Verwarmen in Frankrijk: systemen, kosten en keuze

door | jul 25, 2026 | Toolbox, Verbouwen, Verwarming

Infographic: verwarmen in Frankrijk — alle systemen in één overzicht

Wie een huis in Frankrijk koopt, erft bijna altijd ook een verwarmingsvraagstuk: een oude fioul-ketel, een open haard met een rendement van niets, of helemaal niets behalve een schoorsteengat. Dit dossier zet alle gangbare systemen op een rij — van houtkachel tot warmtepomp — met de techniek, de kosten anno 2026 en de regels die u moet kennen. Het is de opvolger en samenvoeging van vier eerdere artikelen van Aat de Kwaasteniet en Rob, volledig geactualiseerd.

Inhoud

Fase 1Eerst: hoeveel warmte heeft uw huis nodig?

Een verwarmingssysteem kiezen zonder de warmtebehoefte van het huis te kennen, is een ketel kopen op de gok. Begin daarom bij het begin: bepaal de warmteverliezen van uw woning. Hoe dat werkt — transmissie, ventilatieverliezen, het benodigde vermogen — leest u in ons dossier Warmteverliezen: hoeveel kachel heeft uw huis nodig? Wie het liever laat uitrekenen: het EnergiePortaal van Infofrankrijk doet de berekening interactief, inclusief een DPE-indicatie.

Het voorbeeldhuis. In dit dossier rekenen we door met hetzelfde voorbeeldhuis als in het warmteverliezen-dossier: maximaal benodigd vermogen ± 11 kW bij −20 °C buiten. Over een gemiddeld stookseizoen (zes maanden, gemiddeld 4 °C buiten) komt dat neer op zo’n 12.000 kWh warmte per jaar. Dat getal gebruiken we om de systemen eerlijk met elkaar te vergelijken.

Fase 2Verwarmen in Frankrijk is anders dan thuis

Wie uit Nederland of Vlaanderen komt, neemt onbewust een gasland-logica mee. Die gaat in Frankrijk op het platteland niet op. De belangrijkste verschillen:

  • Geen aardgasnet buiten de stad. Het aardgasnetwerk (gaz naturel, GRDF) bedient vooral steden en grotere kernen. Op het platteland is de keuze: propaan in een tank, fioul, hout, elektriciteit of een warmtepomp.
  • Elektrisch verwarmen is hier normaal. Dankzij de kernstroomprijzen en het dal-/piektariefsysteem (heures creuses/pleines) is directe elektrische verwarming in Frankrijk wijdverbreid — iets wat in Nederland als onbetaalbaar geldt. Let wel: het vermogen van uw aansluiting (puissance souscrite, in kVA) moet erop berekend zijn; verzwaren kost abonnementsgeld.
  • Fioul is een uitstervend ras. Miljoenen Franse huizen hebben nog een oliegestookte ketel, maar nieuwe fioul-ketels zijn sinds juli 2022 verboden (zie Fase 7).
  • Hout is een cultuur. Frankrijk stookt massaal hout: per stère gekocht, jaren vooruit gedroogd, soms met kaprechten via de gemeente (affouage). Brandhout is er relatief goedkoop.
  • De DPE bepaalt steeds meer. Het energielabel (DPE) beslist inmiddels of u mag verhuren (G-label: verboden sinds 2025) en drukt op de verkoopwaarde. Het verwarmingssysteem weegt daarin zwaar mee.

Fase 3Energieprijzen vergeleken (medio 2026)

De rangorde van de energieprijzen is de afgelopen jaren flink door elkaar geschud: fioul is per kilowattuur inmiddels duurder dan aardgas, granulés zijn na de piek van 2022 weer normaal geprijsd, en stroom daalde na de uitschieter van 2024. De stand medio 2026, per kWh brandstof:

Energiedrager Inkoopprijs ≈ per kWh brandstof
Brandhout (bûches, droog) per stère, sterk regionaal ± 5 ct
Houtkorrels (granulés/pellets) ± € 350–400 per ton (bulk) ± 7,5–8 ct
Aardgas (gaz naturel) prix repère CRE ± 11,5–12 ct
Stookolie (fioul) ± € 1,40–1,60 per liter (juli 2026) ± 14–16 ct
Propaan (citerne) contractafhankelijk ± 17–18 ct
Elektriciteit (tarif réglementé) ± 19,4 ct/kWh + abonnement ± 19,4 ct

Maar brandstofprijs is niet hetzelfde als stookkosten: het rendement van het toestel bepaalt wat een nuttige kWh warmte kost. Voor het voorbeeldhuis (12.000 kWh warmte per jaar) wordt het beeld dan:

Systeem Rendement / COP ≈ per nuttige kWh ≈ Jaarkosten voorbeeldhuis
Warmtepomp lucht/water COP ± 3–4 ± 5–6,5 ct € 600 – € 800
Moderne houtkachel / hout-CV 70–85 % ± 6–7 ct € 700 – € 850
Pelletketel / pelletkachel 85–95 % ± 8,5–9 ct € 1.000 – € 1.100
HR-ketel aardgas ± 95–105 % ± 11–12 ct € 1.350 – € 1.450
HR-ketel fioul ± 90–100 % ± 15–17 ct € 1.800 – € 2.000
Propaan HR-ketel ± 95–105 % ± 17–18 ct € 2.000 – € 2.200
Elektrische radiatoren / infrarood 100 % ± 19,4 ct € 2.300 – € 2.400

Indicaties op basis van CRE-referentieprijzen, ADEME- en marktgegevens (april–juli 2026) en de fioul-dagprijs van juli 2026. Energieprijzen schommelen; actuele prijzen en een berekening op maat van úw huis vindt u in het EnergiePortaal.

Lees de tabel niet als eindconclusie. De goedkoopste kWh zegt niets over de investering (een warmtepomp kost een veelvoud van een houtkachel), het comfort (hout sjouwen versus een thermostaat) of de geschiktheid van uw huis (een warmtepomp in een ongeïsoleerde fermette is weggegooid geld). Daarover gaan de volgende fasen.

Fase 4De systemen, één voor één

Klap de systemen open die voor uw situatie relevant zijn. Per systeem: hoe het werkt, waar u op moet letten, en wat de plussen en minnen zijn.

CV op gas (aardgas of propaan)
Wandhangende gas-CV-ketel in een Franse technische ruimte
Wandhangende gasketel (chaudière murale) met expansievat.

De voor Nederlanders vertrouwdste vorm: een CV-ketel (chaudière) die radiatoren en vaak ook het warme water voedt. In Frankrijk zijn er twee smaken: gaz naturel uit het net — goedkoop, maar buiten de steden zelden beschikbaar — en propaan uit een eigen tank (citerne, bovengronds of ingegraven), met een fors hogere prijs per kWh én een leveringscontract dat u aan één leverancier bindt. Controleer bij aanschaf altijd of de ketel voor het juiste gastype is uitgevoerd of omgebouwd.

Moderne condensatieketels (à condensation) halen rendementen rond of boven de 100 % (op onderwaarde) en regelen moduleren soepel mee met de warmtevraag. De warmwatervoorziening is eenvoudig te integreren.

Verplicht onderhoud: elke gasketel moet jaarlijks worden nagekeken door een professional (entretien annuel obligatoire); u ontvangt een attest dat u twee jaar bewaart. Verzekeraars vragen ernaar bij schade.

Sterk

  • Comfortabel en volautomatisch
  • Bewezen techniek, overal installateurs
  • Aardgas: gunstige prijs per kWh

Zwak

  • Aardgas op het platteland zelden beschikbaar
  • Propaan: dure kWh + tankcontract
  • Fossiel: geen subsidie, DPE-malus

CV op stookolie (fioul)
Vloerstaande fioul-ketel met brander en opslagtank
Vloerstaande fioul-ketel met brander; rechts de opslagtank (cuve).

Nog altijd aanwezig in honderdduizenden Franse plattelandshuizen: de oliegestookte ketel met een tank van 1.000 à 2.000 liter. Het werkingsprincipe is gelijk aan de gas-CV; fioul-ketels zijn er vooral in de grotere vermogens en maken meer geluid dan hun gas-tegenhangers.

Nieuwe fioul-ketels zijn verboden. Sinds 1 juli 2022 mag er geen nieuwe klassieke fioul-ketel meer worden geïnstalleerd (décret 2022-8: emissiegrens 300 g CO₂/kWh). Uw bestaande ketel mag blijven draaien en gerepareerd worden, maar gaat hij definitief stuk, dan bent u — op zeldzame uitzonderingen na — verplicht over te stappen. Wie de tank laat verwijderen bij overstap op een warmtepomp kan daarvoor een aanvullende premie krijgen (zie Fase 7).

Praktisch: neem de tank niet groter dan uw jaarverbruik. Fioul veroudert bij lange opslag (vervuiling, wateropname) en verstopt dan brander en filter. En koop slim in: de dagprijs schommelt fors — zomeraankoop scheelt regelmatig honderden euro’s op 1.000 liter.

Sterk

  • Onafhankelijk van net en contracten
  • Grote vermogens beschikbaar

Zwak

  • Per kWh inmiddels duurder dan aardgas
  • Vervanging door nieuwe fioul-ketel verboden
  • Tank, geur, geluid, DPE-malus

CV op houtblokken (chaudière à bûches)
Houtgestookte CV-ketel met geopende vuurdeur en houtvulling
Houtblokketel in een stookruimte, met houtvoorraad binnen handbereik.

Centrale verwarming op houtblokken combineert de goedkoopste brandstof van Frankrijk met het comfort van radiatoren of vloerverwarming. De keerzijde is arbeid: dagelijks vullen, wekelijks ontassen, en een serieuze droge houtopslag. Moderne ketels met houtvergassing halen hoge rendementen, zeker in combinatie met een buffervat (ballon tampon) dat de warmte van één felle stook over de dag uitsmeert.

Subsidiewijziging 2026: houtketels (biomassa) zijn per 1 januari 2026 uit het MaPrimeRénov’-parcours “par geste” gehaald; subsidie kan alleen nog binnen een totaalrenovatie (rénovation d’ampleur). Zie Fase 7.

Sterk

  • Laagste brandstofkosten, zeker met eigen hout
  • Volwaardige centrale verwarming

Zwak

  • Dagelijkse handenarbeid en opslagruimte
  • Hogere investering dan gas/fioul-ketel
  • Losse subsidie vervallen (2026)

CV op pellets (chaudière à granulés)
Pelletketel met silo en vijzeltoevoer
Pelletketel met voorraadsilo en automatische vijzeltoevoer.

De pelletketel automatiseert het houtstoken: een silo met houtkorrels voedt de ketel via een vijzel, de ontsteking en modulatie gaan vanzelf en het ontassen is beperkt tot het legen van een aslade. Daarmee benadert het comfort dat van een gasketel, tegen brandstofkosten die er ruim onder liggen. De granulés-prijs is na de uitschieter van 2022 teruggezakt naar een normaal niveau.

Reken wel op de grootste investering onder de verbrandingsketels en op ruimte voor de silo. Ook hier geldt de subsidiewijziging van 2026 (biomassa alleen nog via rénovation d’ampleur).

Sterk

  • Houtprijzen mét automatisch comfort
  • Hoog rendement (85–95 %)

Zwak

  • Hoge aanschaf, silo nodig
  • Elektronica-afhankelijk; onderhoud nodig
  • Losse subsidie vervallen (2026)

Houtkachel (poêle à bois)
Gietijzeren houtkachel in een Franse woonkamer
Vrijstaande gietijzeren houtkachel op een stenen sokkel.

De houtkachel is in Frankrijk niet zomaar een sfeermaker: in veel plattelandshuizen is hij de hoofdverwarming. Moderne gesloten kachels halen verbrandingsrendementen van 70 % en meer (met houtvergassing en tweetrapsverbranding); de brandstof is de goedkoopste die er is. Het grote nadeel: één kachel verwarmt in de eerste plaats één ruimte. In een goed geïsoleerd huis met een strategisch geplaatste kachel kan dat volstaan; vaker is bijverwarming nodig, zeker in de badkamer.

Kies het vermogen (4 tot ± 16 kW) passend bij de ruimte: een te grote kachel moet permanent “geknepen” branden, wat vieze verbranding en een beroete ruit oplevert. Houd de door de fabrikant voorgeschreven afstanden tot wanden aan (indicatief 15–25 cm bij onbrandbaar, het dubbele bij brandbaar materiaal) en vergeet de rookkanaaleisen niet.

Een kachel in de oude open haard

Een kachel kan op het rookkanaal van een bestaande open haard worden aangesloten. Daarbij wordt een metalen voeringspijp (liner) in de schoorsteen geplaatst, afgestemd op de rookpijp van de kachel, en wordt de oude haardopening onderaan afgesloten met een metalen plaat — anders blijft de schoorsteen ongecontroleerd kamerlucht wegzuigen.

Schema: houtkachel aangesloten in een bestaande open haard met liner en afsluitplaat

Praktijkbeelden

  • Zie de installatiefoto’s hieronder: de afsluitplaat tijdens montage en het eindresultaat.
Afsluitplaat in de open haard tijdens installatie
De afsluitplaat in de schouw, tijdens de installatie.
Gietijzeren kachel geplaatst in een bestaande open haard
Het resultaat: gietijzeren kachel in de oude haardopening.

Stooktip: Top-Down

Scandinavisch onderzoek leverde de omgekeerde stookmethode op: dikke blokken onderin (kruislings gestapeld), aanmaakhout en -blokje er bovenop. De grote blokken warmen langzaam op en geven gas af dat vrijwel rookvrij verbrandt — en de ruit blijft aantoonbaar schoner. Pas bijvullen als de lading tot gloed is verbrand.

Droog hout is geen hobby maar een eis. Vers hout halveert het rendement, vervuilt het rookkanaal en de buitenlucht. Reken op 18–24 maanden droogtijd onder een afdak; wie brandhout koopt, lette op het vochtgehalte (“bois sec”). Laat het rookkanaal jaarlijks vegen (ramonage) — verplicht én een verzekeringsvoorwaarde.

Sterk

  • Lage aanschaf, laagste stookkosten
  • Onafhankelijk van netten en storingen

Zwak

  • Verwarmt primair één ruimte
  • Houtlogistiek: kopen, drogen, sjouwen
  • Vermogen slecht regelbaar

Open haard en insert (haardcassette)

De open haard is onverslaanbaar in sfeer en verliest het op alle andere fronten. Het rendement is zeer laag: vrijwel alle convectiewarmte verdwijnt door de schoorsteen, alleen de directe straling telt. Een haard verbruikt daarbij — afhankelijk van de grootte — honderden kubieke meters lucht per uur, die als koude buitenlucht weer het huis in moet. Onvolledige verbranding, rookterugslag en verslechterde binnenlucht liggen op de loer.

Schema: verse verbrandingsluchttoevoer onder een open haard

Wie het haardbeeld wil houden, kiest een insert: een gesloten inbouwcassette met glazen deur die van de open haard feitelijk een inbouwkachel maakt. Vaak zijn inserts uitgerust met ventilatoren die kamerlucht langs de hete cassette blazen, zodat ook de convectiewarmte de kamer in gaat in plaats van de schoorsteen in.

Schema: insert met twee convectieventilatoren
Moderne haardinzet met natuurstenen omlijsting
Moderne insert: het haardgevoel, zonder het warmteverlies.
Geplaatste haardinzet met brandend vuur
Geplaatste insert in de praktijk.

Doen

  • Open haard? Plaats een insert met buitenluchttoevoer
  • Twee jaar gedroogd hout stoken

Niet doen

  • Open haard als verwarming beschouwen
  • Stoken zonder verse-luchttoevoer in een kierdicht huis

Tegelkachel / accumulatiekachel (poêle à accumulation)
Klassieke tegelkachel met groen geglazuurde tegels
Klassieke tegelkachel: één à twee keer per dag fel stoken, de massa doet de rest.

De tegelkachel is aan een stille revival bezig. Het principe: één- of tweemaal per dag wordt de kachel fel opgestookt; de stenen massa slaat de warmte op en geeft die vervolgens urenlang gelijkmatig af als milde straling. In de verbrandingskamer lopen de temperaturen op tot 900–1000 °C, waardoor de verbranding aanzienlijk schoner is dan in een gewone houtkachel (500–600 °C).

Schema: werkingsprincipe van een tegelkachel met rookgasweg door de massa
Klassieke tegelkachel in een interieur
Klassieke tegelkachel in de praktijk (archieffoto auteurs).
Moderne accumulatiekachel met strakke vormgeving en glazen deur
De moderne variant: strakke accumulatiekachel met glasdeur.

Echte tegelkachels worden ter plekke gemetseld door een specialist; een prijs “uit de winkel” bestaat niet. Wat wél los te koop is onder de naam tegel- of speksteenkachel is vaak een (giet)ijzeren kachel met stenen ornamenten — mooi, maar met beperkte accumulatie.

Sterk

  • Gelijkmatige, milde warmte; schone verbranding
  • Twee stookmomenten per dag volstaan

Zwak

  • Maatwerk: kostbaar en zwaar
  • Traag: niet voor snel opwarmen

Elektrische verwarming (radiatoren en accumulatoren)
Drie typen elektrische wandverwarmers naast elkaar
V.l.n.r.: convector, stralingspaneel en radiator met zachte warmte (chaleur douce).

In Frankrijk volstrekt gangbaar: verwarmen met elektrische radiatoren. De aanleg is goedkoop, onderhoud is er nauwelijks, en per kamer is de temperatuur exact te regelen — lokaal of centraal via een stuurdraad (fil pilote) of draadloos. De stroomprijs maakt het wel tot de duurste kWh van het rijtje; als hóófdverwarming is het vooral verdedigbaar in kleine, goed geïsoleerde huizen of als aanvulling op een houtkachel.

De typen, oplopend in comfort en prijs: de simpele convector (alleen convectiewarmte), het panneau rayonnant (ook straling) en de radiateur chaleur douce met keramisch of oliegevuld binnenwerk dat warmte buffert. Daarnaast de accumulatorkachel (chauffage accumulateur): die laadt zich ’s nachts op tegen daltarief (heures creuses) en geeft de warmte overdag af — groot en zwaar, maar tariefslim.

Elektrische accumulatorkachel als vlak wandmodel
Accumulatorkachel: ’s nachts laden, overdag afgeven.
Aansluiten volgens de regels. Vaste elektrische radiatoren worden aangesloten via een inbouwdoos met een sortie de câble — nooit met een stekker op een wandcontactdoos. Meerdere radiatoren mogen op één verwarmingsgroep, zolang het totale vermogen binnen de norm blijft. En tel uw vermogens op: wie elektrisch gaat verwarmen moet vaak de aansluitwaarde (puissance souscrite) verzwaren.
Inbouwdoos met Wago-klemmen voor radiatoraansluiting
Inbouwdoos met klemmen (foto: RobertArthur).
Elektrische convector met sortie de câble aan de muur
Radiator aangesloten via een sortie de câble (foto: RobertArthur).

Sterk

  • Lage investering, geen onderhoud
  • Per kamer exact regelbaar
  • Ideaal als bijverwarming

Zwak

  • Duurste kWh
  • Aansluiting verzwaren kost abonnement
  • DPE rekent elektrisch direct zwaar aan

Infraroodverwarming (chauffage infrarouge)
Infraroodpaneel aan de wand van een woonkamer
Infraroodpaneel: onopvallend vlak paneel aan wand of plafond.

Infraroodpanelen verwarmen niet de lucht maar rechtstreeks de oppervlakken en mensen in de ruimte — hetzelfde principe als zonnewarmte. Daardoor voelt een ruimte bij een lagere luchttemperatuur toch behaaglijk en is er geen opwarmtijd of luchtcirculatie (prettig voor stofgevoelige mensen). Het blijft wél elektrische verwarming: één kWh warmte kost één kWh stroom. De winst zit in gericht en korter verwarmen, niet in het rendement.

Schema: convector verwarmt de lucht, infrarood verwarmt de mens

Sterk in: badkamers (snelle gerichte warmte, vochtbestendige uitvoeringen, spiegelpanelen), werkplekken, en ruimtes met hoge plafonds waar warme lucht anders nutteloos bovenin hangt. Minder geschikt als hoofdverwarming van grote open ruimtes.

Sterk

  • Directe, gerichte warmte zonder opwarmtijd
  • Vlak, stil, onderhoudsvrij

Zwak

  • Stroomprijs blijft de stroomprijs
  • Alleen comfort binnen de “zichtlijn” van het paneel

Warmtepompen (pompe à chaleur) — uitgebreid

De warmtepomp is anno 2026 hét door de overheid gestuwde systeem: de laagste stookkosten van alle opties én de hoogste subsidies. Maar juist bij oude Franse huizen is hij ook het systeem waar het vaakst iets misgaat in de advisering. Daarom uitgebreider dan de rest.

Hoe hij werkt — en waarom de temperatuur alles bepaalt

Een warmtepomp verplaatst warmte van buiten (lucht of bodem) naar binnen, zoals een koelkast maar dan omgekeerd. Per kWh stroom levert hij drie à vier kWh warmte; die verhouding heet de COP (in het stookseizoen gemiddeld: SCOP). De kernregel: hoe kleiner het temperatuurverschil tussen bron en afgifte, hoe hoger het rendement. Een warmtepomp presteert dus het best met een warme bron (bodem) en een lage afgiftetemperatuur (vloerverwarming op 30–35 °C) — en het slechtst op een vrieskoude dag met gloeiend hete radiatoren.

De drie typen

Lucht/lucht (climatiseur réversible). De omkeerbare airco: buitenunit plus één of meer binnenunits die warme (of ’s zomers koele) lucht blazen. Relatief goedkoop, ook geschikt als bijverwarming of voor enkele ruimtes. Kies een inverter-model: dat moduleert mee met de vraag en werkt door tot lagere buitentemperaturen. Bedenk: alleen warme lucht, geen stralingswarmte, en zowel binnen- als buitenunit maken geluid.

Lucht/lucht-warmtepomp: binnenunit en buitenunit
Lucht/lucht: binnenunit in de kamer, buitenunit aan de gevel.

Lucht/water. Haalt warmte uit de buitenlucht en voedt een watercircuit: ideaal met vloerverwarming, mogelijk met (grotere of lagetemperatuur-)radiatoren. Dit is het standaardtype bij het vervangen van een gas- of fioul-ketel, leverbaar van ± 6 tot 25 kW. Installatie is specialistenwerk (RGE-installateur — ook voorwaarde voor subsidie).

Buitenunit van een lucht/water-warmtepomp tegen een gevel
Lucht/water: de buitenunit, netjes op een sokkel naast de gevel.

Water/water (geothermie). Haalt de warmte uit de bodem via een diepe boring (verticaal, 50–100 m) of een ingegraven lussenveld (horizontaal, 1,5–2,5 m diep). Omdat de bodemtemperatuur hoog en constant is, is het jaarrendement het beste van alle typen — tegen de hoogste investering.

Schema: verticale bodemwarmtewisselaar naar water/water-warmtepomp
Schema: horizontaal bodemlussenveld naar water/water-warmtepomp

Waar het misgaat in oude huizen

Eerst isoleren, dan pas de warmtepomp. In een ongeïsoleerde fermette met kleine hete radiatoren moet een lucht/water-warmtepomp op hoge temperatuur stampen; het rendement zakt in, de stroomrekening explodeert en het huis wordt op vriesdagen niet warm. De juiste volgorde: warmteverliezen beperken (dak!), afgiftesysteem op lage temperatuur brengen, en dán de warmtepomp dimensioneren — op basis van een echte warmteverliesberekening, niet op de kW’s van de oude ketel. Een hybride opstelling (warmtepomp + bestaande ketel voor de piek) kan in de tussenfase een verstandige middenweg zijn.

De randvoorwaarden

  • Elektrische aansluiting: reken na of uw puissance souscrite (kVA) de warmtepomp aankan, zeker naast ander elektrisch verbruik.
  • Geluid en buren: de buitenunit draait ook ’s nachts. Plaats hem doordacht (niet onder het slaapkamerraam van de buren) en houd rekening met geluidsregels tegen burenhinder.
  • Verplicht onderhoud: elke warmtepomp van 4–70 kW (vrijwel elke woninginstallatie) moet minstens elke twee jaar worden onderhouden door een professional (décret 2020-912). Bewaar de attesten.
  • Subsidie: lucht/water en geothermie vallen onder MaPrimeRénov’; lucht/lucht níet. Zie Fase 7.

Sterk

  • Laagste stookkosten (COP 3–4)
  • Hoogste subsidies (lucht/water, geo)
  • Koelt desgewenst ook (lucht/lucht)

Zwak

  • Hoge investering; RGE-installateur vereist
  • Presteert slecht in ongeïsoleerde huizen met hete radiatoren
  • Geluid buitenunit; onderhoudsplicht

Fase 5Ventilatie: de vergeten helft van het verhaal

Ventilatieverliezen vormen een groot deel van het totale warmteverlies van een huis — en juist na het isoleren en kierdicht maken wordt ventileren óók een gezondheidskwestie. In veel Franse huizen hangt een mechanisch afzuigsysteem: de VMC simple flux. Eén ventilator (meestal op zolder) zuigt lucht af uit de vochtige ruimtes — keuken, badkamer, wc — en verse lucht stroomt na via roosters en kieren in de droge vertrekken.

Schema: VMC simple flux, afzuiging uit keuken, badkamer en wc
Schema: VMC simple flux, ruimtelijk aanzicht met slaapkamer
Waarom geen afzuiging in de slaapkamer? Wie de slaapkamer afzuigt, trekt lucht uit de rest van het huis aan — inclusief vochtige keuken- en badkamerlucht. Zuig daarom alleen de vochtige ruimtes af; de droge vertrekken krijgen verse lucht via toevoerroosters.

De moderne stap is balansventilatie met warmteterugwinning (VMC double flux): er wordt evenveel lucht ingeblazen als afgezogen, en een warmtewisselaar draagt de warmte van de afvoerlucht over op de verse toevoerlucht. Goede units winnen tot zo’n 90 % van de ventilatiewarmte terug — in het voorbeeldhuis scheelt dat rond een kwart van de totale warmtebehoefte.

Schema: warmtewisselaar van een VMC double flux
Schema: woning met balansventilatie, toevoer- en afvoerkanalen

Inbouwen in een bestaande fermette is bewerkelijk (kanalen door het hele huis); combineer het met een grote renovatie waarbij plafonds toch open liggen. Voor wie dat te ver gaat, bestaan decentrale units met warmteterugwinning: individuele door-de-muur-apparaten voor bijvoorbeeld badkamer of keuken, met een keramische kern die beurtelings warmte opslaat en afgeeft.

Schema: decentrale wandventilatie-unit met warmteterugwinning
Subsidie: de VMC double flux valt in 2026 onder het MaPrimeRénov’-parcours par geste (zie Fase 7).

Fase 6Uit de praktijk: zo blijven onze lezers warm

Op het (inmiddels gesloten) forum van Infofrankrijk liep in 2015–2016 een levendige discussie onder de titel “Hoe blijf jij warm?” — ruim honderd bijdragen die nog altijd verrassend actueel zijn. Een bloemlezing.

“Ik heb twee moderne grote houtkachels, hout uit eigen bos, en elektrische kachels als reserve. Die gebruik ik hooguit vier dagen per jaar.”
“Voor het eerst stookte ik met hout dat twee jaar had gedroogd, en wat blijkt? De haard geeft eindelijk warmte!”
“Omdat isoleren goedkoper is dan stoken, hebben wij bij elke renovatie degelijke isolatie toegepast: zolder, buitenmuur, overal dubbel glas. In een 175 jaar oud huis moet je wel compromissen sluiten.”
“Wij verwarmen hoofdzakelijk ’s nachts en tijdens daluren met inertiekachels. Overdag de houtkachel, om kosten te drukken.”
“Elke avond de luiken dicht, scheelt enorm. Werkje van niks.”
“In de winter sluiten we kamers af. Zo maken we het huis letterlijk kleiner en beter te verwarmen.”
“Onze buren hebben drie houtwallen: voor dit jaar, volgend jaar en het jaar daarna. Slim systeem!”
“Na twee dagen stoken is het overal in huis 15 graden. Met een extra trui is dat prima… en het went!”

De rode draad, tien jaar later nog steeds geldig: isoleren gaat vóór stoken, comfort komt uit een míx van bronnen (hout voor de basis, elektrisch of een warmtepomp voor de pieken), en de goedkoopste winst zit in gewoonten — luiken sluiten, ruimtes afsluiten, en hout ver vooruit kopen en drogen.

Fase 7Subsidies en verplichtingen 2026

De regels veranderen jaarlijks; dit is de stand van medio 2026. Controleer vóór u tekent altijd de actuele situatie op france-renov.gouv.fr — en vraag alleen offertes bij RGE-gecertificeerde installateurs, anders vervalt elk subsidierecht.

MaPrimeRénov’ in het kort

  • Warmtepomp lucht/water: € 5.000 / € 4.000 / € 3.000 voor resp. zeer bescheiden, bescheiden en middeninkomens (parcours par geste); hogere inkomens vallen buiten dit parcours. Geothermie: tot € 11.000. Lucht/lucht-warmtepompen (airco’s) krijgen niets. Bovenop MaPrimeRénov’ zijn CEE-premies (Coup de pouce) cumuleerbaar.
  • Fioul-tank eruit: aanvullende premie (dépose de cuve) van € 1.200 / € 800 / € 400 naar inkomen.
  • Per 1 januari 2026 geschrapt uit het parcours par geste: muurisolatie én biomassaketels (hout- en pelletketels). Die blijven alleen subsidiabel binnen een begeleide totaalrenovatie (rénovation d’ampleur, met Mon Accompagnateur Rénov’). Het loket was begin 2026 wegens de begrotingsimpasse dicht en is op 23 februari 2026 heropend.
  • VMC double flux en zonneboilers/chauffe-eau thermodynamique vallen (nog) wél onder het parcours par geste.
  • Daarnaast: TVA 5,5 % op energetische renovatiewerken, de renteloze éco-PTZ, en vaak lokale/departementale premies. Voor het volledige overzicht: zie onze subsidie-artikelen op Infofrankrijk.

Verboden en verplichtingen

Regel Sinds / vanaf
Geen nieuwe fioul-ketels (décret 2022-8, grens 300 g CO₂/kWh); bestaande mogen blijven draaien 1 juli 2022
Verhuurverbod DPE-label G (nieuwe verhuur/verlenging) 1 januari 2025
Verhuurverbod DPE-label F 1 januari 2028
Verhuurverbod DPE-label E 1 januari 2034
Jaarlijks onderhoud gas- en fioul-ketels (attest bewaren) lopend
Onderhoud warmtepomp/airco 4–70 kW: minstens elke 2 jaar (décret 2020-912) lopend
Ramonage (schoorsteenvegen) bij hout- en fioul-stook: jaarlijks; ook verzekeringsvoorwaarde lopend

Let op: sommige agglomeraties (o.a. regio Parijs, Lyon, Grenoble) stellen aanvullende eisen aan houtstook en open haarden via luchtkwaliteitsplannen. Informeer bij uw mairie.

Fase 8Zo kiest u

Er bestaat geen beste systeem — er bestaat een beste systeem voor úw huis, úw budget en úw bereidheid om hout te sjouwen. De beslisvolgorde:

  1. Beperk eerst de vraag. Isoleren en ventilatiewarmte terugwinnen verslaat elke ketel. Begin bij de warmteverliezen.
  2. Bepaal wat er kán. Aardgas in de straat? Ruimte en zin voor houtlogistiek? Vloerverwarming mogelijk? Aansluitvermogen toereikend?
  3. Reken met de tabellen uit Fase 3 — of laat het EnergiePortaal rekenen met uw eigen cijfers.
  4. Check de subsidiekant vóór de offerte (Fase 7): RGE-installateur, juiste systeemkeuze, aanvraag vóór de werken.

Doen

  • Warmteverliesberekening vóór elke offerte
  • Combineren: hout voor de basis, warmtepomp of elektrisch voor de rest
  • Hout 18–24 maanden vooruit kopen en droog opslaan
  • Offertes alleen bij RGE-installateurs

Niet doen

  • De warmtepomp dimensioneren op de oude ketel
  • Een open haard als verwarming meerekenen
  • Nog investeren in fioul
  • Subsidie aanvragen ná de start van de werken

Verantwoording

Dit dossier is de samenvoeging en actualisatie (juli 2026) van vier eerdere publicaties op Infofrankrijk: “De keuze van het verwarmingssysteem” en “Ventilatie met warmteterugwinning” van Aat de Kwaasteniet, met foto’s en bijdragen van Rob (RobertArthur), het overzichtsartikel uit de reeks Verwarmen, en de forumbloemlezing “Hoe blijf jij warm?”. De technische uitleg volgt de oorspronkelijke reeks; prijzen, subsidies en regelgeving zijn geactualiseerd naar de stand van medio 2026 op basis van o.a. france-renov.gouv.fr, service-public.fr, de décrets 2022-8 en 2020-912, CRE-referentieprijzen en ADEME-gegevens. Alle geldbedragen zijn indicaties; energieprijzen en subsidiebedragen wijzigen doorlopend.