Belastingen

 


Aftrekbaarheid premies CVZ en AWBZ; pleit gewonnen

Uit het forum:

"Na enkele jaren van discussie met de Belasting ambtenaar in Orange over de aftrekbaarheid van de betaalde premies CVZ en AWBZ (inclusief alle naheffingen) is er nu na bemiddeling van de Conciliateur Fiscal Departemental een voor mij verhelderende uitspraak gedaan.
De consequent opgelegde ambtshalve aanslagen die verhoogd zijn met rente en boete (intérêts de retard et au titre de la majoration) worden gecorrigeerd. Bovendien mag ik ook een claim indienen voor gederfde rente over de teveel betaalde belasting."

Voor al degenen die ook in een dergelijk conflict zitten hieronder de (CFD) tekst met daaronder de vertaling:
"S’agissant de votre demande de déduction des cotisations de sécurité sociale versées aux Pays-Bas de revenu brut que vous déclarez en France en 20.., il convient de préciser que les articles 83-10 et 10-O bis du Code Générale des Impôts (CGI) stipulent que depuis l’imposition des revenus de l’année 2004, les cotisations de sécurité sociale (régime général et régimes spéciaux, y compris les régimes étrangers de sécurité sociale auxquels les salariés restent affiliés dans leur pays d’origine) sont déductibles sans limite de la rémunération brute.
Ainsi, la contribution à titre obligatoire au titre de la loi sur l’assurance Soins de santé des Etrangers (partie proportionnelle aux revenues et partie fixe) entre dans la catégorie des cotisations déductible des revenus bruts déclarés en France puisqu’ils ont déjà subi un prélèvement dans le pays d’origine en l’occurrence les Pays-Bas."

Met betrekking tot uw aanvraag tot aftrek van bijdragen Sociale Zekerheid in Nederland van uw bruto-inkomen zoals u dat in Frankrijk in het jaar 20... hebt opgegeven, moet gepreciseerd worden dat artikelen 83-10 en 10-O bis van de Code Générale des Impôts (CGI) bepalen, dat vanaf heffing over de inkomsten over het jaar 2004, bijdragen aan de sociale zekerheid (régime général en régimes spéciaux, waaronder buitenlandse systemen van sociale zekerheid waartoe de werknemers verplicht worden in het land van herkomst bij te dragen) ongelimiteerd aftrekbaar zijn van het bruto-inkomen.
Zodoende wordt de verplichte bijdrage in de zin van de wet op de "assurance Soins de santé des Etrangers" (waarvan een gedeelte inkomensafhankelijk en een gedeelte inkomensonafhankelijk is) gerekend tot de categorie afdrachten die aftrekbaar zijn van het bruto-inkomen zoals dat in Frankrijk wordt opgegeven, omdat ze reeds ingehouden zijn, in dit geval in Nederland.

Met andere woorden: volgens de Franse wet mogen verdragsgerechtigden de wettelijk verplichte bijdragen CVZ en AWBZ aftrekken van het in Frankrijk voor de belasting opgegeven bruto-inkomen. Dit wordt bepaald in artikelen 83-10 en 10-o bis van de ALgemene belastingwet (Code Générale des Impôts (CGI).
Mocht u een conflict hierover hebben met de Franse belastingdienst, dan kunt u op deze wetsartikelen wijzen. U kunt zelfs teveel betaalde belasting met rente terugvorderen.
Mocht u Met de plaatselijke belastingdienst hierover in conflict geraken, dan kunt u de Franse fiscale mediator inschakelen (zie verder op deze pagina).

Een voetnoot bij deze aftrek: doet u online aangifte, dan voorziet het Franse belasting-aangiftesysteem online niet in een post waar u de aftrekbare premies kunt invoeren. Een oplossing die door de belastingdienst in Orange wordt geboden is elk jaar bezwaar te maken tegen de opgelegde aanslag (onderbouwd met de wetsartikelen, m.k.), zodat deze met de hand door de betreffende belastingdienst gecorrigeerd kan worden.


Belasting na het overlijden van de (huwelijks-)partner

Na het overlijden van een partner moet de overblijvende partner over het betreffende belastingjaar 2 aangifteformulieren invullen en deze tegelijk naar de belastingdienst sturen.

Het eerste formulier heeft betrekking op de inkomsten van het (echt-)paar, dus van de overledene en diens partner, voor de periode van 1 januari van het betreffende jaar tot de dag van overlijden. Op het tweede formulier staan de inkomsten van de weduwe of weduwnaar vanaf de dag van overlijden en 31 december van het jaar van overlijden. De twee formulieren moeten in mei, of in geval van elektronische aangifte in juni, bij de belastingdienst binnen zijn.

De overheid berekent dan voor de twee perioden de verschuldigde belasting volgens het progressieve tarief. De belastingbetaler profiteert dus over het betreffende belastingjaar van een lager belastingtarief en betaalt dus over hetzelfde inkomen iets minder.


De voornaamste TVA (BTW)- tarieven per 1 januari 2014 

TVADe TVA van 19,6% is verhoogd naar 20%.
De TVA met het tarief 7% is verhoogd naar 10%
De TVA van 5,5% blijft gelijk (dit is besloten op 19 december 2013 – eerder werd een verlaging tot 5% voorzien).

Deze verhoging van de TVA, die meer dan 6 miljard euro zou moeten opleveren, dient vooral voor het financieren van een deel van de crédit d’impôt compétitivité emploi (CICE), en zou de loonkosten voor de bedrijven moeten beperken met 10 miljard euro in 2014 en met 20 miljard op langere termijn.

Hoe zit dat nu eigenlijk met de TVA-tarieven ?

Het gewone tarief van 19,6 %  heeft betrekking op de meerderheid van verkochte goederen en diensten. Dit tarief is van toepassing op alles waar de andere speciale tarieven niet expliciet op worden toegepast. Dit tarief wordt op 1 januari 2014 verhoogd naar 20%.

Dan is er het lagere tarief van 7 %, dat vooral van toepassing is op landbouwproducten als grondstof, stookhout, sociale woningen, personentransport, restauratie, woningverbetering, bioscoopkaartjes, musea, dierenparken etc. ; ook is het tarief van toepassing op goederen en diensten die voor 1 januari 2012 onder het tarief van 5,5% vielen, met uitzondering van bepaalde goederen en diensten. Dit tarief wordt verhoogd naar 10%.

Het verminderde tarief van 5,5 % heeft betrekking op levensmiddelen, voorzieningen en diensten voor gehandicapten, abonnementen voor gas en elektriciteit, maaltijden in schoolkantines, warmtevoorzieningen met uitzondering van duurzame energiebronnen, boeken en kaartjes voor levende voorstellingen. Dit tarief blijft hetzelfde in 2014 en wordt ook van toepassing op woningverbetering met warmte-isolatie als doel.

Het bijzondere tarief van 2,1 %  is o.a. bestemd voor medicijnen die door de Securité Sociale worden vergoed, op de verkoop van levende dieren voor slagerijdoeleinden,  op tv-rechten, op bepaalde voorstellingen en op perspublicaties. Dit tarief blijft in 2014 gelijk.

De gewone consument zal vooral het effect merken van de verhoging van het ‘gewone’ tarief van 19,6%. Boodschappen worden wat duurder, maar volgens de Franse minister van Economie, Pierre Moscovici, wordt deze prijsverhoging goedgemaakt door de beperktere inflatie.


Heerlen doet de buitenlandse particulieren

Als men geen fiscaal inwoner van Nederland meer is en zich uit Nederland laat uitschrijven, wordt automatisch de Belastingdienst in kennis gesteld. Emigratie is eigenlijk heel simpel: je gaat naar je gemeente en laat je uitschrijven uit het GBA (Gemeentelijke Basis Administratie) onder vermelding van het nieuwe adres in Frankrijk.

De Belastingdienst krijgt dan een berichtje van het GBA en dat leidt om te beginnen tot het afvuren van het F-formulier naar de emigrant. Het duurt dan enige tijd voordat de laatste aangifte via he taangiftebiljet M (voor de periode van het jaar dat men nog in Nederland woonde én de tijd dat men al in het buitenland was) is geregeld en je definitief schoon schip kunt maken. Op dat formulier M moeten ook eventuele opgebouwde pensioenrechten worden opgegeven met het oog op de mogelijke conserverende aanslag die kan worden opgelegd.

Over dat recht is lange tijd gebakkeleid, de meeste belastingjuristen achtten een dergelijke aanslag in strijd met het verdrag en er zijn inmiddels rechterlijke uitspraken dat Nederland onjuist handelt. Dit verdrag bepaalt dat alle inkomsten die uit een pensioenaanspraak voortvloeien uitsluitend belastbaar zijn in het woonland van de belastingplichtige, in dit geval Frankrijk. Nederland moet daarom in dit geval van de heffing bij emigratie afzien. Maar de overheid heeft snel ingegrepen en voor reparatiewetgeving gezorgd. De minister van Financiën vreesde dat mensen tijdelijk zouden verhuizen naar landen met lage belasting op afkoopsommen. De reparatiewet werd rap aangenomen en is op 29 juni 2009 in werking getreden. De bevoegdheid om de belasting over opgebouwde pensioen- en lijfrenteaanspraken blijft dus bij Nederland. Er is nog wel een verschil: de belastingheffing gebeurt niet meer naar de (contante) waarde in het economische verkeer van de pensioen- of lijfrenteaanspraken, maar naar het oorspronkelijke bedrag waarop de premieaftrek werd toegestaan. De conserverende aanslag kan aan emigranten worden opgelegd bij emigratie. De aanslag hoeft niet te worden betaald, maar de belastingdienst kan gedurende tien jaar na het opleggen van deze aanslag de belasting invorderen bij het verzilveren in het buitenland van opgebouwde pensioenrechten, lijfrentes die in Nederland fiscaal prettig konden worden opgebouwd e.d.

Na de melding dat men naar Frankrijk gaat verhuizen, verhuist het dossier naar ‘Heerlen’, de belastingdienst voor particulieren in het buitenland (adres: Belastingdienst Limburg, kantoor Buitenland, Postbus 2865, 6401 DJ Heerlen. Tel. 045 56 03 111. BelastingTelefoon Buitenland (voor Nederlanders in het buitenland die Nederlands belastingplichtig zijn): telefoon: +3155 5 385 385, vanuit het buitenland: +31 55 5 385 385. Bereikbaar van maandag tot en met donderdag: 8.00 - 20.00 uur en vrijdag: 8.00 - 17.00 uur. E-mailverkeer is officieel niet mogelijk met ‘Heerlen’.  Met de telefonische bereikbaarheid van deze dienst is het treurig gesteld, hoewel de afgelopen jaren een lichte verbetering merkbaar is. Maar dat geldt vooralsnog slechts voor de toegankelijkheid voor Nederlanders in Nederland. Als je als  emigrant via het call-center na vele dure minuten op een afdeling terechtkomt, zijn de dossiers zoek of is de stapel af te werken zaken nog zo hoog, dat zelfs de ambtenaren zich verontschuldigen voor de chaos.

Wie in het verleden in Nederland elektronisch aangifte voor de Nederlandse inkomstenbelasting heeft gedaan, kan in Frankrijk niet werken met de persoonlijke DigiD-inlogcode. De ongeveer 700.000 personen met een Nederlands paspoort in het buitenland kunnen nog steeds niet beschikken over een DigiD om digitaal belastingaangifte te doen. Een DigiD wordt alleen toegekend aan personen met een adres in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA.) Niet-inwoners staan daarin niet meer ingeschreven. Hoeveel van deze mensen nog belastingplichtig zijn in Nederland is niet bekend omdat nationaliteit bij de uitvoering van de belastingwetgeving geen rol speelt. Een mogelijke oplossing hiervoor ligt in de toekomst bij de invoering van RNI (registratie niet ingezetenen.) Eén op de drie Nederlanders die zijn verhuisd naar het buitenland vindt het lastig om een belastingaangifte te doen. Zij ergeren zich aan het feit dat ze niet over een DigiD-code beschikken, om op die manier snel via internet hun aangifte te kunnen doen.

Pensioenen uit het bedrijfsleven worden bruto overgemaakt, nadat ‘Heerlen’ die vrijstelling van de inhouding van loonbelasting heeft verstrekt. Overheidspensioenen blijven echter belast in Nederland. De reden voor de afwijkende behandeling is dat overheden eraan hechten zelf belasting te heffen over betalingen waar ze zichzelf de middelen voor hebben moeten verschaffen. Algemeen en internationaal wordt deze gedachtegang geaccepteerd. Jammer dus voor de ABP’er, die niet kan profiteren van de vaak wat mildere belastingheffing in Frankrijk voor gepensioneerden. Maar mensen die hebben gewerkt bij een door de overheid gesubsidieerde instelling en niet in dienst van de overheid waren, kunnen het stuk ABP-pensioen ‘meenemen’, zodat later de pensioenuitkering met toepassing van een ‘diensttijdevenredige toerekening’ ook bruto kan worden overgemaakt. Anders gezegd, ‘Heerlen’ kan dan om een procentuele vrijstellingsverklaring worden gevraagd. Frankrijk wil dan wel informatie en men moet dan het netto deel van het pensioen dat in Nederland werd belast wel aangeven. Niet om er belasting over te betalen, maar om de franse fisc de gelegenheid te geven het belastingtarief te bepalen voor het in Frankrijk belaste deel (profitereren dus van de progressie.) Deze taux effectif regeling bepaalt dus het percentage dat Frankrijk heft over het niet in Nederland belaste pensioen.

Enkele van de belangrijkste verschillen en mogelijke varianten NL/FR:

  • De ‘liggingsstaat’ – hier dus Frankrijk - mag heffen over inkomsten uit onroerend goed, ook al ben je fiscaal inwoner in Nederland. Salarissen worden belast in de ‘werkstaat’.
  • Wie in Frankrijk werkt, betaalt geen loonheffing zoals de inhoudingen op het loon. Arbeidskosten zijn aftrekbaar. Het algemeen forfait is 10% met een maximum van € 13.948 of de werkelijke kosten. De minimum aftrek is € 415. Bedrijfsleven en overheid studeren wel op de invoering van een loonheffing aan de bron.
  • Wie uit Nederland pensioen ontvangt kan eventuele kosten aftrekken en geniet een forfait van 10% met een maximum van € 3592. Voor de sociale belasting mag de in Nederland verplichte bijdrage Zvw worden afgetrokken; dit is aan te tonen met een kopie van de jaaropgave.
  • De Franse fiscus heeft drie jaar de tijd om op een aanslag terug te komen, zes jaar bij de vermogensbelasting.
  • Nog steeds verlangt Nederland dat erfbelasting wordt betaald over het wereldvermogen wanneer een Nederlander binnen tien jaar na emigratie uit Nederland in het buitenland overlijdt. Frankrijk vraagt ook successiebelasting als de erfgenamen in Frankrijk ten minste zes jaar in Frankrijk wonen. Maar er bestaat een overeenkomst tussen Nederland - dat ook heft - om de belasting te verrekenen. Vaak hoeft er niet te worden bijbetaald, maar de tarieven tussen de twee landen verschillen op enkele punten nogal, afhankelijk van de familieband.
  • Wie in Frankrijk inkomstenbelasting betaalt, moet zijn totale wereldinkomen opgeven, inclusief eventuele onroerendgoedinkomsten uit Nederland. Deze onroerendgoedkomsten zijn niet belast in Frankrijk, maar voor de bepaling van het tarief moeten ze wel worden meegenomen.
  • Buitenlandse rekeningen moet je opgeven aan de fisc, gelijktijdig met het aangiftebiljet. Jaarlijks moeten op formulier 3916 deze rekeningen worden vermeld, ook al zijn er geen nieuwe bijgekomen.
  • ABP'ers betalen  in Nederland belasting, maar moeten wel aangifte doen in Frankrijk omdat ze inwoner zijn van Frankrijk. Vervolgens dienen ook de vrijgestelde bedragen te worden aangegeven, ter bepaling van het tarief.

Aanmelden doe je in het jaar dat volgt op de vestiging in Frankrijk, vóór 31 mei. Uitstel van aangifte kent men niet in Frankrijk.


Verkrijgbaarheid DigiD voor Nederlanders in het buitenland iets vergroot

DigiD3Volgens een bericht op de website van de Nederlandse overheid is het aanvragen van een DigiD voor Nederlanders in het buitenland iets vergemakkelijkt. Tot nu toe was het niet mogelijk voor deze Nederlanders om een DigiD aan te vragen. Slechts AOW-genieters in het buitenland kunnen via de Sociale Verzekeringsbank de code aanvragen. DigiD staat voor Digitale Identiteit en is een persoonlijke combinatie van een gebruikersnaam en een wachtwoord om via internet in contact te komen met Nederlandse overheidsdiensten.

Bij een aanvraag van de code stuurt DigiD volgens de gewone procedure een persoonlijke activeringscode naar het adres waarmee iemand in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) of bij de SVB geregistreerd staat. Dat kan dus niet voor Nederlanders in het buitenland. Het niet kunnen beschikken over een DigiD door Nederlanders in het buitenland gaf hun steeds meer problemen. Nu is begonnen met het openstellen van balies waar Nederlanders in het buitenland zich kunnen melden. Daar kunnen zij ter plaatse bij een speciale balie een DigiD aanvragen én activeren. De gemeenten Enschede en Maastrischt zijn hiermee inmiddels begonnen. Later deze maand volgen Echt-Susteren, Den Haag en op termijn Schiphol en het Nederlands Consulaat in Antwerpen.

Om in aanmerking te komen voor een DigiD aan de balie, dient wel voldaan te worden aan enkele voorwaarden, zegt de website: 'U woont in het buitenland, u beschikt over de Nederlandse nationaliteit, u heeft een geldig Nederlands reisdocument (paspoort of Nederlandse identiteitskaart), u heeft een burgerservicenummer (BSN), u beschikt over een mobiele telefoon. Men kan zich met een reisdocument bij een baliemedewerker melden en ontvangt dan een baliecode. Bij een kiosk pc is dan een DigiD aan te vragen. Als het aanvraagproces goed is doorlopen, ontvangt men van de baliemedewerker een activeringscode waarmee ter plekke een DigiD kan worden geactiveerd. Naast een gebruikersnaam en wachtwoord, is daarbij een inlogcode nodig die per sms wordt verstuurd. 'U kunt DigiD bij de kiosk pc activeren (dat raden we u aan, zodat u meteen kunt controleren of het is gelukt) of op een eigen pc of telefoon met internet. Gedetailleerde instructies ontvangt u van de baliemedewerker', aldus de site.

Vragen en klachten kunnen via e-mailen info@digid.nl en bellen vanuit het buitenland kan tegen de normale kosten via 0031 70 383 70 30.
(19.05.13)


Het 'kiezen' van de fiscale woonplaats

Bij verhuizing naar Frankrijk zal moeten worden vastgesteld waar de fiscale woonplaats zal komen, dat wil zeggen: het centrum van het maatschappelijk en cultureel leven van de belastingplichtige. Bij het opmaken van de aangifte kan men zelf in principe kiezen waar de fiscale woonplaats ligt. De belastingdienst spreekt op zijn website over dit onderwerp van een keuzerecht.

Formeel: mensen die in Frankrijk wonen en Nederlands inkomen genieten, zijn namelijk ook belastingplichtig in Nederland en dan heet het ‘buitenlandse belastingplicht’. Van het recht maken vooral Nederlanders gebruik die in de grensgebieden van Duitsland en België wonen. In de meeste andere gevallen is er echter geen daadwerkelijke belasting verschuldigd, aangezien het verdrag tussen Nederland en Frankrijk de belastingheffing over de meeste inkomsten toewijst aan het woonland, Frankrijk. Er hoeft dan ook geen aangifte te worden gedaan in Nederland. In theorie bestaat dat keuzerecht wel, maar in de praktijk is het vrijwel ondoenlijk om aan te tonen dat je Nederlands belastingplichtig bent (leuk om de hypotheekrente van je vaste verblijf in Frankrijk af te trekken) en toch je hoofdverblijf en centrum van levensbelangen in Frankrijk te hebben. In Frankrijk wonende genieters van een overheidspensioen zoals van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds ABP blijven belastingplichtig in Nederland. Maar als deze ABP’ers niet in overheidsdienst werkten, maar toch bij deze dienst pensioen opbouwden, kunnen zij belastingplichtig worden in Frankrijk met het voor gepensioneerden vriendelijke tarief. Of pro rata, een deel overheid, een deel bij instellingen.

Men is in Frankrijk in elk geval inkomstenbelasting verschuldigd als men aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

  • het huishouden (foyer) is in Frankrijk (de plaats waar men permanent verblijft);
  • de hoofdverblijfplaats (lieu de séjour principale) is in Frankrijk (langer dan 6 maanden per jaar);
  • men oefent in Frankrijk een beroepsactiviteit uit (kan zowel in loondienst zijn, als free-lancer of via een in Frankrijk ingeschreven eigen bedrijf);
  • het centrum van de economische belangen ligt in Frankrijk.

Het begrip fiscaal ingezetene wordt steeds scherper getoetst. Papieren constructies waarbij men leeft in Frankrijk, maar in Nederland belastingplichtig wil blijven, worden steeds minder getolereerd. Bij de controle daarop zijn twee nieuwe middelen geïntroduceerd, zo hebben belastingadviseurs ervaren: het gebruik van de bankpas en de factuur van de mobiele telefoon. Wie claimt in Nederland zijn hoofdverblijf te hebben, maar blijkens de gedane boodschappen en het belgedrag feitelijk in Frankrijk leeft, zal gemaand worden zich te melden bij de Franse belastingdienst.

Goed om te weten voor de Nederlanders die een lijfrente ontvangen uit Nederland en in Frankrijk belasting betalen: deze betalingen vallen onder Rentes Viagères à Titre Onéreux en kunnen voor een aardige belastingbesparing zorgen al naar gelang de leeftijd. Men betaalt over 70% van de lijfrente inkomstenbelasting als men jonger is dan 50 jaar. Deze percentages dalen tot 50 bij een leeftijd van 50 tot 59 jaar, 40 bij een leeftijd van 60-69 jaar en nog maar 30 als je ouder bent dan 70 jaar. Let op, de percentages worden berekend op basis van de leeftijd bij het begin van de uitbetalingen van de lijfrente, het is dus niet zo dat bij dezelfde lijfrente het percentage daalt naarmate men weer een leeftijdsgrens passeert. Over deze uitkeringen moeten wel sociale belastingen worden afgedragen.


Belastingen: het befaamde keuzerecht en de misverstanden erover

Tot voor kort gold de algemene regel: iedereen die niet in Nederland woont, maar wel een inkomen geniet uit Nederland, wordt door de Nederlandse belastingdienst behandeld als een buitenlands belastingplichtige. De keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen biedt echter de mogelijkheid te worden behandeld als binnenlandse belastingplichtige.

Als het inkomen voor ten minste 90% bestaat uit in Nederland belaste inkomsten en er wordt geopteerd voor de binnenlandse belastingplicht, worden er in latere jaren geen correcties meer toegepast voor behaalde voordelen uit het verleden. Alle elementen omtrent het keuzerecht worden op korte termijn opnieuw beoordeeld en het een en ander zal dan ook in de wet worden gewijzigd. De Nederlandse belastingadviseur in Frankrijk Rob van Schijndel van www.frankrijkemigratie.nl legt op ons verzoek het een en ander uit aan de hand van voorbeelden.

De oude regel. De heer Jansen heeft jaren op een openbare basisschool gewerkt in de gemeente Eindhoven. Hij is inmiddels met vervroegd pensioen en ontvangt een uitkering van het ABP, Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Hij is sinds enige tijd woonachtig in Frankrijk in een huurwoning in het mooie Céret. De heer Jansen wordt door de Nederlandse belastingdienst gezien als een 'buitenlands belastingplichtige'. Hij dient ook daadwerkelijk belasting te betalen in Nederland, omdat het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk de heffing over dergelijke inkomsten uit de overheidskas toewijst aan Nederland (het land waar is gewerkt.) Die Nederlandse heffing valt overigens wel mee. Over de eerste € 18.945 is er slechts 1,95% inkomstenbelasting verschuldigd en over de volgende € 14.918 slechts 10,8%. Boven de € 33.863 is het tarief 42% en boven de € 56.491 zelfs 52%. Maar zo hoog is het pensioen niet van de heer Jansen.

Stel dat hij een pensioen ontvangt van € 15.000. Dan betaalt hij dus € 293 belasting (wordt over het algemeen direct ingehouden door het ABP, waardoor er geen Nederlandse aangifte noodzakelijk is.) In Frankrijk betaalt de heer Jansen niets over dit pensioen. Wel dient hij de inkomsten op te geven op het Franse aangifteformulier (in het goede vakje, zodat de Franse belastingdienst de inkomsten meeneemt voor het bepalen van het belastingtarief, maar de ABP inkomsten niet meeneemt in de daadwerkelijke belastingberekening.) Het maakt voor de heer Jansen (vrijwel) niets uit of hij opteert voor de binnenlandse belastingplicht in Nederland. Hij betaalt in beide gevallen € 293 belasting.

Stel nu dat de heer Jansen niet huurt, maar een fraaie woning heeft gekocht in Céret. Met dank aan de plaatselijke Crédit Agricole, waar hij een hypotheek heeft afgesloten (€ 7000 rente per jaar.) Bij een buitenlands belastingplichtige wordt er in Nederland uitsluitend rekening gehouden met de in Nederland belaste inkomsten (€ 15.000 inkomen = € 293 belasting). Als de heer Jansen echter opteert voor de binnenlandse belastingplicht, wordt er rekening gehouden met zijn totale wereldinkomen. In dat geval mag er ook rekening worden gehouden met de hypotheekrente op zijn Franse woning (eigenwoningforfait laat ik even buiten beschouwing.) Het pensioen van € 15.000 wordt dan verminderd met € 7000, waardoor er over € 8000 belasting is verschuldigd (= € 156). Niet echt een groot voordeel (veroorzaakt door de lage belastingheffing.) Als het inkomen hoger is en het 52% tarief is van toepassing, dan wordt het opteren voor de binnenlandse belastingplicht uiteraard een stuk voordeliger.

De heer Jansen wordt op een dag ook 65. Op dat moment krijgt hij nog steeds het ABP-pensioen van € 15.000, maar ook een AOW van € 9000. Zonder te opteren zou hij in Nederland slechts belasting betalen over € 15.000. Als hij echter kiest voor de binnenlandse belastingplicht, betaalt hij belasting over (€ 15.000 ABP + € 9000 AOW - € 7.000 hypotheekrente) = € 17.000. Opteren is dan derhalve niet meer verstandig, omdat de belastinggrondslag € 2.000 hoger ligt. Er wordt in deze situatie geen vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting verleend door Nederland, omdat de heer Jansen in het verleden heeft geprofiteerd van het keuzerecht (inhaalregeling.) Opteert de heer Jansen nu niet meer, dan moest hij in één keer belasting betalen over het in het verleden genoten voordeel (terugnameregeling). De heer Jansen heeft de eerste jaren alleen een ABP inkomen. Derhalve is 100% van zijn inkomen in Nederland belast. Bij de nieuwe regeling kan hij derhalve opteren voor binnenlandse belastingplicht, zonder in latere jaren geconfronteerd te worden met negatieve gevolgen. Op het moment dat hij AOW krijgt, zal de heer Jansen niet meer opteren voor de Nederlandse binnenlandse belastingplicht. Zonder negatieve gevolgen. En zo hoort het ook!

Voorbeeld van de situatie bij een particulier pensioen.

De heer Smits heeft zijn gehele carrière in Eindhoven gewerkt, bij Philips. Hij ontvangt een pré-pensioen van € 40.000 per jaar. In Frankrijk heeft hij een woning van € 300.000, met een hypotheek van € 200.000 (rente € 10.000 per jaar.) De heer Smits ontvangt een inkomen uit Nederland, dus wordt hij in Nederland behandeld als een buitenlands belastingplichtige. Op basis van het belastingverdrag Nederland/Frankrijk mag Nederland echter niets heffen.
Als de heer Smits toch opteert voor de binnenlandse belastingplicht, moet hij in eerste instantie belasting betalen over € 30.000 (€ 40.000 - € 10.000 hypotheekrente). Op basis van het verdrag mag Nederland echter niet heffen, dus krijgt de heer Smits een gehele vrijstelling (over die € 30.000) in Nederland. Toch kan het voor de heer Smits verstandig zijn om te opteren voor de binnenlandse belastingplicht. Stel bijvoorbeeld dat hij in Nederland nog onroerend goed heeft. Hij verhuurt zijn voormalige hoofdverblijf, inmiddels zonder hypotheek, aan studenten. De WOZ-waarde van de Nederlandse woning bedraagt € 250.000. In het belastingverdrag Nederland/Frankrijk wordt de heffing over onroerend goed toegewezen aan het land waar het onroerend goed is gelegen. Nederland mag derhalve heffen over het Nederlandse huis van de heer Smits. Nederland heft 1,2% over de WOZ-waarde = € 3000 per jaar.  Als de heer Smits opteert voor de binnenlandse belastingplicht, is hij slechts € 2681 belasting verschuldigd. Dit voordeel wordt veroorzaakt door het heffingsvrij vermogen en de heffingskortingen (daar heeft hij zonder de optie geen recht op.)

In gevallen waarbij een gedeelte van het inkomen in Frankrijk belast en een gedeelte in Nederland wordt belast, is het vrijwel nooit aantrekkelijk om te opteren voor de binnenlandse belastingplicht. Dit komt enerzijds door de progressieve belastingheffing in Nederland en anderzijds door de Nederlandse berekeningsmethode van de vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting. Deze vrijstelling wordt berekend over het gemiddelde tarief, waardoor er door het opteren vaak (veel) meer belasting is verschuldigd.

Opteren voor de binnenlandse belastingplicht is meestal slechts voordelig in de volgende gevallen:

  • Het gehele inkomen is in Nederland belast (op basis van het belastingverdrag.) Door het opteren bestaat er recht op heffingskortingen en heffingsvrije vermogen.
  • Vrijwel het gehele inkomen is in Nederland belast en er zijn aftrekposten (hypotheekrente op de Franse woning bijvoorbeeld.)
  • Het gehele inkomen (box 1) is in Frankrijk belast, maar er is ook sprake van Nederlands onroerend goed.

(advertentie)

SCHOON SCHIP MAKEN MET DE NEDERLANDSE BELASTINGDIENST / INKEERREGELING
Zwart sparen en andere manieren om in het buitenland vermogen buiten het zicht van te fiscus te houden, hebben de voortdurende aandacht van de Nederlandse Belastingdienst. Naast toepassing van steeds meer geavanceerde internationale en nationale regelgeving heeft de Belastingdienst zich de afgelopen periode via speciale projecten op buitenlandse vermogens gericht. Het betreft onder andere het project Inkeerregeling.
Wanneer u uw buitenlands vermogen (bankrekening of onroerend goed) niet in uw Nederlandse belastingaangifte heeft vermeld, dan kunt u als Nederlands belastingplichtige de Nederlandse Belastingdienst verzoeken om uw belastingaangiften met terugwerkende kracht (12 jaar) te corrigeren (de zogenaamde inkeerregeling). U moet dan wel vanaf 1 juli 2015 een boete betalen van 60% over de verschuldigde inkomstenbelasting. Wanneer u dit echter niet doet, loopt u de kans op een boete, die kan oplopen tot 300%.!
Van 2 september 2013 tot 1 juli 2014 was de inkeerregeling tijdelijk verruimd. Belastingplichtigen die in die periode inkeerden hoefden geen boete te betalen. Van 1 juli 2014 tot 1 juli 2015 gold een boete van 30% en na 1 juli 2015 werd een boete van 60% van toepassing. Tijdens het verruimde regime hebben zich 12.605 inkeerders bij de Belastingdienst gemeld en vanaf 1 juli 2014 tot medio augustus 2015 nog eens 1.900. Het totale ingekeerde vermogen bedraagt vanaf 1 januari 2011 ongeveer 5,5 miljard en dat bedrag kan nog groeien als resultaat van nog lopende onderzoeken. Het gemiddelde ingekeerde vermogen per inkeerder in deze periode was ongeveer € 412.965. Het overgrote deel van de inkeerders is ouder dan 60 jaar (70%) en de meesten keren in met vermogen uit Zwitserland, Luxemburg en België.
Door de steeds verdergaande Europese fiscale samenwerking zal het steeds moeilijker worden om uw buitenlandse woning en buitenlands banktegoed buiten het zicht van de Nederlandse fiscus te houden.
Op de vooringevulde aangifte inkomstenbelasting jaar 2014, die van de website van de Belastingdienst kan worden gedownload, staan niet alleen uw bankrekeningen en saldi per 1 januari 2014 vermeld van de bankrekeningen in Nederland, maar veelal ook de rekeningnummers van de buitenlandse bankrekening(en).
Heeft u ook b.v. naast onroerend goed in Frankrijk ook een bankrekening in Frankrijk dan is de kans groot dat u deze bankrekening ook terugvindt op deze vooringevulde aangifte, echter zonder vermelding van een saldo.

Wanneer u een 2e woning in Frankrijk heeft geldt in pricipe de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en hoeft u als Nederlands belastingplichtige over deze woning per saldo geen inkomstenbelasting te betalen.
U dient de waarde van uw 2e woning wel te vermelden in uw Nederlandse belastingaangifte onder Sparen en beleggen in box 3. Heeft u dat in het verleden niet gedaan dan kunt u gebruik maken van de inkeerregeling.
Woningen in box 3 moeten in beginsel worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer, waarbij de waarde per 1 januari moet worden aangegeven. Op grond van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting is deze aftrek gelijk aan het bedrag van de bijtelling.
Als voormalig projectleider van de Belastingdienst (sinds 2005 met vervroegd pensioen) ben ik de initiatiefnemer van de inkeerregeling van de Belastingdienst.  Via mij kunt u gebruik maken van deze inkeerregeling. Ik kan u hierover informeren en adviseren en gezamenlijk kunnen wij bekijken of het noodzakelijk is om schoon schip te maken. Ik kan ook de consequenties voor u doorrekenen, zodat u niet voor verrassingen komt te staan.  Ik kan u begeleiden bij uw inkeer en daarbij zorg dragen voor alle bijkomende administratieve rompslomp.

Informatie bij Ton Apeldoorn van FOBA Heerhugowaard.
Tel. +31 72 534 7915 / +31 6 2443 6788, e-mail: info@inkeer.nl.  website: www.inkeer.nl

Belasting betalen in Frankrijk

Hoewel algemeen bekend is dat de inkomstenbelasting in Frankrijk tamelijk mild is te noemen, blijken alle belastingen bij elkaar (directe belastingen, indirecte belastingen, sociale belastingen, lokale belastingen, heffingen enzovoort) te zorgen voor een belastingdruk die een van de hoogste ter wereld is. 

Frankrijk kent geen loonheffing, zoals in Nederland. Elk jaar dient aangifte te worden gedaan. Tegenwoordig sturen werkgevers de salarisgegevens rechtstreeks naar de belastingdienst en ontvangen de belastingplichtigen een al ingevuld aangiftebiljet thuis. Wie geen inkomstenbelasting hoeft te betalen - dat is 57% van de bevolking - doet er verstandig aan toch een aangifteformulier op te halen, in te vullen en op te sturen. Men kan aldus geregistreerd toch aanspraak maken op kortingen en uitkeringen die elders in het systeem worden gehanteerd, zoals geen of lagere lokale belastingen, geen kijkgeld en belastingteruggaven (crédits d’impôt). Investeringen in en aan het huis waarop subsidies worden verleend in de belastingsfeer, kunnen bij het bezit van een statut de non-imposable worden uitbetaald. Bij anderen gebeurt dat via het vaststellen van het uiteindelijk te betalen belastingbedrag. Het belastingvoordeel krijgt men dan terug via een cheque van de Trésorerie. Interessant is ook dat pensioenen in Frankrijk worden belast na aftrek van een korting van 10% met een maximum van € 3660. Wel is met ingang van 1 april 2013 een nieuwe pensioenbelasting in het leven geroepen van 0,3%

De bevrijdende voorheffing bestaat al lange tijd. Inmiddels is weer het nodige veranderd. Dit forfait werd bij de bron ingehouden: voor de Fransen 21% belasting en 15,5% cotisations sociales bij beleggingsinkomsten als dividenden. De regering van Hollande heeft de term voorheffing afgeschaft en de nieuwe term d’acompte fiscal ingevoerd. De procedure bij de vaststelling van de belasting op inkomsten uit kapitaal tot nu toe bestond uit twee vormen: de bevrijdende voorheffing PFL (prélèvement forfaitaire libératoire de l'impôt) waarbij de bank bij de uitbetaling de belasting inhoudt en de heffing via het gewone schijventarief van de klassieke inkomstenbelasting. Wie onder de bronheffing PFL valt, hoeft voor de inkomstenbelasting niets meer op te geven. De percentages zijn 21% voor dividenden en 24% voor ontvangen rente uit sparen en obligaties. Daarboven op komen nog de sociale heffingen van 15,5%. De belastingpercentages zijn/waren dus interessant voor mensen die onder een hoog schijventarief vallen, die van 30, 41 en 45%. Maar het is nu afgelopen met deze regeling. Dividenden en rente over 2013 zullen volgend jaar zijn onderworpen aan het progressieve schijventarief. De regering van Hollande wenst de inkomsten uit kapitaal fiscaal gelijk te stellen aan die uit arbeid. Bij de aangifte in 2014 zal de belastingplichtige dus inkomen uit arbeid en sparen als inkomsten opgeven op het aangifteformulier. In 2013 zal wel het totaal aan de kapitaalinkomsten moeten worden opgegeven over 2012 en kunnen de al gedane bronheffingen in mindering worden gebracht. Wie onder het lage IB-tarief van 5,5 of 14% valt, ontvangt in dergelijke gevallen per cheque een belastingteruggave, de crédit d'impôt. Voor de Fransen is hierbij ook nog de sociale belasting CSG iets verlaagd, van 5,8 naar 5,1%. Anderzijds is per 1 januari 2012 de vaste aftrek van € 1525 per persoon op dividendinkomsten geschrapt. Belastinghuishoudens die in een jaar minder dan € 2000 aan rente-inkomsten hebben kunnen blijven kiezen uit de PFL of het schijventarief.Voorbeeld van een huishouden met één kind (dus 2,5 parts), vallend in het IB-tarief van 41%, dat in 2012 € 6000 aan dividend ontving en € 3000 aan spaarrente, betaalde vóór de hervorming € 1980 belasting: 21% van 6000 (€ 1260) plus 24% van € 3000 (€ 720). Na de hervorming en berekening via het schijventarief (dan is bij dividendinkomsten 40% aftrek gehandhaafd) betaalt dit huishouden € 2247 aan belasting: 41% van 60% van € 6000 is € 1476, belasting op de rente 41% van € 3000 = € 1230, aftrek 5,1% CSG is € 459. Al met al € 267 meer belasting voor belastingplichtigen die onder het 41%-tarief vallen. Op wie de daaronder liggende schijf van 30% van toepassing betaalt via de IB € 459 minder van via de bevrijdende voorheffing.

Schijven Inkomstenbelasting Bevrijdende voorheffing PLF Heffing via inkomstenbelasting Keuzen
tot 5 963 € 0,00 % 39,50 % 15,50 % IB
van 5 964 € à 11 896 € 5,50 % 39,50 % 20,72 % IB
van 11 897 € à 26 420 14,00 % 39,50 % 28,79 % IB
van 26 421 € à 70 830 30,00 % 39,50 % 43,97 % PLF
van 70 831 € à 150 000 41,00 % 39,50 % 54,41 % PLF
vanaf 150 001 € 45,00 % 39,50 % 58,21 % PLF

In de volgende schijventabellen zijn de verschuldigde inkomstenbelastingen te berekenen in bijvoorbeeld gezinssituaties waarbij fiscaal gezien het gezin in parts wordt verdeeld. In Frankrijk heerst een andere opvatting dan in Nederland bij wie wordt  geheven, namelijk bij het gezin, bij het huishouden (le foyer fiscal.) Hoe meer kindertjes, hoe lager de belastingen. Het systeem is na de Tweede Wereldoorlog ingevoerd om het geboortecijfer omhoog te krikken. De foyer fiscal bestaat uit een paar (getrouwd of gepacseerd) met  kinderen jonger dan 18 jaar of kinderen tot 25 jaar als zij nog thuis wonen en studeren. Een jonger kind kan buiten de foyer fiscal worden gehouden in het geval deze over een eigen fortuin beschikt of eigen inkomsten geniet. In Nederland zijn de aanslagen persoonlijk. Aangifte wordt dus gedaan per huishouden, getrouwd dan wel ‘pacsé’. Bij een alleenstaande is het aantal parts  1, bij een echtpaar zonder kinderen 2, bij een echtpaar met 1 kind is de factor 2,5, bij twee kinderen 3, bij drie kinderen 4 enzovoort.

In de hieronder vermelde tweede tabel staat N voor het aantal parts en R geeft het belastbare inkomen aan. In de eerste tabel staan de tarieven voor één deel van het familiequotiënt, bijvoorbeeld voor een alleenstaande. Op internet zijn calculs impôts beschikbaar waarmee de te betalen inkomstenbelasting in een handomdraai is vast te stellen.

De schijven voor de IR (impôt sur le revenu) voor 2013 zijn:

Voorbeeld: een getrouwd stel – er zijn geen kinderen – heeft over 2012 een belastbaar inkomen van € 70.000. Het aantal parts is hier dus 2, per part was het inkomen € 35.000 en dat bedrag wordt gebruikt om te bepalen in welke schijf men valt, in dit voorbeeld in de vierde schijf. Het marginaal belastingpercentage is hier 30. Bij meer parts wordt de tweede tabel toegepast. N voor het aantal parts en R geeft het belastbare inkomen aan. De bruto belasting (zonder aftrekposten) is dan (70.000 x 0,3) – (5.566,33 x 2) = 21.000 – 11.132,66 = € 9.867 zeg ruim 14% bruto inkomstenbelasting. Daarnaast komen nog zo nodig de sociale premies.

Schijven voor 1 part:
Inkomen lager dan 5.963 0%
van 5.964 tot 11.896 5,50%
van 11.897 tot 26.420 14%
van 26.421 tot 70.830 30%
van 70.830 tot 150.000 41%
van 150.001 tot 1.000.000 45%
Schijven voor meer parts:
Inkomen lager dan 5.963 0%
van 5.964 tot 11.896 (R x 0,055) – (327,97 x N)
van 11.897 tot 26.420 (R x 0,14) – (1.339,13 x N)
van 26.421 tot 70.830 (R x 0,3) – (5.566,33 x N)
boven 70.830 (R x 0,4) – (13.357,63 x N)

De belastingtarieven zijn in 2012 en 2013 niet verhoogd, maar de bedragen in de schijven worden niet aangepast met een correctie voor de inflatie. In 2014 zullen weer andere schijven gelden, neerkomende op een verhoging van de belastingen, omdat de inflatie niet volledig is doorberekend. Zo zal de eerste schijf € 6011 worden. De percentages blijven ongewijzigd. Het voordeel van elke demi-part per inwonend kind gaat van € 2000 naar € 1500.

Franse huishoudens fiscaal niet het zwaarst belast

Hoewel flink wordt gemopperd over de hoogte van de Franse belastingen en sociale premies, blijken de statistieken uit te wijzen dat het in sommige andere Europese landen nog verder gaat. Zo is de Franse btw nu 19,6% en de verhoging die president Sarkozy aankondigde per 1 oktober bij de invoering van een TVA sociale is van de baan. Andere landen hebben hun btw-tarieven opgeschroefd om uit hun tekorten te komen. In Hongarije is de btw nu 27%, het Europese record, in Roemenië is het 24%, in Portugal, Ierland en Griekenland 23%. In Zweden en Denemarken is het tarief al jaren 25%. Ook voor de directe belastingen staat Zweden bovenaan met 56,6%. Frankrijk zit met zijn 46,8% inkomstenbelasting iets onder het Duitse tarief van 47,5%. De Fransen moeten veelal nog wel de twee sociale bijdragen CSG en CRDS, samen 8,7% opbrengen. Het maximumtarief in Nederland is 52%. Met het bewind van president François Hollande zal een nieuw tarief van 75% gelden voor inkomens boven de € 1 miljoen. En vermoedelijk zal ook het tarief van de vermogensbelasting dit jaar omhoog gaan. De Franse vennootschapsbelasting is de hoogste in Europa. Het percentage is nu 36,1 tegen een gemiddelde van 26,1 in de eurozone (25% in Nederland.)
(27.05.12)


Nieuwe belastingmaatregelen in het verschiet

Belastingen10Eind september zal het Franse kabinet zich buigen over de belastingmaatregelen die in 2014 zullen worden getroffen. Aanvankelijk werd verondersteld dat voor € 6 miljard extra zou moeten worden binnengehaald, maar de nieuwe minister van Begroting Bernard Cazeneuve, opvolger van de wegens fiscale fraude smadelijk heengezonden Jérôme Cahuzac, verwacht dat het bij € 2 à € 4 miljard kan blijven. Overigens was eind 2012 al tot fikse maatregelen besloten, die in 2014 zouden ingaan. Een inventarisatie van wat de Franse belastingbetaler kan verwachten.

Het goede nieuws is dat de inflatiecorrectie volgend jaar weer zal worden toegepast door aanpassing van de belastingschijven. Deze zijn twee jaar bevroren geweest. Het weer toepassen van de inflatiecorrectie kost de staat € 1 miljard die weer wordt teruggevonden door intensivering van de strijd tegen belastingfraude, geschat op € 80 miljard per jaar. De minister verwacht hier volgend € 2 miljard te kunnen ophalen. Het totaal aan op te voeren aftrekposten (niches fiscales) wordt verlaagd naar € 10.000 in plaats van de huidige € 18.000 plus 4% van het belastbaar inkomen. De verlaging van het quotient familial naar € 1500 kost de 1,3 miljoen betrokken huishoudens gemiddeld ongeveer € 64 per maand. Hoge inkomens zullen lagere uitkeringen ontvangen bij de verschillende vormen van ouderschapsverlof en kinderopvang. Het ligt ook in de bedoeling om de speciale aftrek af te schaffen voor gezinnen met kinderen die op de middelbare school zitten of verder studeren. Deze aftrek treft vooral de middengroepen die inkomstenbelasting betalen. Een gezin met drie kinderen van wie er een op een universiteit studeert en de twee andere schoolgaan op een lycée, zal volgend jaar bijna € 500 meer belasting betalen. De € 20 miljard die ter beschikking zal komen aan de ondernemingen om hun concurrentiekracht te verbeteren, zal voor een deel worden opgebracht door de particuliere huishoudens. De btw van 7 en 19,6% gaat naar 10 en 20%. De lage btw voor de eerste levensbehoeften gaat daarentegen van 5,5 naar 5%. De wijzigingen in de btw zullen de staat € 6 miljard opleveren.
(09.09.13)


Wil/moet men belasting gaan betalen in Frankrijk, dan zal men zich moeten wenden (vóór 31 mei) tot het regionale belastingkantoor (Centre des finances publiques), waar een meestal hulpvaardige medewerker helpt bij het zo nodig invullen van het zeer ingewikkeld ogende, maar in feite zeer simpele aangiftebiljet (déclaration des revenus). Wie uit Nederland een pensioen ontvangt, hoeft slechts één hokje in te vullen met het jaarinkomen. Aftrekposten zijn er meestal niet, soms kan een voorziening aan het huis voor een belastingteruggave zorgen. Echte aftrekposten (abattements) liggen meer in de sfeer van alimentatie en onderhoud van familieleden en ouders. Wie in Nederland belastingplichtig is, maar een gite of chambre d’hôtes uitbaat in Frankrijk, moet over de inkomsten van de verhuur in Frankrijk inkomstenbelasting betalen. Er moet zelf aangifte worden gedaan. Tegenwoordig wordt er ook (schijnbaar willekeurig) 15,5% aan sociale premies opgelegd. Tegen deze aanslag loopt een procedure bij het Europese hof van justitie. U kunt hiertegen bezwaar aantekenen. Voor een voorbeeld van een bezwaarschrift kunt u een mail sturen naar info@infofrankrijk.com

Het formulier Cerfa2042 is het hoofdformulier. Alles wat men op formulier 2047 (rode formulier) zet (buitenlandse inkomsten, dus alle inkomsten buiten Frankrijk), moet men ook weer invullen op het blauwe formulier (2042), in de vakjes 1AS en 1 BS. Soms moet dat echter ook op formulier 2042 C (zoals de ingehouden dividendbelasting in het buitenland). Op formulier Cerfa 3916 moet men alle niet-Franse bankrekeningen invullen.  De netto pensioenen (bruto pensioen minus CvZ-premies) geef je op het formulier 2042 op en op het formulier 2047.

Het belastingkantoor is het kantoor waar de aanslagen worden voorbereid; de overal in het land verspreide kantoren en kantoortjes van La Trésorie of Le Trésor public zijn er alleen om betalingen te doen voor alle vormen van belastingen: de inkomstenbelasting, de onroerendgoedbelasting, enzovoort. Inmiddels zijn deze twee instellingen gefuseerd. Het Centre berekent de belastingen en is de instelling die de bezwaren afwikkelt. Voor de eerste keer zul je zelf een aangiftebiljet moeten aanvragen voor de inkomstenbelasting (l’impôt sur le revenu), dat krijg je niet 'automatisch'. Buitenlanders die zich voor het eerst melden, krijgen folders mee om zich te verdiepen in het ingewikkeld ogende systeem. Doe je helemaal niets en de Franse fiscus ontdekt dat er belasting had moeten worden betaald, dan kunnen er fikse boetes volgen. Het formulier is ook te downloaden. Veel propaganda maakt de Franse belastingdienst voor het elektronisch insturen van de aangifte. Wie op deze manier zijn déclaration de revenus inlevert, krijgt wat meer tijd om die aangifte op te sturen dan de vastgestelde datum voor de mensen die nog met papier werken.

Voor zowel de internetgebruikers als de traditionele belastingbetaler werkt de fisc de laatste jaren steeds meer met vereenvoudigde formulieren of zelfs vrijwel geheel ingevulde biljetten voor belastingplichtigen die een vast inkomen hebben uit werk, pensioen of uitkeringen. De gegevens komen dan van werkgevers en uitkeringsinstellingen en staan vermeld op de déclaration préremplie simplifiée. Belastingbetalers van wie de gegevens kloppen, kunnen zelfs telefonisch de aangifte in orde maken en behoeven geen biljet meer op te sturen. Zijn er nog andere inkomsten, dan kan de belastingbetaler vragen om de ontvangst van een déclaration préremplie normale. Hebben zich in een belastingjaar bijzondere omstandigheden voorgedaan en deze kunnen niet worden vermeld op het eenvoudige formulier, dan moet het gewone biljet 2042 eraan te pas komen. Winsten uit een BIC of BNC worden vermeld op formulier 2042C en inkomsten uit Nederland komen ook nog eens op een 2047, het roze formulier.Problemen met de plaatselijke belastingen kunnen tot 31 december van het jaar volgend op de aanslag nog ter bemiddeling worden voorgelegd; kwesties met inkomstenbelasting, overdrachtsbelasting, successiebelasting zelfs tot 31 december van het tweede jaar. Wie vanuit Nederland Franse belasting moet betalen, kan als volgt te werk gaan (informatie van de Franse ambassade in Nederland): De niet-ingezetenen kunnen het bedrag in euro via hun bank- of postgirorekening overmaken of per cheque betalen. Het bedrag moet worden overgemaakt op de rekening van de belastingdienst voor niet-ingezetenen met vermelding van naam, voornaam, fiscaal nummer dat op het belastingbiljet staat (IUC of rekeningnummer). De bankgegevens zijn: Trésorerie des Non-Résidents - 10, rue du Centre - 93465 Noisy le Grand Cedex.
Voor overschrijvingen van een buitenlands rekeningnummer : IBAN FR 76 3000 1000 6400 0000 9086 903 Domiciliation: PARIS, BANQUE CENTRALE SWIFT (BIC ) : BDFE FRPP.
De cheque met het bedrag in euro moet samen met de TIP worden gezonden, of met vermelding van de naam, voornaam et het fiscaal nummer (IUC of factuurnummer) dat op het aanslagbiljet staat vermeld.

Wie het niet eens is met een aanslag kan dat in der minne proberen te regelen bij de lokale belastingdienst. Lukt dat niet, dan kan men nog een poging wagen bij de departementale bemiddelaar in fiscale zaken, le conciliateur départementale. Ten langen leste is nog een verzoek mogelijk aan de landelijke belastingombudsman, le médiateur du ministère des Finances (Télédoc 215, 139 rue de Bercy, 75572, Paris, Cedex 12, mediateur@finances.gouv.fr). De conciliateur fiscal die in elk departement zetelt, moet binnen 30 dagen antwoord geven op de vragen of een beslissing nemen. Hij kan de lokale belastingdienst overrulen, hetgeen niet zelden gebeurt. De fiscale ombudsman kan per brief of via internet worden benaderd.De Franse overheid heeft besloten om de verjaringstermijn van fiscale fraude te verlengen van drie naar tien jaar. Het gaat hier specifiek om banktegoeden in het buitenland die niet aan de Franse belastingdienst zijn gemeld. Tot nu toe gold deze verlengde termijn alleen voor bank- en spaargelden die in de zogenaamde fiscale paradijzen waren ondergebracht. 'Parijs' is nogal teleurgesteld over de weigerachtigheid van sommige landen om, volgens de afspraken en conventies, de gegevens door te geven. Hoewel het ministerie deze landen niet met name wenst te noemen, is het duidelijk dat het hier vooral om Zwitserland gaat. Het verlengen van de verjaringstermijn maakte het mogelijk dat de fiscale administratie meer tijd krijgt om zaken uit te zoeken. Sinds 2007 heeft opsporing van dergelijke fiscale fraude de schatkist € 50 miljard opgeleverd. Nederlandse banken geven jaarlijks de saldi van bank- en spaarrekeningen van in Frankrijk wonende Nederlandse klanten op aan de Franse belastingdienst.

Wie als belastingplichtige in Frankrijk nog in Nederland bankrekeningen heeft, moet daarvan jaarlijks op een afzonderlijk formulier (Cerfa 2047) opgave doen bij de aangifte voor de inkomstenbelasting. Daarop moeten staan vermeld de naam van de bank, het bankrekeningnummer en de soort rekening (rekening-courant, spaarrekening e.d.) en of de rekening voor privé of zakelijke doeleinden wordt gebruikt. Het saldo behoeft niet te worden gemeld, maar rente-inkomsten zullen bij het inkomen worden geteld. Het niet respecteren van deze regel kan worden beboet met € 1500 of 5% van het saldo boven € 50.000. De boetes kunnen tot drie jaar terug worden opgelegd en tot tien jaar bij rekeningen met saldi die hoger zijn dan € 50.000. Bovendien worden de sommen op een niet opgegeven buitenlandse rekening beschouwd als inkomen dat aan belasting onderhevig. Er volgt dan een aanslag vermeerderd met de 15,5% sociale belasting en premies. De rente voor het te late betalen is 0,4% per maand en de heffingen worden met 40% opgehoogd.


Voorbeeldbrief om de ombudsman fiscale zaken (médiateur des impôts) in te schakelen bij een conflict met de belastingdienst.
Bij een conflict met het plaatselijke Centre des finances publiques dat niet oplosbaar lijkt, kan men een beroep doen op deze in Parijs zetelende médiateur, nadat ook het inschakelen van de departementale Conciliateur fiscal geen succes heeft opgeleverd. Deze dienstverlening is gratis. Het inschakelen van deze ombudsman schort de betalingsverplichting aan de fiscus niet op.


Naam, voornaam                                                                                                    Plaatsnaam, le ….. 20..
adres

Recommandée avec avis de réception                                                       Naam en adres van de médiateur

 

Monsieur le Médiateur,

Un litige me sépare du Centre des Impôts de ........(plaatsnaam invullen.) En effect, ce CDI (uitleggen wat het conflict inhoudt, bijvoorbeeld refuse la déduction des mes frais de repas enz.)

J'ai adressé une réclamation au chef de ce centre, mais celle-ci a été rejetée le ....... (datum van afwijzende beschikking opgeven), comme le montre la copie jointe.

En conséquence, je sollicite votre aide et vous demande de bien vouloir intervenir auprès de ce CDI que ce dossier évolue rapidement.

Vous remerciant, je vous prie de croire, Monsieur le Médiateur, à l'expression de mes respectueux sentiments.

Handtekening


De Franse belastingdienst hanteert twee begrippen bij het opvoeren van kosten of gedane uitkeringen. De hoogte van het belastbaar inkomen kan worden verlaagd door aftrekposten toe te staan. Dat gaat dan hoofdzakelijk om het opvoeren van bijdragen die aan familieleden zijn gedaan – kinderen bij echtscheiding (alimentatie), behoeftige ouders en/of grootouders. Daarnaast hanteert de fisc steeds meer het systeem van belastingteruggave, bekend onder de naam crédit d’impôt. Het betreft hier uitgaven die in het algemeen belang zijn gedaan (giften aan liefdadigheidsinstellingen) maar ook milieuvriendelijke investeringen aan het eigen huis. Percentages van deze kosten kunnen worden afgetrokken van het vastgestelde belastingbedrag van de inkomstenbelasting. Wie geen inkomstenbelasting betaalt ontvangt een cheque of overschrijving van de Trésorie, door vrijwel iedereen de perception genoemd. Huishoudens die wegens lage revenuen geen inkomstenbelasting behoeven te betalen, doen er toch goed aan om een aanslagformulier in te vullen.

Papieren aangiften voor de inkomstenbelasting moeten normaal gesproken voor 25 maart worden ingediend, die voor de vermogensbelasting kunnen later, voor 15 juni. Ook de internetgebruikers hebben tot juni de tijd om de aangifte in te sturen. Als het met of zonder hulp is gelukt de aangifte in te vullen en te versturen, komt normaal gesproken in juli de aanslag die meestal uiterlijk 15 september moet zijn betaald. De daaropvolgende jaren zal men in februari en mei voorschotten (steeds een derde deel) moeten betalen – de tiers provisionnel - die worden berekend op basis van de belasting die in het voorgaande jaar is betaald. Medio september volgt dan de echte afrekening, waar bij het betaalde twee derde van de ramingen wordt verrekend. Wie de betalingstermijn overschrijdt, zal met een heffing van 10% worden beboet. De Franse overheid heeft de regeling van maandelijkse betaling aantrekkelijker gemaakt door geen boete meer op te leggen bij het niet tijdig betalen van een termijn (die boete was 3%). De maandelijkse betalingen (tien keer per jaar van januari tot en met oktober) worden namelijk automatisch op de vijftiende van elke maand afgeschreven en het kan een keer gebeuren dat het saldo op de bankrekening ontoereikend is. Wie constateert dat een aanslag fouten bevat of zich realiseert dat een aftrekpost is vergeten bij een al verzonden en afgerekend aangiftebiljet, heeft twee jaar de tijd om te reclameren. Ofwel: een belastingplichtige kan tot 31 december 2013 in verzet komen tegen een in 2011 betaalde aanslag over de inkomsten van 2008.

Le fisc heeft drie jaar de tijd om een aanslag te controleren en zo nodig te corrigeren via een aanschrijving, de notification d'un proposition de rectification. Vragen om opheldering gaat via een demande de renseignement. Een zwaar onderzoek waarin alles op tafel moet komen is de EFSP, Examen contradictoire de situatie fiscale. Als men vindt dat je levensstandaard niet geheel spoort met de opgegeven inkomsten, kan ambtshalve worden gevraagd, de relance amiable, aan te tonen hoe de vork in de steel zit. Men heeft daarvoor 30 dagen de tijd, op verzoek – binnen die 30 dagen - te verlengen tot 60 dagen. Als het allemaal klopt, hoor je verder niets meer. Zijn de dames en heren van de fisc niet overtuigd, dan volgt een pittig onderzoek waarbij ook inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij de Sécu en de banken. De opgegeven inkomsten en het vermogen worden vervolgens vergeleken. Deze zware procedure is omgeven met strenge regelgeving. Als de controleurs zich daaraan aantoonbaar niet houden – de belastingplichtige ontvangt het protocol (la Charte de contribuable) – zal het controleonderzoek nietig worden verklaard. De Franse belastingdienst is wel wat milder geworden voor mensen die nalaten een déclaration in te sturen. Wie na twee aanmaningen bleef weigeren het formulier in te vullen, kon een belastingverhoging van 80% tegemoet zien. Deze strafmaatregel is geschrapt. En wie weigerde een fiscale boekencontrole te laten doen, riskeert nu een verhoging van de aanslag met 100%. Dat was 150%. Als het om complexere zaken gaat, zou je een belastingconsulent in de arm kunnen nemen, een conseiller juridique et fiscalof een conciliateur fiscale départemental bij conflicten met de belastingdienst.
De Franse belastingdienst heeft dankzij controles in 2012 voor € 12,3 miljard kunnen terughalen aan ten onrechte niet afgedragen belastingen. Dat is 14% meer dan in 2011.


Overheid gaat meer werk maken van bestrijding belastingfraude

Cahuzac2De minister van Begrotingszaken Jérôme Cahuzac wil volgend jaar € 1 miljard extra in de staatskas doen vloeien door de belastingdiensten op te dragen nauwlettender toe te zien op belastingfraude en de fiscale opbrengsten te optimaliseren. Jaarlijks wordt al € 16 miljard opgehaald (€ 4 miljard aan ontdekte fraude) door betere controle en opsporing van 'vergissingen' en belastingontduiking en -fraude.

Het nieuwe optreden betreft particulieren die sommige inkomsten niet hebben opgegeven of spaargeld in het buitenland hebben geparkeerd. Bij opsporing ervan bedraagt het standaardtarief 60%. Bijschrijvingen op bankrekeningen van meer dan € 200.000 moeten kunnen worden uitgelegd aan de belastingdiensten. Ook gaan zij meer letten op ontwijkingen van belastingen op verkoopwinst, de plus-value, de schenkingen e.d. Bij de bedrijven zal veel aandacht zijn voor de juistheid van btw-afdrachten en voor een nieuwe 'exit- belasting' om daarmee ondernemingen te ontmoedigen hun zetel buiten Frankrijk te vestigen.
(19.11.12)


Bij de jaarwisseling willen Fransen nog wel eens schenkingen doen aan verenigingen en liefdadige instellingen. Deze schenkingen zijn voor 66% aftrekbaar voor de inkomstenbelasting met een grens van 20% van het belastbare inkomen. De aftrek is zelfs 75% bij schenkingen aan hulporganisatie die mensen met problemen helpen. Het maximum dat kan worden afgetrokken is hier € 521. Daarboven geldt weer de 66% met het plafond van 20% van het belastbare inkomen.


Sociale premies en sociale belasting

Naast de fiscale heffingen kent Frankrijk ook de inhouding van sociale belastingen, de beruchte CSG, Contribution Sociale Generalisée, de PS, Prélèvement Sociale over opbrengsten uit sparen en beleggen, CAPS, Contribution Additionnelle au Prélèvement Social en de CRDS, Contribution au Remboursement de la Dette Sociale. De laatste is te beschouwen als een soort solidariteitsheffing om de tekorten (la dette) bij de sociale zekerheid Sécu aan te vullen.

De percentages van deze heffingen zijn voor 2013: de prélèvement social (PS) van 4,5%, decontribution de financement du revenu de solidarité active de 2%, de CSG (8,2%) en de  CRDS (0,5%) en 0,3% voor de contribution additionnelle. Samen 15,5% derhalve aan sociale heffingen/belastingen. Deze prélèvements sociaux worden geheven op alle verkregen inkomsten; bij inkomen uit arbeid en op de uitkeringen worden alleen de CSG en CRDS ingehouden over 98,25% van de bruto betalingen. De CSG  is een belasting die dient om de sociale bescherming mee te financieren. In 2012 werd daarmee € 90 miljard opgehaald. Zij wordt geheven op inkomsten uit arbeid, op de meeste uitkeringen, op pensioenen hoger dan € 15.376 per koppel (6,6%) en op beleggingsinkomsten (8,2% - sommige spaarrekeningen zijn belastingvrij). De heffing op pensioenen hoger dan het plafond is 3,8% als geen inkomstenbelasting behoeft te worden betaald. Bij de berekening van de inkomstenbelasting op pensioen wordt de CSG met 4,2% verminderd en bij een heffing van 3,8% kan het geheel worden afgetrokken bij de berekening van de IB.

Inkomsten uit sparen en beleggen (dividenden) worden in 2013 dus met 15,5% belast aan prélèvements sociaux via de inkomstenbelasting. De belasting wordt in 2013 daarbovenop 24%. Winsten over beleggingen (plus-values) bij de verkoop van aandelen, obligaties en dergelijke kennen sinds 2010 geen vrijstelling meer bij de heffing van sociale premies. Overigens gold voor de Fransen de bevrijdende voorheffing, PFL, prélèvement forfaitaire libératoire. Dit forfait werd bij de bron ingehouden: voor de Fransen 24% belasting en 15,5% cotisations sociales bij beleggingsinkomsten. De regering van Hollande heeft die voorheffing afgeschaft, spaarders en beleggers kunnen niet meer kiezen en betalen belasting via de inkomstenbelasting.

Mensen die in loondienst zijn, moeten ook nog andere premies betalen. De eerder genoemde heffingen kunnen meer als sociale belastingen worden beschouwd en samen met de sociale premies slaan ze een flinke bres in het salaris van de Franse werknemer: ziektekosten, werkloosheid, pensioen enz. Inhoudingen of loonheffing kent Frankrijk (nog) niet, men zal zelf moeten reserveren of kiezen voor een maandelijkse voorschotbetaling van de inkomstenbelasting. De sociale belastingen en premies bedragen bijna een kwart van het bruto inkomen. Zelfstandigen met een bedrijf kunnen de premiekosten van de aanvullende verzekering als aftrekpost voor de inkomstenbelasting opvoeren.

Ook na de invoering van de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2006 kan een Nederlander die in Frankrijk inkomstenbelasting betaalt de in Nederland ingehouden  bijdragen voor de ziektekostenverzekering aftrekken van de opgegeven inkomsten. Men moet het inkomen invullen  in de vakjes AP of BP voor vroeg gepensioneerden of in de vakjes AS of BS voor pensioenen, WAO-uitkeringen en dergelijke. Wie die aftrekmogelijkheid niet heeft benut, zou aan zijn lokale belastingdienst kunnen vragen de aftrekmogelijkheden nog voor eerdere aanslagen te laten gelden. Gemakkelijker is de toegelaten praktijk om de inkomens netto te vermelden op het Franse aangiftebiljet, dus met aftrek van de in Nederland ingehouden bijdragen voor de Zorgverzekeringswet en AWBZ.  Uit een bescheiden enquête onder Nederlanders in het buitenland blijkt dat in België, Duitsland en Frankrijk de CVZ-inhoudingen op de Nederlandse pensioenen en dergelijke door de belastingdienst als aftrekpost van de inkomstenbelasting worden geaccepteerd. De vrijstelling geldt weer niet voor lijfrente en uitkeringen uit kapitaal. Als daarop ook zorgpremie is ingehouden, zou wellicht met succes toch een beroep gedaan kunnen worden op het vermijden van dubbele heffing.


De fiscus en de Franse onroerende zaak

Bezitters van tweede huizen in Frankrijk hoeven geen huurwaardeforfait hun inkomen bij te tellen, hoeven geen huurinkomsten op te geven aan de Nederlandse fiscus en kunnen onderhoudskosten dan ook niet meer aftrekken. De huurinkomsten van de steeds talrijker uitgebate gîtes moeten aan de Franse belastingdienst worden opgegeven. Een gîte en zelfs een stacaravan verhuren valt voor deze dienst onder de activiteit BIC (bénéfices industriels et commerciaux.)

De hypotheekrente voor tweede huizen is in Nederland niet aftrekbaar. Bij de huidige Nederlandse belastingwetgeving valt zo’n tweede huis in het buitenland wat de inkomstenbelasting betreft in box 3. Dit betekent dat 1,2% inkomstenbelasting wordt geheven over de waarde van dat Franse bezit. Een deel van tweedehuizenbezit is gefinancierd met een hypothecaire lening. Tot voor kort konden deze eigenaren de volledige waarde van dat Franse huis in mindering brengen, maar de Hoge Raad heeft hiervoor een stokje gestoken. Al sinds 1973 is vastgelegd (belastingverdrag Nederland en Frankrijk) dat Frankrijk mag heffen over het onroerend goed in Frankrijk. Het gaat dan om de vermogensbelasting die verschuldigd is bij een bezit van meer dan € 1,3 miljoen. Maar ook Nederland mag heffen en ter voorkoming van dubbele belasting, kan de tweedehuizenbezitter de waarde van het Franse onderkomen in Nederland aftrekken. Deze aftrek is door de uitspraak van de Hoge Raad echter beperkt tot de waarde minus de hypotheek. Er kan dus minder worden afgetrokken, zodat de rendementsheffing (box 3) hoger uitvalt.

Wie permanent in Frankrijk woont en daar dus belastingplichtig is, moet de Nederlandse huurinkomsten opgeven op formulier 2047 onder VII. Het saldo van inkomsten en kosten gaat naar formulier 2042 bij 8 TI. De inkomsten worden wel meegenomen voor de bepaling van de hoogte van het Franse belastingtarief, maar er wordt niet daadwerkelijk over de huurinkomsten belasting geheven. De Nederlandse belastingdienst heft immers al (box 3) belasting over deze inkomsten.

Voor de bepaling van de waarde van het Franse huis moet men kijken naar de waarde ervan in het economische verkeer en moet een gemiddelde zijn van de waarde die is gemeten op 1 januari en 31 december. Deze waarde kan blijken uit een taxatierapport, maar dat zullen weinig mensen laten opstellen, het wordt meer een kwestie van schatten en de marktprijzen in je omgeving in de gaten houden. Op grond van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting mag dit bedrag gelijk weer in mindering worden gebracht. Dit betekent dat geen inkomstenbelasting is verschuldigd over de buitenlandse woning.

Als het Franse onroerend goed is ondergebracht in een SCI, dan moeten de statuten van deze maatschap zo zijn geredigeerd dat het in Nederland in box 3 valt. De standaard statuten worden nu door de belastingdienst geaccepteerd ‘als bestond de SCI niet’. Alleen als de belastingaangever zijn SCI-aandelen zou opgeven in box 2, dan graaft hij zijn eigen graf. Dus voor Nederlandse belastingplichtigen die eigenaar zijn van aandelen in een SCI, is het aan te bevelen om inkomsten- en vermogensbelastingtechnisch net te doen alsof de SCI niet bestaat maar rechtstreeks eigenaar is van (een deel van) het onroerend goed. De Nederlandse Belastingdienst accepteert deze interpretatie. De SCI wordt pas weer interessant als het gaat om successierechten.

De Nederlandse fiscus werkt steeds nauwer samen met de Franse belastingdienst en krijgt de beschikking over de dossiers van de in Frankrijk wonende Nederlanders. Het gaat om enkele duizenden spontaan door de Franse fisc genoemde Nederlandse belastingplichtigen die de afgelopen jaren een tweede huis in Frankrijk hebben gekocht, al dan niet met zwart geld. Inmiddels beschikt Nederland over een complete lijst met de (kadastrale) gegevens van Frans onroerend goed in bezit van Nederlanders. De informatie-uitwisseling met de Fransen is het gevolg van afspraken tussen de Nederlandse belastingdienst en zijn collega’s in Frankrijk, Duitsland, België, Spanje, Portugal en Engeland. De meeste EU-landen zullen verder samenwerken bij de automatische informatie-uitwisseling over buitenlandse spaartegoeden. Een belastingplichtige die een onjuiste of onvolledige aangifte doet, kan het moeilijk krijgen. Belastingdienst en Openbaar Ministerie kunnen zelfs tot strafvervolging overgaan en boetes opleggen. De maximale sanctie is zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van € 45.000 of het hogere bedrag van de te weinig geheven belasting.


Vermogensbelasting bij  € 1,3 miljoen

De vermogensbelasting begint te tellen bij een vermogen (patrimoine) vanaf € 1,3 miljoen per huishouden (foyer). Het vermogen van meerderjarige kinderen wordt niet meegeteld. Maar bij 'huwelijkse voorwaarden' worden de echtelieden afzonderlijk aangeslagen.

Het aantal inwoners dat deze belasting moet betalen stijgt fors als gevolg van de sterke stijging van de onroerendgoedprijzen. Als inwoner van Frankrijk ben je verplicht aangifte vermogenbelasting te doen, dus zelf een aangiftebiljet aan te vragen. De peildatum is 1 januari van ieder jaar. Tegelijkertijd met het indienen van de aangifte – tot uiterlijk medio juni voor nieuwe gevallen - dient de verschuldigde vermogensbelasting te worden betaald. Wie niets opgeeft in de hoop dat de belastingdienst niet is geïnteresseerd, kan bij controle rekenen op een termijn van zes jaar die zal worden onderzocht.

Wie voor de eerste keer aangifte moet doen, vraagt formulier 2725 aan. De huizen worden gewaardeerd tegen marktwaarde (valeur vénale) plus geïndexeerde kosten van verbouwingen, en als het om de hoofdbewoning gaat (résidence principale), bepaalt de Franse fiscus 70% van deze waarde als behorend tot het vermogen. Die aftrek van 30% geldt niet als de woning is ondergebracht in een SCI. Of de woning verhuurd wordt of niet (de verkoopwaarde wordt wel met 25 tot 40% verminderd), maakt voor de vermogensbelasting geen verschil.

Tot het vermogen worden niet gerekend de spullen die bij de beroepsbeoefening nodig zijn, antieke voorwerpen van meer dan 100 jaar oud, kunstvoorwerpen en verzamelingen. Uitdrukkelijk wél meegeteld zijn onroerend goed, auto’s, meubelen (dat alles tegen marktwaarde), de meeste beleggingen en bankrekeningen. Ook buitenlandse bankrekeningen tellen mee. Bezittingen in het buitenland worden worden in de eerste vijf jaar vrijgesteld. Een tweede huis in Nederland wordt echter niet belast. Sinds 2007 is het ook mogelijk om te investeren in het midden- en kleinbedrijf om daarmee de vermogensbelasting te verminderen. Jaarlijks mag hiertoe maximaal € 50.000 worden geïnvesteerde en 75% daarvan mag worden afgetrokken van het op te geven vermogen.
Bij de ISF wordt geen rekening gehouden met de waarde van het Nederlands onroerend goed. Dat werkt dus inderdaad anders dan bij de inkomstenbelasting.

Voor de vermogensbelasting zijn buitenlandse vermogens de eerste 5 jaar vrijgesteld (voor nieuw ingezetenen.) Dat geldt niet voor de inkomstenbelasting. De Nederlandse bankrekening hoeft niet opgegeven te worden voor de Franse vermogensbelasting, maar wel moet men in Frankrijk inkomstenbelasting en sociale premies betalen over de rente inkomsten van die rekening.

De berekening van de ISF geldt voor een koppel, getrouwd of niet getrouwd; bezittingen van de minderjarige kinderen moeten worden meegeteld. Vrijstellingen zijn er nog voor o.a. aandelen in de eigen ondernemingen (ten minste 25% van het kapitaal). Ook de aandelen in een SCI behoeven niet volledig te worden meegerekend tot het vermogen als de SCI ook aan een SARL verhuurt, waarvan je aandelen bezit. De ervaring leert dat de fisc de afgelopen jaren wat strenger wordt bij het controleren van de belastbare vermogens, ook bij buitenlanders.

De nieuwe versie van de vermogensbelasting kent nog slechts twee tarieven 0,25% voor vermogens van € 1,31 tot € 3 miljoen vanaf de eerste euro en 0,5% over de vermogens daarboven met een maximum van 1,5%. De te betalen belasting kan niet meer worden verminderd met € 300 per inwonend of studerend kind. Wie investeert in het midden- en kleinbedrijf kan de helft van de investering in mindering brengen met een maximum van € 45.000. De aandelen moeten wel vijf jaar worden aangehouden.

Nederlandse Franse ingezetenen behoeven in hun ISF-aangifte niet hun onroerende goederen in Nederland op te nemen. Frankrijk en Nederland hebben namelijk een verdrag afgesloten voor de gevallen dat iemand in beide landen bezittingen heeft. Een vermogensbestanddeel kan daarmee niet tweemaal door dezelfde belasting worden getroffen. Wie naar Frankrijk is geëmigreerd en nog een pied à terre in Nederland bezit, zal over dat Nederlandse huis in Nederland worden belast. Bij onroerend goed bepaalt de liggingsstaat waar de belasting wordt geheven. Voor roerende zaken (geld, aandelen bijvoorbeeld) geldt dat niet, zodat daarover in Frankrijk de ISF moeten worden betaald. Zo zal een naar Frankrijk verhuisde Nederlander die in zijn thuisland nog een huis achterlaat, daarover alleen in Nederland de rendementsheffing betalen. De tegoeden op Nederlandse bank- of effectenrekeningen vallen weer wel onder de ISF. Er is gelukkig een vrijstelling gekomen voor deze niet-Franse zaken voor een periode van vijf jaar na vestiging in Frankrijk.

De vermogensbelasting ISF wordt fors aangepakt. De door Sarkozy ingevoerde verlichting van de tarieven zal komende herfst weer ongedaan worden gemaakt. De 291.630 bezitters van vermogens zullen een extra eenmalige heffing krijgen van 14% als het bezit tussen de € 1,3 en € 1,4 miljoen ligt en de percentages lopen verder op bij hogere vermogens, tot 143% voor huishoudens met een patrimoine dat hoger is dan € 4 miljoen. Daarna wordt het tarievensysteem herzien en wordt in 2013 weer het tarief van 2011 toegepast (0,5% tot 1,5%). Het ministerie van Financiën verwacht dit jaar de lieve som van € 2,3 miljard binnen te krijgen door deze eenmalige 'correctie' in 2012 van de versoepeling door Sarkozy.


Belasting winst verkoop woning, de plus-value

In Frankrijk moet in principe belasting worden betaald over de winst die particulieren behalen bij de verkoop van hun tweede woning, de verkoop van een verhuurd huis, van een winkelpand of van grond die minder dan 22 jaar in bezit is. Dit is bedoeld om speculatie te ontmoedigen. De belasting moet dus worden betaald over het verschil tussen de aankoop- en verkoopprijs, de zogenoemde plus-value. Er geldt een vrijstelling als het gaat om de verkoop van de hoofdverblijfplaats.


Bij de reeks van financiële en fiscale maatregelen die de vorige premier François Fillon heeft afgekondigd om te trachten het Franse begrotingstekort terug te dringen, is de taxe sur la plus-value immobilière niet onbelangrijk gewijzigd. En de nieuwe regering van president François Hollande heeft een wet aanvaard gekregen, waarbij niet-fiscaal ingezetenen van Frankrijk boven op die winstbelasting ook nog 15,5% sociale premies moeten gaan betalen. De laatste maatregel is op 17 augustus 2012 ingegaan en weer nieuwe varianten worden per 1 september 2013 van kracht. Het is er voor de verkopers van tweede huizen die al geruime tijd in bezit zijn, niet leuker op geworden. Wie zijn huis na 15 jaar verkocht, was in de oude situatie vrijgesteld van de betaling van de taxe. De termijn werd 30 jaar en wordt nu weer 22 jaar. Hieronder de regelingen voor zover deze nu bekend zijn. Een definitief besluit moet nog worden genomen door regering en parlement.

Er loopt een procedure bij het Europese Hof tegen de heffing van 15,5 % sociale premies over de plus-value van tweede huizen van buitenlanders die niet fiscaal woonachtig zijn in Frankrijk. Nederlandse eigenaars die hun tweede huis in Frankrijk met winst hebben verkocht, krijgen met een dergelijke aanslag te maken. Het is mogelijk om hiertegen beroep aan te tekenen. De behandeling van dat beroep wordt dan waarschijnlijk aangehouden tot na de uitspraak van het Europese hof. U kunt ook besluiten te wachten tot de uitspraak er is. U moet dan wel de termijn in de gaten houden waarbinnen u bezwaar kunt aantekenen: tot 3 jaar na dato. Voor een voorbeeld van een bezwaarschrift kunt u mailen naar info@infofrankrijk.com .


Extra korting op de taxe sur la plus-value

vakantiehuis FrankrijkDe aangekondigde plannen van de Franse president om de taxe sur la plus-value bij de verkoop van vakantiewoningen en huizen die niet de hoofdbewoning zijn enigszins te versoepelen, zijn in concrete maatregelen omgezet. Deze belasting is de afgelopen jaren twee maal verzwaard (langere duur van de taxe en premiebetaling ook door buitenlandse verkopers). Maar om op korte termijn de huizenmarkt nieuw leven in te blazen, is besloten tot een terugkeer naar het oude berekeningssysteem bij de bepaling van de belastbare verkoopwinst van résidences secondaires.

De bezitsperiode waarin de belasting wordt geheven van de huidige 30 jaar gaat per 1 september a.s. weer naar de ‘oude’ periode van 22 jaar. Als het huis 22 jaar in het bezit is geweest, zal over de verkoopwinst geen taxe sur la plus-value meer worden geheven. Om ook geheel vrijgesteld te zijn van de betaling van de sociale belasting (15,5%) moet de bezitsperiode wel op 30 jaar blijven en geldt een ander ritme van de aftrek (1,65% na de eerste 5 jaar tot het 21e jaar, 1,6% voor het 22e jaar, 9% voor jaar 23 tot en met jaar 30). Van 1 september 2013 tot 1 september 2014 zal een bijzondere aftrek gelden van 25% van de gemaakte winst waarover de taxe van 19% wordt berekend voor buitenlandse eigenaren. Franse belastingplichtigen worden belast via de inkomstenbelasting. De verlichting van de winstbelasting is bedoeld om de huizenmarkt weer aan de gang te krijgen en ook om werk te bieden aan de bouwwereld die verbouwingen kan uitvoeren in huizen die van eigenaar zijn veranderd. De aftrekregeling van de belasting al naar gelang de bezitsperiode bij de verkoop van bouwterreinen wordt afgeschaft. De bedoeling hiervan is dat deze terreinen sneller worden verkocht en beschikbaar komen voor de huizenbouw. Naast de versoepeling van de regeling rond de winstbelasting heeft de regering besloten de departementen toe te staan hun aandeel in de overdrachtsbelasting met 0,7 procentpunt te verhogen tot 4,5%, waarmee deze droits de mutations kunnen stijgen van de huidige 5,09 naar 5,16%.
(19.07.13)


Het ritme van de aftrek van de meerwaarde is als volgt vastgesteld: na het vijfde jaar jaarlijks 6% aftrek en in het 21e jaar 4%. Na 22 jaar is geen taxe meer verschuldigd. Bij de bepaling van de winst mogen de aankoopkosten bij de aankoopsom worden geteld via een forfait van 7,5% of de werkelijk gemaakte kosten. Ook de toegestane verbouwingskosten mogen worden meegenomen via een forfait van 15% of de werkelijk gemaakte kosten.

Om geld vrij te maken voor de financiering van sociale woningbouw heeft de Franse regering voorgesteld om de taxe sur la plus-value van tweede huizen te verhogen bij hoge winsten.  Bij een surtaxe van meer dan € 50.000 tot € 60.000 wordt de heffing met 7% verhoogd minus € 3000, bij een overwinst van € 60.000 tot € 100.000 is de extra heffing 2%. Dat gaat  zo verder (zie tabel) tot winsten van meer dan € 260.000 die met 6% extra worden belast. Vanaf 1 september 2013 tot vermoedelijk 1 januari 2015 geldt nog een bijzondere aftrek van 25% bij de bepaling van de winst. Deze tijdelijke aftrek geldt niet bij de berekening van de heffing van de sociale premies en nog niet zeker is of deze wordt toegepast over de winst met of zonder aftrek voor de bezitsperiode.

Een rekenmachine van de notarissen maakt het gemakkelijk de belasting zelf te berekenen.

Extra heffing bij hoge verkoopwinst, de surtaxe
Plus-value in € Surtaxe
50.001 tot 60.000 7% - € 3000
60.001 tot 100.000 2%
100.001 tot 110.000 13% - € 11.000
110.001 tot 150.000 3%
150.001 tot 160.000 19% - € 24.000
160.001 tot 200.000 4%
200.001 tot 210.000 25% - € 42.000
210.001 tot 250.000 5%
250.001 tot 260.000 31% - € 65.000
boven 260.000 6%

Ook over bouwgrond (terrains à bâtir) moet bij de verkoop de taxe van 19% worden afgedragen. Vanaf 2015 wordt de belasting van de verkoopwinst via de inkomstenbelastingschijven berekend. Bij de overdracht wordt dan als voorheffing al de bekende 19% ingehouden. Hoewel nog niet alles in decreten etc. is vastgelegd, is wel besloten dat per 1 januari 2014 de aftrekmogelijkheden voor de duur van het bezit, bij de verkoop van bouwterreinen wordt afgeschaft. Dus gewoon taxe betalen over de behaalde verkoopwinst (34,5% - 19% heffing, 15,5% prélèvements sociaux). Ook de eenmalige korting van 25% bij de berekening van de verkoopwinst (van 1 september 2013 tot 1 september 2014) geldt niet bij de verkoop van terrains à bâtir.


Constructies om winstbelasting te ontwijken of te verminderen

Er zijn inmiddels enkele constructies gepubliceerd om geheel of gedeeltelijk onder de betaling van de winstbelasting uit te komen. Bijvoorbeeld de schenking vóór de verkoop. Bij het schenken van het vakantiehuis is geen winstbelasting verschuldigd, wel de overdrachtsbelasting. Kinderen die op deze wijze aan het huis zijn gekomen (per kind kan eenmaal per 15 jaar belastingvrij € 100.000 worden geschonken), kunnen het na de schenking direct weer verkopen en betalen dan winstbelasting vanaf de datum van de schenking van het huis, derhalve niet vanaf de datum waarop de ouders het huis destijds hebben gekocht. De fiscus ziet er op toe dat het om een werkelijke schenking gaat en niet om een truc (het huis weer verkopen aan de ouders bijvoorbeeld).

Ook bestaat de mogelijkheid om slechts het bloot eigendom van het vakantiehuis te schenken aan een kind of kinderen. De ouders kunnen dan van het huis gebruik blijven maken of zelfs verhuren en huurpenningen opstrijken. Als het huis te gelegener tijd met instemming van alle partijen (vruchtgebruikers en bloot-eigenaren) wordt verkocht, wordt alleen winstbelasting berekend over de waarde van het vruchtgebruik. Voorbeeld: een man van 60 jaar oud heeft 20 jaar geleden een appartement gekocht voor € 150.000. De waarde is nu € 400.000. Als hij de flat in bloot-eigendom aan zijn kinderen schenkt en men later besluit om de zaak te verkopen, zal alleen over de waarde van het vruchtgebruik de taxe sur la plus-value verschuldigd zijn: niet over € 400.000 maar over 50% van de som volgens de belastingtabel die aan de leeftijd van de vruchtgebruiker is gekoppeld. In dit geval 50%. De winstbelasting wordt op deze manier belangrijk teruggeschroefd. De percentages voor de waardebepaling van het vruchtgebruik/bloot-eigendom beginnen bij 90%/10% van het volledig eigendom voor personen die jonger zijn dan 21 jaar, 80%/20% voor personen jonger dan 31 jaar en zo verder tot 10%/90% voor mensen van 91 jaar en ouder.

De belasting op de winst bij een SCI: de maatschap verkoopt het huis en verdeelt de overwinst onder de aandeelhouders pro rata. Voor de deelnemers die het huis als hoofdbewoning hebben is er een vrijstelling, maar alleen voor hun aandeel in de SCI. Een aandeelhouder die 60% van de aandelen bezit in de SCI is dus voor 60% van de behaalde verkoopwinst van deze hoofdbewoning de taxe verschuldigd. Als de SCI eigenaar is van een vakantiehuis geldt de 'gewone' regeling (vrij van belasting na 22 jaar).

Bij nieuwe woningen (jonger dan vijf jaar) geldt ook het regime van de belasting op de meerwaarde, maar pas na verrekening van de omzetbelasting TVA. Men zal bij verkoop TVA moeten betalen over de behaalde winst, je wordt dan min of meer als een handelaar beschouwd. Als de belastingdienst bij de verbouwing van ruïnes en bouwvallen meent dat bij het opknappen ervan sprake is van feitelijke nieuwbouw, kan ook TVA worden geheven. Maar dan moet de bouwer van dat opknappen wel zijn beroep hebben bemaakt en wordt hij beschouwd als marchand de biens. De betaalde TVA kan in dergelijke gevallen dan uiteraard ook worden opgevoerd.

Vrijstellingen zijn ook nog te verkrijgen voor personen die permanent zijn opgenomen in een bejaardenhuis of verpleeghuis. Hun eigen woning wordt dan résidence secondaire en als deze voormalige hoofdbewoning binnen twee jaar na vertrek wordt verkocht, is geen winstbelasting verschuldigd. Ook in geval van echtscheiding zijn de twee ex-partners vrijgesteld. Als bij scheiding de hoofdbewoning niet meer de résidence principale is (men is vertrokken), maar een résidence secondaire (dus dan eigenlijk taxe sur la plus-value betalen) behoeft bij verkoop toch geen taxe sur la plus-value te worden betaald. De vrijstelling voor het betalen van de taxe geldt - algemene regel - voor hoofdbewoningen, mits deze ook daadwerkelijk worden bewoond op het moment van de verkoop. Bij scheiding en vertrek uit het huis geldt de vrijstelling (binnen een termijn van een jaar in principe) als de verkoop een direct gevolg is van de echtscheiding.

Er geldt een algemene vrijstelling voor deze belasting bij de verkoop van onroerend goed dat minder dan € 15.000 waard is, bij invaliditeit en voor gepensioneerden waarbij het inkomen per koppel zonder kinderen een maximum geldt van € 15.150. Moet het huis gedwongen worden verkocht, bijvoorbeeld bij onteigening, en er wordt winst gemaakt, dan valt er geen winstbelasting te betalen. Dat is ook het geval als er een fictieve plus-value ontstaat bij de verkoop van een geërfd huis dat was gesplitst in vruchtgebruik en bloot eigendom. Wie met vrienden of ongetrouwde partner een huis heeft gekocht en de zaak gaat uit elkaar, dan wordt de overdracht van het huis naar de andere als een gewone verkoop gezien (overdrachtsbelasting betalen en zonodig belasting over de plus-value).
Als het Franse huis na een echtscheiding moet worden verdeeld, betalen echtparen en gepacseerden samen een heffing van 2,5%, bekend als het droit de partage, vermeerderd met de gebruikelijke notariskosten en die van het kadaster. De eventuele partner die eigenaar van huis wordt (men rekent dan als datum de aankoop destijds door beide nog getrouwde partners), betaalt geen belasting over de plus-value, maar moet dat wel betalen als hij of zij het huis later weer verkoopt. De teller begint dan te lopen vanaf de datum waarop het huis in het bezit kwam van beide partners. Meestal maken de partners bij de echtscheiding dan de afspraak dat bij latere verkoop (binnen de 22 jaar waarna geen belasting meer wordt geheven) de vertrokken partner meebetaalt als er 'plus-value' moet worden betaald.
Niet-eigenaren van een hoofdbewoning (met terugwerkende kracht van vier jaar) die voor de eerste keer een tweede huis verkopen, zijn vrijgesteld van de winstbelasting als zij met de opbrengst een hoofdbewoning kopen. Ook terugkerende Nederlanders die hun Franse huis te koop hebben staan en al weer in Nederland wonen - hun nog niet verkochte Franse huis wordt dan résidence secondaire - behoeven bij de verkoop van hun Franse huis geen winstbelasting te betalen. Die vrijstelling geldt voor twee jaar, onder de voorwaarde dat men de vrije beschikking had over de voormalige Franse hoofdbewoning en deze niet had verhuurd.

Verbouwingen moeten geen luxevoorzieningen zijn, de kosten ervan mogen niet meer in de berekeningen worden opgenomen. De notaris taxeert al met al de waarde van het huis, maar een représentant fiscal, ook wel représentant accrédité genoemd, beoordeelt de winstbelasting bij huizen van meer dan € 150.000. Dat kan een toegelaten bank zijn of een speciale instelling. Bij de bepaling van de plus-value van huizen van buitenlanders wil deze fiscaal vertegenwoordiger nogal eens moeilijk doen bij het accepteren van aftrekposten en ergerlijk talmen bij de overdracht van de koopsom of bovendien soms zelfs waarborgsommen vragen, bevreesd als hij is door de Franse fiscus op de vingers te worden getikt wanneer de belasting op de plus-value niet kan worden geïncasseerd. Zo’n fiscaal vertegenwoordiger kan bij kleine transacties een aangewezen en toegelaten persoon zijn, maar bij hogere bedragen treedt vaak een organisatie op. Tamelijk berucht is de SARF in Parijs (Société Accréditée de Représentation Fiscale), die strenge rapporten maakt en de nieuwe regels strikt uitvoert. Zo meent die SARF, dat de keuken tot het meubiliair behoort en daarom niet meegenomen kan worden in de berekening van de gemaakte kosten. Voor Nederlanders is dat tamelijk vreemd, omdat zij de keuken als vast onderdeel van het huis zien. In Frankrijk wordt daarover anders gedacht. Ook bij het begrip hoofdbewoning, vrijgesteld van de winstbelasting, gelden nog regels: in het jaar van de verkoop moet de verkoper de vrije beschikking hebben gehad op 1 januari, onder meer aan te tonen door de aanslag van de taxe d'habitation. Na het rapport ontvangt de verkoper een forse rekening van enkele duizenden euro’s, soms oplopend tot 1% van de verkoopprijs. Ook als de berekening eenvoudig is, worden percentages van meer dan 0,5 gehanteerd. Deze kosten kunnen wel in mindering worden gebracht op de verkoopprijs i.v.m. de bepaling van de overdrachtsbelasting.

Het is aan te bevelen om altijd een concept van de aangifte plus-value te vragen en deze te (laten) controleren alvorens akkoord te gaan. Nogal wat notarissen worstelden met deze materie en moesten vaak voor advies terugkoppelen naar de belastingkantoren in hun ressort. Overigens blijkt de Franse notaris ook bij de verkoop van huizen waarop geen plus-value zal worden geheven vaak de koopsommen lang onder zich te houden. Talrijk zijn de verhalen van Nederlanders die terugkeerden naar Nederland en maanden moesten wachten op de betaling van hun eigen geld. Rente over het nog niet overgedragen bedrag wordt nimmer vergoed. Vriendelijk blijven bellen helpt meestal niet, boos worden trouwens ook niet. Vragen om opheldering worden onduidelijk beantwoord en komen neer op ‘nog nader onderzoek’ of ‘fiscale kwestie’. Meestal blijken dit smoesjes te zijn. Het enige wat helpt om het geld de volgende dag op de rekening te krijgen, is de telefonische boodschap: Je vais me renseigner auprès de la Chambre des notaires sur votre manière d’agir. Als er echte klachten zijn over de notaris, dan heeft een contact met deze Chambre niet zoveel zin. De vakbroeders houden elkaar de hand boven het hoofd, zo blijkt menigmaal. Een notaris valt onder het toezicht van de Procureur de la Republique, het Openbaar Ministerie. Als een notaris het er bij laat zitten of aanwijsbare fouten die hij niet wil corrigeren, kan een beroep worden gedaan op de departementale Kamers (les chambres départementales des notaires.) Als dat niet lukt is een recours mogelijk bij de Conseil supérieur du notariat en in zeer ernstige gevallen is het zaak een klacht te deponeren bij de officier van Justitie.


De plaatselijke belastingen: taxe d’habitation, twee taxes foncières

Huizen- en grondbezitters betalen in Frankrijk ook vormen van 'onroerendezaakbelasting': de taxe d'habitation, de taxe foncière bâtie en de taxe foncière non bâtie, bebouwd en onbebouwd dus. Huurders betalen alleen de taxe d'habitation. Beide belastingen zijn gebaseerd op de kadastrale huurwaarde (valeur locative cadastrale brut), waarna er nog tal van toeslagen volgen en jaarlijks prijsaanpassingen plaatsvinden. Sinds kort is er nog een taxe sur les logementsvacants op tweede huizen die te lang leeg staan. Gemeenten kunnen kiezen of zij deze nieuwe taxe gaan toepassen.

Op het aanslagbiljet is de kadastrale waarde van je huis niet te vinden, wel staan de grondslagen vermeld. Om de berekening van de lokale huurwaarden voor de vaststelling van de lokale belastingen te vinden, kan men bij het kadaster het papier 6675-M vragen. Op het aanslagformulier staan de waarden vermeld: valeur locative brute bij de taxe d'habitation en base bij de taxe foncière. Bij de berekening worden niet alle vierkante meters volledig meegerekend. Kelders, terrassen en zolders tellen voor 20 tot 50% mee, berghokken en garages voor 60%, schuren voor 20%. Het aldus verkregen totaal aantal vierkante meters wordt weer gecorrigeerd voor de staat van onderhoud, zijn bijzondere ligging, de mate van comfort e.d. en uitgedrukt in nieuwe vierkante meters. Zo wordt voor stromend water 4 m² bijgeteld en voor een bad 5 m². Het is altijd lastig om de berekening van de aanslag te achterhalen. De belasting is een percentage van de theoretische huurwaarde in 1970, uitgedrukt per vierkante meter (€ 8,65 per m² bijvoorbeeld). Dan volgt er een coëfficiënt van bijvoorbeeld 2,75. Voor een woning van 150 m² wordt de huurwaarde dan berekend: 150 x 8,65 x 2,75 = €  3568. Op deze grondslag gaan dan Staat, departement en gemeente percentages heffen die gezamenlijk de aanslag vormen.

Bij elke verbetering aan het huis door verbouwingen, uitbreidingen, aanleg zwembad, gaan de tarieven verder omhoog. Maar als je binnen 90 dagen na de definitieve voltooiing van het werk zulks meldt aan het belastingkantoor, krijg je twee jaar vrijstelling van de verhoging van de taxe foncière bâtie. Bij nieuwbouw en grote restauraties geldt so wie so een uitstel van betaling van de taxe foncière voor twee jaar. Vrijstelling van betaling van de taxe fonciere is mogelijk voor particulieren die een huis laten bouwen volgens de hoge energiezuinige normen van BBC (bâtiment basse consommation.) Als de lokale overheid ermee instemt, kan een korting van 50 of 100% worden verleend voor een periode van ten minste vijf jaar. De vrijstelling kan worden gegeven in het jaar na de voltooiing van het huis.

Het belastingsysteem luistert nauw. Je mag pas iets aan het huis veranderen met een grote of kleine bouwvergunning. Afschriften van die vergunningen gaan naar de fiscus, aan wie men verplicht is de aangebrachte wijzigingen te melden via een streng formulier, de déclaration des changements. Ambtenaren gaan dan nijver rekenen en passen de aanslag weer aan.


Voorbeeldbrief om de berekening van de taxe d'habitation te bestrijden.
De vaststelling van de grondslag waarop de taxe d'habitation wordt berekend is ingewikkeld en ondoorzichtig. Uitgangspunt is de vooral theoretische huurwaarde (valeur locative.) Wie meent dat de hoogte van de aanslag erg verschilt met vergelijkbare woningen in de omgeving of bij het kadaster het fiche d'évaluation cadastrale heeft ingezien, kan in het geweer komen. Er kunnen fouten zijn gemaakt.
Bedenk wel dat de fiscus bij een dergelijk verzoek ook de andere belastingzaken nakijkt, zoals de inkomstenbelasting.


Naam, voornaam                                                                                                Plaatsnaam, le ….. 20..
adres

Recommandée avec avis de réception                                            Naam en adres van het belastingkantoor

Madame, Monsieur,
La lecture de la fiche d'évaluation cadastrale de mon logement laisse apparaître (bijvoorbeeld) l'existence d'un chauffage centrale alors que le logement est chauffé par un poêle à feu continu.
La valeur locative retenue pour mon logement est donc erronée.
Je vous saurais gré de bien vouloir la modifier en conséquence et recalculer le montant de mon imposition.

Vous en remerciant, je vous prie de croire, Madame, Monsieur à l'expression de mes respectueux sentiments.

Handtekening
(Bijlage)
PC: copie de l'avis de taxe d'habitation

De vrijstellingen voor de taxe foncière en de taxe d'habitation zijn niet veranderd in 2013. Genieters van ouderdomsuitkeringen of van aanvullende invaliditeitsuitkeringen behoeven geen taxe foncière te betalen als het om hun hoofdbewoning gaat. Ook ouderen boven de 60 jaar en personen die een uitkering voor gehandicapten ontvangen (belastbaar inkomen over 2012 niet hoger dan € 10.224 voor één part) zijn vrijgesteld van deze grondebelasting, ook als het - voor de 75-jarigen en ouder - gaat om een tweede woning, hun voormalige résidence principale. Vrijstelligen worden niet automatisch verleend, maar moeten worden aangevraagd, formulier 2041-DPFT-SD (cerfa 14770*01). Mensen tussen de 65 en 75 jaar oud die aan de vrijstellingseisen voldoen, ontvangen een korting van € 100, alleen op de hoofdbewoning. Om in aanmerking te komen voor de vrijstelling moet ook nog aan enkele andere voorwaarden worden voldaan, zoals de bijtelling van inkomsten van een medebewoner. Wat betreft de taxe d'habitation moet men behalve het lage inkomen ook een aanvullende ouderdoms- of invaliditeitsuitkering genieten, of een bijstandsuitkering ontvangen, of arbeidsongeschikt zijn, óf weduwe óf weduwnaar zijn en niet vallen onder de vermogensbelasting ISF (impôt de solidarité sur la fortune).
Er zijn ook gedeeltelijke vrijstellingen mogelijk van de te betalen belasting voor  bewoners met een niet al te hoog inkomen: wie over 2012 een belastbaar inkomen had dat lager was dan € 24.043 (voor het eerste part) kon voor belastingvermindering in aanmerking komen, de grens wordt met € 5617 opgehoogd voor het eerste demi-part en met € 4421 voor de volgende. Daarop op wordt dan voor de berekening van het belastbare inkomen nog wel een aftrek toegepast van € 5215 voor de eerste part, € 6723 voor 1,5 part en € 8231 voor 2 parts.

De gemeenteraad heeft iets te zeggen over de woonbelasting, de taxe d’habitation. Deze belasting geldt de eerste twee jaar niet voor nieuwbouw en belangrijke restauraties die met nieuwbouw gelijk zijn te stellen, zowel voor de hoofdbewoning als voor een vakantiehuis. Die vrijstelling moet wel binnen drie maanden worden aangevraagd, geldt alleen voor panden met een woonbestemming (eerste of tweede woning) en moet binnen 90 dagen na gereedkomen (achèvement) van de bouw zijn aangevraagd. De vrijstelling gaat in op 1 januari van het jaar volgend op de achèvement. Een woning wordt geacht achevé te zijn, als er in brede, algemene zin in gewoond kan worden, ook al ontbreken nog diverse aspecten van de inrichting, zoals verwarming, elektriciteit, hang- en sluitwerk, schilderwerk en het behangetje. Van de achèvement dient een bewijsstuk overgelegd te worden, bijvoorbeeld het certificat de conformité (verstrekt door de Mairie) of het ontvangstbewijs dat een déclaration d’achèvement bij de Mairie is ingeleverd (het laatste is verplicht als er formeel een architect in het spel is geweest.)

Vrijstelling van betaling van de taxe foncière is ook mogelijk voor particulieren die een huis laten bouwen volgens de hoge energiezuinige normen van BBC (bâtiment basse consommation). Als de lokale overheid ermee instemt, kan een korting van 50 of 100% worden verleend voor een periode van ten minste vijf jaar. De vrijstelling kan worden gegeven in het jaar na de voltooiing van het huis. Ook gemeubileerde tweede huizen vallen onder de woonbelasting, ook al verblijft men er slechts enkele weken per jaar. Als het Franse vakantie huis geheel leeg is, kan geprobeerd worden vrijstelling te vragen.

De taxe d'habitation, die meestal uiterlijk 15 december moet zijn betaald, wordt vastgesteld op basis van de situatie op 1 januari van dat jaar, ook al verhuis je op 2 januari. De taxe behoeft niet te worden betaald voor een huis dat op de peildatum 1 januari leeg staat wegens verhuizing. Het moet, bij een aanvraag om vrijstelling, wel bewezen worden via de nota van het verhuisbedrijf of van de verhuurder van een verhuis/bestelwagen, opzeggingen van EDF e.a.. Bij de ontvangst van de aanslag voor het leegstaande huis moet dus een briefje om ontheffing worden geschreven met de bewijsstukken van de verhuizing en een verklaring dat de sleutels zijn overgedragen.

Woningbezitters die een huis willen verhuren, maar daarin niet slagen, kunnen vermindering van de belasting krijgen als de leegstand langer dan drie maanden heeft geduurd. Met ingang van 2014 zouden de vrijstellingen voor de lokale belastingen automatisch worden toegekend door de belastingdienst op basis van de inkomstenbelasting. Tot nu toe moest in de meeste gevallen zelf een briefje worden geschreven. Voorlopig handhaven we nog even de voorbeeldbrieven.

Voorbeeldbrief om vrijstelling te ontvangen voor de betaling van de taxe foncière.
Ouderen met lage inkomens, gehandicapten e.a. komen in aanmerking voor een gehele of gedeeltelijke vrijstelling (zie hierboven in dit hoofdstuk.) Het verlenen van die vrijstellingen gebeurt niet altijd automatisch.

Naam, voornaam                                                                                                Plaatsnaam, le ….. 20..
adres

Recommandée avec avis de réception                                            Naam en adres van het belastingkantoor

Madame, Monsieur,
J'ai reçu un avis d'imposition à la taxe foncière pour le logement qui constitue mon habitation principale (voeg een kopie bij van de aanslag.)
Or, je suis exonéré de cet impôt au motif suivant: je suis âgé de plus de 75 ans en mon revenu imposable est inférieur aux limites fixées par la loi fiscale.
En conséquence, je vous prie de bien vouloir m'accorder le dégrèvement de la taxe foncière.

Vous trouverez ci-joint tous les justificatifs de ma situatien
(kopieën van aanslag 'niet belastbaar' - non imposition, pensioenopgave enz.).
Je vous prie d'agréer, Madame, Monsieur, l'expression de ma considération distinguée.

Handtekening

P.J.:

(bijlagen noemen)


Voorbeeldbrief om vrijstelling te ontvangen voor de betaling van de taxe d'habitation


Naam, voornaam                                                                                                Plaatsnaam, le ….. 20..
adres

Recommandée avec avis de réception                                            Naam en adres van het belastingkantoor


Madame, Monsieur,

Agé de plus de 60 ans, mon revenu net imposable s'élève à € .
A ce titre, je suis donc totalement exonéré de taxe d'habitation.
En conséquence, je vous prie de bien vouloir m'accorder un dégrèvement correspondant au montant de ladite taxe.
Vous trouverez ci-joint tous les justificatifs de ma situation (in bijlage bewijsstukken meesturen)
Je vous prie d'agréer, Madame, Monsieur, l'expression de ma considération disintguée.

Handtekening

P.J.:

(bijlagen noemen)


Voorbeeldbrief om vrijstelling aan te vragen van betaling van de contribution à l'audivisuel ('kijkgeld')


Naam, voornaam                                                                                                Plaatsnaam, le ….. 20..

adres

Recommandée avec avis de réception                                            Naam en adres van het belastingkantoor

 

Objet : Exonération de la contribution à l'audiovisuel

Madame, Monsieur,

Je vous adresse ce courrier car je viens de recevoir ma notification de paiement de la taxe d'habitation et de la contribution à l'audivisuel. Cependant, au 1er janvier de l'année, ma résidence n'est équipée d'un téléviseur.

En conséquence, une exonération de votre part me serait bénéfique.

En attendant une réponse de votre part, je vous adresse mes plus sincères salutations.

Handtekening


Voor meer voorbeeldbrieven aan Franse instanties, stuur een mail naar info@infofrankrijk.com


Wie een exonération geniet van de plaatselijke belasting, is ook vrijgesteld van de betaling van de jaarlijkse  'kijkbelasting' van € 131, de contribution à l'audiovisuel public public. Tot nu toe is de regel: kijkt men op het scherm van een computer naar de tv, dan is de redevance niet verschuldigd. Gebruikt met de internet-toegang om op een tv-scherm te kijken, dan moet de heffing wel worden betaald. Het bezit van een tv (al staat hij ongebruikt onder het stof in de kelder) is de grond voor de heffing. Daarnaast wordt ook naar het inkomen gekeken, waarbij huishoudens met lage inkomens vrijstelling van de redevance kunnen krijgen. De inkomensplafonds daarvoor zijn hier te vinden.Wie het bezit van een toestel ten onrechte ontkent, zal bij constatering hiervan worden beboet met € 150.

In juli 2011 zijn er nieuwe richtlijnen gekomen voor het betalen van woonbelasting (taxe foncière) voor wie permanenet in een caravan, sta-caravan ('mobil home') woont. De bijdrage is € 150 per jaar (€ 100 voor een (sta)caravan ouder dan tien jaar en minder dan 15 jaar.) De bijdrage moet jaarlijks vóór 30 september zijn betaald bij het dichtstbijzijnde belastingkantoor.

De peildatum voor de woonbelasting is altijd 1 januari en moet voor een geheel jaar worden betaald. De verkoper kan dat niet met de nieuwe eigenaar verrekenen, hoewel sommigen dat wel eens willen probren. Een notaris houdt dat in de gaten. Verrekenen kan wel bij de taxe foncière die ingaat bij de koop van huis en grond.

Als je een (gedeelte van het) huis verhuurt als gîte, dan hoef je over dat deel geen taxe d’habitation te betalen. Bezitters van een résidence secondaire die slechts enkele malen per jaar vakantievieren, betalen wel de plaatselijke belastingen. maar sinds 2008 geldt een vrijstelling als hierover een akkoord met de gemeente kan worden bereikt (verklaring 1205-GD-SD). Het gaat dan wel om chambres d'hôtes, vakantiehuizen en gîtes die zijn gelegen in speciale gebieden, de zones de revitalisation rurale. De aanvraag moet elk jaar worden aangevraagd vóór 31 december voor het dan volgende jaar. Een andere mogelijkheid is om het vakantiehuis te laten aanbieden door een in Frankrijk in het register van bedrijven opgenomen verhuurbedrijf(je). Er komt dan een formeel huurcontract (bail commercial of bail précaire) tussen eigen en verhuurbedrijf. De eigenaar hoeft dan geen taxe d'habitation te betalen, maar het verhuurbedrijf betaalt CFE (cotisation foncière d'entreprises). Weliswaar is die de eerste drie jaar na oprichting vrijgesteld, maar daarna niet meer. De CFE wordt per gemeente vastgesteld en kan hoger of lager uitvallen dan de taxe d'habitation.

Wie twijfels heeft over de berekeningswijze van de belasting kan bij het kadaster een relevé de propriété opvragen en daarmee bij het belastingkantoor reclameren. De plaatselijke belastingen lopen behoorlijk uiteen. Een flink huis met gastenverblijven, schuren, garage, zwembad kost aan woonbelasting en grondbelasting toch al gauw € 1500 per jaar. In de Provence is het niet ongewoon dat deze sommen tot de € 5000 oplopen. Daar komen de jaarlijkse ook stijgende kosten bij van de TEOM, taxe d’enlèvement des ordures ménagères, het ophalen van het huisvuil derhalve. Zes op de tien gemeenten vragen deze steeds duurdere belasting voor het ophalen en verwerken van het huisvuil. Belasting moet ook worden betaald als je niet in je vakantiehuis verblijft, maar waar geen vuilcontainers, poubelles staan, zal geen TEOM worden gevraagd. Over het algemeen wordt hiervoor een afstand genomen van 200 meter.

Vooral als je nog in Nederland woont, is het niet onverstandig de achèvement zo lang mogelijk te rekken. 'Gewoon die formulieren terugsturen met de aantekening dat het huis nog niet bewoonbaar is wegens... Dat is wel een paar jaar vol te houden,’ zo luidt het advies van de Nederlanders die al een keer met dit bijltje hebben gehakt. Niet alle gemeenten verlenen die vrijstelling meer, zo’n 1300 hebben dat voordeeltje al afgeschaft. Als je alleen onbebouwde grond bezit, betaal je uiteraard daarover de zogenaamde taxe foncière sur les propriétés non bâties, tenzij er formeel een agrarische bestemming op rust. Als de bouw volgens de lieden van het belastingkantoor te lang duurt, gaan ze vragen stellen, want het moet niet te gek worden met het onbeperkt uitstellen van de uiteindelijke oplevering. In de praktijk komt het nu vaak voor dat de belastingdienst twee jaar na de afgifte van de bouwvergunning gewoon overgaat tot de berekening van de onroerendezaakbelastingen, ook al is het huis dan nog niet klaar.

Hoewel zwart betalen van (een deel van) de rekening van de aannemer, de loodgieter, de zwembadbouwer voorkomt, blijft het verboden. De aandrang om bij nota’s van de aannemer en zijn collega-artisans een deel zwart te betalen, is aanzienlijk verminderd sinds de Franse overheid samen met enkele andere Europese landen (Nederland uitgezonderd) het besluit nam de omzetbelasting (TVA = taxe sur la valeur ajoutée) op woningverbetering te verlagen van (toen) 20,6% naar 5,5% (nu 7%.)
Zwart betalen, onder de tafel, bij de aankoop van onroerend goed, is sterk af te raden. Notarissen werken er niet aan mee, kunnen zelfs aansprakelijk worden gesteld als zou blijken dat er met zwart geld is betaald. Het verhaal dat de notaris bij het passeren van de akte even het kantoorverblijf verliet om te gaan plassen en aldus tijd en gelegenheid bood om bankpapier over de tafel te laten gaan, is inderdaad een ‘verhaal’: het kan niet meer. Bij het betalen met geld onder de tafel kunnen later problemen ontstaan bij de verkoop van het huis. Is er veel buiten de notaris om betaald, dan zal bij verkoop relatief veel ‘winst’ worden geboekt met een navenant hoge belasting. Ook kent de fiscus in Frankrijk de mogelijkheid om bij twijfel over eerlijkheid van de transactie het object te kopen. Als relatief veel met contant geld onder de tafel is betaald, is de relatief lage opbrengst uit zo’n gedwongen verkoop dus zeer nadelig voor de verkopende eigenaar, die dan min of meer wordt gedwongen opnieuw met zwart geld zaken te doen.

Transacties, ook die tussen particulieren, die de € 3000 te boven gaan, mogen niet meer contant worden betaald. De betalingen moeten gebeuren via cheques of bankoverschrijvingen. Overtredingen worden fors beboet.


Regering wil taxe d'habitation inkomensafhankelijk maken

Taxe habitation2Hoewel de Franse minister van Begrotingszaken plechtig heeft verklaard dat het na de belastinghervormingen die inmiddels door het parlement zijn aangenomen afgelopen is met nieuwe verhogingen, komt een plan naar buiten om de woonbelasting (taxe d’habitation) te verhogen voor bewoners met hoge inkomens. Een werkdocument over dit onderwerp is uitgelekt en bij de media terecht gekomen.

Kern van de gedachte is het inkomensafhankelijk maken van deze lokale belasting die huurders en eigenaren/bewoners jaarlijks betalen. In zekere zin is deze belasting al inkomensafhankelijk voor de zeer lage inkomens, die soms vrijstelling of vermindering kunnen krijgen. In een nieuwe wet zou rekening worden gehouden met de hoogte van het inkomen, onder meer om te voorkomen dat personen die via erfenis over een groot huis beschikken, te veel taxe d’habitation moeten betalen en zelfs gedwongen kunnen zijn om dat huis verkopen. In het plan is ook opgenomen om de lokale huurwaarde, de theoretische basis waarop de plaatselijke belastingen worden berekend, te herzien. In veruit de meeste gemeenten dateert de vaststelling van deze huurwaarde uit 1970 en vertegenwoordigt in de verste verte niet meer de werkelijke actuele waarde. Deze waarde wordt incidenteel wel aangepast als een woning beschikt over meer voorzieningen, die echter in de loop van de jaren niet meer als extra meer worden gezien, maar als behorend tot de normale inrichting van een woning. De wijzigingen zullen naar verwachting niet vóór 2014 in werking treden.
(13.01.13)


CESU, werkster , kinderoppas en tuinman betalen

Om het zwart werken in de huishoudelijke sfeer tegen te gaan bestaat in Frankrijk het systeem van de cheques, CESU (chèque emploi-service universelle). Bijna 60% van de Franse particuliere  'werkgevers' werkt via dit gemakkelijke en papierloze stelsel bij huishoudelijke hulp, tuinverzorger, kinderoppas en anderen.

Wie met CESU werkt (aanmelding kan via internet), hoeft geen salarisstroken in te vullen, geen arbeidscontract op te stellen en geen kwartaalopgaven te doen aan de inner van de sociale heffingen. Het gratis chequeboekje is te krijgen bij de bank waar men een rekening heeft. De verleende diensten gelden voor Franse fiscale ingezetenen die het werk laten doen in en rond hun hoofdbewoning. Wekelijks mag niet meer dan 8 uur zonder arbeidscontract worden gewerkt bij één gezin of vier weken per jaar. Modellen van contracten zijn te vinden op www.legifrance.gouv.fr,www.fepem.fr of www.cesu.urssaf.fr. Wie maandelijks 60 uur via CESU werkt, dus bij meerdere 'werkgevers' komt in aanmerking voor het hele pakket sociale voorzieningen (ruim 42% voor rekening van de werkgever en ruim 23% ten laste van de werknemer). Het precies berekenen kan gebeuren op de websites www.fepem.fr en www.particulier-emploi.fr. Wie een rekening bij de Urssaf aanhoudt, behoeft alleen de netto bedragen op te geven. De Urssaf berekent de sociale premies en houdt ook rekening met de toeslag van 10% als vakantietoeslag, die de gesalarieerde dus maandelijks ontvangt.

Men kon kiezen uit twee systemendéclaration au forfait of déclaration au réel. In het eerste geval werden de sociale lasten berekend op basis van het minimumloon de Smic, vermeerderd met de genoemde 10% vakantietoeslag (samen voor 2012 neerkomende op € 10,14 bruto per uur). Daarnaast kan de werkgever nog extra loon betalen, waarover dan geen premie is betaald. De dekking van uitkeringen later (ziekte, zwangerschap, werkloosheid) zal dan ook beperkter zijn. Bij de tweede vorm worden de sociale premies berekend over het werkelijk uitgekeerde loon en zullen mogelijke uitkeringen hoger zijn. Vanaf 2013 is alleen nog deze laatste berekeningswijze toegestaan. Om de schok wat te verzachten mag de werkgever € 0,75 van het uurloon aftrekken om daarna de werkgeverspremie vast te stellen. De nieuwe regel is voor werkgever en werknemer nadeliger. Voorbeeld: een kinderoppas die € 15 bruto per uur verdient en 40 uur per maand werkt, gaat op basis van de berekening van het werkelijk betaalde loon er € 51 per maand op achteruit. De werkgever moet nu € 91 meer aan sociale premie ophoesten. Algemeen is de verwachting dat werkgevers minder gewerkte uren opgeven of overgaan tot het (gedeeltelijk) zwart betalen.

De 'werkgever' kan de helft van de uitgekeerde som met de sociale premies met een maximum van € 12.000 (€ 15.000 in het eerste jaar) voor belastingvermindering in aanmerking laten komen, crédit d’impôt. Per kind of oudere boven de 65 jaar die te zijnen laste komt, kan hij nog eens € 1500 toevoegen. In dat geval bedraagt het plafond € 7.500. Beide plafonds kunnen met € 3000 worden verhoogd als men zelf voor de eerste keer een dergelijke arbeidskracht inhuurt. Niet-actieven, zoals gepensioneerden die geen inkomstenbelasting betalen, komen niet in aanmerking voor de belastingreductie. Het werkgeversaandeel in de sociale premiebetaling vervalt bij personen van 70 jaar en ouder en bij genieters van een APA-uitkering.

Het loon dat wordt betaald moet minimaal de Smic zijn, het Franse minimumloon van € 9,43 per uur. Kleine klusjes komen voor kleine jaarlijkse teruggaven in aanmerking: € 500 voor kleine karweitjes van maximaal 2 uur per keer, € 1000 voor hulp bij de computer en € 3000 voor tuinkarweitjes. Een auto-entrepreneur kan zich niet laten betalen via de CESU, hij is zelfstandig ondernemer.

De btw voor sommige vormen van persoonlijke dienstverlening is per 1 juli 2013 omhoog gegaan  van 7 naar 19,6% (tuinhulp, hulp bij computer en internet thuis, toezicht op (vakantie)huizen.


Het 'in dienst nemen' van huishoudelijke hulp onaantrekkelijker gemaakt

tuinman2De ongeveer 3,6 miljoen particuliere 'werkgevers' die huishoudelijke hulp 'in dienst' hebben, een student de kinderen laat helpen bij het huiswerk of een tuinman het gras laten maaien, konden tot nu toe op twee manieren hun zaakjes met de belastingdienst regelen: opgave van de werkelijk betaalde 'salarissen' of werken met een vaste heffing, het bekende forfait.

In het eerste geval worden de sociale premies berekend op basis van de uitgekeerde beloning, in het tweede zijn de premies berekend op grond van het minimumloon de smic, ongeacht het aantal feitelijk gewerkte uren. In het laatste geval is de factuur van de 'werkgever' lager, maar een handicap voor de werker, wiens betaalde premies lager zijn en derhalve later ook zijn pensioen. Ook bij werkloosheidsuitkeringen ondervindt de dienstverlener nadeel. De Franse regering heeft besloten aan deze ongelijkheid een einde te maken door het forfait op te heffen per 1 januari 2013. Het systeem zal echter niet worden geweigerd voor oudere of gehandicapte 'werkgevers'. De particuliere werkgevers vrezen een stijging van 25 tot 40% van de loonkosten en de 'werknemers' op hun beurt zijn bang hun baantjes te verliezen of vrezen dat hun bazen sjoemelen met de opgaven van het aantal gewerkte uren. De minister van Sociale Zaken zoekt naar een tussenoplossing door een korting in te voeren op de af te dragen sociale premies van 7%. En ook de belastingteruggave (crédit d'impôt) voor het laten werken van huishoudelijke krachten zal gehandhaafd blijven. Een particulier kan 50% van de betaalde 'salarissen' blijven terugontvangen. Het maximum van deze fiscale terugbetaling gaat echter terug van € 15.000 naar € 7500.
(30.10.12)

Informatie ook bij

www.fepem.fr
www.cesu.urssaf.fr
www.federation-adessa.org
www.pajemploi.urssaf.fr