|
|
|
|
|
| |
|
|

* U wilt uw eigen bedrijf starten in Frankrijk? * U wilt uw eigen vak uitoefenen in Frankrijk? * U wilt een bedrijf overnemen in Frankrijk?
Maar hoe pakt u dat aan? Voor advies en begeleiding, mail ons! www.ondernemen-frankrijk.nl | Werken in Frankrijk
De werkloosheid is nog hoog in Frankrijk (iets boven de 8% voorjaar 2008), zodat het niet gemakkelijk zal zijn om zomaar ‘een baantje’ te krijgen. Wel is er een schreeuwend tekort aan bouwvakpersoneel en aan werkers in de dienstverlening, vooral in de horeca. Ook op verpleegkundig gebied zijn er nog voldoende banen te krijgen, ook voor buitenlanders. De arbeidsbureaus in Frankrijk kunnen wellicht iets betekenen; men kan zich in elk geval laten inschrijven bij een vestiging van de ANPE (Agence Nationale pour l’Emploi). Op de website van deze grote organisatie staan tienduizenden vacatures. Naast de ANPE zijn er ook nog andere websites (zie Links onderaan deze pagina), ook Nederlandse, waarop vacatures staan.
EU-onderdanen hebben geen verblijfsvergunning meer nodig als zij in Frankrijk gaan wonen of werken. Wie een zelfstandig beroep uitoefent (dat geldt niet voor artsen, advocaten, kunstenaars en dergelijken), moet desgevraagd aantonen dat hij of zij in het eigen onderhoud kan voorzien en beschikt over een ziektekostenverzekering.
Banen bij de Franse overheid zijn in principe niet weggelegd voor niet-Fransen. Vragen en antwoorden over de meest uiteenlopende zaken staan op de website Service-Public. In het Frans, dat wel. Ondernemende Nederlanders die klaar zijn met de verbouwing van het Franse onderkomen en zich afvragen ‘wat nu?’, kunnen denken aan het opzetten van een eigen bedrijf(je) en kunnen daarbij de hulp inroepen van een aantal raadgevende instanties. Zo is er de EGEE, Entente des Générations pour l’Emploi et l’Entreprise. In elke regio en elk departement zijn afdelingen van deze organisatie gevestigd, die starters adviseren bij het opzetten van een eigen bedrijf, daadwerkelijk kunnen meedoen met de voorbereiding en ook financieringsmogelijkheden kunnen aanreiken.
|
Europese vacaturebank Werkzoekenden in de Europese Unie kunnen terecht op de website EURES, het Europese portaal voor beroepsmobiliteit, waarop op den duur één miljoen vacatures worden geadverteerd. Op dit moment staan er bijna 750.000 vacatures op. Door de ingebruikstelling van EURES hoopt Europees commissaris Spidla (sociale zaken) de mobiliteit van werknemers tussen EU-lidstaten te vergroten om meer economische groei te bewerkstelligen. De EURES-vacaturebank wordt dagelijks door de Europese arbeidsbureaus op de nieuwste stand gebracht. Vacatures die vervuld zijn, worden uit de vacaturebank verwijderd. |
|
Druivenplukken of een au pair-baantje Het romantische druivenplukken door jongelui uit Nederland wordt nog steeds gedaan. Diploma's zijn in ieder geval niet nodig. Travel Active Programmes in Venray richt zich op restauratieprojecten in Zuid-Frankrijk, druivenplukken in de Beaujolais, stages en au pair. Het in Groningen gevestigde Activity International biedt ditzelfde soort werk aan, naast talencursussen aan de Côte d'Azur. France Personnel uit Amsterdam bemiddelt in het verkrijgen van tijdelijke en vaste banen in Frankrijk en biedt ook au pair-mogelijkheden. Andere adressen: The JoHo Company, Au Pair World en druivenplukken.nl. Tijdelijk werk moet officieel vergezeld gaan van een CDD, contrat à durée déterminée, een tijdelijk arbeidscontract. Tijdelijk werken bij eenzelfde baas is, afhankelijk van de omstandigheden, aan een limiet van 24 maanden gebonden. Een vast contract heet in Frankrijk een CDI (contrat à durée indéterminée). |
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
Solliciteren in Frankrijk
Het doen van open sollicitaties is niet ongewoon, maar een echte sollicitatiebrief behoort tot de gebruikelijke procedure. Bij voorkeur is de korte brief met de hand geschreven en vermeldt vooral zaken als genoten opleiding en opgedane ervaring. Een CV (curriculum vitae) bestaat vooral uit het netjes opsommen van de levensloop, waarbij wordt begonnen met de laatste baan of functie.
De Nederlandse instellingen CWI en UWV hebben de sollicitatieprocedures in Frankrijk onderzocht en komen daarbij tot enkele nuttige tips: 'Benadruk uw talenkennis, de Fransen beheersen zelden één of meer talen. Pas afgestudeerden moeten hun stages onder 'werkervaring' vermelden. Hebt u minder dan vier jaar werkervaring, dan moet u uw stages vermelden. Een Franse werkgever zal bepaalde Nederlandse termen niet begrijpen. Dat geldt voor opleidingen (bijvoorbeeld 'havo') en voor functies. In Frankrijk kan de functie 'officemanager' bijvoorbeeld uit andere werkzaamheden bestaan dan in Nederland. Het is daarom belangrijk om de inhoud van de opleiding en werkervaring te beschrijven. Probeer waar mogelijk ook een vergelijkbare benaming voor de opleidingen en functies te vinden.
Bij sollicitaties via internet wordt vaak een elektronische levensloop (ECV) toegevoegd. Een gewoon CV bestaat uit een korte opsomming van gegevens. In het ECV kunt u de gegevens uitgebreider omschrijven. Bijvoorbeeld uw eigenschappen en de persoonlijke doelen die u wilt bereiken. In Frankrijk schrijven steeds meer mensen een projet professionnel. Dat is een beschrijving van de carrière die u wilt maken. Het bevat informatie over de functie die u wilt, de verantwoordelijkheid die u wilt dragen en het gewenste salarisniveau. Ook beschrijft het de bedrijfstak en het type onderneming waarin u wilt werken. Hoe preciezer de werkzaamheden worden omschreven, hoe beter. Een projet professionnel vervangt het CV niet, maar voegt extra informatie toe aan uw sollicitatie. Het is ook een goede manier om uw eigen wensen en kwaliteiten op een rij te zetten.'
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Gîte/chambres d'hôte beginnen Het Franse platteland is nog steeds erg in trek bij (Nederlandse) vakantiegangers en daarom menen nogal wat landgenoten die in Frankrijk zijn gaan wonen, dat het lonend kan zijn om een deel van het huis beschikbaar te stellen voor vakantiegasten. Ook een los van het huis staand onderkomen kan als logeerruimte dienst doen: de zaak wordt opgeknapt, er komt een Ikea-keukenblokje in en hup, er is weer een gîte (verhuurd vakantiehuis) ontstaan of, nog wat simpeler, een chambre d’hôte (bed-and- breakfast) of table d’hôte (ook maaltijden). Wie minder dan zes kamers verhuurt, behoeft zich niet te onderwerpen aan regelgeving. Inschrijving bij de Kamer van Koophandel is niet nodig. Wel moet de plaatselijke belastingdienst weten dat een niet-commercieel bedrijf wordt gerund (activité non-commerciale). Een camping (à la ferme) tot 6 plaatsen kan meestal zonder uitgebreide vergunning worden geëxploiteerd en hetzelfde geldt voor chambres d'hôte tot 5 kamers. Een vakdiploma is niet nodig en voor de administratieve/fiscale kanten is er een vereenvoudigd regime mogelijk binnen zo'n entreprise individuelle. Bij de verhuur van 5 of meer kamers of gîtes val je weer onder een andere regeling en word je beschouwd als werkzaam in de horecasfeer.
Eerst een sommetje maken Een forumlid van Wonen en leven in Frankrijk heeft een exploitatiemodel voor twee kamers opgesteld dat als richtlijn kan dienen. 'Stel dat jullie € 60 per nacht per kamer kunnen vragen en dat jullie er € 40 van overhouden. Stel dat je aanvullend per jaar € 12.000 moet 'bijverdienen', dan moet de bezetting zijn 12000/(2 x 40) = 150 nachten per jaar. Dat is veel. Als je - veel realistischer - uitgaat van 13 weken = 91 dagen, dan verdien je er 91 x 2 x 40 = € 7.280 per jaar aan, dat is € 600 per maand. Dat is dan geen vetpot. Een groter huis, met bijvoorbeeld 5 kamers, mits de randvoorwaarden goed zijn, kan wel goed gaan, ook omdat je per kamer meer overhoudt. Bijvoorbeeld € 45 per kamer per nacht. Dan is de opbrengst al 91 x 5 x 45 = € 20.475 per jaar, dat is € 1700 per maand. Komt in de buurt. Vraag blijft evenwel of de kamers € 60 kunnen opbrengen en of de plek aantrekkelijk genoeg is. Als je het huis niet handje contantje kunt betalen, dan moet je er zeker niet aan beginnen. | Wettelijke regelingen of voorschriften voor het tijdelijk verhuren van (vakantie)huizen bestaan er niet. Er bestaan wel nogal wat organisaties en netwerken die diensten verlenen aan toeristische entrepreneurs. Aansluiting bij een dergelijke organisatie garandeert een zekere kwaliteit. Men moet zich tevoren wel goed informeren over de gevolgen van een aansluiting bij een merk. Sommige netwerken bieden service in de vorm van adviezen over marketing, reclame en bedrijfsvoering, verlenen subsidies bij bouwwerkzaamheden, maar leggen ook verplichtingen op, andere leveren alleen het bord dat aan de gevel kan worden geschroefd. Een bekend groot netwerk is dat van Gîtes de France, een federatie die valt onder het ministerie van Landbouw en het staatssecretariaat voor toerisme. Op departementaal niveau werkt de organisatie in verenigingsvorm en verspreidt informatie en adviezen. Over deze instelling doen soms huiveringwekkende verhalen de ronde over op wurgcontracten lijkende afspraken waarbij de verhuurder te allen tijde zijn stulp beschikbaar moet houden voor onverwachte gasten en zelfs geen vrijheid bezit om aan familie of vrienden te verhuren.
In sommige regio's die het toerisme willen bevorderen zijn er beperkte mogelijkheden om subsidie te ontvangen bij het opzetten van een gîte rural, vaak in samenwerking met de grote verhuurorganisatie Gîtes de France. Veel Nederlanders verhuren ook zonder een organisatie en zetten hun huisje op internet. De grootste website op dit gebied is die van gites.nl gevolgd door Bonjour. Belangrijke subsidieverstrekkers bij de verbouw van een mooi gelegen huis tot gîte kunnen verder zijn de afdelingen toerisme van het departement (direction du tourisme du conseil général), de regio en Europese ontwikkelingsfondsen. Om zo'n niet onaardige financiële steun in de wacht te slepen moet de gîte of de chambre d'hôte zijn aangesloten bij een erkende verhuurinstelling: de al genoemde Gîtes de France, Clévacances, Fleurs de Soleil of Accueil paysan. De uitvoering van de subsidieregeling verschilt per departement of regio, dus men moet goed de tijd nemen om een en ander uit te zoeken. En er ook rekening mee houden dat de ambtenaren zich strikt aan de regels houden; het gaat er nogal bureacratisch aan toe. Ten slotte zijn er nog belastingvoordelen te behalen in plattelandsgebieden die ontwikkeld worden. Eigenaren van woningen die voor het toerisme worden gekocht, geschikt gemaakt, uitgebreid, verbouwd e.d. kunnen aardige belastingvrijstellingen genieten: 25% voor investeringen in nieuwbouw en 20% voor verbouwingen en verbeteringen aan een bestaande woning.
Als eigenaar van een gîte of chambre d'hôte moet ook iets omtrent de verzekering zijn geregeld. Meestal volstaat de WA van de gewone verzekering op huis en inboedel, de assurance multirisque. Als na raadpleging van je verzekeringsagent die WA (responsabilité civile) niet toereikend blijkt, bijvoorbeeld in geval van overstromingen of ander natuurlijk ongerief, kan een bijverzekering nodig zijn. Het is in ieder geval verstandig om de verzekeringsman te melden dat een deel van het huis of een andere opstal op je grond in de zomer wordt verhuurd. In het huurcontract kan kan worden gemeld hoe de verzekering bij brand of overstroming is geregeld: of helemaal niet of (gedeeltelijk) via de assurantie van de verhuurder. Detailinformatie over dit niet onbelangrijke, maar vaak 'vergeten' onderwerp, is te vinden op de website van het voorlichtingscentrum van de Franse verzekeraars (Centre de documentation et d'informatie de l'assurance in Parijs).
De SIRET en SIREN nummers Wie werk laat uitvoeren aan zijn Franse huis zal er op moeten toezien dat de ingeschakelde aannemer, loodgieter, elektricien, charpentier e.a. legaal aan de slag gaan. Op zwart werken wordt streng gelet in Frankrijk. Een legaal bedrijf moet in het bezit zijn van het SIRET nummer of het SIREN nummer. Het systeem om bedrijven te kunnen identificeren dateert van 1973 en heet SIRENE (Répertoire national d'identification des entreprises et de leurs établissements). Het systeem is in beheer bij het Franse bureau voor de statistiek INSEE (Institut national de la statistique et des études economiques). Elk bedrijf of filiaal daarvan heeft een eigen nummer en ook zelfstandigen moeten in het bezit zijn van SIRET. De inschrijving gebeurt bij de Centres de formalités des entreprises (te vinden bij de Kamers van Koophandel o.a.). Een SIRET nummer bestaat uit 14 cijfers en heeft twee delen: de eerste 9 cijfers vormen het SIREN nummer (de aanduiding voor de identiteit) en de laatste 5 cijfers vormen de NIC (Numéro interne de classement). Als een onderneming verschillende bedrijven kent, zal de SIREN gelijk zijn, maar de NIC zal verschillen. Nadere informatie over het systeem bij SIRENE. |
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Een Frans bedrijf(je) oprichten Om de persoonlijke aansprakelijkheid bij een bedrijf(je) te beperken kan men vrij eenvoudig een BV oprichten (een SARL, Société à Responsabilité Limitée). Bij het oprichten van zo'n vennootschap was de minimumstorting slechts € 750. De regering-Raffarin heeft besloten om het oprichten van een SARL aantrekkelijker maken door het vereiste minimumkapitaal terug te brengen tot € 1. De vennootschapsbelasting (IS, impôt sur les sociétés) bedraagt in Frankrijk 33,3% (15% voor kleine ondernemingen). Inschrijving bij de KvK (Chambre de Commerce et d’Industrie) is nodig als men een echt bedrijf begint, zoals een camping of een hotel. Ambachtslieden schrijven zich in bij de Chambre des Métiers en zullen daar een verplichte driedaagse cursus in het Frans moeten volgen om hun inschrijving (de begeerde immatriculation) te verkrijgen. In sommige gebieden is het ook mogelijk een Engelstalige cursus te volgen. De stage pour Préparation et Installation, waarin zaken over de regelgeving worden uitgelegd zoals (ziektekosten)verzekering, belastingzaken e.d., kost ongeveer € 200. Ten slotte is er nog de Chambre d’Agriculteurs, bedoeld voor ondernemers in de landbouw.
Naast de NV (SA - Société Anonyme) en de SARL kennen we in Frankrijk ook nog de eenpersoons BV, de EURL (Entreprise Unipersonnelle à Responsabilité Limitée), nogal eens toegepast door buitenlanders die in Frankrijk een zaak(je) willen beginnen. Voor de oprichting van een EURL gelden dezelfde regels als voor een SARL: de aandeelhouder/eigenaar blijft in principe aansprakelijk voor zijn ingebrachte aandeel. De oprichter/eigenaar is alleen aansprakelijk voor het kapitaal (eigen geld of in natura) dat hij heeft ingebracht. Maar als hij er potje van heeft gemaakt, kunnen schuldeisers ook proberen geld te halen uit het privé-bezit van de eigenaar. Bij de ook veel gebruikte entreprise individuelle (ook genoemd entreprise en nom of entreprise en nom personnel) is geen eigen kapitaal nodig en evenmin is het noodzakelijk om een oprichtingspublicatie te laten verschijnen.
Veel wordt gewerkt met een vereenvoudigd regime zonder al te veel papieren, de micro-entreprise, een bedrijfje met een omzet van minder dan circa € 84.000 dat in het eerste jaar is vrijgesteld van de berekening van BTW. Voor latere jaren geldt die vrijstelling van het bijhouden van een administratie van de omzetbelasting tot een omzet van € 76.300 (handelsbedrijven) en € 27.000 (dienstverleners). Deze categorie valt onder het regime van de bij Fransen zo bekende BIC – bénéfices industriels et commerciaux. Deze micro-entreprises zijn geen vennootschapjes, maar fiscaal vriendelijk bejegende activiteiten. Er hoeft geen TVA te worden berekend en de TVA op gekochte materialen kan dan ook niet worden afgetrokken. De micro-entreprises betalen pas belasting na aftrek van een fors percentage van de omzet, het forfait voor gemaakte kosten: 71% voor handelaren (uitbaters van chambres d’hôtes e.d. worden tot deze categorie gerekend) en 52% voor dienstverleners. Wat dan overblijft wordt belast. De administratie kan eenvoudig zijn, gewoon een boek met de verkopen erin en eenmaal per jaar worden de bruto omzetbedragen via formulier 2042 C bij de belastingdienst ingeleverd. Met het forfait kunnen geen andere kosten meer worden opgevoerd. Wie meer omzet draait dan de genoemde plafonds kan kiezen voor een behandeling als ‘gewone’ ondernemingen met een eenvoudige boekhouding. Als de omzetten niet uitkomen boven € 153.000 (handelaren) of € 54.000 (dienstverleners) kan aan de belastingdienst worden gevraagd om voor deze behandeling in aanmerking te komen. In deze situatie kunnen wel de werkelijke kosten van de bedrijfsvoering worden opgevoerd.
|
Sociale lasten micro-entreprise versoepeld
De fiscale vorm van een micro-entreprise, nogal eens toegepast door Nederlanders in Frankrijk die een kleine bedrijfsactiviteit (verhuur gîtes e.d.) uitoefenen, wordt wat betreft de afdracht van sociale lasten wat vriendelijker. Voordat men een enkele euro heeft verdiend is men al een forfait van € 3100 verschuldigd aan premies (cotisations sociales). Voor jonge Franse ondernemers is dat niet een bemoedigend vooruitzicht. Daarom heeft de regering voorgesteld een maximum vast te stellen (bouclier social) voor deze micro-entreprises. Vanaf 1 januari 2007 zullen bovendien onderneminkjes met een nog nader te bepalen kleine activiteit een andere vorm van berekenen van de sociale lasten mogen toepassen, waarbij niet meer het starre forfait behoeft te worden afgedragen, maar de hoogte van de premies een percentage wordt van de omzet. |
Een gebruikelijke constructie bij hotelachtige accommodaties (meerdere gîtes, luxe chambres d'hôtes) is de oprichting van een SCI die het onroerend goed koopt en vervolgens verhuurt aan de SARL. Voor de belastingdienst worden privévertrekken en bedrijfsruimte gescheiden, zo ook bijvoorbeeld de kosten van verwarming. Het gaat zelfs zo ver dat het buitenschilderwerk ten laste van de SCI komt en het schilderwerk binnen in het hotel voor de SARL. Sommige naar de letter werkende belastingdiensten zien het privégebruik van een gedeelte van het onroerend goed als vruchtgebruik, waarover belasting moet worden betaald. Het is uiterst raadzaam een accountant (expert-comptable) in te schakelen die vertrouwd is met deze constructies. 'Nadeel' van een SARL is dat de TVA op verbouwingen 19,6% bedraagt (voor particulieren 5,5%), maar de TVA die door SARL is betaald, krijg je weer terug, bijvoorbeeld in jaarlijkse termijnen van 10%. Bij een SARL voor een hotelachtig bedrijf moet een minimumkapitaal worden gestort en is de aanstelling van een accountant verplicht (kost toch al gauw € 3000 per jaar).
De 'onderneming' moet zijn aangemeld bij de belastingdienst en de Kamer van koophandel en men zal door de molen moeten bij het Centre de formalités des entreprises, de instelling waar mensen die een vrij beroep uitoefenen of een bedrijfje willen beginnen, zich moeten inschrijven. Eerst zal precies zijn omschreven in welke beroepsgroep je wordt ingedeeld en zal een stevig dossier worden opgebouwd. Het is een vrij lastig traject, bezaaid met gesprekken en forumulieren. Verder moet men zich wel realiseren dat de alom gehate URSSAF (Union pour le recouvrement des cotisations de la sécurité sociale et d'allocations familiales), de inner van sociale lasten en pensioenpremies, ook zijn grijpgraagte uitstrekt tot de kleine entrepreneurs. Het komt erop neer, dat je in het eerste jaar van je activiteit een soort voorlopige aanslag van ruim € 3000 moet betalen. In het tweede jaar van de activiteiten wordt dat ruim € 7000 en in het derde jaar wordt definitief met je afgerekend en verrekend. De premies zijn, grofweg vertaald: voor de kinderbijslag (al heb je geen kinderen) 5,4% en voor de sociale lasten 8%. Daarnaast nog wat kleine heffinkjes. Maar dan zijn we er nog niet: je bent ook verplicht in het ziekenfonds en je zult dus premie moeten betalen aan de ziekenfondskas (kan bij een laag opgegeven inkomen veel goedkoper zijn dan een particuliere verzekering - de partner is automatisch meeverzekerd). Daarnaast is er nog een verplichte pensioenverzekering. Beoefenaars van vrije beroepen mogen echter als enigen de kosten van hun aanvullende ziektekostenverzekering aftrekken van de belastingen tot een bedrag van maximaal 3% van het achtvoudige van de sociale loongrens (bijna € 30.000 in 2005).
Naast de algemene vormen van bedrijfsvoeringen is er nog een aantal die in het bijzonder zijn gericht op de eenpitters in de creatieve beroepen (websdesigners, vertalers, tekstschrijvers e.a.). Zo is er het fenomeen van de portage salarial, waarin ondernemingen de administratie en afdracht van sociale belastingen en premies voor hun rekening nemen. Daarmee kan de vrije beroeper zich concentreren op het werk zelf en ontvangt hij zijn 'salaris' maandelijks. De figuur houdt het midden tussen de onafhankelijke werker en de man of vrouw in loondienst. Je bepaalt je eigen werktijden en maandelijks stuur je een overzicht van de verrichte werkzaamheden. Ondertussen ben je verzekerd tegen ziektekosten, ongevallen, bedrijfsrisico's en arbeidsongeschiktheid. Zelfs is het mogelijk om bij een behoorlijk arbeidsverleden een beroep te doen op de werkloosheidskassen. Bij een portage salarial heeft de werker een contract met een klant en ook nog een overeenkomst met een onderneming portage salarial, die op zijn beurt ook een contract met de klant van de werker heeft. Het portagebedrijf beheert de administratie en zorgt voor de facturering aan de klant van de werker. Na het inhouden van de sociale lasten en premies en, niet te vergeten de vaak pittige vergoeding van gemiddeld 10% van de omzet, ontvangt de werker maandelijks zijn of haar 'salaris'. De voordelen van deze manier van werken boven het werken binnen een micro-entreprise of het oprichten van een entreprise individuelle of SARL zijn dat er geen oprichtingskosten zijn en geen minimumafdracht van sociale premies. En als het niet bevalt met zo'n instelling portage salarial, stop je er gewoon meer en ga je alleen verder met de klanten. Nadeel van het systeem zijn de totale hoge kosten: fee voor de onderneming portage salarial, betaling van werkgever- en werknemerspremies. Van de omzet houd je dan ongeveer 50% over, waarover dan nog afzonderlijk inkomstenbelasting moet worden betaald. Een moeilijkheid is verder nog de weigerachtigheid van de Assedic, een organisatie die de werklozenuitkeringen verzorgt. Zij erkent de bij een portagebedrijf gewerkte uren niet als arbeid. Wel is 6,4% werkloosheidspremie betaald. De Assedic wil wel uitkeren als de werker vóór zijn samenwerking met portage salarial al werkloos was en een uitkering ontving.
Naast de portage salarial kunnen onafhankelijke en zelfstandige werkers samenwerken met de CAE's (Coopérative d’Activités et d’emploi). Deze coöperaties werken veelal met oud-leidinggevenden uit het bedrijfsleven en adviseren de onafhankelijke werken. Men kan een project aanmelden en bij goedkeurig ervan ontvangt de ondernemer advies en bijstand en worden ook de premiebetalingen geregeld en de administratie uit handen genomen. Het gaat hier niet alleen om dienstverleners, maar om alle vormen van activiteiten, zoals winkels maar ook fabricage. Daarvoor bestaat weer een andere instelling, de SCOP (Société coopérative de production). Dat is een commerciële vennootschap waarbij de medewerkers samen de meerderheid van de aandelen bezitten.
Ten slotte is er de wat meer bekende CESU, de populaire personeelscheques. Men kan zich aanbieden als klusjesman, tuinman, kinderoppas en via een eenvoudige regeling verzekerd zijn tegen ziekte en ongevallen.
Een in 2007 aangenomen wet biedt aan artisans, winkeliers en beoefenaren van vrije beroepen de mogelijkheid een statuut te kiezen voor de meewerkende partner, ook al gaat het om een bescheiden aantal uren. De wet beoogt hiermee dat de partner zal vallen onder het regime van de verplichte sociale bescherming. Wie zich niet aansluit bij één van de drie mogelijke regimes, wordt beschouwd als 'werkgever' die zwart werken toestaat. De koppels kunnen kiezen voor het regime van de niet betaalde partner/medewerker (alleen voor gehuwden), voor dat van de associé die mede-eigenaar is en ook deelt in de winsten van het bedrijf en dat van de werknemer in loondienst. De meewerkende partner die onderworpen is aan één van de regimes zal, bij voldoende kwartaalbetalingen van premies (aftrekbaar voor de patroon), ook kunnen profiteren van het basispensioen en een aanvullend pensioen. Meer concrete informatie over de uitvoering van de verplichte statuutkeuze is te vinden op de website van Capeb, de organisatie van artisans.
Arbeidsongeschiktheid, de vergoedingen Er bestaan, anders dan in Nederland bij de WAO, nogal verschillende vormen van voorzieningen tegen arbeidsongeschiktheid. Werknemers die langdurig ziek worden, krijgen gedurende drie jaar een uitkering van de Sécurité sociale als het laatste kwartaal voorafgaande aan de ziekte ten minste 200 uren is gewerkt bij ziekteperioden van ten minste een halfjaar of 800 uren over het voorafgaande jaar. De werknemers ontvangen dan een dagvergoeding (indemnité journalière - IJ) van de helft van het gemiddelde salaris (gerekend over de laatste drie maanden). Het maximum is een IJ van € 41,93. Na die drie jaar krijgt men een invaliditeitspensioen (pension d'invalidité) als de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op twee derden. De uitkering bedraagt dan 30% van het gemiddelde jaarsalaris over de laaste 10 beste jaren in het geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en 50% bij een volledige. De meeste werkgevers vullen die vergoedingen aan, zodat in de praktijk 90 tot 100% van het salaris wordt ontvangen. Wie bij kleine ondernemingen werkt, doet er goed aan een individuele verzekering (assurance de prévoyance) af te sluiten. Ambtenaren ontvangen bij langdurige ziekte het eerste jaar 100% van hun salaris en de twee jaren daaropvolgend 50%. Bij aandoeningen zoals tbc, kinderverlamming, kanker en psychische ziekte beslaat de uitkering vijf jaar: 100% in de eerste drie jaar en 50% de twee jaren daarna. In geval van arbeidsongeschiktheid genieten de ambtenaren een uitkering van 50% op voorwaarde dat zij de laatste 15 jaren als ambtenaar hebben gewerkt. Zo niet, dan valt men terug op het pension d'invalidité van de Sécu.Onafhankelijke beroepsbeoefenaren kunnen aanspraak maken op dagvergoedingen waarop zij recht hebben dankzij de verplichte ziektekostenverzekering; deze zijn te vergelijken met die van werknemers. Men moet dan wel ten minste een jaar verzekerd zijn bij de URSSAF. Artisans (aannemers, timmerlieden en ander ambachtsvolk) die geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden, ontvangen een uitkering van 50% over het gemiddelde inkomen van de laatste drie jaar en daarna 30%. Winkeliers ontvangen bij volleidige arbeidsongeschiktheid een uitkering van 50% en bij gedeeltelijke 30%. |
Bij ongemeubileerde of 'kale' verhuur spreekt men van de 'onroerende inkomsten': voor zover het bedrag van dergelijke huurinkomsten op jaarbasis lager dan € 15.000 is, geldt het systeem van micro-foncier, waarbij er een forfaitaire aftrek voor kosten van 40% is. Deze regels gelden niet in het geval van gemeubileerde verhuur: in dergelijk gevallen worden er bedrijfswinsten gerealiseerd die als zodanig worden belast. Op deze inkomsten is het gewone tarief van de Franse inkomstenbelasting van toepassing, met dien verstande dat voor niet-Franse ingezetenen het minimum tarief van 25% geldt. Er is echter een mogelijkheid om hiervan een afwijking te krijgen, zeker wanneer het wereldinkomen, mocht het in Frankrijk belastbaar zijn, met een lager tarief dan 25% zou worden belast In dit geval wordt dat lagere tarief dan toegepast op de inkomsten van Franse oorsprong. Een Franse ingezetene, dus ook de Nederlander die permanent in Frankrijk woont en daar gîtes verhuurt, betaalt de hierboven genoemde 29% (71% van de huur is onbelast) volgens het regime van de micro-entreprise. Verder zal op het inkomen van gemeubileerde verhuur meestal ook nog 8% voor de sociale heffingen worden ingehouden (de CSG (7,5%) en de CRDS (0,5%). Wie minder dan vijf kamers verhuurt hoeft zich niet te laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en kan zonder vergunningen gastheer en –vrouw spelen.
Ervaring van een forumlid:
'Verhuur van gîtes kan gedaan worden als bijverdienste, of als professioneel verhuurder, waarna een inschrijving als bedrijf nodig is (met een omzet boven € 23000 per jaar). Het is mogelijk voor de verhuur van gîtes een SARL op te zetten, maar in de meeste gevallen is dat overdreven. Met een SCI heeft dit niets te maken. Een eenmanszaak is prima geschikt daarvoor. Over de verhuur van gîtes hoeft geen TVA te worden gerekend. TVA terugvorderen kan alleen als de inkomstenm van de gîtes worden aangegeven in het 'régime reelle. Dit vereist de aanstelling van een expert comptable. Voor de inkomstenbelasting is het veel slimmer als de SCI voor niets het onroerend goed verhuurt aan de eigenaren, anders moet de SCI ook weer een boekhouding gaan bijhouden.'
WW en werk zoeken in Frankrijk Wie in Nederland een WW-uitkering ontvangt en in Frankrijk zou willen gaan werken, kan toestemming krijgen van de UWV om naar Frankrijk af te reizen voor een periode van maximaal drie maanden. In die periode kan bijvoorbeeld bij het arbeidsbureau (ANPE) in de kaartenbak worden gekeken en ook kan men verder wat rondkijken. De WW wordt dan uitbetaald (voor een periode van ten hoogste zes weken) door de werkloosheidskas Assedic, die het geld later weer bij de UWV in Nederland terugontvangt. Het UWV verstrekt een formulier E303 dat moet worden ingeleverd bij het Franse arbeidsbureau. Het UWV houdt belastingen en sociale premies in. Wie binnen drie maanden weer naar Nederland terugkeert kan de WW-uitkering worden voortgezet. Blijft men langere tijd weg, dan kan men geen WW-uitkering meer ontvangen. Men zal dan eerst weer moeten gaan werken. |
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Het Franse pensioensysteem
In Frankrijk kan iedere werknemer (maar ook zelfstandigen via een andere regime) aanspraak maken op een pensioen via het systeem van de Sécurité sociale. Frankrijk kent een omslagstelsel (geen kapitaaldekking zoals in Nederland), te vergelijken met de AOW. Men betaalt premie voor de oudere generatie. Door de vergrijzing ontstaan er problemen, reden waarom er hervormingen zijn geweest in het ingewikkelde Franse stelsel. Het principe is dat je met 60 jaar met pensioen kan gaan. Doorwerken daarna mag ook en je verdient daarmee een wat hoger pensioen. Het régime des salariés is veruit het belangrijkste; ruim 15 miljoen premiebetalers zorgen voor het pensioen van 10 miljoen landgenoten. Voor de werknemers gelden twee regimes: het basisregime en het aanvullende regime. De berekening van het pensioen geschiedt via het tellen van het aantal gewerkte kwartalen. In 2008 geldt een maximum pensioen (over het gemiddelde van de beste 25 jaar) bij 160 gewerkte kwartalen (ook als tijdelijk door ziekte, zwangerschap, werkloosheid geen premie is betaald). Men kan nooit meer dan 50% van het plafond voor de Sécu ontvangen, dit jaar vastgesteld op € 2589 per maand. Ook als je volgens de berekeningsformule wegens de betaalde premies recht zou hebben op meer pensioen, ontvangt men niet meer dan € 1294,50 per maand. Daarom zal men zich ook nog aanvullend verzekeren (werknemers) via het regime van de Arrco (Association des régimes de retraite complémentaire). Ook hier wordt weer een ingewikkelde rekenmethode gehanteerd met een puntensysteem. Werknemers betalen tot een maximum van het maandplafond van de Sécu 6,6% pensioenpremie en de werkgevers dragen 8,3% bij.
Meer over het berekeningssysteem valt te lezen op de website van de CNAV (Caisse nationale d'assurance vieillesse).
Fransen genieten meeste vrije dagen Met 37 vrije dagen per jaar verslaan de Franse de overige werkers in Europa al jaren. Naast de gewone vakantie kennen de Fransen ook veel ATV-achtige verlofdagen, maken veel bruggetjes bij feestdagen en nemen ook vrij soms voor het volgen van cursussen e.d. Hoe zuidelijker, hoe meer vakantie: Italië volgt met 33 vrije dagen en Spanje met 31. Oostenrijk en Nederland houden het op 28 vrije dagen per jaar, Duitsland op 27, Engeland op 26 en Amerika op 14. Uitgerekend is ook hoeveel van die vrije dagen werkelijk worden opgenomen. Ook hier scoort Frankrijk hoog: 80% van de jours congés worden opgenomen. In Spanje is dat 76%, in Duitsland een forse 81%, in Engeland 77%, in Oostenrijk 59%, in Italië 53%, in Amerika 69% en in Nederland wordt iets meer dan de helft (51%) van de aangeboden vrije tijd ook werkelijk genoten. |
|
|
|

|
| |
|
(Valse) romantiek: een camping beginnen Het is hard werken geblazen voor die talrijke Nederlanders die een camping zijn begonnen of hebben overgenomen. De kost moet je in enkele maanden tijd verdienen en het onderhoud en de verzorging van de camping vragen tijd en geld. Bovendien kamp je als eigenaar, vooral in de startperiode, met de Franse bureaucratie en regelgeving. Voor vrijwel elk onderdeel van de camping - sanitaire voorzieningen, veiligheid, horeca, zwembad - hebben de Fransen regels bedacht, die tot overmaat van ramp ook nog dienen te worden nageleefd. Een camping à la ferme behoeft geen vergunning, heet officieel een camping déclaré, omdat zij wel bij de gemeente moet zijn gemeld. Het maximum aantal (eenvoudige) plaatsen bedraagt 6 en er zijn weinig vereisten. De daaropvolgende vorm is de aire naturelle (camping rural) met maximaal 25 plaatsen en een eenvoudig niveau van voorzieningen, maar hiervoor dient als gevolg van allerlei voorwaarden het vergunningen-circus te worden opgestart. Deze twee categorieën campings zijn slechts twee maanden per jaar geopend, juli en augustus.
Vervolgens zijn er de grotere campings, de geklassificeerde bedrijven met meer staanplaatsen, emplacements. Zij zijn in vier klassen ingedeeld, van 1 tot 4 sterren. Bijna de helft van de Franse campings bezit twee sterren. Deze classificatie wordt afgegeven door de prefectuur en er zijn regelmatig controles of de kampeerplaats nog aan de normen voldoet. Is dat niet het geval, dan volgt een aanschrijving om de zaak in orde te maken op straffe van sluiting van de camping.
Er zijn enkele Nederlandse bemiddelaars actief bij het helpen vinden en starten van een Franse camping. Hun ervaringen: banken in Frankrijk zijn zeer terughoudend en financieringen worden alleen verstrekt als men ervan overtuigd is dat er voldoende aflossingscapaciteit zal zijn. Men raakt hiervan wat gemakkelijker overtuigd als het bedrijf voldoende kan opbrengen om de jaarlijkse lasten voor rente en aflossingen te voldoen. Men zal vrijwel nooit een financiering verstrekken die uitsluitend is gebaseerd op een goed ondernemingsplan met veelbelovende prognoses; de resultaten in het verleden zullen voldoende aflossingscapaciteit moeten aantonen en soms houdt de bank dan nog rekening met wat extra mogelijkheden tot aflossing door de uitbreidingsplannen die de nieuwe eigenaar zal uitvoeren. In de praktijk zal de koopsom van een camping bepaald zijn door de waarde van het onroerend goed en door de waarde van de bedrijfsactiviteit, het fonds de commerce. Dit is te vergelijken met het begrip ‘goodwill en inventaris’. De waarde van het fonds de commerce wordt voornamelijk bepaald door de aantoonbare bedrijfsresultaten van de afgelopen jaren. In de regel leidt een hogere gerealiseerde jaaromzet tot een hogere waarde van de bedrijfsactiviteit en dus tot een hogere koopsom. Een hogere prijsklasse betekent dus vaak een hogere aantoonbare omzet en resultaat. Voor campings in de hogere prijsklasse (vanaf € 1 miljoen) kan daardoor veelal een behoorlijke financiering worden verkregen, zij het dat een Franse bank zelden meer verstrekt dan 50%, bij uitzondering 60% van de koopsom. De rest dient uit eigen vermogen van de koper te worden geïnvesteerd; dus niet elders geleend te zijn. Zelfs als het onroerend goed een enorme overwaarde zou hebben, is het acceptatiebeleid van banken terughoudend. De achtergrond hiervan is o.a. de korte exploitatieperiode (veel campings realiseren 80% van de omzet in een periode van zes weken) en de gevoeligheid van het campingbedrijf voor externe invloeden als omslag van het weer, economische factoren etc. Tevens geldt voor kleine bedrijven ook een bepaalde afhankelijkheid van de persoon van de eigenaar en diens gezondheid, in de optiek van de banken ook een factor die tot voorzichtigheid leidt. Daarnaast speelt ook dat kopers van een camping in Frankrijk vaak geen professionele ervaring hebben op het gebied van de exploitatie van een dergelijk bedrijf en men dus weinig houvast heeft voor een te verwachten succesvolle exploitatie. Ervan uitgaande dat de koper inkomensafhankelijk wordt van het aan te kopen bedrijf, geldt voor campings in de prijsklassen daaronder, dat tot een koopsom van € 200.000 tot 250.000 geen financiering kan worden verkregen; voor de categorie tussen € 250.000 en 500.000 geldt dat het te verkrijgen percentage financiering meestal ligt tussen 0 en 35 en voor de prijsklasse vanaf € 500.000 euro loopt dit percentage op tot 50, bij uitzondering wat hoger. Deze opstelling van de banken, ook in Frankrijk allerminst liefdadigheidsinstellingen, betekent dat voor de aankoop van een stuk grond en het vervolgens opzetten van een nieuwe camping evenzeer dat zelden of nooit financiering kan worden verkregen. Bovendien zijn de kosten om aan alle verplichte normen en voorschriften te voldoen extreem hoog en is het opzetten van een geheel nieuwe camping slechts bij uitzondering een rendabele activiteit. Conclusie uit de minder romantische praktijk: als de koper niet beschikt over ten minste € 200.000 à € 250.000 eigen kapitaal zal de aankoop van een camping, ook in de lagere prijsklasse, niet haalbaar zijn. Wie wel voldoende eigen kapitaal kan inbrengen moet bij het vaststellen van de prijscategorie waarin men wil aankopen, rekening houden met de beperkte financieringsmogelijkheden.
Er is een Frans tijdschrift dat informatie biedt bij het starten van een Frans kampeerterrein: l'OT, Officiel des terrains de camping, 12, Rue Rouget de Lisle, 94442 Issy les Moulineaux, Cedex, tel. 01 41 33 47 47. In het blad van deze organisatie staan ook campings te koop; er is ook een website. Het tijdschrift ontvangt vooral in de maanden september en oktober talloze telefoontjes van vakantiegangers die op zoek willen gaan naar een leuke camping in het zuiden van Frankrijk. Jaarlijks ontvangt de redactie 1000 tot 1200 aanvragen van potentiële kopers in een markt die vooral wordt gestuurd door een blijvende grote vraag. Jaarlijks zijn er 150 à 200 campings te koop in geheel Frankrijk, niet steeds andere maar ook flink wat camping die enkele jaren te koop staan. Ook l’OT ontmoet te vaak enthousiastelingen die veronderstellen met enkele tienduizenden euro’s een Franse camping te kunnen kopen. Die tijd is definitief voorbij: het aanbod is te klein en de vraag is te groot.
De nieuwe bezitter van een camping in Frankrijk zal ook bestand moeten zijn tegen de Franse bureaucratie. Vaak voldoet het overschrijven van de naam van de eigenaar bij de talrijke instanties in de eerste periode. Maar daarna komen de controleurs, van de brandweer, de keuringsdienst, de douane (alcoholverkoop), de belastingen. Je bent nog niet jarig als er zaken niet blijken te kloppen. En wie erop wordt betrapt te sjoemelen met de omzetcijfers of de BTW-boekhouding loopt op tegen onverbiddelijke sanctiemaatregelen. Verder moet er veel van het ‘verdiende’ geld worden afgedragen aan ziekenfondspremie, verplichte pensioenverzekering, kijkbelasting, muziekrechten, vuilophaaldienst, taxe professionelle, taxe foncière, taxe d’habitation, arbeidsongeschiktheidsverzekering, advertentiekosten, bouw en onderhoud website.
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Boeren in Frankrijk Er zijn ook Nederlandse, meestal jonge boeren, die overwegen om in Frankrijk met zijn ruimte een nieuw agrarisch bestaan op te bouwen. De Nederlandse ambassade in Parijs heeft ten behoeve van deze toekomstige emigranten de bureaucratische wirwar in kaart gebracht. Informatie en documentatie over de landbouw (productie-, teelt-, bodem- en klimaatgegevens) in een bepaald departement kunnen worden opgevraagd bij de Departementale Landbouwkamer (Chambre d’Agriculture Départementale). Een Landbouwkamer is altijd gevestigd in de ‘hoofdstad’ van een departement, daar waar de prefectuur is gevestigd. Een Chambre d’Agriculture beschikt over een voorlichtingsdienst, de SUAD genaamd. Voor wie rustig op internet wil gaan zoeken naar de mogelijkheden om een bestaan in de Franse landbouw op te bouwen kan terecht op de volgende websites:
- ministerie van Landbouw, Voedsel ,Visserij en Rurale Zaken : www.agriculture.gouv.fr - ministerie van Ecologie en Duurzame Ontwikkeling: www.environnement.fr - APCA, koepelorganisatie van de departementale Landbouwkamers : www.apca.chambagri.fr - FNSEA, de grootste boerenbond : www.fnsea.fr - CNJA, Jonge Boerenbond: www.terre-attitude.tm.fr - Zuivelsector (primair en verwerking) : www.maison-du-lait.com en www.onilait.fr - Vleessector (primair en verwerking): www.interbev.asso.fr en www.ofival.fr - Tuinbouwsector: (primair en verwerking; sierteelt): www.interfel.com en www.oniflhor.fr - Aardappelsector: www.cnipt.com - Suikerbieten: www.cgb-france.fr en www.labetterave.com - Visserij: www.ofimer.fr - Grondprijzen: www.safer.fr
De ambassade meldt verder: Informatie over de DJA (Dotation aux Jeunes Agriculteurs, vestigingspremie) en gesubsidieerde leningen voor jonge en overige boeren kan worden verkregen bij de ADASEA in het departement, waar men zich gaat vestigen (Association Départementale pour l’Aménagement des Structures des Exploitations Agricoles). Uiteraard zijn er aan het verkrijgen van de DJA en gunstige leningen speciale, minimumeisen verbonden. Begeleiding kan door gespecialiseerde makelaars worden gegeven. Een gespecialiseerde organisatie is Europe Ruris, een adviesbureau voor agrariërs, die zich in Frankrijk willen vestigen. Partner van Europe Ruris is LTO-Vastgoed. Europe Ruris heeft o.m. nauwe contacten met gespecialiseerde accountantsbureaus in Nederland en kan dus ook gerichte informatie geven over de fiscale aspecten, die van belang zijn bij de verhuizing van een boer naar Frankrijk of bij het opzetten van bijvoorbeeld een tweede landbouwbedrijf in Frankrijk. Het adres luidt: Europe Ruris, Contactpersoon: Harm Hof, "La Goupillouse", 53300 St. Mars sur Colmont tel.: 00-33-(0)2.43.00.17.06; fax: 00-33-(0)2.43.00.17.07; mobiel: 00-33-(0)6.07.60.24.32; e-mail: harm.hof@wanadoo.fr; website: www.europeruris.com. Gerichte informatie kan o.m. ook verkregen worden bij LTO-Vastgoed in Deventer, die infodagen organiseert en een gidsje uitgeeft, getiteld “De Nederlandse agrariër in Frankrijk”. Hierin worden diverse productietakken in Frankrijk behandeld. Het adres van LTO-Vastgoed luidt: LTO-Vastgoed, Postbus 126, 7400 AC Deventer; tel.: 0570-662899; fax: 0570-677264; website: www.ltovastgoed.nl.
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Organisaties
|
NFCH (Nederlands- Frans Centrum voor Handelsbevordering) |
Bezuidenhoutseweg 181 2594 AH Den Haag |
Tel. 070 34 41 544 fax 070 38 53 531 E-mail info@nchnl.nl |
|
Union Nationale des Professions Libérales (UNAPL) |
46, Boulevard de la Tour Maubourg, 75007 Parijs |
Tel.01 44 11 31 50 fax 01 44 11 31 51 |
Nadere informatie over de benodigde vakbekwaamheidseisen zijn te verkrijgen bij de UNAPL, een organisatie voor de vrije beroepen. Een kleine zelfstandige (travailleur indépendant) is verplicht zich tegen ziektekosten te verzekeren en premies af te dragen aan een pensioenverzekeraar. Daarnaast moet hij ook sociale premies betalen aan de bij weinigen populaire URSSAF (Union pour le recouvrement des cotisations de la sécurité sociale et d'allocations familiales), de instelling die al die premies int. Dat zijn samen vaak pittige bedragen die vooral bij eenmansbedrijfjes niet erg bemoedigend werken.
Het romantische druivenplukken door jongelui uit Nederland wordt nog steeds gedaan. Op de site van het Frankrijk Huis zijn althans drie adressen te vinden van instellingen die zich bezighouden met bemiddeling en au-pair begeleiding. Travel Active Programmes in Venray doet aan restauratieprojecten in Zuid-Frankrijk, druivenplukken in de Beaujolais en stage en au-pair. E-mail: info@travelactive.nl . France Personnel (e-mail: bonjobs@wxs.nl ) uit Amsterdam bemiddelt in het verkrijgen van tijdelijke en vaste banen in Frankrijk en biedt ook au-pair mogelijkheden. Het in Groningen gevestigde Activity International heeft restauratiewerk in de Drôme en de Ardèche, bemiddelt bij het druivenplukken in de Beaujolais en het volgen van lessen op een talenschool aan de Côte d'Azur. E-mail: info@activity.aupair.nl Tijdelijk werk moet officieel vergezeld gaan van een CDD, contrat à durée déterminée, een tijdelijks arbeidscontract. Tijdelijk werken bij eenzelfde baas is aan een limiet gebonden van, afhankelijk van de omstandigheden, 24 maanden. Een vast contract heet in Frankrijk een CDI (contrat à durée indéterminée).
Print dit artikel
|
|
|

|
|