Welzijn Nederlandse en Franse kinderen vergeleken: Nederland ‘wint’

Unicef onderzoekUit het onderzoek dat Unicef onlangs heeft gepubliceerd over het welzijn van kinderen in 29 ontwikkelde landen, blijkt Nederland op de eerste plaats te komen, vóór Noorwegen en IJsland. Frankrijk staat ongeveer in het midden op de 13e plaats tussen Slovenië en Tsjechië. Niet best is het gesteld met het welzijn voor kinderen in Letland, Litouwen en Roemenië, de hekkesluiters op dit gebied. De onderzoekers van Unicef hebben beoordelingen gemaakt over het materieel welzijn, veiligheid en gezondheid, onderwijs, risicogedrag en huisvesting en leefomgeving. Het is interessant om de verschillen tussen Frankrijk en Nederland nader onder de loep te nemen. Dit is gedaan door Steven Verbeek, als bedrijfsarts  werkzaam in Frankrijk.

In materiële zin staat Nederland bovenaan en Frankrijk op een 10e plaats. Het gaat hier om inkomen. Frankrijk behoort nog net niet tot de landen waar meer dan 10% onder de armoedegrens zit. Nederland staat op de 6e plaats (na de Scandinavische landen) als het gaat om bestedingen aan (goed) eten, boeken, ontspanning, sport en spel, internet en deelname aan sociale activiteiten. Frankrijk scoort een 16e plaats. Als het gaat om wat de familie kan bieden (eigen vervoer, vakantie, computers, eigen kamer) staat ederland op 3 en Frankrijk op 10. Op gezondheidsgebied is vooral naar geboortegewicht, vaccinatiegraad en kindersterfte gekeken. Qua geboortegewicht (% onder 2,5 kg) staat Nederland (na Scandinavië) op de 7e plaats, Frankrijk op 14. In vaccinatiegraad staat Nederland op 11, Frankrijk op 14. Lijstaanvoerders Hongarije en Griekenland, hekkensluiter Oostenrijk! Op kindersterfte (1-19 jaar) staat Nederland op 4 na IJsland, Luxemburg en Zwitserland, Frankrijk precies in het midden op 14 met als ongunstigste landen de Baltische staten en Roemenië.

Bij Onderwijs – en meer specifiek ‘educational well-being’ – gaat het om participatie aan kleuteronderwijs (vanaf 4 jaar), voortgezet onderwijs (en uitval) en resultaten van de PISA-test (Programme for International Student Assessment, een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek, dat wordt uitgevoerd onder auspiciën van de OESO). Frankrijk scoort het hoogst op deelname aan kleuteronderwijs, direct gevolgd door Nederland; het laagst Finland en Griekenland.  In deelname aan het voortgezet onderwijs tussen 15 en 19 jaar staat België bovenaan, Nederland op 7 en Frankrijk op 19. In Groot-Brittannië is de deelname het minst. ‘Drop-outers’ (geen opleiding en geen werk) van 15-19 jaar: Noorwegen en Slovenië bovenaan, Nederland 6e plaats, Frankrijk 16. Hekkensluiters Italië en Spanje. De PISA-test voor 15-jarigen brengt Finland en Canada bovenaan met als 3e Nederland, Frankrijk volgt op afstand op 15 tussen Ierland en de USA. Het slechtst Roemenië en Griekenland.

Risicogedrag wordt gemeten aan eetgewoonten en beweging, tienerzwangerschappen, alcohol, cannabis, geweld en pesten op school. In de totaalscore staat Nederland met de Scandinavische landen bovenaan, Frankrijk op een gemiddelde 13e plaats en de Baltische staten en Roemenië onderaan. Nederland scoort het best met overgewicht, Frankrijk op de 4e plaats en Griekenland en de USA helemaal onderaan. Nederlanders blijken zelfs beter te ontbijten (1) dan Fransen (10). Fruit wordt echter veel minder in Nederland (23) dan in Frankrijk (12) gegeten met als beste Denemarken, als slechtste Finland na de Baltische staten. Nederlanders bewegen weinig (16) maar Fransen nog minder (27). De Ieren zijn de winnaars en Italië en Denemarken de hekkensluiters.

Tienerzwangerschappen: na Zwitserland Nederland op 2, Frankrijk op 6, de meeste in Groot-Brittannië, Roemenië en de USA. Alcoholgebruik met als maat het percentage tieners van 11-15 jaar die aangaven al minstens twee keer dronken te zijn geweest: lijstaanvoerder USA, Nederland op 3, Frankrijk op 6. De Baltische staten en Finland onderaan. Cannabisgebruik van tieners van 11-15 jaar die aangaven in de laatste 12 maanden cannabis te hebben gebruikt: Nederland op een 20e plaats nog ruim boven Frankrijk op 26. Noorwegen het minst, Canada het vaakst. Geweld  buiten school (tieners die met fysiek geweld te maken hebben gehad): Nederland op 10, Frankrijk op 13. Het best scoort Duitsland, het slechts Griekenland en Spanje. Pesten op school minstens eenmaal in de laatste maanden: Nederland op 8, Frankrijk op 20. Best scoren Italië en Zweden, slechtst de Baltische staten en Roemenië. Op het gebied van geweld is alleen gekeken naar moorden per 100.000 inwoners; Frankrijk op 12, Nederland op 13 in de middenmoot, lijstaanvoerders IJsland en Oostenrijk, hekkensluiters de Baltische staten met de USA.

Huisvesting en leefomgeving. Nederland op de 4e plaats na dunbevolkte landen als Zwitserland, Ierland en Noorwegen, Frankrijk op 16 tussen Denemarken en Portugal, ook weer de Baltische staten en Roemenië aan het eind. Wat betreft het aantal kamers per persoon in een huis: Nederlanders staan op 3 na België en Ierland, Frankrijk op 12 na Duitsland, weer de Baltische staten met Polen en Roemenië het laatst. De kwaliteit van de huisvesting (lekkages/schimmel, te weinig lichtinval, onvoldoende bad-en/of toiletruimte: na Scandinavië Nederland op 4, Frankrijk op 13 en weer aan het einde de Baltische staten en Roemenië. Luchtvervuiling (fijnstof) is het minst in Estland en Ierland, Nederland en Frankrijk in de middenmoot met plaats 15 en 19, in Roemenië en Griekenland is de lucht het vuilst.

Commentaar van Steven Verbeek (Taciturne in het forum van deze website) op bovenstaande constateringen van het eerste deel van het Unicef-rapport:

Zoals bij alle ‘cijferlijstjes’, het hangt maar net van de criteria en van de weging van de uitkomsten af op welke plaats je terechtkomt.  Sommige criteria lijken overbodig, andere worden gemist. Grosso modo en niet onverwacht komen Oost- en Zuid-Europese landen er het slechtste van af, maar scoren de USA en Groot-Brittannië  bepaald niet goed. Het ervaren welzijn is niet gemeten. In de categorieën vind ik de dimensie ‘Gezondheid en veiligheid’ wat te krap behandeld. De toegankelijkheid van de gezondheidszorg is niet meegenomen en evenmin de diagnoses die vooral bij kinderen gesteld worden als groei-, leer- en ontwikkelingsstoornissen. Ik had ook graag meer geweten van ongevallen (privé en verkeer) en zelfmoorden. Ondanks het sterke accent op vaccinaties in Frankrijk (verplicht als je naar de crèche en de maternelle gaat) scoort Nederland beter dan Frankrijk. In de afgelopen twee jaar zijn er polemieken geweest over neonatale sterfte in Nederland, o.m. door thuisbevallingen en slechte organisatie van verlosafdelingen in ziekenhuizen. Nederland en Frankrijk staan vrijwel gelijk in het midden, de Scandinaviërs met Luxemburg en Sloveniê (!) erboven. Als ik zie hoe zwangeren in Frankrijk in de watten gelegd worden en er altijd in ziekenhuizen wordt bevallen in Frankrijk, zou Frankrijk boven Nederland moeten staan. Wellicht spelen reisafstanden naar ziekenhuizen hier een rol. Geboortegewichten als criterium vind ik dubieus, want Noorderlingen zijn nu eenmaal groter dan Zuiderlingen dus wegen zij ook meer bij geboorte. Dat de Scandinaviërs met Nederlanders (overigens langste mensen ter wereld) bovenaan staan, de Fransen in het midden en de Zuid-Europeanen onderaan lijkt me logisch.

Dat Frankrijk bovenaan staat bij toegang tot onderwijs van kleuters is niet verbazingwekkend: veel ouders werken fulltime, de kinderen kunnen vanaf 3 jaar naar de maternelle, het onderwijs is goedkoop en de kinderen kunnen op school lunchen en de jongsten houden een siësta. Dat Nederland dan toch tweede staat is verbazingwekkend omdat veel meer Nederlandse dan Franse ouders parttime werken. Dat 89% van de 15-19-jarigen in Nederland enige opleiding volgt en 78% van de Fransen is een tamelijk groot verschil. In Nederland is in deze leeftijdscategorie minder dan 4% ‘drop-out’ en in Frankrijk bijna het dubbele. Wegens de meer competitieve sfeer op school in Frankrijk of is het minder leuk op school? Veelbesproken en bekritiseerd is de PISA-test voor 15-jarigen, waarbij lezen, wis- en natuurkunde worden gemeten. Nederland eindigt altijd tamelijk hoog, Frankrijk in de middenmoot. Wellicht gaat het niet alleen om de kwaliteit van onderwijs; in landen waar men meer talen spreekt – dus bredere toegang tot informatie heeft – scoren hoog: Finland, Canada, Zwitserland.

In risico-gedrag vind ik het discutabel alleen te rekenen met een paar keer dronken zijn geweest of een joint te hebben gerookt. Belangrijker m.i. is de omvang van alcohol- en cannabisgebruik. In Nederland is het ‘comazuipen althans in de media een hot item, in Frankrijk veel minder. Ik denk zelf dat Franse kinderen minder drinken dan Nederlands en er ook later mee beginnen. Minder overgewicht in Nederland (8%) dan in Frankrijk (11%) is verrassend maar wellicht rukt de ‘malbouffe’ harder op dan men denkt en weigeren Franse ouders wellicht minder vaak de ‘dikmakers’ die overvloedig op de tv-reclames worden getoond….
Net zo verrassend is dat bijna alle Nederlandse kinderen (90%) altijd met een ontbijt de deur uit gaan terwijl in Frankrijk waar eten zo ongeveer het belangrijkste gespreksonderwerp is, slechts 67% een volledig ontbijt achter de kiezen heeft. Slechts éénderde van de Nederlandse kinderen eet dagelijks fruit en in Frankrijk is het al niet veel beter met bijna 40%. Daarbij gevoegd dat nog geen 20% van de Nederlandse kinderen dagelijks lichamelijk een beetje actief is en maar 13% van de Franse, kun je je voor de toekomst zorgen maken over obesitas en hart- en vaatziekten.

Tienerzwangerschappen laag in Nederland (0,4%) en ietsje hoger in Frankrijk (0,6%) maar vergeleken bij veel andere landen laag:  gemakkelijke toegang tot de pil en er wordt gemakkelijker over gepraat. Getallen steken schril af bij de USA: 3,7%, tienmaal zo hoog als in Nederland. Hoe zuidelijker hoe oostelijker je gaat, hoe meer er gerookt wordt. Nederland doet het wat beter dan Frankrijk. De sigarettenprijs is nauwelijks een argument: hoewel in Oost- en Zuid-Europa de prijzen behoorlijk lager zijn, in verhouding tot het netto-inkomen in die landen zijn ze ongeveer even duur. In het tolerante Nederland blijken de 11-15 jarigen toch duidelijk minder (vaak) te blowen dan in het restrictieve Frankrijk. Een argument wellicht voor het vrijgeven van cannabis.

Wat ervaringen met geweld ontlopen de twee landen elkaar niet erg. Er lijkt wel meer (34%) gepest te worden in Frankrijk dan in Nederland (24%). Ik heb het gevoel dat er zowel op scholen als in de media in Nederland meer aandacht is voor het fenomeen. In mijn omgeving hoor ik er weinig over. In Frankrijk, het land van ruimte en goedkopere huizen, valt het voor de kinderen toch wat tegen….. Nederlandse kinderen zijn beter en ruimer behuisd dan Franse kinderen. Niet vergeten moet worden dat veel kinderrijke gezinnen in Frankrijk in enorme HLM (Habitation loyer modéré – ‘woningwetflats’ ) wonen; dat is het overgrote deel van de Fransen in stedelijke gebieden, alle ruimte ten spijt. Wat ik mis, en voor kinderen best belangrijk, is onderzoek naar de aanwezigheid van huisdieren.

Meer Fransen dan Nederlanders last hebben van luchtvervuiling, hoewel de verschillen klein zijn. Ik denk dat in Nederland het fijnstof sneller verwaait en in Frankrijk liggen vaak grote steden in kommen (Parijs, Grenoble, Lyon) waar vervuiling langer blijft hangen. Er is niet gekeken naar ‘binnenhuisvervuiling’ door chemische stoffen, roken, slechte ventilatie en dat is jammer want in Frankrijk juist is daar veel aan onderzocht en de resultaten zijn bepaald niet gunstig: oplosmiddelen, tabak, lood zijn soms in hoge concentraties aanwezig. Ook is niets gezegd over de kwaliteit van drinkwater, in Frankrijk veel minder dan in Nederland, door slechtere zuivering en meer vervuiling door meststoffen, pesticiden en jawel, medicijnen.

In het tweede deel van het rapport zijn de scores opgenomen van onderzoeken waarbij kinderen van 11, 13 en 15 jaar op een schaal van 0-10 moesten aangeven hoe tevreden ze met hun leven waren. Dan komen er duidelijke verschillen tussen ‘objectieve’ en ‘subjectieve’ criteria naar boven. Zuidelijke landen stijgen behoorlijk, terwijl bijvoorbeeld Duitsland en Luxemburg en in mindere mate Canada en Polen flink zakken. De verschillen tussen Nederland en Frankrijk blijven nagenoeg gelijk: ‘subjectief’ stijgt in Frankrijk met twee plaatsen. In Roemenië is het onveranderd droevig gesteld.

Minstens zo belangrijk is de relatie tussen kinderen en hun ouders en vrienden. In dezelfde leeftijdsgroep van 11-15 jaar blijken ineens enorme verschillen in communicatie tussen ouders en kinderen (de vaders komen er nog het slechtst af) tussen Nederland (bovenaan) en Frankrijk (onderaan). Bijna hetzelfde beeld in contacten met schoolkameraden: Nederland op 1, Frankrijk op 3 na onderaan.In het rapport worden grote reserves geuit want het gaat om beleving, per definitie subjectief en cultuurgebonden.

Commentaar op dit  deel. De groep kinderen waarbij gemeten is, is veel kleiner: 11-15 jaar. En zoals het rapport al stelt, het is subjectiever. 94% van de Nederlandse kinderen zegt gelukkig te zijn tegen 86% van de Franse. Geen schokkend groot verschil. Veel tekenender zijn de verschillen in communicatie met vooral ouders. Met bijna driekwart van de Franse moeders en maar nauwelijks de helft van de Franse vaders valt goed te praten. In Nederland boven 90% resp. 80%. Dit is schokkend. Het rapport verklaart het verschil niet. Mijn ervaring is dat het praten over wat je bezig houdt, en vooral over je gevoelens, in Frankrijk veel moeilijker gaat. Het is privé, vertrouwelijk, gaat anderen niet aan, je moet het zelf maar oplossen, ‘c’est comme ça’. Misschien hebben de Franse ouders ook minder tijd want zij werken vaak allebei fulltime. Zijn kinderen na langere schooldagen – inclusief de schoolbusreis – ook gewoon te moe. Hebben ook vaak huiswerk ’s avonds. Een grotere allochtone gemeenschap waarin over gevoelens praten met ouders moeilijker ligt? Maar ook met de schoolkameraadjes is het maar zo-zo. Er is dus meer dan gebrek aan beschikbare tijd (‘temps de qualité’).

Ik pretendeer niet volledig en nog minder wetenschappelijk te zijn in mijn commentaren. Dat laat ik over aan diegenen die er voor doorgeleerd hebben. Het is echter te hopen dat Franse wetenschappers en politici deze rapporten serieus nemen en niet gelijk in een ‘nationalistische kramp’ schieten zo gauw er iets verschijnt waarin Frankrijk er niet best vanaf komt…….

Een anderbekend lid van het forum van Wonen en leven in Frankrijk ‘Prinsesje’ (Ingrid Prins,  kinderarts/kindercardioloog in Zuidwest-Frankrijk) heeft puntsgewijs commentaar geleverd op het rapport van de Unicef.

‘Het verbaast me niet dat het  bien-être en levensgeluk van Nederlandse kinderen hoger zijn dan hier in Frankrijk. Ik geef jullie mijn persoonlijke visie die gestaafd is door ervaring en niet op cijfers.

1. Ik hekel de Education Nationale. In mijn ogen nog altijd erg gericht op competitie en dat gaat door tot het einde van je universitaire studie. Alles draait om ´les notes’. Ouders zijn continu bezig om hun kinderen duidelijk te maken dat ze goed hun best moeten doen (bien travailler).
2. Er wordt nog steeds huiswerk gegeven op de lagere school.
3. Kinderen maken lange dagen beide ouders voltijds werken. Vergeet niet dat ze soms al om acht uur of eerder afegeleverd worden (hoe zo ontbijten?), school tot half vijf met wel ruim anderhalf uur middagpauze en fatsoenlijk eten. Na half vijf gaan ze naar de halte garderie. Dus zo’n kind is van acht tot 18 of 18.30 uur  ‘en collectivité’. Dat is lang voor een kind van zeven, acht jaar. En ja, hoe langer in collectivité hoe meer kans op pesten.
4. Ik zie eigenlijk nooit kinderen buitenspelen. Fietsen al heel  weinig. Het is hier vlak maar ouders zijn overal doodsbang voor. Ik woon in een quartier rural en fiets via groene buitenwijken naar het werk. Een enkele fietser collégien en dan houdt het op. Groepen kinderen zien spelen om vijf of zes uur door de weeks: nooit. Die zijn nog op de halte garderie of moeten devoirs (huiswerk) maken.
5. En dan is het woensdag, vrije dag denk je. Nee hoor, de kinderen moeten ondergebracht worden bij opa of oma en anders naar het centre de loisirs dus weer in collectivité. ´s middags files in de stad omdat de kinderen naar de clubjes gebracht moeten worden.
6. En dan is het zes of zeven uur ´s avonds. Uitgebreid koken hoeft niet, dat is handig want de hele familie heeft een fatsoenlijke middagmaaltijd gehad. Dan nog wat tv kijken en de meeste kinderen gaan te laat naar bed. Na acht weken zo een ritme en dan is het vakantie waarvan je minstens de helft van de tijd naar opa en oma gaat of naar een centre de loisirs.

Dan heb ik het nog niet gehad over de kinderen die al jong naar het internat gaan wegens het bezoeken een specifieke school of de grote afstand naar het lycee. Dat is toch een groot verschil met Nederland. Als je niet dichtbij de chef lieu van je departement woont, zul je al gauw doordeweeks naar het internaat gaan en dat op 13-, 14- of 15-jarige leeftijd. Internaten zijn heerlijke plekken om je ongelukkig te voelen. Verder valt me altijd weer op hoe braaf kinderen zijn maar ook onze arts assistenten. Het is ‘ja, nee en amen’ en een discussie aangaan is moeilijk. Ik blijf erbij, dat is de schuld van de déformation nationale.

Reageren kan op het forum

©2018 Communities Abroad  |  infofrankrijk.com

DISCLAIMER

Login

of    

Forgot your details?

Create Account