De Mickey Mouse van de Seine

Auteur: Gerard d’Olivat


 

 

 

Ik had thuis alle ‘classics’ en andere ‘historische’ reeksen. Als het maar ‘geïllustreerd’ was, anders kon ik het niet onthouden en zeker geen geschiedenis! Dat had ik mijn ouders tenminste wijsgemaakt.
Ze vonden het maar niks want plaatjes maakte je dom, was hun stellige overtuiging. Tekst, liefst zo moeilijk mogelijk en echte literatuur dat was het hogere dat nagestreefd moest worden.
Toch kon ik ze soms verrassen met mijn ‘flut’ kennis, variërend van de ‘drie musketiers’ tot Florence Nightingale en de dappere strijd van de Zouaves op de Krim.

Toen we, ik geloof dat ik tien was, naar Parijs gingen, wilde ik perse naar de Pont Alma om al hangend over de reling naar de Zouave van Parijs te kijken.
Waarschijnlijk dacht ik dat hij met Florence Nigthingale getrouwd was aan het eind van die Krim heldhaftigheden. Zo doe je dat als kind om de boel een beetje overzichtelijk te houden.

 

 

Mijn vader, een aardige man, verbeterde mijn hang naar de verhalende romantiek van de geschiedenis, door me allerlei ‘echte’ zaken te vertellen over de Krimoorlog, die ik daarna maar weer snel vergat.
Maar zoals gezegd, eenmaal opgeslagen met plaatjes en al, vergeet je je helden niet zo gauw.

Later is het dan makkelijk om er ‘echte’ kennis aan op te hangen, over hoe die Krimoorlog nou eigenlijk was en wat die Zouaves allemaal uitgevreten hebben in de lange militaire geschiedenis van Frankrijk.
Algerijnse commando’s eigenlijk, een ‘zwierig’ tot de verbeelding sprekend keurkorps, dat pas bij het verlies van de kolonie in 1962 werd opgeheven.
Jammer, weg ‘flut’ kennis, zomaar op de schroothoop van de geschiedenis. Toch heb ik het nooit kunnen laten om aldoor maar weer even over de reling van de geschiedenis te hangen bij de Pont Alma als ik Parijs bezoek.
Alma, Sebastopol, Malakoff, allemaal van die mysterieuze namen op de plattegrond van Parijs, die verwijzen naar hoe de Fransen hun militaire geschiedenis weer probeerden op te poetsen op de Krim, na de smadelijke terugtocht van Napoleon uit Moskou.

 

De slag bij de Alma, die kleine rivier op de Krim was een opsteker, waar eindelijk de Russen voor het eerst weer een stevige nederlaag leden. Goed voor het moreel van Napoleon III en het morrende thuisfront.

 

 

 

En daar staat hij, de Zouaaf op zijn sokkel en hangend over de brug komt de geschiedenis tot leven. Een kolos, gehakt uit 8 ton kalksteen. De ‘waterwachter’ van Parijs.
Normaal droog op zijn sokkel. Maar als het Seine water stijgt, krijgt hij het moeilijk, zelfs een keer tot zijn schouders in 1910.
En nu staat mijn Zouaaf weer onder water, maar nooit tot zijn hoofd want dan zou Parijs door het water ‘verzwolgen’ worden.
Een ‘water en land oorlog’ zomaar aan de Seine, de Alma en de Zwarte Zee.
Een onwaarschijnlijk alliantie tussen de Fransen, de Britten en de Turken om de Krim te heroveren op de Russen, die het op hun beurt weer zeventig jaar daarvoor hadden veroverd op de Ottomanen.

En de Zouaves flikten het, die rare strijders met hun Fez, blauwe wollen riemen en rode pofbroeken.
Gedisciplineerd en getraind om in kleine eenheden te opereren in de woestijn en andere onherbergzaam gebieden. Bovendien hadden ze een mooi modern geweer, een Minié van Franse makelij, waarmee ze de Russen op grote afstand konden uitschakelen.

De Slag bij de Alma was gewonnen en Napoleon III was er als de kippen bij om er een monument voor op te richten, een brug, met oorspronkelijk vier standbeelden van soldaten uit het Tweede Franse Keizerrijk. Drie zijn er verdwenen maar de Zouaaf bleef over.

Iemand moet natuurlijk ‘model’ gestaan hebben voor de anonieme Zouaaf.

En zoals onderzoek naar de trivia van de geschiedenis nou een keer voorschrijft, hebben ze hem gevonden.
Andre-Louis Gody, een volstrekt onbekende inwoner van Gravelines, een stadje toen nog ten Noorden van Parijs.
Andre Louis was een man met mooie gelijkmatige heldhaftige trekken, baard en postuur. En daar zat, nou ja, stond hij wekenlang als model in het beeldhouwers atelier, zonder met zijn ogen te knipperen.

Eén gouden Napoleon per dag kreeg hij en in veertien dagen, zonder te pauzeren werd zijn afbeelding in steen gehouwen.
Vijftien gouden Napoleons kreeg hij, veertien voor het poseren en één voor de moeite.
Een fortuin in die tijd en het gerucht gaat dat Gody het nog sneller weer kwijt was in de kroegen en bordelen van Parijs. Allemaal ‘flutkennis’ natuurlijk, die er niks toe doet.
Wie zijn andere gebeeldhouwde kameraden waren weet ik niet: de grenadier, de jager en de schutter.
Ze zijn allemaal verplaatst in de loop der jaren en hebben hun loopbaan ergens beëindigd of voortgezet ver van de brug.

 

Andre Louis, mijn Zouaaf uit Gravelines, die zelf nooit als soldaat gediend heeft, is blijven staan. En zo staat hij daar als dronkenlap en hoerenloper. Eigenlijk als karikatuur voor die honderdduizenden die daar in die verschrikkelijke Krimoorlog zijn gesneuveld.
“ik sta hier en ik blijf hier” J’y suis j’y reste, de spreuk van Mac Mahon, maarschalk/generaal van Frankrijk tijdens de Krimoorlog en President de la Republique.
Het is het motto geworden van de Zouaven. De oorspronkelijke brug bestaat niet meer, gesloopt en vervangen in 1970.

Maar af en toe gebeurt er iets dat een nieuwe pagina toevoegt aan geschiedenis van de Pont Alma zoals het tragisch dodelijk ongeluk van Lady Diane en haar Dody al Fayed, daar in die tunnel bij de brug.
En terwijl ik zo over de brug hang als tienjarige en naar ‘de geschiedenis’ kijk, zegt mijn vader tegen me.
Weet je wat Zouaaf in het Engels betekent? Zonder op mijn antwoord te wachten zegt hij; ‘een zot’ een ‘Mickey Mouse’.

Zie je wel denk ik die ‘stripboeken’ hebben gelijk, de hele geschiedenis bestaat uit trivia en illustraties.

Gerard d’Olivat

 

 

©2018 Communities Abroad  |  infofrankrijk.com

DISCLAIMER

Login

of    

Forgot your details?

Create Account