Bij de van een bewoonde zolder bestaan twee mogelijke werkwijzen:

abb.15.5.2 - 1 Zolderkamer met zichtbare sporen
abb.15.5.2 - 1 Zolderkamer met zichtbare sporen

- Als de of sporen een zwaar profiel hebben en enigszins recht en regelmatig zijn dan kan men tussen deze gordingen of sporen isoleren en deze (gedeeltelijk) in het zicht laten.

- Als de uit relatief zwakke profielen bestaat, of als de dakconstructie erg onregelmatig is dan kan men beter een isolatie en afwerking toepassen die dit alles bedekt. Dit wordt onder 15.5.3 behandeld.

Helaas zult u niet vaak zo dikke sporen aantreffen dat u de eerstgenoemde werkwijze toe kunt passen. Tegenwoordig zijn de meest toegepaste maten 60/80 en 80/100mm (B/H). U hebt dus nauwelijks de ruimte om een 100mm dikke isolatie aan te brengen. Alleen bij zeer oude gebouwen of speciale constructies treft u sporen met een hoogte van meer dan 100mm aan.

afb.15.5.2 - 2 Het plaatsen van isolatie en afwerking tussen sporen
afb.15.5.2 - 2 Het plaatsen van isolatie en afwerking tussen sporen

Alleen bij zeer oude gebouwen of speciale constructies treft u sporen met een hoogte van meer dan 100mm aan.

Afb.1 toont een zolderkamer waar de sporen zo hoog waren dat deze methode mogelijk was.

De werkwijze is zoals op afb.2:

1. Dakbeschot en op lekkages controleren, zo nodig repareren.

2. Als een gepland is dit eerst plaatsen.

3. Slechte aansluitingen tussen buitenmuur en dak met afdichten (geen toegang voor ongedierte, maar wel luchtcirculatie).

4. Begin met de isolatie van het schuine gedeelte. Latjes van ca 25x40mm (panlatten) tegen de zijkanten van de spijkeren of schroeven.

Van voorkant latjes tot het dakbeschot (of de panlatten bij een niet beschoten dak) moet een afstand gelijk aan de gewenste isolatiedikte plus een luchtspleet van minimaal 15mm blijven.

Een alternatief voor de panlatten zijn L-profielen van gegalvaniseerd staal.

5. Isolatieplaten of -dekens tussen de latjes aanbrengen en afwerkplaat ervoor aanbrengen. Het dient met de aan de warme kant, dus de binnenkant, te liggen.

6. Als afwerkplaat is (placoplâtre) het meest voor de hand liggend. Met speciale schroeven en het bijbehorende schroefhulpstuk bevestigen.

Is de afstand tussen de sporen (les chevrons) groter dan 60cm dan moet men horizontale profielen aanbrengen.

Zie hiervoor 8.3.4 afb.5.

of schrootjes zijn alternatieven voor gipsplaat - kwestie van smaak.

7. De afgeschuinde voegen van de gipsplaten worden zoals onder 8.3.2 beschreven afgewerkt. Dit is dan geschikt voor of verven.

Stukken is bijzonder mooi (dan alleen en grove naadafwerking nodig).

Naden tussen dakafwerking en binnenmuren ook met voegband en afwerken, beter elastisch afkitten.

8. Tips voor de afwerking van het schuine gedeelte: - Bij onregelmatig en/of niet evenwijdig liggende balken maakt men eerst een mal van karton alvorens de gipsplaten op maat te maken. - Er bestaan diagonaal gesneden halfstugge isolatieplaten die met een minimum aan afval aan iedere breedte aan te passen zijn, zie afb.3. - Maximale balkenafstand voor gipsplaat is 60cm.

Bij een grotere afstand horizontale hulplatten/hulpprofielen aanbrengen.

Op de website van de bouwmarkt OBI is een uitvoerige handleiding te vinden.

afb.15.5.2 - 3
afb.15.5.2 - 3

Dit is de werkwijze als de sporen in het zicht zijn. Zijn de gordingen in het zicht dan kan men tussen de op de gordingen liggende sporen isolatie aanbrengen zoals hierboven beschreven, dan blijven de gordingen in het zicht, of men kan alles tussen de gordingen met isolatiemateriaal opvullen en de betimmering van gording tot gording plaatsen. Als binnenmuren gepland zijn dient men deze los van de dakconstructie te plaatsen. Gasbetonwanden of van gipsplaatwanden dient men alléén door veerankers met de dakconstructie te verbinden. Hiervoor bestaan ook schuifconstructies en speciale opnameprofielen..

volgende ->