Nieuwe wet moet problemen met providers verminderen
Ruim een kwart van de klachten die worden behandeld door de economische controle- en fraudedienst (DGCCRF - direction gιnιrale de la concurrence, de la consommation et de la rιpression des fraudes) gaat over de contacten van consumenten met internetproviders en telefoonmaatschappijen. Sinds 1 juni is de nieuwe wet-Chatel in werking getreden die de bron van de conflicten zou moeten wegnemen of althans aanzienlijk verminderen. Enkele van de beschikkingen in de wet: het opzeggen van contracten moet gemakkelijker worden. Consumenten moeten tweejarige contracten vanaf de 13e maand kunnen opzeggen, waarbij de provider een kwart van de resterende abonnementsgelden mag opeisen. De looptijden van contracten mogen nooit langer dan 24 maanden zijn. Providers moeten ook een twaalfmaandsabonnement aanbieden, dat in de praktijk wel duurder zal blijken uit te vallen. De opzeggingstermijnen worden teruggebracht tot tien dagen. Gratis diensten voor korte perioden (bijvoorbeeld de lokkertjes bij nieuwe abonnementen) mogen pas automatisch worden gefactureerd na uitdrukkelijke toestemming van de consument. Consumenten die een waarborgsom hebben betaald voor apparatuur (decoders, modems) moeten dat geld bij opzeggingen binnen tien dagen terugontvangen. De wachttijden om verbinding te krijgen met de help desks moeten gratis zijn, de teller gaat pas lopen als er contact is met een medewerker. Deze regeling wordt in veel gevallen al uitgevoerd. De regeling geldt vooralsnog alleen als vanaf een vaste telefoon wordt gebeld of binnen het netwerk van de maatschappij. De kosten van het bellen naar het informatienummer 118 ten slotte gaan iets naar beneden. (01.06.08) Print dit artikel