|
Gepensioneerden verliezen proces
(04.02.08) De Amsterdamse rechtbank heeft op 1 februari de bezwaren van in het buitenland wonende Nederlanders over de uitvoering van de Zorgverzekeringswet ongegrond verklaard. De rechtbank meent niet dat er een recht van keuze kan zijn en verwerpt het bezwaar dat de berekening van de woonlandfactor niet correct is. De uitspraak is hier te lezen.
Zorgverzekering buitenlanders: politiek moet huiswerk overdoen
(22.10.07) Oud-Eurocommissaris Frans Andriessen en zijn medestrijder dr. J. Ramaer tegen het kwaad van de Zorgverzekeringswet voor Nederlanders in het buitenland, hebben na enige tijd van radiostilte de zaken weer eens op een rijtje gezet. In het oktober-nummer van het NederBelgisch Magazine vragen zij zich af of de Nederlandse overheid nu eindelijk zijn huiswerk gaat overdoen.
De laatste ontwikkelingen: tegen het CVZ (College voor Zorgverzekeringen) werd door velen bezwaar aangetekend tegen de opgelegde verplichting om formulier E121 in te dienen en zich aan te melden bij het ziekenfonds in eigen land. Het CVZ verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Bovendien werd bezwaar gemaakt tegen een 'voorlopige afrekening van het CVZ, waarbij velen werden gesommeerd bij te betalen omdat in 2006 te weinig 'bijdragen' van het (bedrijfs)pensioen afgetrokken zouden zijn. Ook dit bezwaar werd afgewezen.Tegen beide afwijzingen is nu bij de rechtbank beroep aangetekend. Tegen de SVB (Sociale Verzekeringsbank) werd door velen bezwaar aangetekend omdat er op de AOW uitkeringen 'buitenlandbijdragen' werden ingehouden. Tegen de afwijzende 'beschikking op bezwaar' werd eveneens beroep aangetekend bij de rechtbank. In alle gevallen gaat het om proefprocedures aan de hand van zeven ingediende beroepschriften. Dat betekent dat de uitspraken van de rechter zullen gelden voor alle getroffen gepensioneerden.' Volgens de twee in België wonende activisten is er nu een goed contact met de Tweede Kamer, er wordt althans geluisterd naar de klachten en suggesties van de stichtingen en verenigingen van gepensioneerden in het buitenland. Dit is van belang omdat er in het najaar een zitting over de zorgwet komt. De minister zal dan een 'masterplan' voorleggen. De groep van 100.000 gepensioneerden buiten Nederland wordt in de opsomming van groepen verzekerden achteloos vergeten.'In den Haag houdt de wereld blijkbaar nog steeds op bij Roosendaal', aldus Andriessen en Ramaer. Toch moet er een opening gemaakt kunnen worden. Immers, op 14 mei schreef de minister een brief aan de Kamer en daarin staat o.a.: 'Het belang en de keuzevrijheid van patiënten staan centraal. Maar niet onvoorwaardelijk. Uitzonderingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld indien blijkt dat het bestaan van grensoverschrijdende zorg een risico oplevert voor de financiële houdbaarheid van het systeem als geheel. Solidariteit is en blijft een kernbegrip bij het vormgeven van gezondheidszorgbeleid, ook in Europese context. Dat is de uitdaging waarvoor wij in Europa staan…..etc.' Als de minister deze beginselen eens toepaste op die 100.000 vergeten medeburgers. Keuzevrijheid is hun ontnomen, zo ook solidariteit.' Een brief van een verzekeraar aan een pensioentrekker meldt achteloos dat de solidariteit nu tot het verleden behoort. Een citaat: Er was '…voorheen sprake van een solidariteitsheffing onder 'jongeren' waardoor de premie voor 'ouderen' (via een wettelijke maatregel) kunstmatig laag gehouden kon worden. Vanaf 1 januari jl. moeten ouderen zelf een dekkende premie gaan betalen.' Het is ietwat tragikomisch dat de Staat – dank zij het sanctioneren van de contractbreuk – zichzelf opzadelde met ca. 40.000 ex-particulier verzekerden die zij dwong tot aansluiting bij het collectieve systeem.Die kosten haar nu geld. Eerst dacht zij winst te maken, maar de rechter dwong haar op 31 maart 2006 tot het invoeren van de woonlandfactor, die de winst in verlies deed omslaan. Zoals bekend wordt de woonlandfactor verkeerd berekend, dus er is een kans dat deze verder ten nadele van de staat gaat veranderen. Tot nu toe zijn vele pogingen om met de minister serieus in gesprek te komen vergeefs geweest. Wellicht is dit een gevolg van het feit dat de rammelende toepassingswet heel veel problemen oproept. Men denke aan het keuzerecht, de woonlandfactor, solidariteit, alsook de particuliere contracten - alles het gevolg van een bijzonder slecht doordachte wet. Vanzelfsprekend is de minister door het bestuur in een uitvoerig schrijven met bijlagen op het een en ander geattendeerd. De Europees-rechtelijke aspecten komen in Amsterdam ook aan de orde: strijdigheid met de vrijheid van migratie en vestiging, onjuiste interpretatie en toepassing van de richtlijn die voorziet in de coördinatie van de sociale verzekeringen – op basis van vrijwilligheid in plaats van dwang (EU richtlijn 1408/71). Overheid en politiek in den Haag zullen hun huiswerk over moeten maken. Wellicht kan de uitspraak van de rechter in Amsterdam daarbij helpen, aldus de twee scribenten
Nieuwe proefprocedures bij de Rechtbank Amsterdam
(14.09.07) Bij de Rechtbank Amsterdam zijn tien nieuwe proefprocedures gestart over zowel het keuzerecht als de woonlandfactor, zo meldt de advocaat van de verenigingen van gepensioneerden in het buitenland.
Bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) lagen van vijf appellanten uit de oude beroepsprocedures nog bezwaren tegen de inhouding van de Zvw-bijdrage op hun AOW-uitkering. Na een beslissing op bezwaar van de SVB is daar nu beroep tegen ingesteld. Daarnaast zijn twee personen die net 65 jaar zijn geworden bereid gevonden deel te nemen aan de proefprocedures. Zij hebben een (eerste) besluit van de SVB ontvangen waarin wordt aangegeven dat zij recht hebben op een AOW-uitkering en dat een Zvw-bijdrage gaat worden ingehouden op hun uitkering. Daar is bezwaar tegen aangetekend en tegen de beslissing op bezwaar is nu ook beroep ingesteld. Daarnaast heeft het CVZ besluiten genomen die voor bezwaar vatbaar zijn. Dat zijn de voorlopige jaarafrekeneningen voor 2006. Drie appellanten uit de oude beroepsprocedures hadden zo'n voorlopige jaarafrekenening ontvangen. Daar is bezwaar tegen aangetekend en nu is tegen de beslissingen op bezwaar beroep ingesteld. Alle beroepen zijn ingesteld bij de Rechtbank Amsterdam, sector bestuursrecht. In alle procedures is een verzoek tot versnelde behandeling ingediend en waar mogelijk is om voeging van de zaken verzocht, zodat CVZ én SVB in één zaak aan "dezelfde tafel" zitten. Het is nu aan de Rechtbank te bepalen of zij de verzoeken willen inwilligen. Bij versnelde behandeling zal de Rechtbank zelf de verkorte termijnen bepalen. Hoe snel één en ander zal verlopen na eventuele inwilliging van het verzoek hangt dus van de Rechtbank af. Ter indicatie: de Raad van State heeft vorig jaar het verzoek om versnelde behandeling ingewilligd. Bij de Raad van State zijn vorig jaar op 18 september beroepschriften ingediend en vond op 19 december de zitting plaats.
Geanonimiseerde versies van de besluiten op bezwaar en de beroepschriften kunt u hier vinden: - CVZ: beslissing op bezwaar, beroepschrift - SVB: beslissing op bezwaar, beroepschrift_ Deze zijn representatief voor de beslissingen op bezwaar en de beroepschriften in de andere proefproceudures.
Raad van State doet 'betreurenswaardige' uitspraken
(25.04.07)Woensdag 25 april heeft de Raad van State uitspraak gedaan in alle beroepszaken over het keuzerecht en de woonlandfactor, kwesties die verband houden met de invoering van de Zorgverzekeringswet Zvw. Deze beroepen waren gericht tegen de brieven van het College voor Zorgverzekeringen CVZ aan individuele gepensioneerden in het buitenland, waarin werd meegedeeld dat hij onder de Zvw bijdrageplichtig is en wat de hoogte van de woonlandfactor is. In alle zaken heeft de Raad van State geoordeeld dat het CVZ de ingediende bezwaren niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Na vele maanden is de Raad van State niet verder gekomen dan een oordeel over een vormkwestie. De Stichting die de belangen van Nederlandse gepensioneerden in het buitenland behartigt, vindt de uitspraken dan ook 'betreurenswaardig'.
Het CVZ had de brieven waartegen de bezwaren zich richtten niet als voor beroep vatbare besluiten moeten aanmerken. Volgens de Raad van State hebben de brieven geen rechtsgevolgen, maar bevestigen zij slechts wat de positie van de betrokkene volgens de wet is. Het gevolg van de uitspraken van de Raad van State is dat nieuwe bezwaar- en beroepsprocedures moeten worden opgestart tegen besluiten waarbij daadwerkelijk inhoudingen zijn gepleegd op pensioenen uit hoofde van de Zorgverzekeringswet. Weliswaar kunnen in die nieuwe beroepszaken dezelfde inhoudelijke argumenten worden aangevoerd als in de door de Raad van State besliste zaken, maar een en ander betekent dat een vertraging van vele maanden dreigt te ontstaan, zo legt het Stichtingsbestuur uit.
De uitspraken van de Raad van State zijn om meerdere redenen betreurenswaardig, meent de advocaat van de Stichting in een toelichting op de teleurstellende uitspraken van het rechtscollege. 'Ten eerste omdat vorig jaar door de vertegenwoordigers van de Stichting en vertegenwoordigers van het CVZ uitvoerig overleg is gevoerd over de procedurele afhandeling van de bezwaren tegen de verplichte aansluiting bij de ziekenfondsen in de woonlanden (anders gezegd: de ontkenning van het keuzerecht door de Nederlandse overheid) en tegen de woonlandfactor. Doel van dit overleg was tot een efficiënte en snele afhandeling van de aan te spannen proefprocedures over het keuzerecht en de woonlandfactor te komen. Het CVZ was uitdrukkelijk bereid daaraan mee te werken, hetgeen van de zijde van de Stichting uiteraard zeer op prijs is gesteld. Van de zijde van het CVZ is toen uitdrukkelijk het standpunt ingenomen dat de hiervoor genoemde brieven als voor beroep vatbare besluiten moesten worden aangemerkt. De proefprocedures zouden dan ook tegen deze brieven moeten worden gericht, aldus de vertegenwoordigers van het CVZ. De vertegenwoordigers van het CVZ baseerden hun standpunt op rechtspraak over ontvankelijkheidsvraagstukken van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in Nederland in beroepszaken inzake sociale zekerheid. De advocaten van de Stichting hebben bij die gelegenheid aangegeven dat andere rechters in het verleden anders hadden geoordeeld over ontvankelijkheidsvraagstukken dan de Centrale Raad van Beroep. Dit was geen reden voor de vertegenwoordigers van het CVZ om het eigen standpunt bij te stellen. Conform de vervolgens gemaakte procedureafspraken heeft het CVZ dan ook de bezwaarschiften in de door de Stichting aanhangig gemaakte proefprocedures ontvankelijk verklaard en inhoudelijk beoordeeld.'
De Raad van State heeft expliciet te kennen gegeven dat hij niets te maken heeft met eventuele procedureafspraken en zelfstandig geoordeeld dat geen beroep mogelijk is tegen de genoemde brieven van het CVZ. Daarmee geeft de Raad van State eigenlijk aan dat het CVZ ten onrechte de gepensioneerden heeft opgeroepen om hun bezwaarschriften te richten tegen zijn brieven. Dit verklaart ook waarom het CVZ door de Raad van State in de kosten van de beroepsprocedures is veroordeeld. Dat betekent niet dat het CVZ te kwader trouw heeft gehandeld, maar wel dat onnodig zeer veel tijd is verloren en namens de gepensioneerden onnodige proceskosten zijn gemaakt (bedacht moet worden dat de door de Raad van State uitgesproken proceskostenveroordeling een onbeduidend bedrag betreft).
Die vertraging is nog eens vergroot door het feit dat halverwege de beoordeling van de bezwaren door het CVZ, het Ministerie van Volksgezondheid heeft aangedrongen op inschakeling van het kantoor van de landsadvocaat. Mede om die reden zijn de besluiten op de bezwaarschriften gericht tegen het keuzerecht enkele maanden later genomen dan oorspronkelijk door het CVZ was beoogd. Ook de landsadvocaat heeft kennelijk niet aangegeven dat het CVZ procedureel op het foute spoor zat door bezwaar open te stellen tegen de eerdergenoemde brieven. Dit maakt de uitkomst van de beroepsprocedures voor de Raad van State extra betreurenswaardig.
Ten derde is betreurenswaardig, vindt de advocaat van de Stichting, dat de Raad van State, in de wetenschap dat sprake was van een spoedprocedure over een principiële aangelegenheid, in de zaak over het keuzerecht eerst vér na het verstrijken van de wettelijke termijn uitspraak heeft gedaan. De beroepen zijn ingediend in september 2006. Niets had de Raad van State belet om reeds direct na indiening van de beroepen de vraag op te werpen of wel sprake was van voor beroep vatbare besluiten van het CVZ. In dat geval was veel minder tijd verloren gegaan.
Pijnlijk is dat de Raad van State, die sedert 1 januari 2007 overigens als gevolg van een wetswijziging niet langer de bevoegde rechter is in beroepszaken over de Zorgverzekeringswet, gemeend heeft juridisch doctrinaire gronden zwaarder te moeten laten wegen dan het recht op een effectieve en snelle rechtsbescherming, en dat in een zaak waarin de belangen van vele tienduizenden personen van gevorderde tot zeer hoge leeftijd in het geding zijn. De Raad van State is tijdens de diverse zittingen met klem op die laatste belang gewezen, maar heeft daaraan blijkens de uitspraken geen enkel gewicht toegekend.
Wat is de praktische betekenis van de uitspraken van de Raad van State? Zoals de Raad van State in zijn uitspraken aangeeft, kan iedere pensioengerechtigde bezwaar aantekenen tegen het besluit tot inhouding van een Zvw-bijdrage op zijn (AOW-)pensioen. Een dergelijke besluit is wél een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat. Een aantal gepensioneerden heeft reeds bezwaarschriften ingediend tegen deze besluiten. De afhandeling van deze bezwaren is in alle gevallen opgeschort in afwachting van de uitkomst van de proefprocedures voor de Raad van State. De Stichting zal opnieuw in overleg treden met het CVZ en de Sociale Verzekeringsbank met het doel te bewerkstelligen dat alsnog zo spoedig mogelijk wordt beslist op de aanhangige bezwaren in een aantal te selecteren proefprocedures. Teneinde de vertraging zoveel mogelijk te beperken, zullen in beginsel de nieuwe proefprocedures onder de namen van dezelfde personen worden gevoerd als de proefprocedures die voor de Raad van State zijn gevoerd. Helaas is opnieuw een beslissing op bezwaar nodig van de bevoegde overheidsinstantie, alvorens beroep bij de rechter kan worden ingesteld. Het is zaak dat de verantwoordelijke overheidsinstanties deze beslissingen op bezwaar zo spoedig mogelijk nemen. Gelet op het ongelukkige verloop van de procedures tot nu toe, mag van de overheidsinstanties worden verwacht dat zij daarbij maximale medewerking verlenen.
Nadat op de bezwaren in de nieuwe proefprocedures is beslist, zal beroep moeten worden ingesteld bij de Rechtbank te Amsterdam. In beginsel kunnen daarbij dezelfde processtukken in het geding worden gebracht als eerder bij de Raad van State. Indien de overheidsinstanties en de Rechtbank meewerken, zouden mogelijk nog voor het eind van 2007 uitspraken beschikbaar kunnen zijn in de nieuwe proefprocedures. Al met al betekenen de uitspraken van de Raad van State derhalve een tijdsverlies van vele kosten, en in feite onnodige extra proceskosten.
'De Stichting is echter vastberaden op de ingeslagen weg voort te gaan, en voor de Amsterdamse Rechtbank nieuwe proefprocedures te voeren met het doel alsnog rechterlijke uitspraken te krijgen over het keuzerecht en de geldigheid van de woonlandfactor', aldus de Stichting.
Procedure Raad van State Namens het CVZ zijn bij de Raad van State verweerschriften ingediend inzake de proefprocedures betreffende de woonlandfactor. Een geanonimiseerde versie van één van de verweerschriften is hier te lezen. Op 27 maart vindt bij de Raad van State de zitting plaats waar de proefprocedures inzake betreffende de woonlandfactor zullen worden behandeld. |
Raad van State buigt zich over keuzerecht
(19.12.06) Op 19 december heeft bij de Raad van State in Den Haag de zitting plaatsgevonden in de proefprocedures over het keuzerecht voor Nederlanders die in het buitenland wonen en te maken hebben gekregen met de nieuwe Zorgverzekeringswet. Een geanonimiseerde versie van de voorgedragen pleitnota is hier te vinden (PDF). De Raad van State heeft aangegeven over zes weken uitspraak te willen doen (dat is op 30 januari); het staat de Raad van State echter vrij van die termijn af te wijken, zo bericht de advocaat van vier Nederlanders in het buitenland.
Verweer landsadvocaat tegen keuzerecht
(16.11.06) De landsadvocaat heeft namens het CVZ verweer gevoerd in de proefprocedures betreffende het keuzerecht. Een geanonimiseerde versie van het verweerschrift tegen het beroepschrift van één van de in Spanje woonachtige appellanten in die proefprocedures is hier als PDF.beschikbaar.
De Raad van State zal de vier beroepschriften in de proefprocedures betreffende het keuzerecht behandelen tijdens een zitting op 19 december aanstaande. Het CVZ heeft een besluit op de bezwaren genomen in de proefprocedure betreffende de hoogte van de woonlandfactor. Een geanonimiseerde versie van het besluit op bezwaar gericht aan één van de appellanten in die proefprocedures vindt men hier als PDF. Hiertegen zal door de advocaten beroep worden ingesteld bij de Raad van State.
Bezwaarschrift woonlandfactor ongegrond verklaard
(10.11.06) Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) heeft een bezwaarschrift tegen de hantering van de woonlandfactor bij de berekening van de in Nederland te betalen AWBZ-premie ongegrond verklaard. Lees hier de motivering en huiver van het Orwelliaanse taalgebruik.
Procedure Zorgverzekering versneld
(01.11.07) De mondelinge behandeling van de proefprocedure over het keuzerecht vindt medio december plaats door de Raad van State, die het verzoek om een snelle behandeling heeft gehonoreerd. Het CVZ (College voor Zorgverzekeringen) heeft voor het verweer de landsadvocaat ingeschakeld, die erop heeft aangedrongen dat alle eventuele verdere beroepszaken over het keuzerecht worden aangehouden totdat in proefprocedures is beslist.
In de proefprocedure over de hoogte van de bijdrage is het wachten nog altijd op de besluiten op bezwaar in de proefprocedures. Ook hier is de landsadvocaat inmiddels ingeschakeld. Hoewel door de vertegenwoordigers van CVZ reeds in de zomer een besluit op bezwaar was toegezegd, is bij de afhandeling van de bezwaren binnen CVZ vertraging opgetreden, die vermoedelijk valt toe te schrijven aan bemoeienis van het Ministerie van Volksgezondheid. Nog onlangs is er telefonisch contact geweest met de landsadvocaat, en deze bevestigde dat de besluiten naar verwachting deze week worden verzonden. Wanneer de besluiten er eenmaal zijn, zal de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden Buitenland zo snel mogelijk beroepschriften opstellen en indienen. Ook in dit geval zal zij de Raad van State weer om een versnelde behandeling vragen.
Raad van State om oordeel gevraagd over keuzerecht
(18.09.06) Op deze website is het volledige beroepsschrift te lezen van een Nederlander uit Belgie, die de Raad van State verzoekt om een versnelde behandeling van de vraag of er keuzerecht bestaat, zoals veel Nederlanders in het buitenland verlangen bij de invoering en uitwerking van de Zorgverzekeringswet. Volgens kenner Jan de Voogd zullen er op dit punt nog meer proefprocessen komen andere processen over de hoogte van de verlangde verdragsbijdrage.
Daarnaast zullen weer anderen op eigen gelegenheid, waarschijnlijk ook met een geheel eigen argumentatie, beroepsprocedures aanspannen. Het valt te verwachten dat ook processen tegen Nederlandse verzekeraars zullen volgen wegens onterecht opzeggen van de particuliere verzekering of te sterk verhoogde premies. De uitkomst van de proefprocessen over keuzerecht zijn daarbij van groot belang. Af te wachten is of de bestuursrechter direct zelf uitspraak zal doen, danwel dat hij zogenaamde prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie zal voorleggen, aldus Jan de Voogd in het forum van deze website.
Stichting schrijft Tweede Kamer over verkeerde berekening woonlandfactor: Hoogervorst voert rechterlijke uitspraak niet uit (27.06.06) Bij bestudering van de regeling van de woonlandfactor is de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden Buitenland tot de conclusie gekomen dat het daarin vervatte voorstel van minister Hoogervorst geen dan wel onvoldoende invulling geeft aan het door de rechter in zijn vonnis bepaalde. De Stichting heeft dan ook besloten daartegen formeel bezwaar aan te tekenen. De advocaat van de Stichting heeft de Landsadvocaat enkele voorstellen gedaan. De Tweede Kamer is gevraagd om steun 'teneinde de onaanvaardbare gevolgen van deze wetgeving ongedaan te maken.'
De brief van de advocaat (de weledelgestrengen tutoyeren elkaar), Wonen en leven in Frankrijk heeft sommige passages vet gezet:
Hierbij kan ik je het formele standpunt van het bestuur van de Stichting doen toekomen met betrekking tot de wijziging van de Regeling Zorgverzekering ter uitvoering van kortgedingvonnis van 31 maart 2006 (de "Wijzigingsregeling"). De Stichting meent dat het toepassen van een woonlandfactor, zoals geïntroduceerd in de Wijzigingsregeling, op zich een passende manier is om rekenschap te geven van de verschillen in verstrekkingenpakketten, mede in vergelijking met de Nederlandse situatie, waarop gepensioneerden in hun respectievelijke woonlanden aanspraak kunnen maken. Het had echter om diverse redenen voor de hand gelegen wanneer de Minister de woonlandfactoren had bepaald op basis van een vergelijking van verstrekkingenpakketten aan gepensioneerden. Omgekeerd is onbegrijpelijk, en juridisch ook niet verdedigbaar, dat de Minister de woonlandfactoren heeft gebaseerd op een vergelijking van de gemiddelde verstrekkingen aan de gehele bevolking.
De eerste reden is dat de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan gepensioneerden, althans in Nederland, zeer veel hoger zijn dan de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan de totale bevolking. Dit laat zich voor een belangrijk deel verklaren door het - de Minister uiteraard zeer wel bekende - feit dat de AWBZ-verstrekkingen, die meer dan de helft van de totale kosten van de zorg vertegenwoordigen, voor het overgrote deel uitsluitend aan gepensioneerden ten goede komen. Juist op dat punt onderscheidt het Nederlandse zorgstelsel zich van het buitenland. Een in Nederland wonende gepensioneerde mag er, na jarenlang hoge AWBZ-premies te hebben betaald, op vertrouwen dat hij aanspraak kan maken op het volledige AWBZ-pakket. De in het buitenland wonende gepensioneerde, die eveneens jarenlang AWBZ-premies heeft betaald (daarom valt hij immers onder de regeling), mag dat niet. Door de woonlandfactor te baseren op de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan de gehele bevolking, benadeelt de Minister derhalve wederom specifiek de gepensioneerden. Daarmee staat de Wijziging tevens op gespannen voet met de strekking van het dictum van het kortgedingvonnis, voor zover het daarmee al niet expliciet in strijd is (zie onder). Het nadeel dat gepensioneerden ondergaan omdat de woonlandfactor wordt gebaseerd op de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan de gehele bevolking is navenant. In nagenoeg alle gevallen beloopt het verschil vele tientallen procenten. De meest schrijnende gevallen zijn Noorwegen en Italië, waar de woonlandfactor op basis van kosten van verstrekkingen aan gepensioneerden maar liefst 52% lager is dan de door de Minister gekozen woonlandfactor. Anders gezegd: de bijdrage valt voor gepensioneerden in die landen maar liefst 104% hoger uit door de keuze van een niet-representatieve woonlandfactor. Het lijdt geen twijfel dat de Minister zich van dit verschil bewust moet zijn geweest. Het is immers ondenkbaar dat het Ministerie niet tevens de gevolgen heeft doorgerekend van de keuze voor de wél voor de hand liggende woonlandfactor.
De keuze voor de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan de gehele bevolking is eens te meer onaanvaardbaar, omdat tussen de lidstaten in het kader van Verordening 1408/71 terzake van verstrekkingen aan gepensioneerden wordt afgerekend op basis van gemiddelde kosten van verstrekkingen aan gepensioneerden. Bij de keuze voor een woonlandfactor gerelateerd aan de grondslag voor de onderlinge verrekeningen tussen gepensioneerden wordt derhalve afgerekend op een basis die rechtstreeks samenhangt met de hoogte van de betalingen die Nederland dient te verrichten terzake van bijdrageplichtigen. Doordat de Minister heeft gekozen voor een nadelige en niet-representatieve woonlandfactor komt het onverminderd voor dat Nederland "winst" maakt op de bijdragen die aan gepensioneerden in rekening worden gebracht. Die winst is het meest excessief bij de in Noorwegen wonende gepensioneerden; dezen betalen maar liefst tot € 2.936 meer per jaar dan Nederland aan Noorwegen moet afdragen. Het feit dat onder de Wijzigingsregeling gepensioneerden in sommige landen zelfs meer moeten gaan betalen dan onder de oorspronkelijke regeling (en zelfs meer dan in Nederland wonende verzekerden), terwijl de gemiddelde waarde van de verstrekkingen waarop zij aanspraak kunnen maken minder is dan de gemiddelde waarde van verstrekkingen aan gepensioneerde verzekerden in Nederland, valt uitsluitend en geheel toe te schrijven aan de keuze voor een manifest foute woonlandfactor. Indien de Minister had gekozen voor de woonlandfactor gebaseerd op de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan gepensioneerden, zou in geen enkel geval een gepensioneerde méér zijn gaan betalen. Het is immers onverminderd een vaststaand feit dat de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan gepensioneerden in Nederland veel tot vele malen hoger zijn dan in eender welk ander Europees land (zelfs dan Noorwegen). Als gezegd valt dat bijna geheel toe te schrijven aan de AWBZ.
De keuze voor een woonlandfactor gebaseerd op de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan gepensioneerden had voorts eens te meer voor de hand gelegen omdat die factor eenvoudig valt te berekenen op basis van de cijfers die door de Europese Commissie worden geverifieerd en goedgekeurd en die algemeen bekend worden gemaakt. Het Ministerie had zich de bijzondere inspanningen om gemiddelde kosten van verstrekkingen van de diverse woonlanden aan de totale bevolking te (re)construeren eenvoudig kunnen besparen door de openbare, door de Commissie geaccordeerde cijfers te nemen.
Ten aanzien van de verenigbaarheid van de Wijzigingsregeling met het kortgedingvonnis geldt het volgende. De President heeft de Staat gelast na te gaan in hoeverre de kosten van verstrekkingen voor AWBZ-achtige verstrekkingen in de respectievelijke woonlanden aan de Staat in rekening worden gebracht. Direct gevolg van de uitspraak is dat de Staat een korting moet toepassen ten belope van de totale AWBZ-component van de oorspronkelijke bijdragen ten aanzien van pensioengerechtigden in landen die dergelijke verstrekkingen niet kennen (althans niet AWBZ-achtige verstrekkingen die onder het regime van Verordening 1408/71 vallen). Voorbeelden zijn Spanje, Frankrijk en België. De Wijzigingsregeling leidt evenwel tot een korting op de oorspronkelijke bijdrage die in het geval van Frankrijk en België aanzienlijk minder is dan het bedrag van de AWBZ-component. Doordat de Staat voorts in het geheel niet (eens) heeft gepoogd om aan te tonen dat aan de eisen van het kortgedingvonnis is voldaan, staat voldoende vast dat de Staat het dictum van het vonnis schendt. Dit zou anders zijn geweest indien de Minister een woonlandfactor gebaseerd op de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan gepensioneerden zou hebben genomen. Dit is een derde reden waarom moet worden geoordeeld de Minister ten onrechte de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan de gehele bevolking als maatstaf heeft genomen.
Namens de Stichting kan ik berichten dat de Stichting bereid is alle procedures met betrekking tot de hoogte van de bijdrage in te trekken en haar leden en belanghebbenden actief uit te dragen dat de hoogte van de bijdrage als zodanig acceptabel is, indien de Staat c.q. Minister alsnog de correcte woonlandfactor introduceert. De Stichting is van oordeel dat in dat geval een oplossing is bereikt die voor alle gepensioneerden acceptabel zou moeten zijn. Houdt de Staat daarentegen onverkort vast aan de thans geïntroduceerde woonlandfactor, dan zal de Stichting de Wijzigingsregeling met alle mogelijke middelen, waaronder juridische procedures, blijven bestrijden en zal de Stichting actief blijven uitdragen dat de Minister wederom welbewust een regeling heeft getroffen die specifiek tot doel en effect heeft dat "verdragsgerechtigde" gepensioneerden sterk worden benadeeld.
Ten slotte zou ik nog jouw aandacht willen vestigen op art. 6.3.1. lid 4 van de oude Regeling Zorgverzekering. Deze bepaling voorzag in een vergoeding aan WAO- en VUT-gerechtigden ter grootte van 6,5% van hun uitkering (ter compensatie van de inkomensafhankelijke bijdrage) op grond van art. 46 van de Zorgverzekeringswet. Nu die bepaling door de wijziging van de Regeling Zorgverzekering is komen te vervallen, vervalt daarmee ook de vergoeding. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn geweest van de invoering van de woonlandfactor. Wellicht dat de vergoeding (net als de zorgtoeslag) gemitigeerd zou moeten worden door toepassing van de woonlandfactor daarop. Het volledig schrappen van die vergoeding brengt daarentegen een ongelijkheid teweeg die zelf weer strijdig zou kunnen zijn met art. 39 / 18 EG. Mag ik ervan uitgaan dat dit een omissie betreft die zal worden gecorrigeerd, of is deze bepaling bewust geschrapt? Wanneer dat laatste het geval is, dan geldt daarvoor - voor wat betreft de (procedurele) opstelling van de Stichting - hetzelfde als voor de invoering van de juiste woonlandfactor.
Ministerie Hoogervorst toch in beroep
(01.05.06) De landsadvocaat blijkt toch hoger beroep te hebben aangetekend tegen de uitspraak van de Haagse voorzieningenrechter, waarbij o.m. werd bepaald dat minister Hoogervorst van Volksgezondheid met een ander bijdragestelsel voor de Zvw moet komen voor de Nederlanders die in het buitenland wonen. |
Nu kort geding tegen de Staat
(01.02.06) Na het kort geding tegen drie Nederlandse verzekeraars, spant de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland een nieuw kort geding aan, nu tegen de Nederlandse staat (het ministerie van Volksgezondheid van minister Hoogervorst). Het geding dient op vrijdag 3 maart voor de Haagse rechtbank. Hoewel de actie vooral een aangelegenheid is van in Spanje wonende Nederlanders, zal een uitspraak ook van belang zijn voor de overige Nederlanders in het buitenland. De integrale dagvaarding is hier te vinden.
De inzet van de procedure is het via de rechter bevestigd krijgen van vrijheid van keuze tussen particuliere verzekering en ziekenfondsverzekering voor in het buitenland wonende gepensioneerden, ook voor diegenen die zich nu al hebben laten inschrijven in het ziekenfonds van hun woonland. Die keuzevrijheid bestaat nu niet, althans niet in de ogen van minister Hoogervorst van Volksgezondheid. Zij zijn nu verplicht zich dubbel te verzekeren (ziekenfonds en particulier) tegen exorbitant hoge kosten om dezelfde dekking te krijgen als in 2005. Zij moeten nu een tot ruim € 5000 oplopende bijdrage p.p.p.j. gaan betalen aan Nederland voor uitsluitend Spaanse ziekenfondsdekking, schrijven voorzitter en penningmeester van de stichting in een toelichting. In de procedure wordt gevorderd die bijdrage voorshands buiten werking te stellen als men kiest voor een particuliere verzekering.
Zij wijzen erop dat hun gang naar de rechter volledig los staat van een initiatief dat recentelijk werd genomen door een lid van de Tweede Kamer en aangekondigd in de pers om door middel van verzoekschrift de minister op andere gedachten te bewegen. 'Wij kiezen het zekere voor het onzekere', aldus de twee. Zij doelen op een verzoek van het CDA-kamerlid mevrouw Smilde die minister Hoogervorst heeft gevraagd te onderzoeken of eenmalig een keuze kan worden toegestaan: particulier of ziekenfonds. Hoogervorst zal vóór 1 maart met een nota komen.
De twee bestuursleden Van der Wiel en Overwater verder: 'Niet alleen de nieuwe wetgeving maar ook het vonnis in het proces tegen de ziektekostenverzekeraars heeft geleid tot blijvende grote verwarring met betrekking tot het aanbod, de premies en vooral de polisvoorwaarden evenals de interpretatie die daaraan moet worden geven. 'In principe biedt het woonlandpakket in Spanje, de "Seguridad Social”, naar de letter, alle elementaire zorg. Een particuliere verzekering is niet strikt noodzakelijk om van deze zorg verzekerd te zijn. Maar behandeling in een Nederlands ziekenhuis is niet gedekt. Althans niet zonder expliciete toestemming van de Seguridad Social. Die wordt echter nooit gegeven omdat voor de Spaanse ziekenfondszorg met Nederland vaste bedragen zijn afgesproken per persoon. En AWBZ-dekking, zoals voor voormalig Ziekenfondsverzekerden, wordt in Spanje al helemaal niet gegeven door het Spaanse Ziekenfonds, AWBZ-voorzieningen zoals in Nederland kent men hier niet.'
Ook in Frankrijk zal men voor zorg in Nederland, behoudens spoedeisende gevallen, toestemming van de CPAM moeten vragen. Aangeraden wordt om bij een bezoek naar het buitenland - Nederland hier - zich te voorzien van een formulier E-111, het 'vakantieformulier' dat vorig jaar in een Europees jasje is gestoken.
De toelichting op het kort geding: 'In vele Nederlandse vervangende particuliere polissen die nu worden aangeboden staat een z.g. samenloopregeling d.w.z. dat slechts aanvullende dekking wordt verleend op het woonlandpakket (voor die onderdelen dus die niet door het woonlandpakket worden gedekt). Wat dan als dekking overblijft via de particuliere polis is volstrekt onduidelijk.Het is absoluut zaak de particuliere ziektekostenverzekeraar aan te schrijven en schriftelijk te vragen wat per saldo specifiek door de aanvullende particuliere polis in het woonland wordt gedekt. Vooral moet worden gevraagd of de volgende onderdelen gedekt zijn: Nederlandse huisarts, Nederlandse specialist, particulier ziekenhuis, alle voorgeschreven medicamenten, eventuele behandeling in een Nederlands ziekenhuis zonder expliciete toestemming van het Spaanse ziekenfonds.'Dikwijls wordt ook de vraag gesteld of men zich nu wel of niet moet laten inschrijven bij het Spaanse ziekenfonds. Indien u zich niet inschrijft en u hebt geen particuliere ziektekostenverzekering, dan bent u in principe onverzekerd. Wanneer u zonder ziekenfondsdekking wel een particuliere aanvullende ziektekostenverzekering heeft of kan sluiten die verwijst naar het woonlandpakket, dan heeft u geen dekking voor de onderdelen van het woonlandpakket.'
'Centraal in onze rechtzaak tegen de Staat zal staan de keuzevrijheid tussen ziekenfonds of particulier en de niet verschuldigdheid van een nominale, inkomensafhankelijke en AWBZ-bijdrage aan Nederland als men zich alleen particulier verzekert. Bij een toewijzend vonnis kunt u kiezen voor de particuliere polis en dan zouden de particuliere verzekeringen zonder verwijzing naar het woonlandpakket weer volledig in werking moeten treden. Mocht in onze rechtzaak een voor ons positief vonnis uitgesproken worden en u heeft zich reeds aangemeld bij de Seguridad Social, dan behoeft u niet te wanhopen. U kunt zich laten uitschrijven.' In de nieuwe wetgeving staat opgenomen dat uw (op 31 december 2005) bestaande verzekering vervalt voorzover die gelijkwaardig is aan het woonlandpakket. Een niet goed doordachte clausule want verzekerden noch verzekeraars weten hiermee raad.
De Stichting heeft ten slotte nog een advies uitgebracht aan de buitenlanders die nog geen beslissing hebben genomen (waar over de Spaanse situatie wordt gesproken, kan ook de Franse worden gelezen, in het bijzonder de aanmelding bij de CPAM).
'Allereerst lijkt het aanbeveling te verdienen dat u zich toch (voorlopig) inschrijft bij het Spaanse ziekenfonds met uw E-121 formulier. Heeft u dat nog niet, belt u dan naar de heer Mr. René van der Wissel (0031207978796) met het verzoek u onmiddellijk een exemplaar toe te sturen. Als u dat ontvangen heeft, gaat u naar het lokale ziekenfonds (INSS) om zich te laten inschrijven onder overlegging van het E-121 formulier en daarna naar het Centro de Salud om een ziekenfondskaart (in Frankrijk Carte vitale) te ontvangen met op de achterzijde de toegewezen huisarts.
Vervolgens kunt u uw verzekeraar een brief schrijven. Hierin verzoekt u u te berichten of onder de aanvullende dekking vallen: 1. behandeling in het woonland door een Nederlandse huisarts of specialist; 2. specialistische behandeling en opname in een Spaans particulier ziekenhuis of een ziekenhuis in Nederland; 3. alle door vorengenoemde artsen voorgeschreven medicamenten; 4. fysiotherapie.
(Bovenstaande situatie doet zich in Frankrijk vrijwel niet voor. Nederlanders in Frankrijk bezoeken normaliter de Franse huisartsen en Franse specialisten).
'Tegelijk met deze brief kunt u uw verzekeraar verzoeken uw Nederlandse polis voor 2005 tot nader order op te schorten, zowel de premie als de dekking, gelet op de procedure tegen de Staat. Bij dit verzoek dient u natuurlijk wel te zorgen voor een ziekenfondsdekking of andersoortige dekking, zodat u niet onverzekerd rondloopt', aldus de Stichting.
Pensionado's verliezen kort geding
(25.01.06) Zorgverzekeraars mogen de premies van gepensioneerden in het buitenland verhogen. De rechtbank in den Haag heeft de eis van een groot aantal pensionado's om dezelfde premie te betalen als vorige jaren afgewezen. De rechter vindt de verhoogde premies gezien de geboden dekking redelijk.
Dat blijkt uit de uitspraak die de rechtbank woensdag deed in een kort geding dat drie afzonderlijke buitenlandse verzekerden en een stichting die hun belangen behartigt hadden aangespannen tegen drie zorgverzekeraars: Ohra, Delta LLoyd en Achmea. De hogere premies zijn het gevolg van het nieuwe zorgstelsel dat op 1 januari werd ingevoerd. Volgens de vereniging hadden de gepensioneerden recht op de oude verzekering en zijn ze slecht voorgelicht. Over de drie verzekeraars die zij voor de rechter daagden, kwamen de meeste klachten binnen.
De rechter tekent in zijn uitspraak wel aan dat de aanbiedingen van de verzekeraars niet op alle punten even duidelijk zijn. De eisen van de duizenden gepensioneerden die zich bij de vereniging hebben gemeld, kan de rechter sowieso niet beoordelen omdat de omstandigheden van afzonderlijke verzekerden te veel van elkaar verschillen. De advocaten van de verzekeraars hadden al betoogd dat de premies niet onrechtmatig zijn verhoogd, maar zeiden ook dat de gepensioneerden bij hen aan het verkeerde adres waren. De verzekeraars wijzen hun buitenlandse klanten door naar minister Hoogervorst (Volksgezondheid) omdat ze door besluiten van het kabinet waren gedwongen om de buitenlandpolissen aan te passen. De pensionado's hebben inmiddels een kort geding tegen de Staat der Nederlanden aangekondigd.
(Het bestuur van de stichting heeft een reactie op de uitspraak gegeven. Het vonnis is daar ook in zijn geheel te lezen).
Rechter wil opheldering over premieberekening
(30.12.05) De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage heeft vrijdag een tussenvonnis gewezen in het kort geding van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland, samen met drie Nederlanders die in Spanje wonen, tegen de zorgverzekeraars Achmea, OHRA en Delta Lloyd. Het kort geding betreft de door de verzekeraars aangekondigde premieverhogingen bij voortzetting van de huidige verzekeringsovereenkomsten na de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet, per 1 januari 2006.
De rechtbank gelast in het tussenvonnis de verzekeraars om nadere gegevens ter beschikking te stellen over de wijze waarop de premieverhogingen tot stand zijn gekomen en over het verloop van de aan de eisers in rekening gebrachte jaarpremies in de afgelopen drie jaar alsmede over de opbouw en de precieze hoogte van de vanaf 1 januari 2006 in rekening te brengen jaarpremies. De mondelinge behandeling van het kort geding zal worden voortgezet op een nader door de voorzieningenrechter te bepalen datum in week 2 of 3 van 2006. Het gehele vonnis is te lezen op deze website.
Pensionado's dagen Staat der Nederlanden
(27.12.05) Nederlandse gepensioneerden die permanent in het buitenland wonen, gaan de Staat der Nederlanden voor de rechter dagen. Advocaat P. Bos van de Vereniging Nederlandse Gepensioneerden in Spanje heeft dat bekendgemaakt. De Staat, in feite het ministerie van Volksgezondheid, heeft de gepensioneerden slecht voorgelicht over het nieuwe zorgstelsel dat per 1 januari 2006 is ingegaan, zo stelt de vereniging. De pensionado's eisen dat ze daarom aanspraak kunnen blijven maken op hun oude verzekeringspolissen van voor de stelselwijziging.
Voor de rechtbank in Den Haag diende vrijdag een kort geding dat de gepensioneerden eind vorig jaar hebben aangespannen tegen drie zorgverzekeraars. Volgens de pensionado's hebben de zorgverzekeraars Ohra, Delta Lloyd en Achmea, na de invoering van het nieuwe zorgstelsel, de polissen van de gepensioneerden in het buitenland op zeer onredelijke wijze aangepast. De gepensioneerden moeten hierdoor veel meer premie betalen, soms het dubbele van vroeger. Volgens Bos hebben de verzekeraars in veel gevallen niet eens de moeite genomen om hun klanten uit te leggen waar de premieverhogingen op zijn gebaseerd. De gepensioneerden hebben de drie zorgverzekeraars voor de rechter gedaagd waarover de meeste klachten binnenkwamen. In feite willen ze dat alle zorgverzekeraars de oude polissen aanbieden aan hun klanten in het buitenland. Volgens de advocaten van de drie zorgverzekeraars zijn de gepensioneerden aan het verkeerde adres. De pensionado's moeten minister Hoogervorst van Volksgezondheid voor de rechter dagen en niet de verzekeraars, zo stelden de advocaten. De verzekeraars zijn immers door de besluiten van het kabinet gedwongen om de buitenlandpolissen van de klanten aan te passen. De zorgverzekeraars betwisten dat de premies onrechtmatig zijn verhoogd.
Wat meer specifiek, opgetekend via de Spaanse 'lotgenoten':
Volgens het tussenvonnis van de rechter van 30 december 2005 moesten de Zorgverzekeraars aangeven op basis waarvan de exorbitante stijgingen van hun premies voor het jaar 2006 tot stand zijn gekomen. Bovendien moesten zij een zogenaamde pakketvergelijking maken, dwz. zij moesten aangeven welke rechten er in het woonlandpakket zitten en welke in de aanvullende verzekering die zij aanboden
Achmea en in een iets mindere mate Ohra/Delta Lloyd hebben niet aan deze eis voldaan.
Achmea stelde dat de premievaststelling op bedrijfsvertrouwelijke gegevens berust en dat zij deze niet openbaar wil maken. Bovendien stelde zij dat de premies niet waren verhoogd, maar juist verlaagd. De Achmea-verzekerden krijgen een aanbod voor een aanvullende verzekering voor die delen die niet zijn gedekt in het woonlandpakket voor € 1585 per persoon per jaar. Wenst men geen gebruik te maken van het woonlandpakket dan kost diezelfde verzekering € 2435 per persoon per jaar. Het blijft onduidelijk waar de aanvulling uit bestaat. Wel werd schoorvoetend medegedeeld, na een vraag daartoe door de President, dat de eigen huisarts er wel onder het aanvullend pakket viel. De rest bleef onduidelijk.
Ohra/Delta Lloyd spraken Achmea direct daaraanvolgend tegen. Zij stelden dat in het woonlandpakket geen behandeling door Nederlandse huisartsen en privéklinieken zat. Bovendien was geen vooraf geplande behandeling in Nederland mogelijk. Zij boden dat daarom nu wel in hun Wereldpolis. Ondanks het feit dat er aantoonbaar sterke premiestijgingen waren, deden Ohra/Delta Lloyd dit af met een ingewikkeld betoog, waarin feitelijk niets werd aangetoond.
In zijn weerwoord sprak Mr. Bos, de advocaat die optrad voor ons, gepensioneerden, dan ook van een “zwart gat” voor wat betreft de aanvullende verzekeringen, dat tot grote onzekerheid leidt bij de gepensioneerden. Bovendien werd de noodzaak tot premieverhoging niet aangetoond. Hij bleef dan ook bij zijn oorspronkelijke eis “handhaven van de bestaande polissen tegen dezelfde premie”.
Kort geding gevoerd, de pleitnota
(23.12.05) Op vrijdag 23 december is het kort geding gevoerd dat is aangespannen door de stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland en drie in Spanje wonende gepensioneerden tegen enkele Nederlandse zorgverzekeraars. Procureur mr. Bos heeft de eis tot het verbieden van de opzegging vooral 'opgehangen' aan de onmogelijkheid voor vele in Spanje verblijvende Nederlanders om gebruik te blijven maken van door Nederlandse artsen verleende medische zorg in Spanje. Ook enkele meer algemene aspecten zijn ingebracht, die ook van toepassing zijn op de situatie van andere Nederlanders in EU-landen.
De integrale pleitnota van mr. Bos is op deze site na te pluizen (met dank aan de Spaanse vereniging van gepensioneerden). De advocaat van Achmea, één van de gedaagde verzekeraars, heeft de juridische onderbouwing van de vermeende rechtmatigheid van het Nederlandse oveheidsbeleid, uiteengezet.
NRC Handelsblad plaatste een kort verslag van de zitting:
De in Spanje wonende gepensioneerden hadden waarschijnlijk niet verwacht ooit nog een Nederlandse rechtszaal van binnen te zien. Toch stonden ze vandaag in Den Haag voor de rechter. Ze hadden een kort geding aangespannen tegen de particuliere zorgverzekeraars Achmea, Delta Lloyd en Ohra. De gepensioneerden vrezen onder de nieuwe Zorgverzekeringswet noodgedwongen gebruik te moeten maken van de ziekenfondszorg in Spanje, die volgens hen (en Spanjaarden) overbelast en soms slecht is. Nederlanders in Spanje hadden al brieven ontvangen van hun particuliere verzekeraars met de mededeling dat de particuliere verzekering per 1 januari zou worden opgezegd. Dat leidde onder de gepensioneerden, maar ook in de Tweede Kamer tot veel onrust.
Advocaat A. Versteeg van Achmea bestreed dat de verzekeraar per brief polissen had opgezegd. De tekst was „niet geheel gelukkig geformuleerd”, van beëindiging was geen sprake, slechts van het gedeeltelijk vervallen van de polis.De wet dwingt particuliere verzekeraars namelijk om hun polissen voor in het buitenland wonende Nederlanders te laten vervallen voor zover de verzekerden van de Spaanse ziekenfondszorg gebruik kunnen maken.Grote afwezige in de rechtszaal was de Staat, die volgens verzekeraars en gepensioneerden met gebrekkige en onduidelijke wetgeving de oorzaak is van het conflict.De Staat is op grond van Europese regels verplicht Spanje te betalen voor de zorg die zij Nederlanders verleent. Dat geld wil minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) weer verhalen op de verzekerden zelf. Maar de gepensioneerden willen helemaal geen Spaanse ziekenfondszorg, en willen daarvoor dus ook niet betalen. Het liefst zien ze dat alles bij het oude blijft, en dat eiste de stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gemeenten in het Buitenland vandaag ook van de verzekeraars.Delta Lloyd en Ohra hebben voor 2006 wel nieuwe verzekeringen met volledige dekking aangeboden, maar met premies die volgens de gepensioneerden „exorbitant gestegen zijn” ten opzichte van dit jaar. De verzekeraars geven toe dat de prijzen soms flink stijgen, maar benadrukken dat het om een reguliere aanpassing van de premies ging. Overigens moeten alle in het buitenland wonende Nederlanders die voor zo’n polis kiezen, daarnaast de Nederlandse Staat voor de Spaanse ziekenfondszorg blijven betalen.Een aanvullende polis kan ook, maar dan willen de gepensioneerden precies weten wat onder de aanvulling valt, en waarvoor ze straks toch naar de Spaanse arts moeten. Maar dat vooraf uitzoeken vinden verzekeraars te duur.
De Volkskrant:
Minister Hoogervorst van Volksgezondheid was gisteren de grote afwezige tijdens het kort geding dat een groep Nederlandse ‘pensionados’ uit Spanje had aangespannen tegen de zorgverzekeraars Achmea, Ohra en Delta Lloyd.
De strijdende partijen waren het roerend eens met elkaar dat de minister met zijn nieuwe zorgwet verantwoordelijk is voor de forse premiestijgingen waarmee de pensionado’s in 2006 worden geconfronteerd. De rechtszaak tegen de minister komt nog, kondigde raadsman P. Bos aan van de stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland. Maar eerst moet de rechter de verzekeraars dwingen de verzekering op de oude voet voort te zetten. Als dat vangnet er eenmaal is, kan de staat worden aangepakt. De zorgwet verplicht duizenden Nederlanders in Spanje (en elders) zich voor de nieuwe, hoge Nederlandse premie te verzekeren bij het Spaanse ziekenfonds dat minder zorg levert. Hun oude particuliere verzekering bij Achmea en andere verzekeraars kunnen ze handhaven, maar ze betalen dan dubbel. ‘De staat veroorzaakt de moeilijkheden met slecht geformuleerde wetgeving’, zei raadsman Versteeg namens Achmea. ‘In werkelijkheid is de staat hier de gedaagde’, zei Jan Ekelmans namens Delta Lloyd en Ohra.
Het Financieele Dagblad:
Gepensioneerden in Spanje zien ook bij nieuwe aanbiedingen van particuliere ziektekostenverzekeraars de premies fors stijgen. Dat bleek vrijdag tijdens het kortgeding dat Nederlandse gepensioneerden hebben aangespannen tegen de verzekeraars Achmea, Delta Lloyd en Ohra.
De gepensioneerden hebben de ziektekostenverzekeraars voor de rechter gedaagd omdat die eenzijdig het contract hebben opgezegd (Delta Lloyd en Ohra) of met een sterk gewijzigd aanbod zijn gekomen (Achmea). Minister Hans Hoogervorst had namens de verzekeraars beloofd dat er nieuwe aanbiedingen zouden komen. 'Verzekerden krijgen te maken met een astronomische verhoging van de premies', aldus advocaat Pierre Bos namens de gepensioneerden gisteren. Hij refereerde aan de gepensioneerde Albert Kiffen, die sinds vorig jaar in Spanje woont en de verzekeringspremie voor een volledige dekking ziet stijgen van euro150 per maand naar euro 433. Dat komt neer op euro 5200 per jaar. Daar bovenop komt de verplichte euro 851 voor de nieuwe zorgverzekering in Nederland en een inkomensafhankelijke bijdrage van 6,5% over de AOW en 4,4% over het pensioen. Bij een stel dat een volledige dekking wil, stijgt de gezamenlijke particuliere premie volgend jaar naar euro11.000 exclusief de bijdragen voor de zorgverzekering. 'Er wordt volledig voorbijgegaan aan de belangen van de gepensioneerden', aldus Bos. De advocaat eiste dat de verzekeraars de huidige particuliere ziektekostenverzekering voortzetten tegen een redelijke premie. Ook moeten ze aangeven wat het verzekerde pakket is.
Advocaat Arnold Versteeg van Achmea voerde aan dat de verzekeraar begrip heeft voor de gepensioneerden, maar gedwongen is om de wet uit te voeren. 'Wij kunnen ons de boosheid van de gepensioneerden voorstellen. Maar u moet uw grieven richten op de Staat. Het is de Staat die met slecht geformuleerde wetgeving de problemen veroorzaakt', aldus Versteeg. Minister Hans Hoogervorst heeft deze week geweigerd om de buitenlandse gepensioneerden vrijstelling te geven voor de premies voor de basisverzekering. Koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland had dat gesuggereerd. Achmea biedt gepensioneerden in Spanje momenteel een aanvullende verzekering van circa € 1500 per jaar aan. Die vergoedt echter niet het bezoek aan een Nederlands sprekende huisarts. De gepensioneerden moeten naar een Spaanse huisarts die wordt vergoed door het lokale ziekenfonds. Advocaat Jan Ekelmans die namens Delta Lloyd en Ohra sprak, gaf aan dat de premie voor Nederlanders in het buitenland wel omhoog moet om de portefeuille kostendekkend te houden. 'Voor mensen boven de zeventig jaar is de premie sterk gestegen', aldus Ekelmans.
Print dit artikel
|