Wanden van gasbetonblokken

door | jul 14, 2017 | Bouwkundig, Verbouwen

 WANDEN  VAN  GASBETONBLOKKEN   (BÉTON CELLULAIRE)

Wanden van gasbetonblokken (ook cellenbetonblokken genoemd) bieden enige warmte-isolatie maar de geluidsisolatie van de standaard blokken is matig (er bestaat ook een versie met verhoogde geluidsdemping). Hun gewicht is gering.

De fabrikant Xella heeft een uitvoerige (Nederlandstalige) video documentatie over het werken met gasbetonblokken. Ik beperk me hier tot een aantal kleine hints.

1.  Gereedschappen voor gasbeton:

​Voor het werken met gasbetonblokken zijn weinig speciaalgereedschappen nodig, maar deze moet u wel hebben (zie afb. 1):

  • een grof getande zaag met hardmetalen punten,
  • een U-vormige lijmtroffel, passend bij de dikte van uw blokken,
  • een rasp.
    En natuurlijk de gebruikelijke gereedschappen zoals troffel, (rubber)hamer, waterpas en metselkoord.

 

afb. 1 De gereedschappen voor béton cellulaire

Afbeelding 1, gereedschappen voor gasbeton: 
1 grove zaag met hardmetalen punten
(scie à plaquettes de carbure)
2 U-vorm troffel voor  7cm blokken (peigne à colle)
3 U-vorm troffel voor 10cm blokken
4 rasp (noemen de Fransen chemin de fer)
5 veeranker, zie ook afb.5
Een ander interessant gereedschap is hier te zien –>
Afb.2a, een mal voor het zagen van gasbetonblokken.
Handig, omdat de zaag in het ​zachte materiaal al te
makkelijk verloopt.  ​Men kan dit hulpmiddel ook
eenvoudig van hout zelf maken!
Zie afb. 2b.

 

afb 2 – 2a  Zaagggeleider

2.  Afmetingen van de blokken

Courante maten van gasbetonblokken zijn 60x20cm, 60x40cm en
60x50cm, en deze zijn 5, 7, 10 of 15cm dik (ik ben ook blokken van
50×20 en 62,5×50 tegen gekomen). Er bestaat ook een aantal
vormblokken, bijv. kwartronde.
Voor nietdragende scheidingswanden gebruikt men 7cm dikke
blokken, bij dragende of zeer hoge wanden 10cm; 5 cm is meer
bedoeld voor kleine bouwsels zoals een badombouw,
schoorsteenmantel of haardombouw (zie afb .12).​
​NB.: Voor dit soort kleine bouwsels bestaan ook Marmox platen,
geproduceerd van drukvast XPS schuim, tweezijdig voorzien van
een toplaag van cementmortel en glasweefsel. Zie ook bij wedi.

 

afb.  2b zelfgemaakte zaaggeleider

 

Afb. 3 Carreaux de plâtre alvéolés

​Er bestaan ook speciale gasbetonelementen
– met profiel aan de verticale kanten
– met profiel rondom,
– carreaux de plâtre alvéolés,  met holle ruimtes dus.

​Zie afb. 3


3.  Het plaatsen van de blokken

Ik beperk mij tot tips die vooral in oude huizen nuttig zijn.
De eerste laag van een cellenbetonwand plaatst men op een plastic U-profiel van de juiste breedte. Dit profiel, aange-past aan de dikte van de blokken, vergemakkelijkt het leggen van de eerste laag en voorkomt ook het optrekken van vocht, als de ondergrond niet helemaal droog is. Dit profiel, zie afb.4, wordt op de ondergrond geplakt, geschroefd of gespijkerd. De celbetonblokken worden gewoon erin gezet, zonder lijm of specie! De verticale voegen tussen deze eerste blokken worden wél gelijmd.

afb.  5 Het plaatsen van de eerste rij gasbetonblokken

De volgende lagen blokken worden aan twee kanten, de lintvoeg en de stootvoeg, met behulp van de lijmtroffel van een aantal repen blokkenlijm voorzien, met een schuivende beweging geplaatst en met een rubberen hamer (maillet caoutchouc) vastgezet. Voor meer details van de uitvoering kan ik verwijzen naar de website van  mijnkluswijzer (met video) en natuurlijk de bouwwijzer van Xella. ​

afb.  6 Lijm aanbrengen met de U-vorm troffel

4.  Wat te doen bij een niet vlakke ondergrond?

Nu komt het in oude huizen vaak voor dat de ondergrond niet egaal is. Als men dit niet bij de eerste laag corrigeert, houdt men bij alle volgende lagen moeilijkheden. De eerste laag komt goed horizontaal te liggen als men deze op een drukbalk plaatst, die goed uitgeklost en op compriband gelegd is. Men kiest de drukbalk even breed als de celbetonstenen dik zijn, de minimaalhoogte is ongeveer gelijk aan de breedte. Men kan ook de blokken van de eerste laag aanpassen zoals op afb. 7 aangegeven.

 

afb.  7  Cellenbetonblokken op doorgezakte vloer: de eerste laag

Men legt de eerste laag eerst droog op de vloer en tekent een rechte horizontale lijn af, groen (1)  in afb. 7 . Dan wor-den de blokken langs deze lijn afgezaagd of bijgeschaafd en ondersteboven neergezet, (2) in afb. 7.
Het doorhangen van de vloer is op de tekening overdreven om het principe duidelijk te maken.5.  Heel belangrijk: de flexibele montage

Omdat cellenbeton een andere uitzettingscoëfficiënt dan steenachtige bouwmaterialen heeft, mogen cellenbeton-wanden nooit vast verbonden worden met andere wanden van het huis; dat leidt vroeger of later tot krimpscheuren. De uiteinden van een cellenbetonmuur moeten veel meer door veerankers, die om de twee of drie lagen geplaatst worden, met de aansluitende muren verbonden worden, zie afb. 8 en 9. Men kan hiervoor in het oppervlak van het blok een ondiepe sleuf schrapen. Men zet het anker in het blok vast met cellenbetonnagels, in de muur met schroeven en pluggen, het liefst gebruikt men hiervoor roestvrijstalen schroeven.
Cellenbetonwanden kunnen ook het doorbuigen van de vloer niet volgen. Daarom is de montage op de genoemde U-profielen, afb.4 en 5, verplicht.
Ook tegen plafonds houdt men een afstand van 10 à 15mm, gebruikt om de twee blokken een veeranker (afb.11) en vult de spleet op met bouwschuim.
​Dilatatievoegen in de wand zelf zijn meestal niet nodig – uitzondering heel brede wanden van 5m of meer.
​Wie met de flexibele aansluitingen op de vloer, aan de zijkant of de plafondaansluiting te nonchalant omgaat krijgt vroeger of later met krimpscheuren te maken.
​Er bestaan ook speciale kozijnankers voor cellenbetonwanden, afb. 10.

 

afb.  9 Om de twee of drie lagen verankeren

 

afb.  8 haakse veeranker

 

afb.  10 kozijnanker

6.  Leidingen in gasbetonwanden

Na het compleet uitharden van de wand, normaal na drie dagen, kan men gaten boren en sleuven aanbrengen. Gaten in gasbetonblokken kan men het beste met een oude houtboor boren. Sleuven, bijvoorbeeld voor leidingen, krabt men met een verfkrabber of een speciaal gleufijzer, afb. 12; of men zaagt met de multitool  twee sneden op de juiste afstand en breekt het materiaal ertussen uit, afb. 13. Door zijn zachtheid is cellenbeton uitermate geschikt voor het aanbrengen van sleuven voor alle soorten leidingen. Anderzijds zijn cellenbetonblokken zo sterk dat een wastafel daaraan kan worden opgehangen. Wel de speciale gasbetonpluggen (afb. 15) voor de stokschroeven gebruiken en op de hiervoor voorgeschreven boordiameter letten!
afb. 12 gleufijzer

 

afb. 13 twee zaagsneden, dan uitbreken

 

afb.  14

 

afb. 15 cheville pour béton cellulaire

7.  Een badombouw van gasbetonelementen

Hier heb ik de dunne 5cm-blokken gebruikt, want veel draagkracht is niet nodig. Let op de ‘recessed plinth’, waardoor men makkelijk voor de badkuip kan staan.
Ook de doucheafscheiding rechts bestaat uit deze 5cm-blokken; het is de doucheafscheiding waarvan de bouw op afb.6 te zien is.

 

afb.  16 Badombouw van 5cm-cellenbetonblokken.

Meer over dit badkamerproject (afb. 12) is hier te lezen.

Categorieën

Gerelateerde berichten

DPE in Frankrijk: energielabel, verplichtingen en de wijziging van 2027

De DPE bepaalt sinds 2021 rechtsgeldig de energie- en klimaatklasse van uw Franse woning. Per 1 januari 2027 verandert de rekenmethode opnieuw: het arrêté van 19 augustus 2026 verlaagt de omrekeningsfactor voor elektriciteit van 1,9 naar 1,7, waardoor ongeveer 300.000 woningen uit de categorie energieslurper verdwijnen zonder dat er een steen is verlegd, en bestaande DPE’s gratis kunnen worden bijgewerkt bij ADEME. Dit dossier legt uit hoe de klassen, de dubbele drempel, het verhuurverbod, de DPE collectif voor VvE’s, de uitzonderingen en de bezwaarprocedure werken. Plus de gedocumenteerde kritiek op de methode, en wat kopers, verkopers en keurders op ons forum uit eigen ervaring melden.

Daken

Een oud Frans dak is mooi tot het gaat lekken. Christian von Klösterlein beschrijft uit eigen ervaring hoe u een traditioneel pannendak opknapt met behoud van de bestaande constructie: gordingen rechtzetten, nieuwe sporen uitlijnen, onderdakfolie, panlatten en pannen leggen, en vooral de plekken waar het misgaat, de randen, de nok, de kielgoten en de schoorsteen. Daarna volgen de zinken dakgoten, van ontwerp tot solderen, en een overzicht van de Franse dakconstructie met alle vaktermen, van entrait tot chevron. In gearceerde blokken staat wat er sinds zijn tijd is veranderd: écran HPV, geventileerde nok, loodvrij soldeer, de isolatieplicht bij dakrenovatie, de DPE en de vergunningen voor een bewoonbare zolder, telkens met bron.

Handboek Zonnepanelen en Energieopwekking Frankrijk

Op 5 juni 2026 is het Franse verdienmodel voor nieuwe particuliere zonne-installaties fundamenteel veranderd: de investeringspremie is verdwenen en het gereguleerde terugleveringstarief sterk verlaagd. Dit handboek behandelt de twee resterende routes, de vermogensgrens die daartussen scharniert, de verzekeringseisen waar de meeste rekensommen op stuklopen, en hoe u een offerte controleert.