|
Woonlandfactor Frankrijk ongewijzigd
In 2008 is de woonlandfactor voor Frankrijk gehandhaafd op 0,6935. In 2008 is de vaste bijdrage omhoog gegaan van € 88,25 naar € 100 per maand. Rekening houdend met de woonlandfactor betekent dit een bijdrage van € 61,20 voor een in Frankrijk wonende Nederlander die een uitkering of pensioen uit Nederland ontvangt. Voor ieder meeverzekerd gezinslid van 18 jaar of ouder die in een EU-land woont, is bovendien eenzelfde vaste bijdrage per maand verschuldigd. Voor iedere verzekerd is daarnaast ook inkomensafhankelijke bijdragen Zvw en AWBZ verschuldigd. Ook deze bijdragen worden berekend met behulp van de woonlandfactor. Als uitgangspunt gelden de percentages, die men in Nederland over het inkomen zou moeten betalen: - 7,2 % over loon, WAO-/WAZ-uitkering, Anw- en AOW-pensioen; en - 5,1 % over overige inkomsten. De bijdrage wordt niet alleen geheven over het inkomen uit Nederland, maar ook over eventuele inkomsten uit een ander land. In totaal kan de bijdrage in 2008 worden berekend over maximaal € 31.231. Ook bij de berekening van de bijdragen AWBZ geldt als uitgangspunt het percentage, dat men in Nederland over het inkomen zou moeten betalen: - 12,15% over het inkomen in de eerste en tweede belastingschijf (ook al is men niet in Nederland belastingplichtig). De bijdrage wordt niet alleen geheven over het inkomen uit Nederland, maar ook over eventuele inkomsten uit een ander land. In totaal kan de bijdrage worden berekend over maximaal € 31.589.
Voorbeeldberekening bij alleen AOW van € 1200 per maand met één gezinslid; het maandbedrag wordt uiteraard aanzienlijk hoger als ook de andere inkomsten, zoals een bedrijfspensioen, wordt meeberekend. Over die ‘overige’ inkomsten wordt 5,1% bijdrage ingehouden, gecorrigeerd met de woonlandfactor.
Vaste bijdrage van € 100 x woonlandfactor Frankrijk van 0,6935 € 69,35 Bijdrage over € 1200 AOW x woonlandfactor Frankrijk x 7,2% € 59,91 Bijdrage AWBZ over € 1200 AOW x woonlandfactor Frankrijk x 12,15% € 101,11 Vaste bijdrage voor gezinslid van € 100 x woonlandfactor Frankrijk van 0,6935 € 69.35 Per maand (er is geen rekening gehouden met eventuele heffingskortingen) € 299,72
Er zijn vier statussen mogelijk voor ziektekostenverzekering bij emigranten:
1. Verzekerd onder het Nederlandse stelsel bijvoorbeeld door inkomen uit arbeid in alleen Nederland; 2. Verzekerd onder het Franse stelsel, bijvoorbeeld door werken in alleen Frankrijk; 3. Verdragsgerechtigd met verplichte aanmelding bij CVZ (College voor Zorgverzekeringen), bijvoorbeeld door (alleen) wettelijk pensioen uit Nederland of als gezinslid van een in Nederland verzekerde zonder eigen recht op verzekering in Frankrijk; 4. Particulier verzekerd, bijvoorbeeld wie van zijn vermogen leeft in Frankrijk of een niet-wettelijk pensioen uit Nederland heeft.
De verdragsgerechtigdheid is geen verzekeringsplicht, maar een aanspraak op vergoeding van medische en zorgkosten ten laste van Nederland, naar de regels van het wettelijke stelsel in Frankrijk. Dit vloeit voort uit het Europese sociale zekerheidsrecht (EG1408/71). Die verdragsgerechtigdheid is op de eerste plaats gericht op degenen die een wettelijk pensioen of een wettelijke (langlopende) uitkering vanuit Nederland hebben (waaronder AOW en WAO en bedrijfspensioenen vallend onder een CAO) en hun gezinsleden, gedefinieerd naar Franse definitie (de ayant-droits). Er blijven categorieën emigranten over die noch onder het Franse ziektekostenstelsel vallen, noch verzekeringsplichtig Zvw, noch verdragsgerechtigd zijn. Te denken valt aan degenen die van een particuliere lijfrente of van hun vermogen leven (zonder AOW). Deze zullen particulier verzekerd zijn en kunnen dat blijven, al dan niet bij een Nederlandse verzekeraar.
Collectieve zorgverzekering voor Nederlanders in ht buitenland
Het bestuur van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland (SBNGB) wil de mogelijkheid onderzoeken van een collectieve zorgverzekering voor Nederlanders die in het buitenland wonen. Hierbij zullen niet alleen de mogelijkheden bij de Nederlandse verzekeringsmaatschappijen worden onderzocht, maar ook bij maatschappijen buiten Nederland.
Zo'n constructie zou voordelen in kostprijs en voorwaarden kunnen opleveren als de uitspraak in het proefproces over het keuzerecht inderdaad een keuze tussen een aansluiting bij het plaatselijke ziekenfonds als verdragsgerechtigde met een E-121 formulier of een aansluiting bij een particuliere verzekeringsmaatschappij mogelijk zal maken. In het laatste geval zal men geen verplichte Zvwbijdragen aan Nederland hoeven te betalen. Maar ook als het keuzerecht niet gerealiseerd zal worden, of pas op langere termijn, dan kan een collectieve verzekering in bepaalde gevallen een oplossing bieden. Er bereiken de Stichting berichten uit diverse landen dat er belangstelling is om naast de verplichte ziekenfondsverzekering een particuliere verzekering met volledige dekking aan te gaan, mocht dit tegen aanvaardbare kosten en voorwaarden kunnen gebeuren. Het bestuur wil in eerste instantie inzicht krijgen in de belangstelling die voor een collectieve verzekering bestaat. Klik hier om de gegevens in te vullen.
Print dit artikel
|