voor felix en zijn kleine chineesjes speciaal, gister was de laatste dag van het grootse festval van la rochelle, Québec 400 ans, of beter gezegd, en eerlijker "Poitou-Charentes Québec 2008" want het was tenslotte Samuel Champlain, le fondateur de la ville Québec, en dat moest gevierd worden. groots waren de aftrap op de eerste mei en de dagen erna met hun festivals tot diep in de nacht, gezellige overvolle kroegen, terrassen met de allerheerlijkste zeevruchten en vis, en grootser was het gisteren toen de ambasadeur welkom werd geheten op de Belem, het vlaggeschip van frankrijk, frankrijks glorie, frankrijks zegen. alle luitenanten en scheepsjongens werden aan dek gepijpt (ja zo heet dat nu eenmaal in zeemanstaal) en zetten salute toen de kapitien de ambasadeur begroette op de trede van de loopplank, het publiek eerbiedig stil. een enorme torenkraan had een soort van windvang met allerlei poppen die levensgroot waren naast de haventoren staan, de poppen symboliseerde de geesten van de verdronkene op zee. van groot tot klein, van jong tot oud, van arm tot rijk,allen genoten ze van de aanwezigheid van dit feest en zijn bijzondere gasten. op 17.00 werd de loopplank ingetrokken, de hoorn schalde twee maal als laatste groet aan la rochelle, de brug ging open. eenmaal in de baai loefde het schip iets af, richtte zijn stuurboordzijde naar de tribune van het vip publiek, blies zijn groet in twee ferme schallen richting burgemeesters, en andere hoge mesdames et monsieus, en.... de kapitien pijpte iedereen de mast in, verdo..... het zal niet waar zijn riep ik naar mijn visite, hij gaat de haven in. omdat ik redelijk wat ouderwetse zeilkennis heb, bezeten ben van de klassieke zeilvaart, zelfs een orginele pijp heb van een bootsman, wist ik wat de schelle pijp riep, opbrassen de mast, en de steven wende zich richting de twee torens. la rochelle, je bent altijd al rebels geweest, al eeuwen doe je wat iedereen je verbied, al eeuwen zijn de inwoners de rebelie van frankrijk, en natuurlijk werd ook deze keer, na vierhonderd jaar de traditie in ere gehouden door een rebel van een kapitein, met uiterste precisie laveerde hij zijn kollosale schip tussen de twee torens door de oude stadshaven van la rochelle in, lag daar even te glunderen naar het publiek, de gewone man, de visser, de arbeider, draaide bakboordzijde naar de vele kroegen en restaurantjes en blies zijn allerlaatse groet, de scheepshoorn schalde met een echo tussen de stadsmuur en de huizen, het publiek was uitzinnig, een luid aplaus steeg op van verre. bijna nonchalant verliet het schip de haven, vaarde zonder boe of bah te zeggen langs de eretribune, en verliet met duizenden kleine bootjes de baai van la rochelle, opweg naar Québec, met achter zich aan de eerste zeilschepen die zich naar de start begeven voor de race, de oversteek, La Grand traversée. la rochelle, een stad waar je van kunt houden, zielsveel, juist omdat het anders is dan zoveel anderen. cees. |