Zorgverzekeringwet: Nederland kon niet anders
Zoals eerder hier gemeld, is op 12 oktober in Parijs een bijeenkomst geweest op de Nederlandse ambassade, waarbij de Nederlandse verenigingen in Frankrijk informatie ontvingen van Nederlandse ambtenaren over de gevolgen van de invoering van de Zorgverzekeringswet voor Nederlanders in het buitenland. Uit de diverse verslagen in de verenigingsbladen en het orgaan van de FANF (Fédération des Associations Néerlandaises en France - Federatie van Nederlandse Verenigingen in Frankrijk) valt inmiddels een algemeen beeld te destilleren: Nederland kon niet anders.
Gesproken werd met mr. A.G. Bloemheuvel, hoofd afdeling verzekeringen van het ministerie van VWS en zijn medewerker mr. drs. E. van den Berg. Zij lieten weten dat mensen die al lange tijd in Frankrijk wonen en geen vrijwillige AWBZ-premie hebben betaald vóór de invoering van de zorgverzekeringswet, bij terugkeer in Nederland een wachttijd van één maand voor elk jaar dat zij in het buitenland woonden, zullen hebben. Sedert de verplichte inhouding van de ZVW-premie op inkomen uit Nederlandse bron loopt men daar per jaar dan een maand op in. Dat wil zeggen: men heeft wel direct na terugkeer toegang tot de voorzieningen, maar ze komen pas na de wachttijd ten laste van de AWBZ. 'Tot dan voor eigen rekening!', aldus de scribent in NieuwsNed, het verenigingsorgaan van de Nederlandse Vereniging Languedoc-Roussillon (NVLR). Dat geldt niet voor hen die tot 2006, de invoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw), bij een ziekenfonds verzekerd waren. Ook degenen die al voor de invoering van de Zvw in 2006 een AWBZ-voorziening hadden, houden deze.
Vanaf 2006 kan in het buitenland niet op een AWBZ voorziening aanspraak worden gemaakt. Wel op de voorzieningen die het woonland biedt. In de Zvw-premie is een AWBZ component opgenomen die geen premie wordt genoemd (je kunt immers op geen enkele voorziening aanspraak maken), maar 'bijdragedeel', dat wel gelijk is aan het AWBZ percentage (8%). De schijn wordt gewekt dat er dubbel betaald wordt. 'Dat blijkt niet zo te zijn. Dit schijnt te liggen aan automatiseringsproblemen bij enkele pensioenuitkeerders, die bijvoorbeeld een deel van de CVZ-premie printen in de rubriek AWBZ-premie op het 'loonstrookje'. Hoogst verwarrend', aldus de bijdrage in het blad Magazine van de Nederlandse Club (Zuid-Frankrijk, Monaco).
NieuwsNed: 'De troost dat er ook in Frankrijk 'een soort AWBZ' bestaat, is nogal schraal. In Frankrijk bestaat de APA, Allocation Personnel d'Autonomie, een regeling die er is om personen boven 60 jaar te voorzien van hulp en hulpmiddelen die het mogelijk maken zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. De kosten van die voorzieningen komen echter voornamelijk voor eigen rekening, tenzij men armlastig is. De bijdrage is namelijk gerelateerd aan het inkomen, maar de drempel waaronder de kosten geheel worden vergoed, is heel laag (onder AOW-niveau).'
De vertegenwoordigers van het ministerie hebben trachten duidelijk te maken dat de Zvw een uitvoering betreft van een Europese sociale verzekeringsverordening. Die verordening laat geen keuzevrijheid. Uitgangspunt is het solidariteitsprincipe die de premie laag moet houden. Een chronisch zieke zou anders met een onbetaalbare premie worden geconfronteerd. Vrije keuze en solidariteitsbeginsel zijn onverenigbaar.
De heren Bloemheuvel en van den Berg lieten er geen twijfel over bestaan dat de gerechtelijke procedures met betrekking tot het zorgstelsel die door gepensioneerden in het buitenland tegen de staat zijn aangespannen, uitsluitend 'ten faveure van de betreffende advocaten zijn'. De Europese verordening laat geen ruimte voor keuzevrijheid, dus is volgens de heren het proces dienaangaande zinloos. Ook wat de andere zaken betreft, werd in het vooruitzicht gesteld dat, zelfs wanneer na vele jaren procederen de staat enig proces zou verliezen, wetswijziging of indiening van reparerende wetten het effect van die overwinning meteen zou neutraliseren. Aldus de formulering in NieuwsNed, dat over de hantering van de woonlandfactor nog een kritische noot kraakt. 'De bijdrage die wij moeten betalen is gebaseerd op de gemiddelde sociale zorgkosten in Frankrijk ten opzichte van die in Nederland. Ook tegen de vaststelling van die woonlandfactor lopen procedures. Het is niet duidelijk of de door het College voor Zorgverzekeringen CVZ jaarlijks vastgestelde woonlandfactor op de juiste gegevens is gebaseerd. De verdragslanden geven aan de Europese commissie ten behoeve van interstatelijke betalingen jaarlijks hun gemiddelde zorgkosten per inwoner op. Daarop wordt na controle en publicatie de woonlandfactor door het CVZ in de vorm van een advies aan de minister vastgesteld. Die factor zou dus altijd pas achteraf, als de zorgkosten bekend zijn, vastgesteld kunnen worden. Het wekt dan ook verwondering dat in een noot bij het door de FANF toegestuurde verslag van de voorlichtingsbijeenkomst de woonlandfactor voor 2008 (0,6935) al wordt vermeld', aldus de rapporteur van de NVLR.