Eindbestemming: Limousin

In de koepelvormige aankomsthal van Limoges-Bénédictins luister ik onder gefilterd licht naar de dienstberichten.

Aan elke mededeling gaat de beroemde jingle van de SNCF vooraf – ‘tatatala’. Hij bestaat sinds 2005, kostte een vermogen, en moest de Franse spoorwegen een menselijker gezicht geven. Het gezongen melodietje past in de weelderige entourage van het stationsgebouw en maakt de mens reislustig. Goed, het heeft wat gekost. Nou en? Ook tegen de hoge kosten van dit nieuw te bouwen station liep men aanvankelijk te hoop. En nu is er geen Limougeaud meer te vinden, die de reizigerstempel zou willen missen.

Geen betere aankomst in de Limousin dan op spoorwegstation Limoges-Bénédictins. Op 15 januari 1975 kreeg het station de status van historisch monument. Bij oplevering oogstte de frivole melange van late art nouveau en neoclassicisme minder lof. Inwoners van Limoges vonden het station pompeus en vergeleken het met de ‘berg varkensreuzel die de vleesmeesters van de stad tijdens de kerstdagen in hun vitrines te pronk zetten’. Het was bepaald geen liefde op het eerste gezicht. Maar het tij keerde. Nu is de stad apetrots op zijn reizigerskathedraal, die de Franse editie van Vanity Fair in2016 uitroep ot mooiste spoorwegstation van Europa. Een vleugje chauvinisme kan geen kwaad.

Gevallen meisjes van de Limousin

Op de plek van het monumentale stationsgebouw en de bijbehorende emplacementen, aan de rand van de oude stad, stond ooit een Benedictijnenklooster. Lepralijders vonden er onderdak en verzorging. Later werden er de ‘gevallen’ meisjes van de Limousin opgevangen. Nog later deed het klooster dienst als gevangenis en kazerne. In 1852 werd de abdij gesloopt ten faveure van een eerste treinstation. De naam van het plein rond Limoges Bénédictins herinnert ons aan het religieuze verleden: Place Maison Dieu. Als daar geen zegen op rust.

Het eerste stationsgebouw dat hier kwam te staan, was niet meer dan een houten barak. Initiatiefnemer was La Compagnie du chemin de fer de Paris à Orleans, die inspeelde op de modernisering van de posterijen. Ook op het platteland maakte de diligence plaats voor de stoomtrein.De Compagnie had de wind mee, want Karel Lodewijk Napoleon die zichzelf in 1851 via een slimme putsch uitriep tot Keizer Napoleon III, steunde alle initiatieven die bijdroegen aan de industrialisering en ontsluiting van het achterland. In zijn optiek was dat heel Frankrijk met uitzondering van Parijs. In 1856 arriveerde de eerste trein in Limoges: een goederenstoomtrein uit Argenton-sur-Creuse. Het aantal spoorlijnen nam snel toe. De houten barak maakte plaats voor een station van steen, dat meermalen werd uitgebreid.

Burgemeester op dood spoor

De betekenis van het treinverkeer neemt toe en in 1908 vraagt de Franse overheid de Compagnie te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van een nieuw te bouwen station in Limoges, bedoeld als knooppunt voor vier landelijke spoorverbindingen: van Parijs naar respectievelijk Toulouse, Poitiers, Angoulême en Périgueux. De burgemeester van Limoges heeft er wel oren naar en denkt de Compagnie voor te zijn door spoorslags een inspraakprocedure op poten te zetten. In het stadhuis komen verschillende maquettes te staan, waar de gewone man zijn oordeel over mag geven. Het enige oordeel dat men velt, over alle ontwerpen, luidt: veel te duur; geldverspilling. Dat tekent de mentaliteit van de Limousin. Daar houdt men niet van dure fratsen. Nog steeds niet. Al snel verliest de burgemeester zijn interesse. Hij beseft dat er voor hem weinig eer aan te behalen is en legt het initiatief weer bij de Compagnie. De ambitieuze plannen lijken op een dood spoor te geraken.

In 1915 treedt een nieuwe burgemeester aan, van socialistische huize, deze keer, die de plannen nieuw leven inblaast. Op 21 november 1918 komen de stad Limoges en de Parijse spoorwegbonzen tot een akkoord. Het oude departementale station aan de Place Maison Dieu wordt verplaatst. In maart 1924 beginnen de bouwwerkzaamheden voor het nieuwe station. Men stuit op een rotslaag van wel tien meter dik. Alleen al de aanleg van de fundering kost een jaar. Er wordt 6 775 m² beton gestort.Bij de bouw zijn uiteindelijk meer dan 200 vakmensen betrokken. Velen van hen komen uit Italië. Arbeidsmigratie is de gewoonste zaak van de wereld. De Franse editie van Wikipedia geeft nog een paar aardige getallen. Limoges-Bénédictins verslindt 10.000 m³ betonmortel, 2 800 ³ stenen en 1800 ton staal. Tijdens de bouw komen de inwoners van Limoges en de Limousin in groten getalen kijken naar de vorderingen. Dat is nog een typisch fenomeen van de streek: nieuwsgierigheid. Een oude buurman in ons dorp in de Creuse noemt het: ‘La maladie du Limousin’.

Paté van steen en zand

Op 18 mei 1929 meldt zich om klokslag zes uur ’s morgens de eerste treinreiziger aan het loket van Limoges-Bénédictins. Het commentaar tijdens en na de officiële ingebruikname is niet van de lucht. De bijnamen geven de publieke opinie goed weer: ‘Duizendpotige kolos’, ‘Berg van varkensreuzel’. Destijl wordt vergeleken met de bombastische architectuur van München, waar Adolf Hitler en zijn NSDAP in opmars zijn; de 67 meter hoge klokkentoren wordt vergeleken met een minaret. Studenten van Limoges maken een spotlied: ‘Hij is te plomp, hij is pedant, deze paté van steen en zand. Jammer dat hij klaar is, deze bult van een kameel, of liever nog: van een dromedaris’. Het is opmerkelijk hoe mensen reageren op alles wat nieuw en ‘anders’ is. Dit fenomeen is overigens niet typerend voor de Limousin. Het is universeel. Ik denk aan het rumoer rond de Stopera van Amsterdam in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Maar met de jaren keert het tij. Van lieverlede sluiten de Limougeauds de kamelenbult in hun hart. Het station brengt welvaart en verbindt de regio met de wereld. In 1967 wordt de vermaarde Capitole in gebruik genomen, op dat moment de snelste trein van Frankrijk. In drie uur zit je van Limoges in Parijs. En vice versa. Limoges hoort erbij. Dankzij dit geweldige station. Ik kijk nog eens goed naar de hemelse koepel die de aankomsthal overspant. Mijn ogen glijden langs de vele ornamenten en glas-in-loodramen die een vast motief laten zien: het kastanjeblad, symbool van de Limousin. Ik luister naar de dienstberichten en de zoetgevooisde stem die de duur betaalde jingle van de SNCF ten gehore brengt: tatatala. Parijs, Poitiers, Angoulême, Périgueux, Toulouse. Het zal allemaal wel. Ik heb mijn bestemming bereikt: de Limousin.

   


Deze bijdrage werd geschreven door Ton Hilderink, onze regio Correspondent in de Limousin. Zie ook:  https://infofrankrijk.com/hilderink-correspondent-limousin/

©2018 Communities Abroad  |  infofrankrijk.com

DISCLAIMER

Login

of    

Forgot your details?

Create Account