|
|
|
|
|
| |
Belastingdienst wil inkomensgegeven van Buiten-Nederlanders De Belastingdienst in Heerlen die de Nederlanders in het buitenland onder zijn hoede heeft, wil de inkomens weten van Nederlanders in het buitenland. Al deze mensen zullen worden aangeschreven en moeten een formulier invullen. De Belastingdienst onderneemt die actie op verzoek van Belastingdienst/Toeslagen en het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Het gaat om het niet in Nederland belast inkomen (NiNbi).
Belastingdienst Toeslagen keert de zorg-, huur- en kinderopvangtoeslag uit. De voorlopige berekening van deze toeslagen is gebaseerd op een schatting. Voor de definitieve berekening van de hoogte van de toeslag zal het toetsingsinkomen definitief vastgesteld moeten worden. Hiervoor is het wereldinkomen van de betrokkenen van belang. Het CVZ heft een bijdrage van verdragsgerechtigden (en hun gezinsleden). Deze bijdrage is samengesteld uit een nominaal premiedeel, een pseudo AWBZ-deel en een pseudo Zvw-deel. De bijdrage wordt berekend op basis van het wereldinkomen van de verdragsgerechtigde (of de gezinsleden). Het wereldinkomen is het inkomen dat men in Nederland heeft plus het inkomen dat men buiten Nederland heeft.
Iemand die in het buitenland woont, of daar heeft gewoond, ontvangt een formulier Opgaaf wereldinkomen, als over 2006 recht bestond op een toeslag. Ook verdragsgerechtigden of gezinsleden die een bijdrage verschuldigd waren aan het CVZ ontvangen deze opgaaf. Iedere verdragsgerechtigde, gezinslid, toeslaggerechtigde en toeslagpartner ontvangy een eigen opgaafformulier. Iemand die zowel een bijdrage verschuldigd is als een toeslag ontvangt, ontvangt maar één opgaaf. De hoogte van het inkomen wordt in een beschikking vastgelegd en aan belanghebbende toegezonden. Tevens worden deze inkomensgegevens aan Belastingdienst/Toeslagen en het CVZ verstrekt. Op basis van het wereldinkomen bepaalt Belastingdienst/Toeslagen de definitieve hoogte van de toeslagen. Het CVZ bepaalt hiermee de definitieve hoogte van de bijdrage. Hierover ontvangt men van deze instanties apart bericht.
Als men het niet eens bent met het bedrag van het vastgestelde ‘Niet in Nederland belast inkomen’ dat op de beschikking staat, kan hiertegen bezwaar worden gemaakt. De verzending van de Opgaven wereldinkomen vindt plaats vanaf 22 februari 2007. Verlenging van de inlevertermijn is mogelijk. Dit kan schriftelijk worden aangevraagd. Als iemand uitstel vraagt voor zowel de aangifte Inkomstenbelasting als voor de Opgaaf wereldinkomen, moet dit voor beide formulieren apart worden aangevraagd.
Bij de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland zal een aparte afdeling worden ingericht voor het NiNbi-proces. Momenteel is de projectgroep NiNbi ermee belast dit proces vorm te geven. Uitsluitend voor NiNbi is onderstaand adres in gebruik genomen. Belastingdienst, Postbus 2546, 6401 DA Heerlen, Nederland. Algemene informatie en vragen over NiNbi worden beantwoord door de Belastingtelefoon Buitenland. Bereikbaar via +31 55 538 53 85, op maandag tot en met donderdag van 8.00 tot 20.00 uur en op vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur. Meer informatie over toeslagen is te vinden op www.toeslagen.nl en meer informatie over de premievervangende bijdrage op www.cvz.nl.
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Belastingdienst in Nederland en het Franse systeem ‘Heerlen’, de belastingdienst aldaar, ‘doet’ de buitenlandse particulieren. Als men ophoudt fiscaal inwoner van Nederland te zijn en zich uit Nederland laat uitschrijven, wordt automatisch de lokale Belastingdienst verwittigd. Zodra de belastingdienst een seintje krijgt van het bevolkingsregister, zal deze soms verifiëren of er ook werkelijk sprake is van gewijzigde belasting- en premieplicht aan de hand van een vragenformulier voor emigranten. Het duurt dan enige tijd voordat de laatste aangifte via het aangiftebiljet M (voor de periode van het jaar dat men nog in Nederland woonde én de tijd dat men al in het buitenland was) is geregeld en je definitief schoon schip kan maken. Het dossier verhuist vervolgens naar 'Heerlen', de Belastingdienst voor particulieren in het buitenland. (Adres: Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland, Postbus 2865, 6401 DJ HEERLEN. Tel. 045 56 03 111 of 56 03 270. Bezoekadres: Schakelweg 5, 6411 NX Heerlen. Het voor klanten ingestelde e-mailadres is inmiddels weer opgeheven. Met de telefonische bereikbaarheid van deze dienst is het treurig gesteld. En als je via het call-center na vele dure minuten op een afdeling terechtkomt, zijn dossiers zoek of is de stapel af te werken zaken nog zo hoog, dat zelfs de ambtenaren zich verontschuldigen voor de chaos. De beheerder van de website Wonen en leven in Frankrijk heeft de klachten over het functioneren bijgehouden en een zwartboek samengesteld. Conclusie: gebrekkige organisatie en onvoldoende deskundigheid (soms gewone domheid), dat alles overgoten met een bittere saus van arrogantie en algehele desinteresse. In het voorjaar van 2005 heeft de dienst, geschrokken van de negatieve publiciteit, maatregelen aangekondigd om de bereikbaarheid te verbeteren. Maar dat geldt vooralsnog slechts voor de toegankelijkheid voor Nederlanders in Nederland. In de praktijk komt het bovendien regelmatig voor dat telefonische inlichtingen worden verstrekt, die uiteindelijk niet blijken te kloppen, ofwel omdat de belastingambtenaar zich vergiste, ofwel omdat er bijkomende omstandigheden zijn die tijdens het telefoongesprek niet aan de orde waren.
Via enkele websites is het in ieder geval wel mogelijk om kennis te nemen van de regels voor Nederlanders die in het buitenland willen gaan wonen. De belastingdienst heeft een rubriek voor Nederlanders die in het buitenland (gaan) wonen. Wat vaak nog wel lukt, is het opvragen van een formulier waarmee de emigrant een verzoek kan indienen om in aanmerking te komen voor vrijstelling van de inhouding van loonheffing van inkomsten uit Nederland, die volgens het belastingverdrag uitsluitend in Frankrijk mogen worden belast en waarover de genieter doorgaans ook Franse sociale zekerheidspremies verschuldigd is (formulier LBB20, verzoek vrijstelling inhouding loonbelasting/premie volksverzekeringen). Sommige uitkerende instanties willen ook zelf deze zaak regelen en dan verloopt het een stuk sneller.
|
SCHOON SCHIP MAKEN MET DE BELASTINGDIENST
De Belastingdienst in Nederland is enige tijd geleden gestart met een onderzoek naar fiscaal onbekend buitenlands vermogen, waaronder buitenlands onroerend goed. Volgens de Belastingdienst hebben vele duizenden Nederlanders, al dan niet bewust, hun buitenlandse woning niet opgegeven. Wanneer u de Belastingdienst verzoekt om uw belastingaangiften met terugwerkende kracht te corrigeren dan komt u er zonder boete vanaf. Wanneer u dit niet doet dan loopt u de kans op 50 tot 100 procent boete! Door de steeds verder gaande Europese fiscale samenwerking zal het steeds moeilijker worden om uw buitenlands bezit buiten het zicht van de Nederlandse fiscus te houden.
Als voormalig projectleider van de Belastingdienst (thans met vervroegd pensioen) ben ik de initiatiefnemer van de inkeerregeling van de Belastingdienst. Via mij kunt u gebruik maken van deze inkeerregeling. Ik kan u hierover informeren en adviseren en gezamenlijk kunnen wij bekijken of het noodzakelijk is om schoon schip te maken. Ik kan ook de consequenties voor u doorrekenen, zodat u niet voor verrassingen komt te staan. Ik kan u begeleiden bij de inkeer en daarbij zorg dragen voor alle bijkomende administratieve rompslomp. Informatie bij Ton Apeldoorn, tel. 072 - 534 7915, e-mail: info@inkeer.nl, website: www.inkeer.nl | Men is in Frankrijk in ieder geval inkomstenbelasting verschuldigd als men aan één van de volgende voorwaarden voldoet: - het huishouden (foyer) is in Frankrijk (de plaats waar men permanent verblijft) - de hoofdverblijfplaats (lieu de séjour principale) is in Frankrijk (langer dan 6 maanden per jaar) - men oefent in Frankrijk een beroepsactiviteit uit - het centrum van de economische belangen ligt in Frankrijk.
Het begrip fiscaal ingezetene, bepalend voor het land waar men (inkomsten)belasting betaalt, wordt steeds scherper getoetst. In het land waar men het centrum van zijn levensbelangen heeft, zal men aangifte moeten doen. Papieren constructies waarbij men leeft in Frankrijk, maar in Nederland belastingplichtig wil blijven, worden steeds minder getolereerd. Bij de controle daarop zijn twee nieuwe middelen geïntroduceerd: het gebruik van de bankpas en de factuur van de mobiele telefoon. Wie claimt in Nederland zijn hoofdverblijf te hebben, maar blijkens de gedane boodschappen en het belgedrag feitelijk in Frankrijk leeft, zal gemaand worden zich te melden bij de Franse belastingdienst. Ook het rijden met een Nederlands kenteken in Frankrijk door Nederlanders die permanent in Frankrijk wonen en daar derhalve fiscaal ingezetene zijn, kan niet meer. Zij zijn verplicht om de Nederlandse auto over te laten schrijven naar Frankrijk.
|
Nederlanders in Frankrijk (noteringen uit het forum van deze site)
Afrekenen met de fiscus
Bij emigratie gaat de belastingdienst er vanuit dat een 'persoonlijk' bedrijf meegaat. Dat wil zeggen, de fiscus komt als vanzelf tot een eindafrekening. Dat is vaak heel ongunstig. Dat kun je veel beter zelf plannen (door overheveling van activa van je Nederlandse naar je Franse bedrijf) en uiteindelijk voor de Nederlandse fiscus een 'lege' onderneming achter te laten. Een 'persoonlijk' bedrijf is een freelancer, een ZZP-er, een eenmanszaak, soms ook een VoF (hangt er van af) en het geldt ook voor een BV, waarvan de emigrant DGA is. Vooral in dat laatste verslikken emigranten zich nog wel eens.
Als je in Frankrijk woont en dus belasting betaalt, dan valt ook je vermogen onder de Franse vermogensbelasting. Dat is aanzienlijk gunstiger dan de Nederlandse (Frankrijk kent een drempel van €760.000 voordat je belasting betaalt, Nederland ongeveer €35.000). Bovendien zijn de vermogensbelastingtarieven in Frankrijk lager (behalve bij hele grote vermogens). Dus voordat je gaat goochelen met pensioen-BV's in Nederland, overweeg of het niet gewoon het goedkoopste is om alles in Nederland af te sluiten, resp. af te kopen en naar Frankrijk over te hevelen. Pas op, dit gaat niet in alle gevallen op, maar wel heel vaak! | Overheidsbeloningen, inclusief pensioenen van (oud-)ambtenaren, die bijvoorbeeld betalingen via het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds ontvangen, mogen in de bronstaat (Nederland) worden belast. Het ABP blijft de inhoudingsplichtige. Pensioenen uit het bedrijfsleven worden in de regel wel bruto overgemaakt, nadat ‘Heerlen’ een vrijstelling van de inhouding van loonbelasting heeft verstrekt. Overheidspensioen blijven echter belast in Nederland. Jammer dus voor de ABP’er, die niet kan profiteren van de vaak mildere belastingheffing in Frankrijk voor gepensioneerden. Maar als iemand zijn ambtenarenstatus heeft ingeruild voor een baan in het particuliere bedrijfsleven, kan hij of zij het stuk ABP-pensioen ‘meenemen’, zodat later de pensioenuitkering met toepassing van een ‘diensttijdevenredige toerekening’ ook bruto kan worden overgemaakt. Wie is geëmigreerd, betaalt geen premies meer voor de Nederlandse volksverzekeringen, als AOW, Anw en AWBZ en bouwt ook geen rechten meer op. Mensen die een WAO-uitkering in Frankrijk ontvangen en ziekenfondsverzekerd zijn, moeten bijvoorbeeld weer wel AWBZ-premie betalen. De gedachte hierachter: WAO-gerechtigden kunnen in Frankrijk recht hebben op medische zorg en de kosten daarvan worden ten laste gebracht van de Nederlandse fondsen. Als ‘tegenprestatie’ daarvoor moet UWV de premies ZFW en AWBZ inhouden. Met de invoering van de Zorgverzekeringswet is veel veranderd op dit punt. Details zijn te vinden op de pagina (Sociale) verzekeringen.
Verder zijn er dan in Frankrijk nog de sociale premies/belastingen (cotisations sociales) voor de ziektekosten, werkloosheid, pensioen enz. Alles bij elkaar moet iemand in loondienst heel wat inleveren. Hier een voorbeeld van de meest gebruikelijke inhoudingen (loonbelasting kent Frankrijk niet, men zal zelf moeten reserveren of kiezen voor een maandelijkse betaling van de inkomstenbelasting): De sociale belastingen zullen bijna een kwart (22,65%) bedragen van het bruto inkomen. Denk aan de CRDS van 0,5% over 97% van het bruto salaris; de CSG van 7,5% over 97% van het bruto salaris, waarvan 5,1% aftrekbaar is; de ziektekostenverzekering van 0,75% over het salaris; de ouderdomsverzekering van 6,65% over het salaris tot de ziekenfondsgrens van € 31068 per jaar, vermeerderd met 0,10% over het gehele bruto salaris; de werkloosheidsverzekering van 2,44%; de aanvullende pensioenverzekering van 4,15% en de premie voor de AGFF, Association pour la Gestion du Fonds de Financement van 0,8%.
|
Geen dubbele premie
In het blad Drop of Stroopwafels (informatie voor Nederlanders in Frankrijk) is een stukje opgenomen over het al dan niet dubbel betalen van sociale premies. Een lezer/medewerker meldt dat hij in Frankrijk premie betaalt, de bekende CSG. De premies van deze CSG worden gebruikt voor de financiering van de Franse basisgezondheidszorg. I Nederland betaalt hij ook de bijdragen van Hoogervorst. Dat is dubbelop, dus de CSG hoeft niet te worden betaald.De vraag is voorgelegd aan het ministerie van Hoogervorst, maar men verwijst daar naar de Europese Commissie, die wel met een antwoord kwam: 'In uw brief vermeldt u dat u in Frankrijk samen met de inkomstenbelasting sociale bijdragen (CSG) betaalt. In zijn arrest van 15 februari 2000 (in de zaken C - 34/98 en C 169/98) heeft het Hof van justitie duidelijk gesteld dat CSG en CRDS gekwalificeerd moeten worden als sociale zekerheidsbijdragen en dat zij bijgevolg vallen onder het verbod van dubbele bijdrageheffing. Dit betekent dat u geen sociale bijdragen in de vorm van CSG dient te betalen gezien u in Nederland - de bevoegde lidstaat voor uw ziektekostenverzekering - premies dient te betalen. Ik hoop dat deze inlichtingen nuttig zijn', aldus de brief van de ambtenaar van de Europese Commissie. De aangiften voor de Franse inkomstenbelasting gaan deze week de deur uit. Het lijkt wellicht zaak om het juiste vakje op te zoeken, waarin de in NL betaalde premie/bijdrage wordt opgevoerd. De arresten van het Hof zijn integraal te vinden op de website van het Hof. Gebruik het zoekformulier en de nummers C-34/98 en C-169/98). In het Nederlands..... |
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
Inkomstenbelasting in Frankrijk
Hoewel algemeen bekend is dat de inkomstenbelasting in Frankrijk mild is te noemen, blijken alle belastingen bij elkaar (directe belastingen, indirecte belastingen, sociale belastingen, lokale belastingen, heffingen enz.) te zorgen voor een belastingdruk die één van de hoogste ter wereld is. Een onderzoek heeft uitgewezen dat ruim 46% van de totale inkomsten van de staat uit (belasting)heffingen en sociale premies komt. Inkomstenbelasting (€ 55 miljard), vennootschapsbelasting (€ 45 miljard) en BTW (€ 156 miljard) zijn de belangrijkste bronnen van de in totaal € 340 miljard die de Franse staat in 2005 ophaalde. De belangrijkste uitgaven posten zijn het onderwijs en de defensie. Daarnaast zijn er nog lokale belastingen verschuldigd, de ook in Frankrijk bekende onroerendezaakbelasting. Departementen en regio's mopperen de laatste jaren zeer over de manier waarop Parijs de decentralisatie uitvoert: taken worden afgestoten zonder dat daar ook de vergoedingen bij komen. Een en ander heeft tot gevolg dat de plaatselijke belastingen tientallen procenten duurder worden.
Wil/moet je belasting gaan betalen in Frankrijk dan zal men zich moeten wenden tot het regionale belastingkantoor (Centre d'Impôts - CDI), waar een meestal hulpvaardige meneer of mevrouw helpt bij het zonodig invullen van het zeer ingewikkeld ogend aangiftebiljet (déclaration des revenus). Wie uit Nederland een pensioen ontvangt, behoeft slechts één hokje in te vullen met het jaarinkomen. Aftrekposten zijn er meestal niet, soms kan een voorziening aan het huis voor een dergelijke abattement zorgen.
Het CDI is het kantoor waar de aanslagen worden voorbereid; de overal in het land verspreide kantoren en kantoortjes van La Trésorie of Le Trésor zijn er alleen om betalingen te doen voor alle vormen van belastingen, de inkomstenbelasting, de onroerendgoedbelasting, etc. Het centre d'impôts berekent de belastingen en is de instelling die de bezwaren afwikkelt. Voor de eerste keer zal je zelf een aangiftebiljet moeten aanvragen voor de inkomstenbelasting (l'impôt sur le revenu), dat krijg je niet 'automatisch'. Buitenlanders die zich voor het eerst melden, krijgen folders mee om zich te verdiepen in het ingewikkelde systeem. Doe je helemaal niets en de Franse fiscus ontdekt dat er belasting had moeten worden betaald, kunnen er fikse boetes volgen. Het formulier is zo nodig ook te downloaden. Veel propaganda maakt de Franse belastingdienst voor het elektronisch insturen van de aangifte, niet via een belastingdiskette maar 'gewoon' via internet. Wie op deze manier zijn déclaration de revenus inlevert krijgt wat meer tijd om die aangifte op te sturen dan de vastgestelde datum voor de mensen die nog met papier werken. Wie on-line aangifte doet, ontvangt de volgende jaren geen papieren aangiftebiljet meer en zal dit weer moeten aanvragen als hij niet meer via internet werkt. De internauten ontvangen € 20 korting als zij ook via internet betalen: per maand of in één keer. Het is vervolgens nodig de déclaration télédéclarée op te slaan op de harde schijf of er een print van te maken. De opgave moet namelijk drie jaar bewaard blijven. Ook het aanvragen om de belastingen (inkomstenbelasting, vermogensbelasting, plaatselijke belastingen) per maand te betalen, de veel gebruikte mensualisation, kan via internet. Zowel voor het downloaden van de formulieren als voor het aanvragen van de gespreide betaling is het adres www.service-public.fr, klik op de homepage onderaan vervolgens Démarches en ligne, dan Impôt en ten slotte Paiement et mensualisation de l'impôt. Dan moeten wat eigen gegevens worden ingevuld, zoals het fiscale nummer (te vinden op eerdere aanslagbiljetten) en de bankgegevens. Vanaf volgend jaar zullen belastingplichtigen die de aangifte via internet indienen, niet meer worden beloond met € 20. Alleen de mensen die voor de eerste keer en ligne de aangifte doen, zullen nog € 20 korting krijgen op de aanslag
|
Parlement keurt fiscaal pakket goed De Assemblée nationale is akkoord gegaan met de ingrijpende voorstellen van de nieuwe regering omtrent wijzigingen in het fiscale systeem. Zij komen neer op de instelling van een belastingsplafond, invoeren van een beperkte hypotheekrenteaftrek en een bijna complete afschaffing van successierechten. Dankzij een grote meerderheid van rechts kunnen de ideeën van president Sarkozy probleemloos worden uitgevoerd. Het aangenomen wetsontwerp TEPA (travail, emploi, pouvoir d'achat - werk, werkgelegenheid, koopkracht) bevat een tiental maatregelen, die door de oppositie steevast zijn bestempeld als fiscale cadeautjes voor een kleine groep burgers die het toch al goed heeft. Enkele van de maatregelen: gemaakte overuren zullen per 1 oktober niet meer worden belast, studenten tot 26 jaar mogen belastingvrij driemaal het minimumloon verdienen en betaalde rente op onroerendgoedleningen voor de hoofdbewoning kan van de belasting worden afgetrokken of worden terugbetaald tot 20% over een maximum van € 7500 betaalde jaarlijkse rente per koppel. Dit plafond wordt met € 500 verhoogd voor elk inwonend kind. Met ingang van volgend jaar zullen de successierechten voor de overblijvende partner (getrouwd of gepacseerd) worden afgeschaft. De bestaande aftrek van € 50.000 bij schenkingen en erfenissen voor (groot)ouders en kinderen gaat naar € 150.000, die tussen broers en zusters van € 5000 naar € 15.000 en die tussen neven en nichten wordt € 5000; schenkingen in contant geldt worden tot € 30.000 vrijgesteld van te betalen rechten. Met ingang van 1 januari zal het belastingplafond (bouclier fiscal) worden verlaagd van 60 naar 50%. In dat jaar zal het totaal aan te betalen belastingen (inkomstenbelasting, vermogensbelasting, lokale belastingen, sociale belastingen) niet meer dan 50% van het inkomen mogen zijn. Gouden handdrukken zullen voor de ondernemingen die daarmee afscheid nemen van topbestuurders niet meer aftrekbaar zijn voor de vennootschapsbelasting als deze sommen het miljoen per persoon te boven gaan. Winsten op opties hierbij zullen worden belast volgens het model van schenkingen en erfenissen. De vermogensbelasting ISF zal kunnen worden verlaagd bij aandelenparticipaties in het midden- en kleinbedrijf of in organisaties van algemeen belang. Wie een eigen huis bezit behoeft nog maar 70% van de waarde (was 80%) mee te tellen bij het berekenen van het vermogen. |
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
Belastingen en onroerend goed
Bezitters van tweede huizen in Frankrijk behoeven geen huurwaardeforfait meer bij te tellen, behoeven geen huurinkomsten meer op te geven aan de Nederlandse fiscus en kunnen onderhoudskosten dan ook niet meer aftrekken. De huurinkomsten van de steeds talrijker uitgebate gîtes moeten aan de Franse belastingdienst worden opgegeven. Een gîte en zelfs een stacaravan verhuren, valt voor deze dienst onder de activiteit BIC (bénéfices industriels et commerciaux). Fiscaal kan bij bescheiden huuropbrengsten gebruik gemaakt worden van het systeem van de micro-BIC.
De hypotheekrente voor tweede huizen is al sinds enkele jaren niet meer aftrekbaar. Bij de huidige belastingwetgeving valt zo'n tweede huis in het buitenland voor wat betreft de inkomstenbelasting in box 3. Dit betekent dat 1,2 % belasting wordt geheven op de waarde van dat Franse bezit. De waarde kan uiteraard worden verminderd via de aftrek van de schulden op dat huis. Voor de bepaling van de waarde van het Franse huis woning moet men kijken naar de waarde ervan in het economische verkeer. Deze waarde kan blijken uit een taxatierapport, maar dat zullen weinig mensen laten opstellen, het wordt meer een kwestie van schatten en de marktprijzen in je omgeving in de gaten houden.
Er is nieuwe wetgeving die inhoudt dat men over de buitenlandse woning geen inkomstenbelasting in box 3 meer is verschuldigd. Met moet het nog wel vermelden in het aangiftebiljet inkomstenbelasting. Heeft men dit in het verleden niet gedaan dan kan dit worden hersteld door gebruik te maken van de inkeerregeling. Dit leidt echter, gezien de nieuwe wetgeving, niet meer tot een belastingaanslag. Vanaf 2001 zal een pand vrijwel altijd behoren tot de heffingsgrondslag van box 3. Als het Franse onroerend goed is ondergebracht in een SCI dan moeten de statuten van deze maatschap zo zijn geredigeerd dat het in Nederland in box 3 valt. Even opletten: de Franse standaardstatuten leiden ertoe dat het Franse verblijf in box 2 wordt belast. Panden in box 3 moeten in beginsel worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer (dat is de waarde die men bij verkoop van het pand zou ontvangen), waarbij het gemiddelde van de waarde op 1 januari en 31 december van een kalenderjaar moet worden aangegeven. Op grond van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting mag dit bedrag gelijk weer in mindering worden gebracht. Dit betekent dat geen inkomstenbelasting is verschuldigd over uw buitenlandse woning. Het Europese Hof van Justitie heeft in het arrest De Groot beslist dat de door Nederland bij de voorkoming van dubbele belasting gehanteerde regel onverenigbaar is met het EG-recht. In verband hiermee is het Besluit voorkoming dubbele belasting aangepast. Ook de Hoge Raad heeft zich hierover uitgesproken. Door de werking van het arrest De Groot is er voor de Belastingdienst dus geen direct heffingsbelang voor de in het buitenland aangehouden onroerende zaken. De nadruk zal daarom liggen op de vraag naar de herkomst van de gelden ter financiering van de onroerende zaken. Is het onroerend goed gefinancierd met zwart geld of met geld dat is opgenomen van een bij de fiscus onbekende buitenlandse bankrekening? Is dat het geval dan zou aan een navorderingsaanslag kunnen worden opgelegd.Wie zijn buitenlandse woning in het verleden nooit heeft vermeld in de belastingaangifte en gebruikmaakt van de inkeerregeling, zal geen aanslag ontvangen van de Belastingdienst omdat rekening wordt gehouden met het arrest De Groot. Men krijgt dan van de Belastingdienst een standaardbrief met de volgende inhoud:
“Naar aanleiding van uw vrijwillige opgaaf van gegevens van onroerend goed in ….. deel ik u het volgende mede.
Mij is gebleken dat u in het bezit bent van onroerend goed op het adres …………
Aan de hand van de gegevens waarover ik nu beschik heb ik besloten om niet tot navordering over te gaan. Gelet op de hoogte van de alsnog in aanmerking te nemen bedragen, acht ik het – mede uit overwegingen van doelmatigheid – niet gewenst aan u navorderingsaanslagen op te leggen”.
In 2004 werden tweedehuizenbezitters opgeschrikt door krantenkoppen als: 'Fiscus belast ook 'wit' vakantiehuis', 'Nederlandse fiscus krijgt Franse cijfers'. Ook in 2003 was er al een onderzoek geweest in de jacht naar zwart geld door de Nederlandse belastingsdienst naar de manier waarop een tweede huis is gefinancierd. In het verleden was een tweede huis fiscaal gezien ook een bron van inkomen. Maar nogal wat Nederlanders gaven het bezit van hun Franse stek niet op. Over dit inkomen - het zogeheten huurwaardeforfait - moesten namelijk wel belasting en sociale premies worden betaald. Door rente te berekenen en ook nog eens naar de afgelopen twaalf jaar te kijken, kon de rekening van huizenbezitters oplopen tot duizenden euro's. Ook wil Nederland te weten komen hoe het Franse huis is gefinancierd, gewoon keurig netjes of uit zwart geld dan wel uit niet opgegeven schenkingen. De Nederlandse fiscus werkt steeds nauwer samen met de Franse belastingdienst en krijgt de beschikking over de dossiers van de in Frankrijk wonende Nederlanders. Het gaat om ongeveer 5000 spontaan door de Franse fisc genoemde Nederlandse belastingplichtigen die de afgelopen jaren een tweede huis in Frankrijk hebben gekocht, al dan niet met zwart geld. Inmiddels beschikt Nederland over een complete lijst met de (kadastrale) gegevens van Frans onroerend goed in bezit van Nederlanders. Vanaf 2005 zullen de meeste EU-landen verder samenwerken bij de automatische informatie-uitwisseling over buitenlandse spaartegoeden. Een belastingplichtige die een onjuiste of onvolledige aangifte doet kan het moeilijk krijgen. Belastingdienst en Openbaar ministerie kunnen zelfs tot strafvervolging overgaan en boetes opleggen. Afwachten wat er gaat gebeuren in plaats van actief de inspecteur benaderen, kan ertoe leiden dat de termijn zal zijn verstreken voordat aanslagen kunnen worden opgelegd. Die kans is niet denkbeeldig, immer het zou gaan om een lijst met de namen van 50.000 tot 100.000 Nederlanders.
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Vermogensbelasting Deze ook in Frankrijk bekende belasting (impôt de solidarité sur la fortune, ISF) begint pas te tellen bij een vermogen aan onroerend goed (met zijn inhoud, maar minus de schulden) in Frankrijk en banksaldi op Franse rekeningen van samen € 760.000. Het verdrag ter voorkoming van de betaling van dubbele belasting zegt hierover: 'Vermogen, bestaande uit onroerende goederen mag worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen.' De ISF geldt alleen voor natuurlijke personen, dus niet voor rechtspersonen zoals bijvoorbeeld een SCI. Als inwoner van Frankrijk ben je verplicht aangifte vermogenbelasting te doen, dus zelf een aangiftebiljet aanvragen. De peildatum is 1 januari van ieder jaar. Tegelijkertijd met het indienen van de aangifte – tot uiterlijk medio juni voor nieuwe gevallen - dient de verschuldigde vermogensbelasting te worden betaald.
De huizen worden gewaardeerd tegen marktwaarde plus geïndexeerde kosten van verbouwingen, maar als het om de hoofdbewoning gaat (résidence principale), dan bepaalt de Franse fiscus 80% (wordt 70%) van deze waarde als behorend tot het vermogen. Of de woning verhuurd wordt of niet, maakt voor de vermogensbelasting geen verschil. Maar als de woning wordt verhuurd, moet in Frankrijk aangifte inkomstenbelasting worden gedaan van de huurinkomsten. Tot het vermogen worden niet gerekend de spullen die bij de beroepsbeoefening nodig zijn, antieke voorwerpen van meer dan 100 jaar oud, kunstvoorwerpen en verzamelingen. Uitdrukkelijk wél meegeteld zijn onroerend goed, auto’s, meubelen (dat alles tegen marktwaarde), beleggingen en bankrekeningen. De ervaring leert dat de fisc de laatste jaren wat strenger wordt bij het controleren van de belastbare vermogens, ook bij buitenlanders. Het tarief van de ISF is progressief en loopt van 0,55% tot een vermogen van € 1,180 mln naar maximaal 1,8% bij vermogens van € 15.255.000 en hoger.
De in 1982 ingevoerde vermogensbelasting, levert de schatkist steeds meer op. Het aantal aangifteformulieren voor de vermogensbelasting ISF is dit jaar met 17% gestegen, van 445.000 tot 518.000. De opbrengst voor de staat stijgt met 22% tot € 3,95 miljoen. Met name door de explosieve stijging van de onroerendgoedprijzen in sommige delen van Frankrijk, zijn steeds meer mensen op papier rijker geworden en moeten zich melden voor de betaling van de ISF. Een kwart van de meer vermogenden is te vinden in Parijs en de omliggende departementen Hauts-de-Seine en Yvelines. Zij betalen 40% van de landelijke vermogensbelasting. Wie een vermogen van meer dan € 760.000 bezit, valt onder de ISF. Er zijn nog wel aftrekposten toegelaten, zoals 30% van de waarde van de hoofdbewoning.
|
Dividendbelasting anders berekend Ontvangen dividend (van Franse ondernemingen en in West-Europa gevestigde ondernemingen) wordt sinds 2006 anders, voordeliger, berekend. Er geldt een algemene aftrek van 50% (over 2006 40%) en daarna nog eens € 1220 (voor een echtpaar € 2440). Ook kosten als bewaarloon mogen in mindering worden gebracht. Het aldus berekende dividendbedrag telt mee als inkomen bij de inkomstenbelasting. Wel moeten over het bruto ontvangen dividendbedrag (minus kosten als bewaarloon) de sociale lasten van 11% worden betaald (CGS en CRDS). |
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
Lokale belastingen Huizenbezitters betalen in Frankrijk ook twee vormen van 'onroerendezaakbelasting': de taxe d'habitation en de taxe foncière. Huurders betalen alleen de taxe d'habitation. Beide belastingen zijn gebaseerd op de kadastrale huurwaarde (valeur locative cadastrale brut), waarna er nog tal van toeslagen volgen, een onderscheid wordt gemaakt tussen bebouwd en onbebouwd en jaarlijks prijsaanpassingen plaatsvinden. Gebruikers/eigenaren van vakantiewoningen moeten ook deze gebruikersbelasting betalen. Op het aanslagbiljet is de kadastrale waarde van je huis niet te vinden, wel staan de grondslagen vermeld: voor de taxe foncière is die 50% van de valeur locative cadstrale voor het bebouwde deel en 80% voor het onbebouwde deel. Voor de taxe d'habitation is de belasting 50% van de huurwaarde. Op het gemeentehuis is een kopie te vragen met alle bedragen en kengetallen. Met die bedragen is de waarde tot de 100% terug te rekenen. Het gaat bij deze lokale belastingen om fors uitgegroeide bedragen. Bij elke verbetering aan het huis door verbouwingen, uitbreidingen, aanleg zwembad gaan de tarieven verder omhoog. Het belastingsysteem luistert nauw. Je mag pas iets aan het huis veranderen met een grote of kleine bouwvergunning. Afschriften van die vergunningen gaan naar de fiscus, waaraan het verplicht is de aangebrachte wijzigingen te melden via een streng formulier, de déclaration des changements. Ambtenaren gaan dan nijver rekenen en passen de aanslag weer aan. Anderzijds komen mensen met lage inkomens die ouder zijn dan 75 jaar in aanmerking voor een vermindering van de druk van de twee lokale belastingen. Bij een belastbaar inkomen van € 9232 of lager voor een paar is geen taxe meer verschuldigd. Tweedehuizenbezitters betalen ook taxe d'habitation, ook al zijn ze niet belastingplichtig in Frankrijk en vertoeven ze er maar heel weinig. Alleen als je deel van je eigen huis verhuurt als gîte bijvoorbeeld, behoef je over dat gedeelte niet de woonbelasting te betalen.
De plaatselijke belastingen lopen flink uiteen. Een flink huis met gastenverblijven, schuren, garage, zwembad kost aan woonbelasting en grondbelasting toch al gauw € 1500 per jaar. Daar komen de jaarlijks ook stijgende kosten bij van de TEOM, taxe d'enlèvement des ordures ménagères, het ophalen van het huisvuil derhalve. De gemeenteraad heeft iets te zeggen over die woonbelasting, de taxe d'habitation. Bij het vaststellen van de taxe foncière, een soort grondbelasting waarvan gemeente, departement en regio profiteren, kijkt men naar oppervlakte, aansluitingen voor water en licht en de algemene conditie van het huis. Deze eigenarenbelasting geldt de eerste twee jaar niet voor nieuwbouw en belangrijke restauraties die met nieuwbouw zijn gelijk te stellen. Die vrijstelling moet wel binnen drie maanden worden aangevraagd en geldt alleen voor panden met een woonbestemming (eerste of tweede woning) en moet men binnen 90 dagen na gereedkomen (achèvement) van de bouw aanvragen. Vooral als je nog in Nederland woont is het niet onverstandig de achèvement zo lang mogelijk te rekken. Als het huis goed is opgeknapt, kunnen de kosten daarvan voor de inkomstenbelasting in Frankrijk voor een kwart worden opgevoerd als gros travaux. Het aantal aftrekposten is overigens verminderd doordat de BTW op verbouwingen/restauraties in 1999 is verlaagd. In het algemeen komen voor aftrek in aanmerking: kosten van energiebesparende investeringen (bijvoorbeeld isolatiemateriaal en besparende verwarmingsinstallaties).
Soms vrijstelling taxe d'habitation
Gepensioneerden met bescheiden inkomens kunnen aanspraak maken op (gedeeltelijke) vrijstelling voor deze woonbelasting. Deze vrijstelling geldt uitsluitend voor de eerste woning, de hoofdbewoning, en nadrukkelijk niet voor résidences secondaires. Een algehele vrijstelling is mogelijk als men een sociale uitkering ontvangt: De Aspa, allocation de solidarité aux personnes agées, een aanvullende uitkering of een bijstandsuitkering (RMI). Inwoners die ouder zijn dan 60 jaar (of weduwe of weduwnaar zijn) betalen evenmin taxe d'habitation als het belastbaar inkomen (revenu fiscal de référence) niet hoger is dan € 9.560 voor het eerste deel (part) van het familiequotiënt, vermeerderd met € 2.553 voor het halve deel (demi-part - situatie waarbij men bijvoorbeeld samenwoont met een invalide). Om in aanmerking te komen voor de vrijstelling moet ook nog aan enkele andere voorwaarden worden voldaan, zoals de bijtelling van inkomsten van een medebewoner. Wat betreft de taxe d'habitation moet men behalve het lage inkomen ook een aanvullende ouderdoms- of invaliditeitsuitkering genieten, of een bijstandsuitkering ontvangen, of arbeidsongeschikt zijn, of weduwe of weduwnaar zijn, of ouder dan 60 jaar en niet vallen onder de vermogensbelasting ISF (impôt de solidarité sur la fortune) voor 2007. De aanvullende voorwaarden voor de taxe foncière zijn het hebben van een aanvullende ouderdoms- of invaliditeitsuitkering, of ouder zijn dan 75 jaar. Er zijn ook gedeeltelijke vrijstellingen mogelijk van de te betalen belasting voor jongere bewoners met een niet al te hoog inkomen: wie over 2007 een belastbaar inkomen had dat lager was dan € 22.481 (voor het eerste part) kan voor belastingvermindering in aanmerking komen. Daarop wordt dan nog wel een aftrek toegepast van € 4.877 voor de eerste part. De verlaging van de te betalen belasting is vervolgens het deel van de taxe dat hoger is dan 4,3% van het belastbaar inkomen minus de aftrek. Makkelijker kunnen ze het niet maken, ook niet in Frankrijk.
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Belasting winst verkoop woning, de plus-value In Frankrijk moet in principe belasting worden betaald over de winst die particulieren behalen bij de verkoop van hun tweede woning. Dit is bedoeld om speculatie te ontmoedigen. De belasting moet dus worden betaald over het verschil tussen de aankoop- en verkoopprijs, de zgn. plus-value. Er geldt een vrijstelling als het gaat om de verkoop van de hoofdverblijfplaats. De interpretatie van deze regel luistert vrij nauw. Wie in Frankrijk een huis koopt, daarin gaat wonen en korte tijd later weer vertrekt, zou moeilijkheden krijgen met de belastingen en gedwongen worden toch belasting op de winst te betalen. De vrijstelling geldt in principe als het om de eerste koop van het permanente verblijf gaat. Het criterium van het hebben van een résidence habituelle et effective wordt strak gehanteerd en gaat zelfs boven het fiscaal ingezetene zijn, aan te tonen door een Franse belastingaangifte of –aanslag. Voor de overige huizen, dus vrijwel altijd vakantiehuizen, wordt de soep overigens niet zo heet gegeten als zij wordt opgediend: de aankoopprijs kan fors worden verhoogd doordat kosten kunnen worden opgevoerd. En gepensioneerden die van een karig pensioentje moeten leven en daarom zijn vrijgesteld van de betaling van de taxe d’habitation behoeven bij de verkoop van hun huis geen 'plus-value' te betalen.
De Franse overheid heeft eindelijk de berekening van de plus-value aanzienlijk vereenvoudigd. Er is een wetsvoorstel aangenomen om de procedures zo te veranderen dat met een bronheffing van 27% voor verkopers die onder het Franse belastingregime vallen de administratieve wirwar kan worden vermeden. De nieuwe regeling geldt vanaf 1 januari 2004 voor buitenlanders en voor ingezetenen. In de oude situatie was men pas na 22 jaar vrij van het betalen van de belasting op de verkoopwinst. Dat is veranderd in 15 jaar met een aftrek van 10% al vanaf het vijfde jaar. Punten die de plus-value beïnvloeden zijn:
- de aankoopkosten (makelaar, notaris) mogen bij de aanschafprijs worden opgeteld: 7,5% of de werkelijke kosten als zij die 7,5% te boven gaan - kosten van reparaties en verbeteringen mogen, als het huis 5 jaar in bezit is, eveneens bij de aankoopprijs worden opgeteld; wie de facturen niet meer heeft, kan een algemeen forfait van 15% opvoeren - dan hebben we de gecorrigeerde aanschafprijs en is de 'winst' te berekenen - de overwinst, de plus-value, mag jaarlijks met 10% worden verlaagd, gerekend vanaf het zesde jaar dat het huis in bezit is; dat betekent dat na 15 jaar geen belasting meer is verschuldigd. Wie zijn huis na 8 jaar bezit verkoopt, mag dus drie maal (8 jaar min 5 jaar) 10% aftrekken, dus 30%. na berekening van de winst wordt nog een algemene korting van € 1000 toegepast.
Het tarief van de belasting is 27% (16% voor buitenlanders die geen sociale premies behoeven af te dragen) en wordt voortaan direct bij de notaris afgehouden van de verkoopprijs (wordt voor belastingplichtigen niet meer verrekend met de inkomstenbelasting). Een rekenvoorbeeld van de vereenvoudigde berekening van de belasting op de overwinst van tweede huizen:
|
Aankoopprijs |
Ffr 750.000 |
| Aankoopkosten |
Ffr 67.500 |
|
Nieuw dak (forfait 15%) |
Ffr 112.500 |
| Totaal 'aankoopprijs' |
Ffr 930.000 ofwel € 141.777 |
| Bruto winst € 200.000 - € 141.777 |
€ 58.223 |
| Aftrek voor periode in bezit (4 jaar vanaf het zesde jaar) 40% |
€ 23.289 |
| Algemene aftrek |
€ 1000 |
| Belastbare plus-value € 58.223 - (€23.289 + € 1000) |
€ 33.934 |
Te betalen 27% van € 33.934 16% voor buitenlandse ingezetenen |
€ 9162 € 5429 |
|
Bij nieuwe woningen (jonger dan vijf jaar) geldt ook het regime van de belasting op de meerwaarde, maar pas na verrekening van de omzetbelasting TVA. Men zal bij verkoop TVA moeten betalen over de behaalde winst, je wordt dan min of meer als een handelaar beschouwd. Voorbeeld: wie zijn nieuwe huis te koop zet voor € 200.000 moet zich realiseren dat dit een vraagprijs TTC is (belasting inbegrepen). De prijs zonder TVA (19,6%) is dan € 167.224, de TVA € 32.776. Dat geld is voor het belastingkantoor en zal bij de verkoop door de notaris worden geïnd. Maar, het bedrag van de TVA kan worden verminderd met de TVA die de verkoper destijds bij de bouw heeft betaald. Stel dat de verkoper toen € 150.000 TTC heeft betaald (de TVA was dan € 24.582), dan zal hij bij verkoop het verschil moeten overdragen, € 8194. De opbrengst van de verkoop zal dan € 191.806 zijn (€ 200.000 minus € 8194). Mochten er na de oplevering van het huis nog verbeteringen zijn aangebracht, dan mag ook de TVA die daarover werd betaald, worden opgeteld bij de TVA van de bouwkosten. Ten slotte moet over de zo berekende meerwaarde belasting worden betaald. Nederlanders die hun tweede huis in Frankrijk willen verkopen, moeten een fiscale vertegenwoordiger aanwijzen, die toeziet op de juiste berekening van de winst bij de verkoop. Een erg vervelende en kostbare zaak. Meestal moet men in contact treden met speciale bureaus die een provisie van soms 1% exclusief BTW rekenen voor hun rekenwerk, dat vooral goed uitpakt voor de Franse fiscus. De SARF is een door notarissen veel gebruikte club. Het is raadzaam om met de notaris te onderhandelen om zonder deze fiscale vertegewoordigers, meestal eigendom van de banken, de zaak te regelen. |
|
In nogal wat gevallen proberen Nederlanders die hun vakantiewoning/tweede huis verkopen, de verkregen verkoopwinst te drukken door een deel van de betaling zwart te laten plaatsvinden. Dit levert flinke risico’s op. Als de verkoopprijs - de fiscus wordt van de onroerend goedtransactie op de hoogte gebracht - geen reële marktwaarde vertegenwoordigt, kunnen er akelige problemen ontstaan via naheffingen en boetes. De op te voeren kosten moeten wel echte verbouwingskosten zijn. Bij aankopen van bouwmateriaal zal men expliciet om een factuur moeten vragen, waarop naam en woonplaats staan vermeld; alleen een kassabon is niet voldoende om later bij verkoop van het huis de waardestijging door de verbouwing te kunnen aantonen. Facturen van vloerbedekkingen en binnenschilderwerk bijvoorbeeld worden niet als bewijzen van verbouwingskosten aangemerkt. Heeft men zelf veel geklust, dan kunnen de materiaalkosten en het zelf verrichte arbeidsloon niet meer worden opgevoerd. Verbouwingen moeten geen luxe voorzieningen zijn, de kosten ervan mogen niet meer in de berekeningen worden opgenomen.
De notaris taxeert al met al de waarde van het huis, maar sinds 2004 beoordeelt bij huizen van meer dan € 150.000 een représentant fiscal , ook wel représentant accrédité genoemd, de winstbelasting. Bij de bepaling van de plus-value van huizen van buitenlanders wil deze fiscaal vertegenwoordiger nogal eens moeilijk doen bij het accepteren van aftrekposten en talmen ergerlijk bij de overdracht van de koopsom of vragen bovendien soms zelfs waarborgsommen, bevreesd als ze zijn door de Franse fiscus op de vingers te worden getikt wanneer de belasting op de plus-value niet kan worden geïncasseerd.
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
CESU, werkster , kinderoppas en tuinman betalen
Om het zwart werken in de huishoudelijke sfeer tegen te gaan bestaat in Frankrijk het systeem van de cheques, CESU (chèque emploi-service universelle). Bijna 60% van de Franse particuliere 'werkgevers' werkt via dit gemakkelijke en papierloze stelsel bij huishoudelijke hulp, tuinverzorger, kinderoppas en anderen.
Wie met CESU werkt (aanmelding kan via internet), hoeft geen salarisstroken in te vullen, geen arbeidscontract op te stellen en geen kwartaalopgaven te doen aan de inner van de sociale heffingen. Het gratis chequeboekje is te krijgen bij de bank waar men een rekening heeft. De verleende diensten gelden voor Franse fiscale ingezetenen die het werk laten doen in en rond hun hoofdbewoning. Wekelijks mag niet meer dan 8 uur worden gewerkt bij één gezin of vier weken per jaar. Wie maandelijks 60 uur via CESU werkt, dus bij meerdere 'werkgevers' komt in aanmerking voor het hele pakket sociale voorzieningen.
De 'werkgever' kan de helft van de uitgekeerde som met een maximum van € 12.000 voor belastingvermindering in aanmerking laten komen, crédit d’impôt. Per kind of oudere boven de 65 jaar die te zijnen laste komt, kan hij nog eens € 1500 toevoegen. De hoogte van de belastingreductie is afhankelijk van het tarief waarbinnen men valt en is gemaximeerd tot € 5000. Niet-actieven, zoals gepensioneerden die geen inkomstenbelasting betalen, komen niet in aanmerking voor de belastingreductie. Het loon dat wordt betaald moet minimaal de Smic zijn, het Franse minimumloon van ruim € 8,50 per uur. Kleine klusjes komen voor kleine jaarlijkse teruggaven in aanmerking: € 500 voor kleine karweitjes van maximaal 2 uur per keer, € 1.000 voor hulp bij de computer en € 3.000 voor tuinkarweitjes. Informatie ook bij www.ces.urssaf.fr, www.federation-adessa.org of www.pajemploi.urssaf.fr.
|
Au Courant DIENSTVERLENING VOOR FRANKRIJKGANGERS Meer informatie op de website |
Print dit artikel
|
|
|

|
|