|
|
|
|
|
| |
EDF/GDF
Met de afkortingen EDF en GDF is iedereen vertrouwd die in Frankrijk spreekt over elektriciteit of gas. Op het platteland zal men vrijwel uitsluitend met de EDF (Electricité de France) te maken krijgen, de leverancier van de stroom. Gas via het net (de GDF, Gaz de France) wordt vooral gebruikt in de stedelijke gebieden. Beide ondernemingen zijn geprivatiseerde staatsbedrijven, maar zijn mede onder invloed van de Europese regelgeving hun monopolie zo goed als kwijtgeraakt.
In Frankrijk zelf wordt ruim 85% van de elektrische energie opgewekt in kerncentrales (20 centrales, 58 reactoren die samen 63.000 megawatt leveren), ruim 5% via waterkracht en andere milieuvriendelijke manieren en de rest via conventionele energiecentrales plus een beetje alternatieve stroom. Maar voorlopig krijg je als Hollander in Frankrijk te maken met een nogal pittig gebureaucratiseerde stroomleverancier, maar die wel behoorlijk efficient werkt. De gemiddelde kilowattuurprijzen zijn lager dan die in Nederland. 100 kWh voor een normaal huisgezin met een bescheiden verbruik kost € 13,25 tegen een prijs in Nederland van circa € 22. Maar het vastrecht in Frankrijk is weer hoger dan in Nederland, waar heffingen en btw goed zijn voor voor 40% van de stroomprijs.
Bij de EDF kun je kiezen uit veel meer tariefsoorten dan in Nederland gebruikelijk. Hoe ‘zwaarder’ de aansluiting, hoe hoger de abonnementskosten. Particulieren kunnen kiezen uit in totaal negen aansluitingen, vanaf 3 kVA tot en met 36 kVA. Voor normale woonhuizen kan men uitstekend uit de voeten met een stroomaansluiting van bijvoorbeeld 9 kVA (kiloVolt ampère, zo noemen ze dat nu eenmaal in Frankrijk) of van 12 à 18 kVA. Daarbij is het gemakkelijk om te weten dat 9 kVA ongeveer gelijk is aan 7200 watt, 7,2 kW dus. Bij hoog gebruik vanaf soms al 18 kVA is ook driefasenstroom mogelijk, waarvoor aanzienlijk meer vastrecht moet worden betaald. Die driefase stroom moet dan wel in de buurt al door de EDF worden geleverd. Bij wat afgelegen huizen is dat lang niet altijd het geval, en moeten op de kosten van de huiseigenaar nieuwe of extra kabels worden aangelegd, en dat kost duizenden euro’s.
Er zijn drie abonnementen mogelijk, elk met eigen tarieven. Zo is er een abonnement Option Base (3-18 kVA, vooral voor kleine huishoudens met een verbruik van maximaal 4500 kWh per jaar), een abonnement Option Heures Creuses (6–36 kVA, voor ook het nachtelijke gebruik van wasmachine, vaatwasser en dergelijke) en het abonnement Option Tempo (9–36 kVA), dat niet meer beschikbaar is voor nieuwe gebruikers. EDF hanteert bij de opties Heures Creuses het systeem van piekuren en daluren, heures pleines en heures creuses. De dure uren zijn van zes uur ’s morgens tot tien uur ’s avonds. Soms kun je, afhankelijk van de regio, deze goedkopere heures creuses verdelen over de dag: aan het eind van de middag van drie tot vijf uur, en van middernacht tot zes uur ’s morgens. Handig voor het draaien van de wasmachine, of het weer laten opwarmen van een boiler die via dit tarief is aangesloten.
|
Abonnement |
Abonnement per jaar in € |
Tarief per kWh in eurocent |
| Option Base 6 kVA |
61,75 |
10,85 |
| Option Base 9 kVA |
121,83 |
10,85 |
| |
|
Piekuren |
Daluren |
|
Option Heures Creuses -Heures Pleines 6 kVA |
106,98 |
10,85 |
6,61 |
|
Option Heures Creuses -Heures Pleines 9 kVA |
191,90 |
10,85 |
6,61 | Voor de overige zaken en alle tarieven is veel informatie te vinden op de website van de EDF. Daar is ook informatie op te halen over het elektrisch ‘stoken’ in situaties waar dat zinvol is (in het zuiden van Frankrijk, in kleine huizen als studio’s of in tweede huizen die ’s winters niet worden bewoond). Bij nieuwbouw en ook bij restauratie van bestaande woningen kan de EDF met haar dienst Bleu Ciel d’EDF kwalificaties afgeven omtrent de kwaliteit van de woningen op het gebied van onder meer isolatie. Als zo’n kwaliteitslabel wordt afgegeven, kan men in aanmerking komen voor een aantrekkelijke kortlopende lening Vivrélec.
Wanneer men en huis koopt waar al een elektrische aansluiting is, kan meestal worden volstaan met het bij de EDF laten veranderen van de tenaamstelling, waar uiteraard wel een aantal papieren voor moet worden ingeleverd of op de website van de EDF kan ingevuld. Zorg er ook voor dat de diverse oude meterstanden tijdig worden opgenomen. Om een nieuwe aansluiting te krijgen op het Franse elektriciteitsnet, of bij een grondige renovatie waar een permis de construire voor nodig is, zal de installatie moeten worden gekeurd door een onafhankelijk instituut. Meestal zorgt de aannemer of de elektricien voor het inschakelen van le CONSUEL (Comité National pour la Sécurité des usagers de l’électricité). Het is ook allemaal zelf te regelen; een voorbeeld van het (voor doe-het-zelvers befaamde, ja, beruchte) formulier is, met uitgebreide toelichting, te vinden op internet. Als je het zelf regelt, moet je een schriftelijke aanvraag indienen bij het centrale bureau (Service Central du Consuel. Tour Chantecoq, 5 Rue Chantecoq, 92808 Puteaux CEDEX), dat na ontvangst van de brief en de cheque van € 106,05 een formulier toezendt, dat dan weer naar de plaatselijke vertegenwoordiger van de CONSUEL moet.
Sommige Nederlanders gaan op eigen houtje de elektrische installatie in hun Franse huis verzorgen en slepen uit Nederlandse doe-het-zelfzaken stopcontacten, meterkasten, leidingen enzovoort mee naar Frankrijk. Niet slim, want de materialen zijn in Frankrijk vaak de helft goedkoper en de CONSUEL keurt het toch allemaal weer af. Hoewel de materialen meestal zullen voldoen aan de Europese veiligheidsnormen, blijkt de CONSUEL zeer strikt vast te houden aan de specifieke Franse normen. Logo’s als KemaKeur zeggen de Franse controleurs niet zo veel. De Franse elektrische installatie moet voldoen aan de voorschriften, de NF C 15-100 norm. Deze Franse norm wijkt op tal van punten af van wat in de Nederlandse NEN 1010 norm is voorgeschreven, zowel voor wat betreft het te gebruiken materiaal, als voor de manier waarop het moet worden aangelegd en aangesloten. Bij de EDF kan de stroomrekening maandelijks en automatisch worden betaald. In andere gevallen stuurt de maatschappij viermaal per jaar een nota: twee op basis van schattingen van het verbruik en twee op grond van de werkelijke meterstanden. Als men zich via internet op de dienst Espace Services van de EDF aansluit, is betalen via dit medium mogelijk. Bezitters van een tweede huis kunnen bijvoorbeeld opgeven dat zij zelf de meterstanden noteren en opsturen (de Service Relevé Confiance). Een telefoontje naar het dichtstbijzijnde EDF-kantoor en ze sturen een meterstandenkaart, de carte T. Deze kan worden ingevuld en opgestuurd of de meterstanden kunnen telefonisch worden doorgegeven. Deze dienst is gratis. Viermaal per jaar moet de gebruiker zelf de meterstanden via internet opgeven en er wordt bij de facturering dan niet met schattingen gewerkt, maar met het werkelijke verbruik.
Sinds medio 2007 is de Franse energiemarkt voor particulieren opengesteld voor andere aanbieders dan alleen Electricité de France (25 miljoen particuliere klanten) of Gaz de France (11 miljoen). Vanaf die datum hebben drie nieuwe aanbieders zich aangediend: Poweo, Direct Énergie, Electrabel en Altergaz. Men kan dus van leveranciers veranderen: de procedure vergt 20 dagen en men kan de meters behouden. De nieuwe aanbieders, die zich soms van agressieve verkoopmehoden bedienen, beloven nieuwe diensten en tarieven die 5 tot 10% lager zijn dan de door de overheden vastgestelde prijzen van EDF en GDF. Er krioelen echter nogal wat adders onder het gras, zo waarschuwt de consumentenorganisatie Que Choisir. Wie eenmaal heeft gekozen voor een nieuwe aanbieder, zou vrijwel niet meer kunnen terugkeren naar EDF of GDF met hun gereglementeerde tarieven. Het Franse parlement heeft echter een wetswijziging goedgekeurd, waarbij klanten van de EDF die hebben gekozen voor een elektriciteitsabonnement bij een andere onderneming, toch kunnen terugkeren naar de EDF met zijn door de overheid vastgestelde tarieven. Tot 1 juli 2010 bestaat de mogelijkheid om weer klant van de EDF te worden, binnen zes maanden nadat een andere leverancies is gekozen.
Als er problemen zijn met EDF en GDF (gas) en je komt er echt niet meer uit, dan is er nog de ombudsman stroom en gas: Médiateur de l'énergie, 21 boulevard Hausmann, 75009 Paris. Tel. 01 56 03 65 60.
Test de elektrische installatie Wie een Frans huis koopt en een diagnose wil hebben van de deugdelijkheid van de elektrische voorziening (leidingen, meterkast e.d.) kan via internet een diagnose laten opstellen (www.promotelec.com). Om later ongelukken en branden te voorkomen als gevolg van een slechte installatie kunnen particulieren een tiental foto's opsturen voorzien van commentaar. Een specialist zal de foto's en de beschrijving beoordelen en een rapport opstellen. Kosten € 15. De vereniging constateert dat in 7 miljoen huizen de kwaliteit van de elektrische installatie te wensen overlaat. In 2,3 miljoen woningen is zelfs sprake van een gevaarlijke situatie. |
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Alternatieve energie en subsidies/belastingvoordelen
In vergelijking met veel andere Europese landen loopt Frankrijk erg achter bij het ontwikkelen en toepassen van zonnewarmte ten behoeve van de warmwatervoorziening in de huishoudens of voor de opwekking van elektriciteit door middel van zonlicht.
Als je zelf spullen koopt om dergelijke installaties aan te leggen, zullen deze moeten zijn voorzien van het keurmerk CSTBat om in aanmerking te komen voor belastingvermindering. Bovendien moet de installatie (collector, panelen, wateropslag, leidingen) zijn aangelegd door een bedrijf dat is aangesloten bij Charte Qualisol. Naast een belastingteruggave van de aanschaf- en installatiekosten geldt meestal ook nog het lage BTW-tarief van 5,5%. De fiscale tegemoetkoming geldt alleen voor de materiaalkosten, dus niet voor het arbeidsloon bij de installatie. De uitgaven die voor de belastingmeevaller zorgen, zijn beperkt tot € 16.000 voor een koppel (plus € 400 voor het eerste, € 500 voor het tweede en € 600 voor de volgende kinderen extra).
De percentages: 15% voor een gewone lage temperatuur cv-ketel 40% voor een condensatieketel 40% voor muur- en dakisolatie 40% voor isolatie van ramen 40% voor isolerende luiken 40% voor energiebesparende regelapparatuur 50% voor duurzame energieopwekking (zonnewarmte, ingebouwde haarden (inserts), kachels op hout of andere biomassa, zelf opgewekte stroom) 50% voor aansluiting op warmtepompen.
Nadere informatie over subsidies is nog te krijgen bij Ademe, Qualisol en Anah (Agence nationale pour l'amélioration de l'habitat - werkend voor particuliere huiseigenaren die het huis zelf bewonen of verhuren). Naast deze instellingen gaan ook steeds meer departementen en regio’s over tot het subsidiëren van milieu- en energievriendelijke warmteopwekking. Je moet de plaatselijke kranten goed in de gaten houden.
De via zonnestraling opgewekte elektriciteit bedraagt in Frankrijk nog een schamele 8000 kW (Duitsland 768.000 kW). De Franse overheid heeft daarom besloten een belastingteruggave in te voeren van 50% op de investering van zonnecellen aan woningen. Bovendien kan de opgewekte elektriciteit worden teruggeleverd aan de EDF tegen een tarief van 55 eurocentimes per kWh. Zonnecellen zetten licht om in elektriciteit. Zonnecollectoren gebruiken de zonnewarmte voor het opwarmen van huishoudelijk water. De terugverdientijd ligt, afhankelijk van tal van factoren, tussen 9 en 25 jaar bij een investering van € 20.000 voor 25 m² zonnecellen. Wie de belastingteruggaafmogelijkheid (crédit d'impôt) al heeft gebruikt voor andere aanschaffingen (houtkachel of zonnepanelen voor warm water), kan niet meer geheel profiteren van het belastingvoordeel (50% voor een totale investering van maximaal € 16.000 voor een echtpaar). Men ontvangt de 55 eurocentimes voor de geleverde stroom als de fotovoltaïsche cellen zijn geïntegreerd in het huis en 30 centimes als dat niet het geval is. De BTW is 19,6% bij nieuwbouw en 5,5% bij huizen van ten minste twee jaar oud. Op deze site valt uitgebreide informatie te lezen over het opwekken van je eigen stroom met je Franse huis.
|
Uitvoerige informatie over deze onderwerpen is te vinden in La Maison, uitg. Het Spectrum. |
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Hout
De wat ouderwetse, maar goedkope brandstoffen hout (du bois) en kolen (du charbon) worden nog veel gebruikt in bosrijke gebieden of (wat kolen betreft) in mijnstreken. Kolenstook verdwijnt wel omdat in 2004 de laatste Franse kolenmijn is gesloten. Opslag en behandeling van kolen zijn niet echt comfortabel, wegens stof, vuil en roet.
In ruim 6 miljoen Franse huishoudens is hout dé brandstof om het gehele huis te verwarmen of ten minste de (woon)keuken. Een grote houthaard in de keuken kan ook worden gebruikt als bron voor een ingenieus centraleverwarmingssysteem, dat door een deskundige moet worden geplaatst en waar je uit veiligheidsoverwegingen echt mee moet leren omgaan. Een gemiddeld gezin heeft 20 à 30 m³ hout per jaar nodig als het dient om de woning te verwarmen. De kwaliteit van moderne houtkachels is de laatste jaren sterk verbeterd: completere verbranding en minder belasting voor het milieu. Er zijn kachels die branden op de gewone trek van de schoorsteen en haarden die werken met 'geforceerde' luchttoevoer. Er zijn systemen van brandstoftoevoer in de vorm van houtsnippers of -korrels ( de 'pellets' of officieel granulés de bois).
Als de houtkachel of de ingebouwde open haard voortdurend brandt, is het raadzaam er een warmwatervoorziening aan te laten koppelen, zodat 'overtollige' warmte niet verloren gaat. De Fransen zijn vooral inventief in het toepassen van gesloten haardsystemen met leidingen en ventilatiesystemen om de warmte naar andere vertrekken te brengen, en in het gebruik van ingebouwde open haarden (inserts). Deze afgesloten houthaarden zijn aanzienlijk rendabeler dan gewone open haarden, waar 65% van de verbrandingswarmte romantisch, maar nutteloos door de schoorsteen verdwijnen.
Hout is overal in Frankrijk redelijk goedkoop te verkrijgen, dat in stères (een slordig gestapelde kuub, zeg 450 kilo, € 40 tot € 50) of soms ook in tonnes (tussen de 1,25 en 1,5 m³) of brasses (1,60 bij 1,60 bij 1 m.) wordt thuisbezorgd op lengtes van 100, 50 en (minder vaak) 30 centimeter, corresponderend met het formaat van het stooktoestel. Een corde is gelijk aan 4 stères. Hoe korter gezaagd, hoe duurder; zelf gehaald is voordeliger dan laten bezorgen. Kijk in de kleine advertenties van de lokale bladen onder Chauffage.
De Fransen blijven nog steeds actief met de toepassing van hout en er zijn nog steeds ontwikkelingen gaande bij het gebruik van gewone kachels en de zogenaamde allesbranders. Een lijst van professionelen in de buurt die kunnen adviseren en installeren is op te vragen bij het Comité Interprofessionel pour la promotion du chauffage au bois, 39/41, rue Louis Blanc – Courbevoie, 92038 Paris-La Défense CEDEX. Tel. 01 47 17 61 64. De overheid stimuleert dergelijke aanschaffingen, die fiscaal aantrekkelijk worden bejegend.
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
Gas
Een derde van de alleenstaande woningen wordt met gas warm gehouden (aardgas en propaan/butaan), 31% met elektriciteit, 28% met huisbrandolie en 4% met hout. Gaz naturel is, via het netwerk van Gaz de France (GDF), vooral beschikbaar in stedelijke gebieden. Het is, net als in Nederland, veilig, comfortabel, zuinig (rendement van meer dan 80%), handig in het gebruik én milieuvriendelijk.
Ongeveer 80% van de Franse bevolking is aangesloten op het aardgasnet (gaz de ville). Dat gas komt voornamelijk uit het buitenland, via leidingen of per schip. Evenals bij de elektriciteit moet de installatie (cv-ketel, geiser, leidingen) worden gekeurd, in dit geval door Qualigaz. Er zijn vier tarieven: Base, eigenlijk alleen om een potje te koken (abonnement € 25,32 en 7,2 eurocent per kWh per jaar (men werkt niet per m³), en B0 voor koken en warm water (abonnement € 35,95 per jaar en 5,9 eurocent per kWh). Gebruikt men meer dan 6000 kWh per jaar, dan is aan te bevelen om tarief B1 te nemen (€ 119 abonnement en 4,3 eurocent per kWh). Grootverbruikers (meer dan 30.000 kWh) nemen het tarief B2i (abonnement € 188 per jaar, gebruik 4,1 eurocent per kWh). De prijzen zijn niet overal dezelfde en kunnen per stad en regio verschillen en zijn onder meer afhankelijk van de bevolkingsdichtheid. De genoemde prijzen zijn van eind 2007. In januari 2008 zijn de tarieven weer met 6% gestegen.
Wie niet is aangesloten op het openbare gasnet – à la campagne – is aangewezen op gas in een tank (citerne) of in flessen. Er is butaan- en propaangas, flink wat duurder dan aardgas. Propaangas is nodig wanneer de tank op een plaats staat waar kans op vorst bestaat. Het vereist – zeker als je er ook huis en water mee verwarmt – een grote tank in de tuin. In het algemeen mag men een propaantank buiten de echte kernen bovengronds plaatsen. Zo’n tank in de tuin is heel normaal, maar ook ontsierend. Er zijn precieze regels voor de plaatsing, zoals de afstand tot het huis, tot de erfgrens, deuren en eventuele ontstekingsbronnen. Ingraven mag ook. Landelijke leveranciers zijn onder andere Primagaz, Vitogaz, Totalgaz en Butagaz.
Men kan een tank huren met borg: dan betaalt men een borg die na zeven jaar wordt terugbetaald. Men zit dan wel zeven jaar aan dezelfde leverancier vast en het kost een flink bedrag ineens. De tank is ook gewoon te huur. Op enig moment tijdens het contract is ook van huur over te stappen naar borg en dan wordt het huurbedrag dat tot dan toe is betaald deels verrekend met de borg. Wat betreft het vullen zijn er twee mogelijkheden: zelf bestellen (livraison à la commande), dus zelf het peil in de gaten houden, ofwel de leverancier dat laten doen (livraison prévisionnelle). Hij bepaalt dan wanneer hij bijvult, maar het is wijs om er dan rekening mee te houden dat je meestal direct aan de chauffeur cash (of per cheque) moet betalen. Bij 1000 kilo propaan gaat het dan om zo’n € 1.350, afhankelijk van de grootte van de bestelling of levering. Bij automatische levering is de gasprijs ook wat lager.
Wanneer je gas alleen gebruikt voor koken, is goed te volstaan met gasflessen met butaan of propaan van 13 kilo of de nieuwe, beter hanteerbare butaanflessen van 6 kilo. De oude gasflessen van 13 kilo hebben dezelfde aansluiting als de Nederlandse flessen. De flessen van 6 kilo vergen een aparte drukregelaar (détendeur). In Frankrijk moet men de flessen inruilen; vullen kan bijna nergens. Bij de eerste aanschaf van een fles moet men statiegeld betalen.
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Olie
Op het platteland is, naast stoken op hout, het gebruik van huisbrandolie (fuel domestique, fioul, mazout) heel algemeen. De nieuwe ketels verbranden zeer economisch (het rendement kan boven de 90% uitkomen) en zorgen ook voor een lagere belasting van het milieu. Het verbruik is bij een goed geïsoleerd huis alleszins redelijk. In een huis van 100 m² moet 1500 liter per jaar genoeg zijn. Het wordt wat meer als de cv-ketel ook de waterboiler stookt.
De kosten variëren echter nogal door de schommelingen in de olieprijs. Het loonde de moeite om de 'wintervoorraad' in het goedkopere zomerseizoen in te slaan, maar de grillige olieprijzen hebben dit vrijwel onmogelijk gemaakt. De leveranciers gaan soms heel ver in hun dienstverlening. Zo kunnen zij het gemiddelde gebruik meten en op eigen initiatief langskomen om de tank bij te vullen. Er bestaat zelfs meetapparatuur op afstand. Het met de buren gezamenlijk inkopen van olie wordt wel gedaan, maar levert in de praktijk niet altijd veel voordelen op. De opslagtanks kunnen ondergronds of bovengronds (binnen of buiten) zijn. Bij nieuwbouw en restauraties wordt steeds meer gebruik gemaakt van kunststoftanks (tot 2500 liter), die binnen worden geplaatst in een goed geventileerde ruimte zonder ramen.
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Water
Veel (kleinere) gemeenten hebben het beheer en onderhoud van de watervoorziening overgedragen aan de reuzen die goed geld verdienen met het steeds duurder wordende leidingwater (eau de ville). Kleinere gemeenten werken daarbij samen, maar de burgemeester blijft in zijn eigen gemeente verantwoordelijk voor de kwaliteit van het drinkwater en de deugdelijke levering daarvan.
De structuur van het Franse tariefsysteem is buitengewoon ondoorzichtig. Meer dan tachtig procent van de levering van drinkwater is in handen van particuliere ondernemingen als La Lyonnaise des eaux en Veolia. Zij verdelen onderling de markt en boeken overmatige winsten. In de regio's Aquitaine en Languedoc-Roussillon betaalt men jaarlijks € 190 aan de waterleidingbedrijven en in de dure departementen van PACA (Provence-Alpes-Côte d'Azur) kost het per persoon € 270 per jaar om te douchen en het zwembad bij te vullen. Relatief goedkoop is het water in Nord-Pas-de-Calais, Auvergne en Limousin. Het gemiddelde Franse tarief per kubieke meter is € 3 in gemeenten die beschikken over een waterzuiveringsinstallatie. De prijsverschillen kunnen uiteenlopen van € 0,76 tot meer dan € 4 per m³. De gemiddelde kosten van een abonnement zijn € 56 per jaar.
Mensen op het platteland zijn vaak nog gezegend met een eigen, meestal zuivere bron. In kleine dorpen zijn de tarieven voor leidingwater overigens relatief het laagst. Wie te ver van een aansluitpunt op het publieke waterleidingnet woont, kan proberen, al dan niet samen met de buren, een put te slaan. Informatie hierover – en over de te volgen regels – zijn te krijgen bij de Mairie. Zo is het verboden om het eigen water in contact te laten komen met het netwerk van het openbare waterleidingsysteem. Of het gewonnen water uit eigen bron of put ook als drinkwater kan worden gebruikt, moet blijken uit een onderzoek. De DDASS in de buurt kan hierover uitsluitsel geven. Soms kun je ook bij de lokale pharmacie terecht voor zo’n test.
Er is ook een belastingvoordeel te behalen bij het aanleggen van opvanginstallaties, zoals een citerne voor regenwater. Het crédit d'impôt (belastingteruggave) is onder zekere voorwaarden 25% van de aanlegkosten. De regeling geldt tot en met 2009. De overheid wil daarmee huizenbezitters aanmoedigen om schoon regenwater op te vangen en te gebruiken. Want de zorgen over de almaar dalende grondwaterspiegel zijn groot.
Consumentenorganisaties dringen erop aan dat de overheid maatregelen neemt tegen de voortschrijdende vervuiling van grond- en oppervlaktewater. Frankrijk is met een jaarlijks verbruik van meer dan 100.000 ton na de Verenigde Staten ’s werelds grootste gebruiker van bestrijdingsmiddelen in de landbouw en de derde producent van al dat spul. Het Franse drinkwater komt voor 63% uit de grond en de overige 37% wordt bereid uit het water van meren en rivieren. In meer dan de helft van de meetpunten bij grondwater is het water vervuild door chemische bestrijdingsmiddelen en bij de rivieren zelfs op 80% van de meetpunten. Bestrijdingsmiddelen als atrazine en nitraten als gevolg van overbemesting verontreinigen het water op sommige plaatsen ernstig. Jaarlijks moeten waterwinplaatsen worden gesloten omdat het daaruit opgepompte grondwater niet meer te bereiden is tot fatsoenlijk drinkwater. Ongeveer 60 departementen kampen met het probleem en in het bijzonder in Bretagne, gevolgd door Poitou-Charentes, Centre, Calvados en Mayenne, zijn de problemen nijpend. De boeren hebben botweg geweigerd heffingen te betalen op overmatig kunstmestgebruik.
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Links
CONSUEL
EDF
Option Tempo
GDF
Qualigaz
Gresel
Vivrélec
Milieuvriendelijk energie
Zonne-energie idem
Vergelijking brandstofprijzen idem
Alternatieve site
l’ANAH
CSTBat
Qualisol
Print dit artikel
|
|
|

|
|