|
10. Gedetailleerde planning van de riolering: afschot en beluchting Bij het vastleggen van de definitieve routing van de rioleringen moet je anders dan bij waterleidingen, op afschot en beluchting letten.
Afschot Je moet elke afvoer van vuil water met een constante afschot van ca. 1% aanleggen. 1% is gelijk aan 1 cm per strekkende meter. Meer is niet nodig. Bij minder afschot wordt de stroomsnelheid te laag en slibben de leidingen te snel dicht. Bij meer afschot kan een separatie van vaste en vloeibare stoffen plaats vinden; het water loopt weg, excrementen en papier blijven liggen. Verstoppingen zijn het resultaat. Bij dit soort gevallen beter een afschot van ca. 1% aanhouden en dan een verticale val toepassen. Het is nagenoeg onmogelijk het nodige afschot van minimaal 1% te realiseren als je langere leidingen in de vloer legt (in het beton stort); als je door een kamer van 8 m moet is dat immers 8 cm.
Beluchting Een vaak gemaakte fout (ook van vakmensen, en ook in Nederland) is het niet beluchten van afvoerleidingen. Bij het doortrekken van de WC ontstaat dan door de massieve naar beneden stortende waterkolom een vacuüm dat ondiepe stankafsluiters (meestal die van een douche of een schrobputje in de vloer) leegzuigt zodat er een open verbinding naar het riool ontstaat. En elk riool stinkt nu eens naar rotte eieren. Daarom moet u afvoeren naar het riool steeds beluchten, zie afb. 5 en 6. De Fransen spreken bij het fenomeen van leegzuigen van désyphonage, mise à sec des syphons of vidange des syphons. Beeld 5 toont de meest effectieve maar ook duurste manier van aansluiten. De standpijp is boven het dak uit verlengd en van een afdekhoedje voorzien. Deze standleiding moet zo min mogelijk ‘verspringen’. Dus recht door het dak naar boven is het beste (en meestal goed te camoufleren als men deze leiding door een nevenvertrek legt, bijvoorbeeld een kast of bijkeuken). Buiten leggen is in alle gebieden waar het kan vriezen niet doelmatig.

Afbeelding 5
Huisriolering met separate aansluitingen op een beluchte standpijp

Afbeelding 6
Huisriolering met beluchte verzamelleiding
Alle afvoerleidingen zijn in afb. 5 separaat op deze ‘standpijp’ aangesloten. Meer gebruikelijk (en ook kosten- en ruimtebesparend) is het meerdere afvoeren met één verzamelleiding op de beluchte standpijp aan te sluiten (afb. 6). Je moet dan wel op de juiste diametervergroting bij iedere aansluiting letten en de verzamelleiding moet aan zijn eind belucht worden. Daar moet een beluchtingspijp (ook ontspanningsleiding, vacuümbreker of atmosferische compensatie genoemd) geplaatst worden, die ook weer boven het dak uitkomt. Maar ook bij deze aansluiting is het goed de WC separaat op de valpijp aan te sluiten of tenminste het dichtst bij de valpijp te plaatsen. De WC-pijp kan beter geen 90°-bochten hebben, liever 45°, desnoods 2x 45°. Er zijn combinaties van de twee systemen volgens afb. 5 en 6 mogelijk, dus bepaalde afvoeren separaat en rechtstreeks op de valpijp aangesloten, anderen via een verzamelleiding. Maar iedere verzamelleiding moet aan het uiteinde weer een beluchting hebben. Er zijn in NL en F allerhande binnenbeluchters verkrijgbaar, ook sifons met ingebouwde beluchters (clapet anti-désiphonnage), maar dit alles zijn lapmiddelen om de oorspronkelijke fout, een slecht belucht afvoersysteem, achteraf enigszins te corrigeren. Als tijdelijke remedie kun je ook in de douche waarvan de sifon steeds leeggezogen wordt, na iedere WC-beurt water laten lopen zodat de stankafsluiter meteen weer gevuld is. Ik wil niet zeggen dat het anders dan met de hiervoor beschreven oplossingen niet lukt het probleem van désiphonnage op te lossen, maar bepaalde effecten zijn moeilijk te voorspellen. Het kan bij ontbrekende beluchting steeds weer voorkomen dat bij het doortrekken van de WC een van de stankafsluiters leeggezogen wordt, of dat bij het leeg laten lopen van de badkuip plotseling water in de douche staat. Ik ben in mijn drie huizen reeds de gekste dingen tegen gekomen. Dus ik neem geen enkel risico meer. Achteraf verhelpen is steeds moeilijker. En steeds eraan denken: De WC-uitlaat heeft in Frankrijk 100, de standpijp 125 mmØ; de in Nederland gangbare diameter 110 is in Frankrijk niet gebruikelijk. Er blijken wél verloopstukken tussen 100 en 110 mmØ te bestaan (www.nicoll.fr), maar die vind je bij een gewone Brico niet.
11. Het tracé van de rioolbuizen Het vinden van het juiste tracé voor de rioolbuizen is wegens hun grote diameter en de noodzaak van een constante afschot vaak niet makkelijk. Het aanleggen onder de vloer is goed te doen als in de daaronder gelegen verdieping een verlaagd plafond geplaatst wordt. Hierbij treden helaas vaak geluidsproblemen op. Een handige oplossing is de sinds ca. 30 jaren vooral bij renovatieprojecten toegepaste voorwandinstallatie. Alle sanitairelementen worden aan frames, die ca. 20 cm diep en 120 cm hoog zijn, gemonteerd en de afvoerleidingen worden tussen de bestaande wand en deze frames gelegd. Diverse leveranciers bieden hiervoor complete systemen aan en de prijzen zijn nu ook langzamerhand redelijk. Zie afb.7. Als het echt niet anders kan worden valpijpen soms door bewoonde ruimtes gelegd. Om geluidsoverlast te vermijden is het noodzakelijk om deze pijpen heen een koker te timmeren of te metselen en de ruimte tussen valpijp en koker met zand te vullen.

Afbeelding 7
Voorwandinstallatie Links een element voor wastafelmontage, rechts voor een WC
12. Het leggen van de rioleringen Het gebruikelijke materiaal voor huisinterne rioleringen is PVC (hard Polyvinylchloride, grijs gekleurd) dat gelijmd wordt. Bij het aanleggen van de riolering gaat men van de hoofdafvoer uit en werkt tegen de stroomrichting in. Het is doelmatig alle leidingen eerst koud (zonder lijmen) in elkaar te steken en waar nodig provisorisch te ondersteunen. Als alles goed uitgelijnd en spanningvrij is worden de afzonderlijke pijpen en hulpstukken genummerd en op elke verbinding een streep met viltstift gezet (afb. 8). Dan kunnen de pijpen en hulpstukken, bij de valpijp beginnend, in elkaar gelijmd worden. Waar nodig worden beugels ter ondersteuning geplaatst, meestal om de 50-80 cm, en bij doorvoeren door muren en plafonds wordt de leiding ingemetseld. Hier zijn geen isolerende tussenlagen nodig.

Afbeelding 8
Koud geplaatste PVC-leidingen en hulpstukken Let op de nummering en de referentiestreepjes per verbinding.
Na het leggen van de rioleringen kunnen de waterleidingen volgens het van tevoren uitgewerkte plan gelegd worden.

Afbeelding 9
Waterleidingen voor een badkamer die in de belendende buanderie (bijkeuken) geplaatst zijn. Hier is ook een tweede WC aangesloten. De badkamer ligt achter de witte muur.
13. Andere vraagstukken rond water en riool Over water en riool is nog veel meer te zeggen. Hier volgt een verzameling van losse opmerkingen die ik naar aanleiding van discussies in het forum verzameld heb.
13.1 Waterverbruik en lekkagecontrole Het is nuttig regelmatig, bijvoorbeeld eens per maand, de meterstand op te nemen. Zo houd je je waterverbruik in de gaten en je merkt eventuele lekkages eerder op. Wie een lekkage vermoedt, moet alle kranen in en bij het huis dichtdraaien; en als dan het toiletreservoir niet gevuld wordt, hoort de watermeter stil te staan (meestal zit er een klein fel gekleurd tandwieltje of sterretje in dat draait zodra er water stroomt). Draait de meter wél, dan is er blijkbaar een lekkage in het leidingsysteem. Onderzoek dan alle delen van dat leidingsysteem nauwkeurig of neem contact op met een installateur om de lekkage op te sporen. Bij de waterleverancier ben je hiervoor aan het verkeerde adres, want die is alleen verantwoordelijk voor de waterlevering tot aan de meter. Als men zelf op onderzoek uit wil gaan moet men dat systeem wél enigszins kennen. Makkelijk is het als het huis in de kelder of een vergelijkbare ruimte een waterverdeler heeft. De werkwijze is dan: 1. Alle kranen op de waterverdeler reviseren (of door nieuwe vervangen, liefst kogelkranen). 2. Telkens de kraan van één verbruiksgroep (de keuken, de badkamer, de buanderie) openen, maar de kranen van alle verbruikers op deze groep sluiten. 3. Controleren of het rode sterretje in de watermeter draait of niet. Als het minutenlang stil blijft staan is deze groep OK. Draait het sterretje wél dan moet men de hierna beschreven acties ondernemen.
Acties bij lek in een groep Controleer alle verbruikspunten en de zichtbare gedeeltes van de leidingen op druppelen. Typische ‘stille verbruikers’ zijn: druppelende waterkranen. Drie druppels per minuut kan per 24 uur al een behoorlijke hoeveelheid zijn. Kraan reviseren of vervangen. Niet goed sluitende WC-spoelbakken. Je ziet dan dat in de WC-pot de achterkant permanent nat is. Als u het water met een WC-papier opneemt, mag bij een goed sluitende stortbak het volgende vel WC-papier niet meer nat worden. Of: sist de inlaat van de spoelbak zo nu en dan? Dan wordt namelijk het weggelopen water bijgevuld. Remedie is steeds: het uitlaatmechanisme demonteren en schoonmaken, versleten pakkingen vervangen; soms helpt het de pakking licht in te vetten. Soms is ook het vlottermechanisme van de inlaat de boosdoener. Bij een goed sluitende uitlaat gaat het water dan via de overloop. Ook hier geldt: demonteren, reinigen, beschadigde rubberonderdelen of (beter) het hele mechanisme vervangen. Lekkage of condensvorming? Bepaalde watermeters hebben, afhankelijk van de weersomstandigheden, last van condensvorming. Dit betreft de watermeter zelf en de leidingen in de meterput. Je ziet dan kleine druppeltjes onder het venster van de meter en/of onderaan de leidingen. Er is in dit geval dus geen sprake van lekkage. Condensvorming is een natuurlijk verschijnsel dat te maken heeft met luchtvochtigheid en temperatuurverschillen. Een goede ventilatie van de meterput/meterruimte kan condensvorming verminderen. Hetzelfde geldt voor niet geïsoleerde koudewaterleidingen die open door warme ruimtes lopen. Lekkage niet opgespoord? Stel, je bent alle groepen nagelopen zoals boven beschreven en hebt geen lekkage kunnen vinden, maar het sterretje in de watermeter staat niet stil. Dan zou mijn eerste vermoeden een lekkage in de niet zichtbare delen van de leidingen zijn. Dat kan ook die ene rare natte plek in de kelder of op een muur verklaren. Opgraven is dan vaak de enige mogelijkheid.
13.2 Hoe groot is het waterverbruik? De meeste mensen weten niet of hun waterverbruik normaal is. In de relevante literatuur heb ik de volgende getallen gevonden die nogal uiteen lopen:
|
Verbruik (liter per persoon, per dag) |
Verbruik (liter per beurt) |
|
Eten en drinken |
5-10 |
|
|
Douchen, wassen |
40-80 |
|
|
Wasmachine |
12-14 |
ß60-120 |
|
Vaatwasser |
10-18 |
ß20-35 |
|
WC-spoeling |
15-24 |
ß3-6* |
|
Totaal |
82-156 |
| Bij de waarden met ß zijn de verbruiken in kolom 2 geschat op grond van de gegevens in kolom 3 (de wasmachine draait bij twee personen om de 2,5 dagen, bij een persoon dus eens in de vijf dagen, op de WC doet men een grote beurt per dag en 3 à 6 kleine). Het door de Nederlandse Consumentenbond gegeven richtgetal van 130 liter per persoon per dag ligt in dezelfde ordergrootte.
13.3 Kosten van drinkwater in Frankrijk In de prijs van water zijn in Frankrijk steeds ook de kosten van het afvalwater verwerkt, want grosso modo gaat uit het huis wat erin komt. Het Institut français pour l’environnement geeft de volgende opsplitsing van de waterprijs: 42% winning, zuivering en distributie van het drinkwater 31% afvoer en zuivering van het afvalwater 27% belasting en heffingen De gemiddelde waterprijs in Frankrijk is € 2,80 per m3 en varieert van € 1,80 tot 3,80 m3 (jaar 2005). Forfaitaire prijzen voor water en riool (zoals in veel plaatsen in Nederland gebruikelijk in de vorm van een vast bedrag per maand, afhankelijk van het aantal slaapkamers, grootte van het perceel of aantal bewoners) zijn in Frankrijk onbekend. Dat sluit ook helemaal niet aan bij de Franse logica en de Franse zin voor rechtvaardigheid.
13.4 Waterhardheid controleren: Een 'kit TH test' om de hardheid van het water te meten is in Frankrijk in grotere apotheken te koop of is te bestellen bij: ORCHIDIS Laboratoire 90, rue du Professeur Paul Milliez 94506 Champigny sur Marne cedex Tél.: 01 55 09 10 10 Fax: 01 55 09 10 39 www.orchidis.fr Mail: orchidis@wanadoo.fr
13.5 Aansluiting ‘stadswater’ Vóór een perceel zit de hoofdkraan (robinet) in de leiding die van de gemeentelijke hoofdwaterleiding naar het huis voert. Die kraan ligt ergens onzichtbaar aan de rand van de straat of onder het trottoir en moet met een metaaldetector gelokaliseerd worden. Op verzoek spoort een medewerker van het waterleidingbedrijf die op, graaft of hakt het asfalt van de straat ter plaatse open, laat er een lange bussleutel in zakken en draait de toevoer naar uw perceel open. Daarna asfalteren ze het zaakje weer dicht. Het is nuttig bij deze gelegenheid de coördinaten van de hoofdkraan op te nemen (bijv. ’80 cm van de stoeprand, 275 cm links van de regenvalpijp’). De watermeter (de compteur met wijzers en telwerk) zit soms binnen, soms buiten in een betonnen of gemetseld putje. Binnenshuis zit hij vaak 40-80 cm diep onder de grond in een putje van 40x40 à 60x60 cm, vlak onder of in de buurt van de évier, de gootsteen, of in een schuur, stal of garage. Hij zit op die diepte min of meer vorstvrij, maar in de winter is hij toch dankbaar voor een goede isolatie. Want als vóór de winter de leidingen zijn afgetapt, kan de meter alsnog bevriezen, omdat er altijd een kleine hoeveelheid water in blijft staan. Het is daarom belangrijk om voor een goede isolatie en bescherming van de watermeter tegen kou en tocht te zorgen. Een stukgevroren meter is niet alleen lastig maar veroorzaakt ook kosten. Het waterbedrijf vervangt een stukgevroren meter, maar stuurt wel de rekening (kan met voorrijkosten oplopen tot € 200). Isolatie van de watermeter doet men met twee of drie lagen steenwol of een aantal lagen polystyreenschuim (totale dikte van de isolatie minimaal 25 cm). Vóór de meter zit de afsluiter voor de toevoer en achter de meter zitten de boven beschreven afsluiters en verdelers voor de alimentatie van het huis. Het is mogelijk om de meter af te tappen (vidanger) en via een purge aan de boven- of zijkant te ontluchten. Maar deze nippeltjes zitten door niet-gebruik meestal behoorlijk vast en zijn met normale middelen haast niet te openen.
13.6 Regenwater en riool - Le réseau separatif et la récuperation des eaux de pluie In Frankrijk wordt erna gestreefd de afvoer van regenwater van het vervuilde afvalwater te scheiden. In veel gemeenten is dit bij nieuwbouw reeds verplicht. Omdat dit vroeger of later overal komt, is het verstandig bij ingrijpende aanpassingen van de riolering hiermee al rekening te houden. Regenwater dus apart en pas bij de inleiding in het riool voorlopig samenvoegen. Als u niet op het riool aangesloten bent moet u het regenwater ergens op het oppervlaktewater of in de grond zien kwijt te raken, want in de fosse septique mag het beslist niet. Onder no. 14, volgt een aantal suggesties die Rob van der Veer onder de titel ‘Regenwater – hoe kom je ervan af’ uitgewerkt heeft.
Het is ook mogelijk het regenwater op te slaan en voor die doeleinden in en rond het huis te gebruiken waarvoor geen drinkwaterkwaliteit vereist is (tuin sproeien, toilet spoelen). Er is dan wél een gescheiden leidingsysteem vereist, maar dat hoeft niet erg ingewikkeld te zijn. Zie bijvoorbeeld het boek van Brigitte Vu: Récupérer les eaux de pluie. Éditions Eyrolles, € 8,55.
13.7 Leidingisolatie Warmwaterleidingen worden op de hele lengte geïsoleerd om warmteverlies tegen te gaan. Hiervoor bestaan een aantal materialen die ook leidinggeluiden enigszins dempen. Het is doelmatig ook koudwaterleidingen te isoleren op trajecten waar condensatie op de leidingen optreedt. Omdat condensvocht aan de onderkant van de leidingen naar het laagste punt loopt en daar afdruppelt, vermoedt men vaak ten onrechte een lekkage. Zie hierover onder 13.1 bij ‘Lekkage of condensvorming’. Het condensprobleem treedt vooral in slecht geventileerde warme ruimtes op (denk aan de bekende condensvorming op het WC-reservoir).
14. Regenwater – hoe kom je ervan af (gebaseerd op een manuscript van forumlid Rob van der Veer) In Frankrijk zie je tijdens hevige regenbuien iedereen behendig water spuwende regenwaterafvoerpijpen ontwijken. Ik vind het wel een aantrekkelijke sport maar op je eigen erf gaat het snel vervelen. Laten we eens kijken naar de alternatieven.
Alternatief 1: Exporteren naar de buren Je kunt uiteraard her en der aan de regenwaterafvoeren leidingen monteren en deze naar de rand van het erf, openbare weg of een greppel brengen en daar het water lozen. In principe heb je het probleem dan alleen maar verplaatst en waarschijnlijk tot iemand anders zijn zorg gemaakt. Dat moet toch beter kunnen.
Alternatief 2: Ter plaatse van elke regenpijp ondergronds infiltreren Het regenwater ter plaatse van elke regenpijp in de grond infiltreren door recht onder de pijp een flink gat te graven en deze te vullen met grind zoals in het verleden veel werd toegepast. Dit heeft wel een bedenkelijk nadeel: namelijk dat je vlak naast je fundering de grond in de herfst compleet doorweekt. Optrekkend of doorslaand vocht in de muur kan het gevolg zijn, er kunnen zelfs verzakkingen van je fundering met scheurvorming in de muren optreden. Dat kan eenvoudig veel beter.
Alternatief 3: Op enige afstand ter plaatse van elke regenpijp ondergronds infiltreren Graaf op minimaal 1,5 m vanaf de gevel een flink gat, neem een flinke lap worteldoek en leg dit in het gat tegen de wanden omhoog. Vul het gat met grof grind en plaats een afvoerbuis van de gevel naar het grindbed. Gooi er nog wat grind bij tot ook de afvoerbuis onder het grind ligt en sla dan de lap worteldoek over het grindbed, vul het gat verder met aarde en zet de viooltjes terug. Het grindbed zit volledig ingepakt in worteldoek en kan zo dan ook niet dichtsibben door omringend zand en/of aarde. Er is echter een probleem, het grindbed kan nog steeds vervuilen door bladeren die met het regenwater mee worden genomen. Plaats minimaal een bladrooster boven in de dakgoot of beter plaats onder in de regenwaterpijp een bladvanger. En toch zal op de lage duur het grindbed verzanden door zand wat van het dak af mee gespoeld wordt. Dus wil je het perfect uitvoeren dan moet er ook nog een zandvanger in de horizontale buis van de gevel naar het grindbed. En dat is nogal een investering voor elke regenwaterafvoer apart. Het wordt dan ook tijd om het centraal aan te pakken.
Alternatief 4: Op afstand centraal ondergronds infiltreren Verzamel met leidingen alle regenwaterafvoeren rondom het huis en neem de terrasputten e.d. tegelijkertijd ook mee. Plaats nog steeds bladroosters boven in de dakgoot of beter plaats bladvangers in de regenwaterpijp. Breng de leidingen naar een zandvanger, je kunt er een kopen maar ook een zelf maken. Een zandvanger is niets anders dan een niet te grote put (régard, in diverse maten, bijvoorbeeld 60x60 cm), de in- en uitgaande leidingen zitten even hoog maar aan de ingaande leiding zit een bocht naar beneden met een stukje pijp; het gevolg is dat het zand in de put achterblijft. Afhankelijk van de grootte van de zandvanger moet je deze eens per kwartaal/jaar leeg scheppen, want anders gaat het zand alsnog richting infiltratieveld. Bouw na de zandvanger zoals boven omschreven een flink infiltratieveld; dit lijkt op het vloeiveld van een fosse septique. Omdat het nu een behoorlijk groot veld wordt, gebruik je ook een echte infiltratiebuis over een lengte van enkele meters (een buis met sleuven van 5mm onderin om de 15 cm of gaten van 10 mm rondom). Maar hoe groot moet de bergingscapaciteit van het infiltratieveld eigenlijk zijn? Een vuistregel is: per vierkante meter hemel dakoppervlak is ongeveer 15 liter bergingscapaciteit noodzakelijk. Hemeldakoppervlak = de begane grond oppervlakte van het huis, een klein boerderijtje van 20 m bij 10 m zonder terras heeft dus een bergingscapaciteit nodig van 20 x 10 x 15 liter = 3000 liter. Dat is nog al wat, bovendien de grindbak wordt globaal voor 2/3 door grind in beslag genomen en slechts 1/3 door lucht als bergingscapaciteit. Voor dat boerderijtje hebben we dan ook een grindbak nodig van 3 x 3000 = 9000 liter. Het worden dus meerdere infiltratiebuizen en zelf met de aanhanger grind gaan halen lijkt plotseling geen goed idee meer, al met al een omvangrijk project. Kan dat niet eenvoudiger?
Alternatief 5: Oppervlakte infiltratie gecombineerd met ondergrondse infiltratie De grindbak kan stukken kleiner indien we kans zien om boven de grindbak een greppel en of vijverachtige verlaging te maken zodanig dat we totaal weer 3000 liter water kunnen opvangen. Bijvoorbeeld een grindbak van 1500 liter waarin 500 liter kan worden opgevangen (6 maal kleiner dan alternatief 4) en daarboven een kuil of greppel waar 2500 liter kan worden opgevangen. Nu hebben we twee mogelijkheden met de toevoerende leiding: We leggen de leiding van de zandvanger naar de grindbak met halverwege de infiltratiebuis een aftakking omhoog naar de kuil; pas als de grindbak geheel gevuld is met water stroomt er water in de kuil. Voordeel: bij normale buien komt er geen water in de kuil ophoog. Of we leggen de leiding naar de rand van de kuil en maken een paar centimeter hoger dan het diepste punt van de kuil een leiding naar de grindbak, voordeel voor de kinderen: bij elke bui kan je heerlijk in de kuil door het water soppen. Maar een belangrijker voordeel in dit laatste geval: we hoeven geen zandvanger te plaatsen, de kuil fungeert als zandvanger (wel eens in de tien jaar de kuil opnieuw uitdiepen).
Zo zie je maar, wat een steeds omvangrijker project leek te worden is toch nog redelijk eenvoudig geëindigd.
15. Vragen, aanvullingen en inputs van anderen Waarom dikke aanvoerleidingen van 14 of 16 mm naar een douchemengkraan leggen, de doorvoeren van kranen zijn doorgaans niet erg ruim bemeten, of is deze beperking niet van belang, zoals ik gehoord heb?
De stromingsweerstand in een leidingsysteem is steeds de optelsom van alle afzonderlijke weerstanden in dit systeem, dus de som van de weerstanden van alle leidingen, bochten, aftakkingen en kranen door die het water stroomt. De weerstand van een leiding wordt hoger naarmate de diameter ervan kleiner en de lengte groter is. De beperkte diameter in een kraan is over maximaal 5 cm aanwezig; daarom is de weerstand ervan veel minder belangrijk dan die van een lange dunne leiding, zeg bijvoorbeeld 10 of meer meter van 10 mm binnendiameter.
Ik zag in een tekening 50 mm afvoer (wastafel en douche) en 110 mm voor de WC. Sifons voor lavabo's hebben hier doorgaans een diameter van 30 mm, van éviers, douche en bad van 40 mm en afvoeren van WC's zijn 10 0mm. Is het dan wel nodig om ruimere pijpen te gebruiken?
De gemeenschappelijke afvoerleiding van de twee wastafels en een bidet is in dit voorbeeld 50 mm, en de T-stukken voor de aansluitingen van deze toestellen zijn extreem kort. Waarom dan deze niet ook in 50 mm leggen? En voor de aansluiting van de kleine 32- en 40 mm-sifons op de 50 mm-leidingen in de muur bestaan eenvoudige lijmloze manchetten – ook erg handig als bij het ontstoppen de sifon losgenomen moet worden. Het zijn rubberen hulzen die binnen en buiten ringvormige ribben hebben. Enig commentaar: in plaats van de T-stukken voor de aansluitingen zou ik Y-stukken nemen – minder verstoppinggevoelig en makkelijker te ontstoppen. Verder moet ik erop wijzen dat 110 mm in Frankrijk niet gebruikelijk is. De Franse reeks PVC-afvoerleidingen is 32/40/50/80/100/125 mm, logaritmisch opgebouwd met een factor 1,25. (75 mm bestaat ook nog). Overigens het is 32 mm bij de kleine sifons, niet 30, en dat zowel in NL als in F.
Een goede buur….. Toen ik een niet gebruikte waterleiding in de vroegere stal, die niet meer nodig was en alleen maar lekte, van mijn waterverdeler afgekoppeld had, klaagde de buurman dat zijn buitenkraan het niet meer deed. En ik had geen waterverbruik tijdens afwezigheid meer. Onze waterleidingen waren dus op de een of ander manier in het verleden verbonden geweest. Misschien was de ene, omdat die er al lag, gewoon naar de andere doorgetrokken.
© Christian von Klösterlein (met medewerking van Rob van der Veer)
|