– Handel en de meeste toeristische activiteiten (geclassificeerde gîtes, chambres d’hôtes, restaurant, hotel, mini-camping). Hieronder vat ik dit samen als ‘commerce’
– Commerciële dienstverlening, inclusief de overige toeristische activiteiten (niet-geclassificeerde gîtes, overige campings, concergerie, verhuurdiensten, marketing). Hieronder vat ik dit samen als ‘service/BIC’
– Vrije beroepen en persoonlijke dienstverlening. Hieronder vat ik dit samen als ‘service/BNC’

Dit zijn de belangrijkste wijzigingen voor de micro-entreprise vanaf 2018

1.  Verhoging van de maximaal toelaatbare omzet per jaar:
– voor commerce: van € 82.800 naar € 170.00;
– voor service: van €32.200 naar €70.000;
– afschaffing van de 15% tolerantie: vroeger kon je éénmalig maximaal 15% over de omzetgrenzen heen gaan en toch in het micro-régime blijven, vanaf 2018 kan dat niet meer.

2. Loskoppeling van de verplichtingen van de ondernemer t.a.v. sociale lasten en belastingen:
– zie hieronder voor de verschillende tarieven;
– geen automatische TVA-vrijstelling meer.

Sociale lasten

De sociale lasten die de micro-entreprise moet afdragen zijn verlaagd per 1-1-2018. Dit zijn de nieuwe tarieven:
– voor commerce: 12,8% van de omzet + 0,1% als bijdrage aan gesubsidieerde opleidingen, totaal dus 12,9% van de kwartaalomzet, elk kwartaal te betalen
– voor service (voor alle dienstverleners, behalve artisans): 22,0% van de omzet + 0,2% als bijdrage aan gesubsidieerde opleidingen, totaal dus 22,2% van de kwartaalomzet, elk kwartaal te betalen. Voor artisans: 22,0% van de omzet + 0,3% als bijdrage aan gesubsidieerde opleidingen, totaal dus 22,3% af te dragen.

Inkomstenbelasting

De inkomsten van de micro-entreprise vallen onder de inkomstenbelasting (Impôt sur le Revenu, IR) en niet onder de vennootschapsbelasting (Impôts sur les Sociétés, IS). De micro-entreprise kan kiezen uit twee opties:

a. Een vast percentage aan belasting betalen, elk kwartaal tegelijk met de te betalen sociale lasten. Deze keuze is alleen mogelijk indien  de totale gerapporteerde omzet  over de laatste vier kwartalen  minder bedraagt dan €28.818 in geval de ondernemer alleen is, of minder dan € 43.227 in geval hij een meewerkend echtgenoot heeft aangemeld. Dit zijn dan de vaste afdrachten:
– voor commerce: 1% van de jaaromzet;
– voor service/BIC: 1,7% van de jaaromzet;
– voor service/BNC: 2,2% van de jaaromzet.

b. Toevoeging van de omzet van de micro-entreprise aan de jaarlijkse aangifte IR, waarbij hij:
– voor commerce: over slechts 29% van de omzet belasting hoeft te betalen (wel alles opgeven);
– voor service/BIC: over slechts 50% van de omzet belasting hoeft te betalen;
– voor service/BNC: over slechts 66% van de omzet belasting hoeft te betalen.
Over de meetellende omzet worden de schijven van de IR toegepast (zie hier: http://www.journaldunet.com/patrimoine/guide-des-finances-personnelles/1151203-impot-sur-le-revenu-2018-calcul-bareme-et-tranche/
Overigens behoeft slechts IR te worden betaald indien de volgens bovenstaande regels uitgerekende belasting meer is dan €305. Zo niet dan wordt de belasting kwijtgescholden.

TVA

De micro-entreprise werd tot nu toe altijd vrijgesteld van TVA-verplichtingen: geen TVA- nummer, geen TVA te berekenen op zijn facturen, geen TVA-kwartaalaangiftes, maar natuurlijk ook geen TVA-teruggave op zijn inkopen. Per 1 januari 2018 is dat voorbij. Vanaf nu geldt het volgende:

1.   In geval de micro-entreprise met zijn omzet onder een bepaalde drempel blijft, blijft het oude systeem van TVA-vrijstelling gehandhaafd. Dit zijn de drempels:
– voor commerce: € 82.800/jaar;
– voor service: € 33.200/jaar
Overigens geldt voor de overschrijding van deze omzetdrempels nog wel éénmalige de 15% tolerantie.

2. Zodra de jaaromzet boven deze drempel komt, moet de micro-entreprise vanaf de eerste van de maand waarin deze overschrijding plaats vindt TVA over zijn omzet gaan berekenen (voor zover die omzet aan TVA is onderhevig natuurlijk), TVA-aangiftes gaan doen en mag hij ook TVA over de inkoop verrekenen, zolang die inkoop aantoonbaar gerelateerd is aan de gerealiseerde verkoop, met terugwerkende kracht van maximaal 1 jaar. De overige regels voor sociale lasten en belasting blijven gelijk.

3. Dit alles heeft als consequentie dat de micro-entreprise een boekhouding moet gaan bijhouden voor zijn omzet, waarin precies, in chronologische volgorde, zijn omzet is geboekt. In feite doen de micro-entreprise dat al, omdat hij nog altijd elk kwartaal de omzet van de afgelopen drie maanden moeten opgeven. Aan dat mechanisme is niets veranderd. Maar nu moet de micro-entreprise voortaan ook een boekhouding bijhouden van de inkoop, om  in geval van overschrijding van de omzetgrenzen de betaalde TVA te kunnen verrekenen. In principe neemt de boekhoudkundige last voor micro-entreprises dus toe. Een officiële accountant is niet verplicht voor de aangiftes.

Zie hier voor meer informatie: www.afecreation.fr/pid846/regime-micro-entreprise.html?&xtor=EPR-1-%5bLettre_auto_1%5d-20180109-%5bMicro-entrepreneurs_:_augmentation_des_l%5d

Wim van Teeffelen

©2018 Communities Abroad  |  infofrankrijk.com

DISCLAIMER

Login

of    

Forgot your details?

Create Account