Inbraken in Frankrijk
Franse verzekeraars stellen verschillende eisen aan de bescherming van een woning tegen inbraak. De verlangde maatregelen verschillen nogal per regio. In de Provence/Côte d’Azur wordt relatief erg veel ingebroken; sommige Nederlanders verhuizen om die reden zelfs meer naar het achterland van deze drukke kustgebieden.
De meeste verzekeraars verlangen dat de voordeur is uitgerust met een slot en grendel volgens de norm A2P (Assurance prévention protection). Sommige maatschappijen willen ook dat de ramen goed beschermd zijn met luiken of (ingemetselde) tralies; dat geldt zeker voor tweede (vakantie)woningen. Aan de huizen die permanent worden bewoond, worden over het algemeen minder strenge eisen gesteld. Wordt er vaker ingebroken, dan eisen de verzekeraars dat de beveiliging verder wordt verbeterd (zwaardere sloten, meer tralies en eventueel een alarminstallatie). Is een huis permanent bewoond en de bewoners gaan voor een langere periode weg dan in het contract staat vermeld (meestal 90 dagen), dan moeten zij de verzekeraar van de afwezigheid op de hoogte stellen. Sommige verzekeraars hanteren die termijn van 90 dagen per jaar waarin het huis onbewoond mag zijn, andere keren bij diefstal niet uit als de woning drie dagen achtereen niet bewoond is geweest. Bezitters van tweede huizen doen er goed aan een polis te nemen, waarin geen voorwaarden zijn opgenomen over de perioden van niet-bewoning. De premies zijn dan wel 30 à 40% hoger dan bij verzekeringen van résidences principales.
Na het constateren van een inbraak moet men normaal gesproken binnen twee dagen aangifte (depôt de plainte) doen bij de politie/gendarmerie en moet de verzekeringsmaatschappij per aangetekende brief op de hoogte worden gebracht, met bijvoeging van een afschrift van de aangifte. Stuur vervolgens een opgave van de vermiste spullen met zoveel mogelijk bewijsmateriaal van de aanwezigheid van de gestolen waar vóór de inbraak, zoals betalingsbewijzen, garantiebewijzen, rekeningen van uitgevoerde reparaties en foto’s.
|
Inbraakgevoeligheid verschilt sterk per regio Alpes-Maritimes scoort met bijna 9 inbraken per 1000 inwoners het hoogst, gevolgd door Bouches-du-Rhône met 7. Tot de 20 meest geteisterde departementen behoren verder Vaucluse, Var, Hérault, Haute-Garonne, Gard, Parijs, Rhône, Yonne, Seine-et-Marne, Bas-Rhin, Saine-Saint-Denis, Val-de-Marne, Essonne, Isère en Haute-Savoie. Guyana, Martinique en Guadeloupe, ver van France métropolitaine, horen ook nog in het rijtje thuis. Weinig in trek bij de cambrioleurs zijn Cantal, Lozère, Deux-Sèvres, Manche en Creuse. Via een andere statistische methode nog eens: van de Zuid-Franse departementen blijkt Lozère het minst getroffen door criminaliteit. Het hoogste aantal misdrijven per politieagent of gendarme wordt geteld in het departement Pyrénées-Orientales (37,2 misdrijven per diender tegen 6,4 in Lozère). De statistieken geven de mate van criminaliteit aan, maar ook het mogelijke tekort aan politiepersoneel. Onveilige departementen in het zuiden zijn verder de genoemde Hérault, Gard, Haute-Garonne en Gironde, alle met misdaadcijfers van boven de 30 per politiefunctionaris. Rustige departementen zijn Ariège, Gers, Aveyron, Lot, Hautes-Pyrénées en Dordogne. Net iets beneden het landelijk gemiddelde scoren Lot-et-Garonne, Tarn-et-Garonne, Tarn, Aude, Landes en Pyrénées-Atlantiques. |