
Wie een huis in Frankrijk koopt, erft bijna altijd ook een verwarmingsvraagstuk: een oude fioul-ketel, een open haard met een rendement van niets, of helemaal niets behalve een schoorsteengat. Dit dossier zet alle gangbare systemen op een rij — van houtkachel tot warmtepomp — met de techniek, de kosten anno 2026 en de regels die u moet kennen. Het is de opvolger en samenvoeging van vier eerdere artikelen van Aat de Kwaasteniet en Rob, volledig geactualiseerd.
Inhoud
Fase 1Eerst: hoeveel warmte heeft uw huis nodig?
Een verwarmingssysteem kiezen zonder de warmtebehoefte van het huis te kennen, is een ketel kopen op de gok. Begin daarom bij het begin: bepaal de warmteverliezen van uw woning. Hoe dat werkt — transmissie, ventilatieverliezen, het benodigde vermogen — leest u in ons dossier Warmteverliezen: hoeveel kachel heeft uw huis nodig? Wie het liever laat uitrekenen: het EnergiePortaal van Infofrankrijk doet de berekening interactief, inclusief een DPE-indicatie.
Fase 2Verwarmen in Frankrijk is anders dan thuis
Wie uit Nederland of Vlaanderen komt, neemt onbewust een gasland-logica mee. Die gaat in Frankrijk op het platteland niet op. De belangrijkste verschillen:
- Geen aardgasnet buiten de stad. Het aardgasnetwerk (gaz naturel, GRDF) bedient vooral steden en grotere kernen. Op het platteland is de keuze: propaan in een tank, fioul, hout, elektriciteit of een warmtepomp.
- Elektrisch verwarmen is hier normaal. Dankzij de kernstroomprijzen en het dal-/piektariefsysteem (heures creuses/pleines) is directe elektrische verwarming in Frankrijk wijdverbreid — iets wat in Nederland als onbetaalbaar geldt. Let wel: het vermogen van uw aansluiting (puissance souscrite, in kVA) moet erop berekend zijn; verzwaren kost abonnementsgeld.
- Fioul is een uitstervend ras. Miljoenen Franse huizen hebben nog een oliegestookte ketel, maar nieuwe fioul-ketels zijn sinds juli 2022 verboden (zie Fase 7).
- Hout is een cultuur. Frankrijk stookt massaal hout: per stère gekocht, jaren vooruit gedroogd, soms met kaprechten via de gemeente (affouage). Brandhout is er relatief goedkoop.
- De DPE bepaalt steeds meer. Het energielabel (DPE) beslist inmiddels of u mag verhuren (G-label: verboden sinds 2025) en drukt op de verkoopwaarde. Het verwarmingssysteem weegt daarin zwaar mee.
Fase 3Energieprijzen vergeleken (medio 2026)
De rangorde van de energieprijzen is de afgelopen jaren flink door elkaar geschud: fioul is per kilowattuur inmiddels duurder dan aardgas, granulés zijn na de piek van 2022 weer normaal geprijsd, en stroom daalde na de uitschieter van 2024. De stand medio 2026, per kWh brandstof:
| Energiedrager | Inkoopprijs | ≈ per kWh brandstof |
|---|---|---|
| Brandhout (bûches, droog) | per stère, sterk regionaal | ± 5 ct |
| Houtkorrels (granulés/pellets) | ± € 350–400 per ton (bulk) | ± 7,5–8 ct |
| Aardgas (gaz naturel) | prix repère CRE | ± 11,5–12 ct |
| Stookolie (fioul) | ± € 1,40–1,60 per liter (juli 2026) | ± 14–16 ct |
| Propaan (citerne) | contractafhankelijk | ± 17–18 ct |
| Elektriciteit (tarif réglementé) | ± 19,4 ct/kWh + abonnement | ± 19,4 ct |
Maar brandstofprijs is niet hetzelfde als stookkosten: het rendement van het toestel bepaalt wat een nuttige kWh warmte kost. Voor het voorbeeldhuis (12.000 kWh warmte per jaar) wordt het beeld dan:
| Systeem | Rendement / COP | ≈ per nuttige kWh | ≈ Jaarkosten voorbeeldhuis |
|---|---|---|---|
| Warmtepomp lucht/water | COP ± 3–4 | ± 5–6,5 ct | € 600 – € 800 |
| Moderne houtkachel / hout-CV | 70–85 % | ± 6–7 ct | € 700 – € 850 |
| Pelletketel / pelletkachel | 85–95 % | ± 8,5–9 ct | € 1.000 – € 1.100 |
| HR-ketel aardgas | ± 95–105 % | ± 11–12 ct | € 1.350 – € 1.450 |
| HR-ketel fioul | ± 90–100 % | ± 15–17 ct | € 1.800 – € 2.000 |
| Propaan HR-ketel | ± 95–105 % | ± 17–18 ct | € 2.000 – € 2.200 |
| Elektrische radiatoren / infrarood | 100 % | ± 19,4 ct | € 2.300 – € 2.400 |
Indicaties op basis van CRE-referentieprijzen, ADEME- en marktgegevens (april–juli 2026) en de fioul-dagprijs van juli 2026. Energieprijzen schommelen; actuele prijzen en een berekening op maat van úw huis vindt u in het EnergiePortaal.
Fase 4De systemen, één voor één
Klap de systemen open die voor uw situatie relevant zijn. Per systeem: hoe het werkt, waar u op moet letten, en wat de plussen en minnen zijn.
CV op gas (aardgas of propaan)

De voor Nederlanders vertrouwdste vorm: een CV-ketel (chaudière) die radiatoren en vaak ook het warme water voedt. In Frankrijk zijn er twee smaken: gaz naturel uit het net — goedkoop, maar buiten de steden zelden beschikbaar — en propaan uit een eigen tank (citerne, bovengronds of ingegraven), met een fors hogere prijs per kWh én een leveringscontract dat u aan één leverancier bindt. Controleer bij aanschaf altijd of de ketel voor het juiste gastype is uitgevoerd of omgebouwd.
Moderne condensatieketels (à condensation) halen rendementen rond of boven de 100 % (op onderwaarde) en regelen moduleren soepel mee met de warmtevraag. De warmwatervoorziening is eenvoudig te integreren.
Sterk
- Comfortabel en volautomatisch
- Bewezen techniek, overal installateurs
- Aardgas: gunstige prijs per kWh
Zwak
- Aardgas op het platteland zelden beschikbaar
- Propaan: dure kWh + tankcontract
- Fossiel: geen subsidie, DPE-malus
CV op stookolie (fioul)

Nog altijd aanwezig in honderdduizenden Franse plattelandshuizen: de oliegestookte ketel met een tank van 1.000 à 2.000 liter. Het werkingsprincipe is gelijk aan de gas-CV; fioul-ketels zijn er vooral in de grotere vermogens en maken meer geluid dan hun gas-tegenhangers.
Praktisch: neem de tank niet groter dan uw jaarverbruik. Fioul veroudert bij lange opslag (vervuiling, wateropname) en verstopt dan brander en filter. En koop slim in: de dagprijs schommelt fors — zomeraankoop scheelt regelmatig honderden euro’s op 1.000 liter.
Sterk
- Onafhankelijk van net en contracten
- Grote vermogens beschikbaar
Zwak
- Per kWh inmiddels duurder dan aardgas
- Vervanging door nieuwe fioul-ketel verboden
- Tank, geur, geluid, DPE-malus
CV op houtblokken (chaudière à bûches)

Centrale verwarming op houtblokken combineert de goedkoopste brandstof van Frankrijk met het comfort van radiatoren of vloerverwarming. De keerzijde is arbeid: dagelijks vullen, wekelijks ontassen, en een serieuze droge houtopslag. Moderne ketels met houtvergassing halen hoge rendementen, zeker in combinatie met een buffervat (ballon tampon) dat de warmte van één felle stook over de dag uitsmeert.
Sterk
- Laagste brandstofkosten, zeker met eigen hout
- Volwaardige centrale verwarming
Zwak
- Dagelijkse handenarbeid en opslagruimte
- Hogere investering dan gas/fioul-ketel
- Losse subsidie vervallen (2026)
CV op pellets (chaudière à granulés)

De pelletketel automatiseert het houtstoken: een silo met houtkorrels voedt de ketel via een vijzel, de ontsteking en modulatie gaan vanzelf en het ontassen is beperkt tot het legen van een aslade. Daarmee benadert het comfort dat van een gasketel, tegen brandstofkosten die er ruim onder liggen. De granulés-prijs is na de uitschieter van 2022 teruggezakt naar een normaal niveau.
Reken wel op de grootste investering onder de verbrandingsketels en op ruimte voor de silo. Ook hier geldt de subsidiewijziging van 2026 (biomassa alleen nog via rénovation d’ampleur).
Sterk
- Houtprijzen mét automatisch comfort
- Hoog rendement (85–95 %)
Zwak
- Hoge aanschaf, silo nodig
- Elektronica-afhankelijk; onderhoud nodig
- Losse subsidie vervallen (2026)
Houtkachel (poêle à bois)

De houtkachel is in Frankrijk niet zomaar een sfeermaker: in veel plattelandshuizen is hij de hoofdverwarming. Moderne gesloten kachels halen verbrandingsrendementen van 70 % en meer (met houtvergassing en tweetrapsverbranding); de brandstof is de goedkoopste die er is. Het grote nadeel: één kachel verwarmt in de eerste plaats één ruimte. In een goed geïsoleerd huis met een strategisch geplaatste kachel kan dat volstaan; vaker is bijverwarming nodig, zeker in de badkamer.
Kies het vermogen (4 tot ± 16 kW) passend bij de ruimte: een te grote kachel moet permanent “geknepen” branden, wat vieze verbranding en een beroete ruit oplevert. Houd de door de fabrikant voorgeschreven afstanden tot wanden aan (indicatief 15–25 cm bij onbrandbaar, het dubbele bij brandbaar materiaal) en vergeet de rookkanaaleisen niet.
Een kachel in de oude open haard
Een kachel kan op het rookkanaal van een bestaande open haard worden aangesloten. Daarbij wordt een metalen voeringspijp (liner) in de schoorsteen geplaatst, afgestemd op de rookpijp van de kachel, en wordt de oude haardopening onderaan afgesloten met een metalen plaat — anders blijft de schoorsteen ongecontroleerd kamerlucht wegzuigen.

Praktijkbeelden
- Zie de installatiefoto’s hieronder: de afsluitplaat tijdens montage en het eindresultaat.


Stooktip: Top-Down
Scandinavisch onderzoek leverde de omgekeerde stookmethode op: dikke blokken onderin (kruislings gestapeld), aanmaakhout en -blokje er bovenop. De grote blokken warmen langzaam op en geven gas af dat vrijwel rookvrij verbrandt — en de ruit blijft aantoonbaar schoner. Pas bijvullen als de lading tot gloed is verbrand.
Sterk
- Lage aanschaf, laagste stookkosten
- Onafhankelijk van netten en storingen
Zwak
- Verwarmt primair één ruimte
- Houtlogistiek: kopen, drogen, sjouwen
- Vermogen slecht regelbaar
Open haard en insert (haardcassette)
De open haard is onverslaanbaar in sfeer en verliest het op alle andere fronten. Het rendement is zeer laag: vrijwel alle convectiewarmte verdwijnt door de schoorsteen, alleen de directe straling telt. Een haard verbruikt daarbij — afhankelijk van de grootte — honderden kubieke meters lucht per uur, die als koude buitenlucht weer het huis in moet. Onvolledige verbranding, rookterugslag en verslechterde binnenlucht liggen op de loer.

Wie het haardbeeld wil houden, kiest een insert: een gesloten inbouwcassette met glazen deur die van de open haard feitelijk een inbouwkachel maakt. Vaak zijn inserts uitgerust met ventilatoren die kamerlucht langs de hete cassette blazen, zodat ook de convectiewarmte de kamer in gaat in plaats van de schoorsteen in.



Doen
- Open haard? Plaats een insert met buitenluchttoevoer
- Twee jaar gedroogd hout stoken
Niet doen
- Open haard als verwarming beschouwen
- Stoken zonder verse-luchttoevoer in een kierdicht huis
Tegelkachel / accumulatiekachel (poêle à accumulation)

De tegelkachel is aan een stille revival bezig. Het principe: één- of tweemaal per dag wordt de kachel fel opgestookt; de stenen massa slaat de warmte op en geeft die vervolgens urenlang gelijkmatig af als milde straling. In de verbrandingskamer lopen de temperaturen op tot 900–1000 °C, waardoor de verbranding aanzienlijk schoner is dan in een gewone houtkachel (500–600 °C).



Echte tegelkachels worden ter plekke gemetseld door een specialist; een prijs “uit de winkel” bestaat niet. Wat wél los te koop is onder de naam tegel- of speksteenkachel is vaak een (giet)ijzeren kachel met stenen ornamenten — mooi, maar met beperkte accumulatie.
Sterk
- Gelijkmatige, milde warmte; schone verbranding
- Twee stookmomenten per dag volstaan
Zwak
- Maatwerk: kostbaar en zwaar
- Traag: niet voor snel opwarmen
Elektrische verwarming (radiatoren en accumulatoren)

In Frankrijk volstrekt gangbaar: verwarmen met elektrische radiatoren. De aanleg is goedkoop, onderhoud is er nauwelijks, en per kamer is de temperatuur exact te regelen — lokaal of centraal via een stuurdraad (fil pilote) of draadloos. De stroomprijs maakt het wel tot de duurste kWh van het rijtje; als hóófdverwarming is het vooral verdedigbaar in kleine, goed geïsoleerde huizen of als aanvulling op een houtkachel.
De typen, oplopend in comfort en prijs: de simpele convector (alleen convectiewarmte), het panneau rayonnant (ook straling) en de radiateur chaleur douce met keramisch of oliegevuld binnenwerk dat warmte buffert. Daarnaast de accumulatorkachel (chauffage accumulateur): die laadt zich ’s nachts op tegen daltarief (heures creuses) en geeft de warmte overdag af — groot en zwaar, maar tariefslim.



Sterk
- Lage investering, geen onderhoud
- Per kamer exact regelbaar
- Ideaal als bijverwarming
Zwak
- Duurste kWh
- Aansluiting verzwaren kost abonnement
- DPE rekent elektrisch direct zwaar aan
Infraroodverwarming (chauffage infrarouge)

Infraroodpanelen verwarmen niet de lucht maar rechtstreeks de oppervlakken en mensen in de ruimte — hetzelfde principe als zonnewarmte. Daardoor voelt een ruimte bij een lagere luchttemperatuur toch behaaglijk en is er geen opwarmtijd of luchtcirculatie (prettig voor stofgevoelige mensen). Het blijft wél elektrische verwarming: één kWh warmte kost één kWh stroom. De winst zit in gericht en korter verwarmen, niet in het rendement.

Sterk in: badkamers (snelle gerichte warmte, vochtbestendige uitvoeringen, spiegelpanelen), werkplekken, en ruimtes met hoge plafonds waar warme lucht anders nutteloos bovenin hangt. Minder geschikt als hoofdverwarming van grote open ruimtes.
Sterk
- Directe, gerichte warmte zonder opwarmtijd
- Vlak, stil, onderhoudsvrij
Zwak
- Stroomprijs blijft de stroomprijs
- Alleen comfort binnen de “zichtlijn” van het paneel
Warmtepompen (pompe à chaleur) — uitgebreid
De warmtepomp is anno 2026 hét door de overheid gestuwde systeem: de laagste stookkosten van alle opties én de hoogste subsidies. Maar juist bij oude Franse huizen is hij ook het systeem waar het vaakst iets misgaat in de advisering. Daarom uitgebreider dan de rest.
Hoe hij werkt — en waarom de temperatuur alles bepaalt
Een warmtepomp verplaatst warmte van buiten (lucht of bodem) naar binnen, zoals een koelkast maar dan omgekeerd. Per kWh stroom levert hij drie à vier kWh warmte; die verhouding heet de COP (in het stookseizoen gemiddeld: SCOP). De kernregel: hoe kleiner het temperatuurverschil tussen bron en afgifte, hoe hoger het rendement. Een warmtepomp presteert dus het best met een warme bron (bodem) en een lage afgiftetemperatuur (vloerverwarming op 30–35 °C) — en het slechtst op een vrieskoude dag met gloeiend hete radiatoren.
De drie typen
Lucht/lucht (climatiseur réversible). De omkeerbare airco: buitenunit plus één of meer binnenunits die warme (of ’s zomers koele) lucht blazen. Relatief goedkoop, ook geschikt als bijverwarming of voor enkele ruimtes. Kies een inverter-model: dat moduleert mee met de vraag en werkt door tot lagere buitentemperaturen. Bedenk: alleen warme lucht, geen stralingswarmte, en zowel binnen- als buitenunit maken geluid.

Lucht/water. Haalt warmte uit de buitenlucht en voedt een watercircuit: ideaal met vloerverwarming, mogelijk met (grotere of lagetemperatuur-)radiatoren. Dit is het standaardtype bij het vervangen van een gas- of fioul-ketel, leverbaar van ± 6 tot 25 kW. Installatie is specialistenwerk (RGE-installateur — ook voorwaarde voor subsidie).

Water/water (geothermie). Haalt de warmte uit de bodem via een diepe boring (verticaal, 50–100 m) of een ingegraven lussenveld (horizontaal, 1,5–2,5 m diep). Omdat de bodemtemperatuur hoog en constant is, is het jaarrendement het beste van alle typen — tegen de hoogste investering.


Waar het misgaat in oude huizen
De randvoorwaarden
- Elektrische aansluiting: reken na of uw puissance souscrite (kVA) de warmtepomp aankan, zeker naast ander elektrisch verbruik.
- Geluid en buren: de buitenunit draait ook ’s nachts. Plaats hem doordacht (niet onder het slaapkamerraam van de buren) en houd rekening met geluidsregels tegen burenhinder.
- Verplicht onderhoud: elke warmtepomp van 4–70 kW (vrijwel elke woninginstallatie) moet minstens elke twee jaar worden onderhouden door een professional (décret 2020-912). Bewaar de attesten.
- Subsidie: lucht/water en geothermie vallen onder MaPrimeRénov’; lucht/lucht níet. Zie Fase 7.
Sterk
- Laagste stookkosten (COP 3–4)
- Hoogste subsidies (lucht/water, geo)
- Koelt desgewenst ook (lucht/lucht)
Zwak
- Hoge investering; RGE-installateur vereist
- Presteert slecht in ongeïsoleerde huizen met hete radiatoren
- Geluid buitenunit; onderhoudsplicht
Fase 5Ventilatie: de vergeten helft van het verhaal
Ventilatieverliezen vormen een groot deel van het totale warmteverlies van een huis — en juist na het isoleren en kierdicht maken wordt ventileren óók een gezondheidskwestie. In veel Franse huizen hangt een mechanisch afzuigsysteem: de VMC simple flux. Eén ventilator (meestal op zolder) zuigt lucht af uit de vochtige ruimtes — keuken, badkamer, wc — en verse lucht stroomt na via roosters en kieren in de droge vertrekken.


De moderne stap is balansventilatie met warmteterugwinning (VMC double flux): er wordt evenveel lucht ingeblazen als afgezogen, en een warmtewisselaar draagt de warmte van de afvoerlucht over op de verse toevoerlucht. Goede units winnen tot zo’n 90 % van de ventilatiewarmte terug — in het voorbeeldhuis scheelt dat rond een kwart van de totale warmtebehoefte.


Inbouwen in een bestaande fermette is bewerkelijk (kanalen door het hele huis); combineer het met een grote renovatie waarbij plafonds toch open liggen. Voor wie dat te ver gaat, bestaan decentrale units met warmteterugwinning: individuele door-de-muur-apparaten voor bijvoorbeeld badkamer of keuken, met een keramische kern die beurtelings warmte opslaat en afgeeft.

Fase 6Uit de praktijk: zo blijven onze lezers warm
Op het (inmiddels gesloten) forum van Infofrankrijk liep in 2015–2016 een levendige discussie onder de titel “Hoe blijf jij warm?” — ruim honderd bijdragen die nog altijd verrassend actueel zijn. Een bloemlezing.
De rode draad, tien jaar later nog steeds geldig: isoleren gaat vóór stoken, comfort komt uit een míx van bronnen (hout voor de basis, elektrisch of een warmtepomp voor de pieken), en de goedkoopste winst zit in gewoonten — luiken sluiten, ruimtes afsluiten, en hout ver vooruit kopen en drogen.
Fase 7Subsidies en verplichtingen 2026
De regels veranderen jaarlijks; dit is de stand van medio 2026. Controleer vóór u tekent altijd de actuele situatie op france-renov.gouv.fr — en vraag alleen offertes bij RGE-gecertificeerde installateurs, anders vervalt elk subsidierecht.
MaPrimeRénov’ in het kort
- Warmtepomp lucht/water: € 5.000 / € 4.000 / € 3.000 voor resp. zeer bescheiden, bescheiden en middeninkomens (parcours par geste); hogere inkomens vallen buiten dit parcours. Geothermie: tot € 11.000. Lucht/lucht-warmtepompen (airco’s) krijgen niets. Bovenop MaPrimeRénov’ zijn CEE-premies (Coup de pouce) cumuleerbaar.
- Fioul-tank eruit: aanvullende premie (dépose de cuve) van € 1.200 / € 800 / € 400 naar inkomen.
- Per 1 januari 2026 geschrapt uit het parcours par geste: muurisolatie én biomassaketels (hout- en pelletketels). Die blijven alleen subsidiabel binnen een begeleide totaalrenovatie (rénovation d’ampleur, met Mon Accompagnateur Rénov’). Het loket was begin 2026 wegens de begrotingsimpasse dicht en is op 23 februari 2026 heropend.
- VMC double flux en zonneboilers/chauffe-eau thermodynamique vallen (nog) wél onder het parcours par geste.
- Daarnaast: TVA 5,5 % op energetische renovatiewerken, de renteloze éco-PTZ, en vaak lokale/departementale premies. Voor het volledige overzicht: zie onze subsidie-artikelen op Infofrankrijk.
Verboden en verplichtingen
| Regel | Sinds / vanaf |
|---|---|
| Geen nieuwe fioul-ketels (décret 2022-8, grens 300 g CO₂/kWh); bestaande mogen blijven draaien | 1 juli 2022 |
| Verhuurverbod DPE-label G (nieuwe verhuur/verlenging) | 1 januari 2025 |
| Verhuurverbod DPE-label F | 1 januari 2028 |
| Verhuurverbod DPE-label E | 1 januari 2034 |
| Jaarlijks onderhoud gas- en fioul-ketels (attest bewaren) | lopend |
| Onderhoud warmtepomp/airco 4–70 kW: minstens elke 2 jaar (décret 2020-912) | lopend |
| Ramonage (schoorsteenvegen) bij hout- en fioul-stook: jaarlijks; ook verzekeringsvoorwaarde | lopend |
Let op: sommige agglomeraties (o.a. regio Parijs, Lyon, Grenoble) stellen aanvullende eisen aan houtstook en open haarden via luchtkwaliteitsplannen. Informeer bij uw mairie.
Fase 8Zo kiest u
Er bestaat geen beste systeem — er bestaat een beste systeem voor úw huis, úw budget en úw bereidheid om hout te sjouwen. De beslisvolgorde:
- Beperk eerst de vraag. Isoleren en ventilatiewarmte terugwinnen verslaat elke ketel. Begin bij de warmteverliezen.
- Bepaal wat er kán. Aardgas in de straat? Ruimte en zin voor houtlogistiek? Vloerverwarming mogelijk? Aansluitvermogen toereikend?
- Reken met de tabellen uit Fase 3 — of laat het EnergiePortaal rekenen met uw eigen cijfers.
- Check de subsidiekant vóór de offerte (Fase 7): RGE-installateur, juiste systeemkeuze, aanvraag vóór de werken.
Doen
- Warmteverliesberekening vóór elke offerte
- Combineren: hout voor de basis, warmtepomp of elektrisch voor de rest
- Hout 18–24 maanden vooruit kopen en droog opslaan
- Offertes alleen bij RGE-installateurs
Niet doen
- De warmtepomp dimensioneren op de oude ketel
- Een open haard als verwarming meerekenen
- Nog investeren in fioul
- Subsidie aanvragen ná de start van de werken
Verantwoording
Dit dossier is de samenvoeging en actualisatie (juli 2026) van vier eerdere publicaties op Infofrankrijk: “De keuze van het verwarmingssysteem” en “Ventilatie met warmteterugwinning” van Aat de Kwaasteniet, met foto’s en bijdragen van Rob (RobertArthur), het overzichtsartikel uit de reeks Verwarmen, en de forumbloemlezing “Hoe blijf jij warm?”. De technische uitleg volgt de oorspronkelijke reeks; prijzen, subsidies en regelgeving zijn geactualiseerd naar de stand van medio 2026 op basis van o.a. france-renov.gouv.fr, service-public.fr, de décrets 2022-8 en 2020-912, CRE-referentieprijzen en ADEME-gegevens. Alle geldbedragen zijn indicaties; energieprijzen en subsidiebedragen wijzigen doorlopend.
