|
|
|
|
|
| |
|
De grens over
Om een hond of een kat naar Frankrijk te brengen (vakantie of 'invoeren') geldt de verplichting dat het dier geïdentificeerd kan worden door een chip of een tatoeage. Quarantaine en ander dierlijk ongerief behoeven niet te worden geleden.In de praktijk zijn er zelden controles. Niet alle hotels accepteren honden op de kamer. Het is goed om tevoren te informeren of een goede reisgids te raadplegen. Verder zijn er nog wel enkele eisen:
Europees dierenpaspoort ingevoerd De invoering van een Europees dierenpaspoort is per 1 oktober 2004 gerealiseerd. Het nieuwe paspoort wordt afgeleverd door de dierenarts en levert het bewijs dat het betrokken dier is gevaccineerd tegen hondsdolheid (rabiës) en dat hij is geïdentificeerd door een elektronische chip of, voor een overgangsperiode van 8 jaar, een tatoeage. Voor jonge dieren die nog niet kunnen worden geprikt, is een vergunning te krijgen om te reizen. Voor het reizen met hond of kat naar Frankrijk luiden de nieuwe regels: Rabiësvaccinatie is noodzakelijk. De dierenartsen adviseren om dat de eerste keer ten ministe 30 dagen voor het vertrek te laten doen. Identificatie: chip (of goed leesbare tatoeage). Dier jonger dan drie maanden: hoeft niet gevaccineerd te worden tegen rabiës, maar moet vergezeld worden door de moeder waarvan het nog afhankelijk is, of, er moet een verklaring zijn dat het jong tot aan de reis is opgegroeid op de geboorteplek en niet in contact is geweest met dieren die mogelijk besmet waren met rabiës. Meer dieren: voor invoer van meer dan drie dieren (niet is gemeld of dat per persoon of per gezin is; het laatste wordt verondersteld) is een invoervervunning nodig, aan te vragen bij het Ministère de l'Agriculture et de la Pêche, Sous-Direction Santé en Protection Animales, Bureau de la Protection Animlae, 251, rue de Vaugirard, 75732 Paris Cedex 15. Tel 0033 1 49 55 84 72, fax 0033 1 49 55 81 97. Bij de aanvraag moet men verleden naam/adres van de eigenaar en vakantieadres in Frankrijk, duur van het verblijf in Frankrijk en opgave van het aantal huisideren (diersoort, ras, leeftijd, tijdelijk of definitief verblijf). Heb je bijvoorbeeld minder dan 3 ratten of andere kleine knaagdieren die mee moeten naar Frankrijk, dan volstaat een gezondheidsverklaring van de dierenarts. Zijn er meer van dergelijke beesten, dan is naast de gezondheidsverklaring ook het formulier nodig dat is terugontvangen van het Ministère d'Agriculture; dit formulier kun je eerst downloaden bij de Franse ambassade en dan faxen naar het Ministere d'Agriculture.
Pitbulls, kruisingen met pitbulls en kruisingen van de volgende rassen zijn verboden: Engelse Staffordshire, en American Staffordshire Terrier, Mastiff, Boerbulls en Tosa. Rashonden van de American Staffordshire Terrier, Rottweilers en Tosa worden wel tot Frans grondgebied toegelaten, echter op de volgende voorwaarden: a. verplicht aanlijnen en muilkorven op de openbare weg en in openbare gebouwen b. eigenaar/houder moet ouder zijn dan 18 jaar en zonder strafblad c. eigenaar moet verzekerd zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid. Voor Engelse Staffordshire Terrier en Mastiffs met een officieel stamboom (pedigree) gelden geen extra voorwaarden. Bij defenitieve of langdurige vestiging in Frankrijk moeten de eigenaar aangifte doen op het gemeentehuis.
Ook paarden kunnen zonder veel problemen 'emigreren'. Voor vertrek moet men de RVV (Rijksdienst voor Vee en Vlees) in de eigen regio bellen en vragen of er een ambtenaar langs kan komen om de paarden te bekijken en een ‘loodje’ in hun manen en/of staart te persen, waarmee ze op buitenlands transport kunnen. De RVV vergelijkt het paard met de papieren en controleert of de bij het paard ingebrachte chip (vraag de dierenarts hiernaar) overeenkomt met het papier/afstammingsbewijs van het paard. Hij kijkt ook naar de gezondheidstoestand van het paard. Eenmaal in Frankrijk aangekomen zijn er weer andere regels na te leven. Het is verplicht dat paarden (en ook pony's, ezels) geregistreerd worden. Elke équidé (zeg paardachtige) komt in het centrale bestand SIRE. De identificate bestaat uit een omschrijving van de natuurlijke kenmerken, zijn nummer in het centrale bestand en de uitgifte van een document d'accompagnement en een registratiekaart (carte d'immatriculation). De toegelaten dierenarts moet zorgen voor de identificatie. Dat signalement (relevé de signalement) gaat met een cheque van euro 25 naar de organisatie Les Haras Nationaux (haras betekent stoeterij, paardenfokkerij), Direction de la filière Service des chevaux d'origine inconnues, BP 3, 19231 Arnac Pompadour Cedex. Het te ontvangen boekje SIRE geeft de identiteit van het dier aan en de registratiekaart dient om aan te geven wie de eigenaar is. Het is van belang het paard te transporteren in een onafhankelijk geveerde en goed geventileerde trailer. Je kunt het transport ook laten verzorgen door een veerijder, maar dit kan duurder zijn, de reis is vaak langer door ophaalstops en er is meer risico op contact met ander vee en paarden en dus op ziektes. Zorg dat het paard minstens een maand voor het transport is ingeënt tegen ten minste influenza en tetanus. Tijdens de reis moet het paard voldoende vocht tot zich nemen; hang nat hooi op in een hooinetje (maar kijk uit voor broei).
| Bij overlast van ongedierte dat men zelf niet meer de baas is, kan in de meeste gevallen aan de brandweer - les pompiers - worden gevraagd het beestenspul weg te komen halen. |
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
De hond en de kat
Meer dan de helft van de Franse gezinnen bezit een huisdier; meestal een hond (10 miljoen) of een kat (7 miljoen). De meeste Fransen kopen hun huisdier niet, maar krijgen het cadeau, van familie of vrienden. Wie in Frankrijk een hond wil kopen, kan naar een kennel (chenil) gaan, zich in verbinding stellen met de plaatselijke afdeling van de dierenbescherming (SPA - Société protectrice des animaux), kijken naar advertenties in de lokale krant, of - als je een rashond wil aanschaffen - wat surfen op internet en via de bekende zoekmachines naar de Franse fokkers van het begeerde hondenras gaan. Officieel moet de verkoper een papier overhandigen, dat door beide partijen wordt ondertekend en waarin aankoopdatum, ras en prijs zijn vermeld. Hondjes en katjes die jonger zijn dan 8 weken mogen nog niet worden verkocht. Verder moet hij een gezondheidscertificaat van de dierenarts leveren en de tatoeagepapieren. Honden die ouder zijn dan vier maanden moeten een tatoeage hebben. En bij rashonden moeten uiteraard ook de stamboompapieren aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. Kom je via het amicale circuit aan een puppy (chiot, spreek uit: sjoo) of een katje (chaton), dan zal je bij de dierenarts de nodige zaken moeten regelen, zoals inentingen en het aanbrengen van een tatoeage of chip.
Naast de gebruikelijke vaccinaties valt ook te denken aan het extra laten inenten tegen die lastige teken (tiques) en tegen hondsdolheid. Dat laatste is verplicht als je met je hond of je kat landsgrenzen wil overschrijden. Bij de prik tegen rabiës ontvangt de eigenaar van het dier een certificaat. De Société Centrale Canine (SCC), de instelling die te vergelijken is met de Nederlandse Raad van Beheer op kynologisch gebied, houdt zich o.m. bezig met de administratie van de identificatiepapieren van de hond en het bijhouden van de stamboeken. Raskatten worden geregistreerd in de cat clubs binnen de Fédération française féline (FFF).
Bij het zoekraken van de hond kan men de tatoeage (drie letters en drie cijfers, aangebracht meestal in het oor) melden op de Mairie of bij de politie. Mensen die een verdwaalde hond hebben gevonden, kunnen via de tatoeage achter het adres van het baasje komen. Het Franse ministerie van Landbouw heeft ook de chip toegelaten als herkenningsmiddel van hond en kat. De chip (la puce) wordt door een dierenarts onder de huid, links van de hals, ingebracht (kosten € 46 tot € 77). Frankrijk doet nu ook mee aan het Europees herkenningssysteem. Wanneer men een in Nederland gemerkt huisdier meeneemt naar het definitieve of tweede huis in Frankrijk, moet men contact opnemen met de Stichting Nederlandse Databank Gezelschapsdieren, de NDG, Postbus 74025, 1070 BA Amsterdam om ervoor te zorgen dat alle gegevens worden doorgegeven aan een Franse databank (SCC of FFF). In de praktijk werkt dat nog niet echt goed. Het is verstandig om de Franse dierenarts daarover te raadplegen. Het is mogelijk om met behoud van de Nederlandse chipcode het huisdier ook in het Franse systeem op te nemen.
|
Huisdieren en vakantie
Voor wie in Frankrijk woont en niettemin op vakantie wil, bestaan er verschillende mogelijkheden om de hond of de kat goed verzorgd achter te laten. De meest gebruikte methode is om het huisdier onder te brengen bij vrienden, familie of buren. De Fransen laten bij deze oplossing het dier vaak vóór de vakantie een paar dagen vertoeven op het logeeradres. Het is nuttig om de polis van de WA (zit in de opstalverzekering) na te lezen, voor het geval eventuele schade tijdens het logeren niet wordt vergoed. Een andere mogelijkheid is om de hond of de poes onder te brengen in een pension (kijk onder Pensions in de pages jaunes). De uitbaters daarvan verlangen een bewijs van inenting en het huisdier moet een tatoeage hebben. Het dierenpension vraagt € 18 tot € 25 per dag voor een hond en € 13 voor een kat. Ten slotte is het mogelijk mensen thuis te laten komen (garde d'animaux à domicile, Homesitting op z'n Engels), die op de huisdieren passen en en passant ook de planten water geven en op het huis passen. De kosten van een dergelijke oppas zijn wat hoger dan die van een pension. Er zijn gepensioneerden die op deze manier nuttige diensten kunnen verlenen. Er is een organisatie Ani Senior Services, die over geheel Frankrijk werkt. Wie slechts een weekendje weggaat kan ook voor ongeveer € 14 per halfuur iemand laten langskomen, die de geliefde viervoeters uitlaat en verzorgt. |
De eigenaar of de houder van de hond is verantwoordelijk voor de gedragingen van zijn viervoeter. Schade of verwondingen moeten worden vergoed; meestal is dit gedekt door de WA-verzekering (assurance de responsabilité civile), inbegrepen bij de verzekering van het huis. Maar als de schade het gevolg is van een fout van het slachtoffer, behoeft er niets te worden vergoed. Als iemand bijvoorbeeld een huis betreedt met een duidelijk opschrift chien méchant en hij wordt gebeten, dan is dat pech voor het slachtoffer. De eigenaar is dan niet verantwoordelijk. Het is ook mogelijk afzonderlijke ziektekostenverzekeringen voor het huisdier af te sluiten. De hoogte van de premie is o.m. afhankelijk van de leeftijd van het dier. Een volledig pakket voor een hond van 2 jaar kost rond de € 27 per maand en voor een kat van die leeftijd circa € 20. Ook is het mogelijk tot een maximum van ruim € 400 vergoed te krijgen als hond of kat wegens persoonlijke omstandigheden (ziekenhuisopname bijvoorbeeld) tijdelijk naar een kennel moet. De dierenarts heeft folders in de wachtkamer liggen over deze verzekeringsvorm.

Veel informatie over de Franse huisdieren, hun verzorging, de wetgeving, tips van dierenartsen, forums en wetenswaardigheden is te vinden op de Franse website Animal Services |
Print dit artikel
|
|
|

|
| |
|
Vreemde snuiters In de zomer kennen de Nederlanders de lastige mug en de irritante wesp, guêpe op z'n Frans. In Frankrijk zijn er nog meer van die kwelduivels. Wat te denken van de frelons, de turbo-wespen en de minuscule oogstmijten (de aoûtats). Allemaal heel vreselijk. Maar er zijn in de talrijke apotheken van Frankrijk tal van middeltjes te koop.
Die 0,2 mm metende larven van de aoûtats, augustelingen (ook wel tique de vendange genaamd (NL: oogstmijt of herfstmijt), kunnen, als je daarvoor gevoelig bent, echt heel hinderlijk worden en tot vreselijke jeuk leiden. Met alcohol de belaagde armen en benen inwrijven zou ook helpen. In de handel is zo'n lotion te koop: Tiq'aoûta, helpt niet echt. Wat volgens sommigen wel helpt tegen de jeuk is mentholpoeder. De lucht van lavendel zouden de beestjes zeer onaangenaam vinden. Als de jeuk niet meer is te dragen helpt het smeren van Nestocyl of de Franse producten Apaisyl of Lelong. Het leed zou kunnen worden voorkomen door op de terreinen waar de met het blote oog niet waarneembare larven van de aoûtats (volwassen zijn het de kleine rode spinnetjes) leven, beschermende kleding dragen. Het uitbundig aanplanten van lavendel zou de beestjes weghouden. Het sproeien van het gras zou de larven van deze mijtachtige verdrijven en ook spuiten kan effectief zijn (met het middel dat wordt gebruikt ter bestrijding van de rode spinnetjes, een andere lastpost voor de Franse tuin). Tips: smeer polsen en enkels in met bijvoorbeeld citronella als je in de tuin gaat werken en er auotâts zitten. Als je eenmaal gestoken bent kun je het leed proberen te verzachten met iets heets - een lepeltje uit je kopje thee - tegen de plek te houden of er een tijdje iets kouds op te leggen. Het eerste kàn definitief werken, het laatste helpt voor een paar uur. Fransen raden aan om enkele keren per dag een heet bad te nemen en je in te smeren met kamferspiritus. Lichte troost voor de vele lijders: na enige jaren treurig krabben zou men resistent worden tegen deze vergissing van de schepping.
De frelons kunnen enkele malen steken. Verschijnselen: opgezwollen huid, jeuk en een zeer branderig gevoel. Kinderen moeten uit de buurt blijven van bloeiende lavendel. Een horzel, flinke vlieg die rond paarden vertoeft, heet een taon en kan naar steken.
Een mooi beestje, maar hij kan vernielingen aanrichten in het huis en de kippen het leven benemen: de steenmarter (fouine). De marter verzamelt overdag het voedsel buiten en wil soms graag binnen op zolder overnachten en daar ook vernielingen aanrichten. De fouine is een beschermd dier en mag niet worden gedood met een val of gif. Aan de sporen is te zien via welke 'toegang' het dier binnenkomt. Het afsluiten van die ingang is de enige oplossing om het beestje te ontmoedigen. Ook de vos (renard) is allerminst geliefd bij de plattelandsbewoners. De Franse chasseurs schieten hem het liefst onmiddellijk dood.
Bij het opknappen of restaureren van huizen komt veel kijken. Waar, anders dan bijvoorbeeld in Nederland, bijzonder op moet worden gelet, is de conditie van de balken van de dakconstructie. Termieten en andere insecten kunnen verwoestend te werk gaan. Er zijn daarom speciale bedrijven (traitement du bois) die een huis goed onder handen kunnen nemen en de termieten, boktorren en ander ongedierte bestrijden. Als binnen drie maanden na het ontvangen van de acte authentique (zeg het eigendomsbewijs van een huis) blijkt dat er termieten zijn, kan de vorige eigenaar voor de kosten van het bestrijden opdraaien.
Padden willen zich in de zomer nogal eens aanmelden aan de voordeur. Om onbegrijpelijke redenen willen die niet echt fraaie dieren (crapauds, heten ze in Frankrijk) naar binnen. Ze houden zich schuil in koele en vochtige plaatsen zoals de afvoer van de kraan buiten en bij de afvoer van de dakgoten. De dieren zijn nuttig, zij eten slakken, schadelijke insecten, rupsen. Honden moeten niet met padden gaan spelen, dat kan gevaarlijk zijn.
Een zeer apart diertje is de loir, in het Nederlands bij enkelen bekend als de relmuis of de zevenslaper. Het dier heeft iets van een eekhoorn en een rat. Eenmaal binnen, op zolder bijvoorbeeld, kan het dier enorme ravage aanrichten door verschikkelijk knaagpartijen. Sommigen vinden het wel een aardig beestje, zo blijkt uit een reactie: 'de relmuis kan lastig zijn maar slaapt toch echt zeven maanden per jaar. Wij hebben er namelijk ook een paar op zolder. Het lastige voor ons is in hoofdzaak de herrie die ze kunnen maken. Ze hebben nog niets vernield. Het is denk ik beter een advies te geven om je Franse huis zo dicht mogelijk te maken. Bij een huis en pierre de muren goed voegen bijvoorbeeld. Daarnaast kun je tot een verdeling van de woonruimte overgaan: de zolder of de schuur is van jullie en de rest van ons. De huizen in Frankrijk zijn over het algemeen stukken groter dan in Nederland. Als je dat geduldig en vaak genoeg aan ze uitlegt snappen ze het wel!', aldus een lezer van de site. De loir lijkt wat op de lérot. De laatste is meer een rat en heet dan ook vaak rat fruitier, verzot als hij is op het eten van opgeslagen fruit in schuren en op zolders. De lérot (eikelmuis in het Nederlands) is beige van kleur en draagt een donker masker rond de ogen. Meestal komen de relmuizen eind mei/begin juni tevoorschijn om hun kabaal te starten.
Muizen kennen we ook in Frankrijk. De gewone huismuis dient met een muizenval te worden bestreden, want dit knaagdier is vrijwel immuun voor gifkorrels. En die kleine veldmuisjes, de brave mulots, doen niet veel kwaad. Gewoon buiten de deur zetten. Maar in de moestuin kunnen zij aardige tekeer gaan en aan de wortels van de tuinboon en sjalot gaan knagen.
Teken kunnen zeer vervelend zijn voor de hond, zelfs mensen moeten oppassen voor dit nare ongedierte dat in bossen en struikgewas voorkomt en vooral toeslaat in perioden met een hoge luchtvochtigheid. Midden in de zomer is de tique minder actief. In bepaalde streken kan besmetting door de teken bij de mens de ziekte van Lyme veroorzaken. Het is verstandig om jaarlijks daartegen een prik te halen. Voor de hond zijn er middeltjes die preventief werken, zoals het veel gebruikte Frontline. Men kan ook ellende proberen te voorkomen door de hond regelmatig te controleren na elke wandeling. Het is snel te merken wanneer de hond door een teek is belaagd. Hij wordt lusteloos. Als het dier het rood achter zijn ogen verlies en bleek tandvlees vertoont is hij ernstig ziek en zal zonder ingreep sterven. Het is dan zaak zo snel mogelijk naar de dierenarts te gaan (le vétérinaire). Treft men een teek aan dan moet deze niet met alcohol of ether worden verdoofd, maar in zijn geheel - door voorzichtig draaiende bewegingkjes met het insect te maken - uit de huid worden getrokken, met de hand of een pincet. Er zijn speciale pincets in de handel voor het uittrekken van teken.
Slangen zijn er ook, de niet giftige couleuvre (veldslang, ringslang) en de wel giftige adder, de vipère. Wordt men gebeten door een gevaarlijk slang dan is het uiterst raadzaam de dokter te bellen. Het slachtoffer moet gaan liggen en de beet moet worden gedesinfecteerd. Een ijsblokje op de getroffen plek kan verspreiding van het gif tegengaan, zeggen sommigen. Niet doen: proberen het gif weg te zuigen of een knevelverband aan te leggen. Maar het algemene advies luidt: niets doen, het gebeten lichaamsdeel vastzetten en als de wiedeweerga naar het ziekenhuis. Het gif doet er een etmaal over om zijn dodelijk werking te doen, dus er is tijd. Wie veel boswandelingen maakt doet er goed aan een kitje medicijn mee te nemen, verkrijgbaar in handzame formaten bij de apotheek. Handige injectiespuitjes met héparine kunnen nodig zijn bij een adderbeet. Overigens levert slechts 10% van adderbeten gevaar op voor de gezondheid en is de adder bang voor het mensengebroed. De zwarte adders (péliade) houdt van vochtige plekken om zich te verschuilen en de aspis (aspic) prefereert rotsachtige en warme schuilplaatsen. Adders zijn kleiner dan couleuvres en hebben een meer driehoekige kop in een V-vorm. De kop van de couleuvre, een slang die 1,80 meter lang kan worden, is ronder en ovaler.
Zeer lastig en ook levensbedreigend voor de hond kunnen ook de processierupsen (chenilles) zijn, niet zozeer de eikebladprocessierupsen uit Brabant die bij mensen een branderige jeuk kunnen veroorzaken, maar de dennenprocessierupsen. Zij 'nestelen' dus in dennen wat zichtbaar is aan die witte pluizebollen, de spinsels, aan de takken. In het voorjaar komen de rupsen 's nachts dagelijks naar beneden, lopen inderdaad in processie weg om voedsel te halen en keren 's morgens weer terug. De hond, maar ook de onoplettende mens die met de rupsen en zijn kwalijke brandharen in contact komt, kan daar zeer veel last van krijgen.
De hondenziekte leishmaniose of ook Leishmaniasis genoemd, wordt overgedragen door zandvliegjes; eigenlijk zijn het muggetjes die een parasiet overdragen, die de witte bloedlichaampjes kan aantasten. Via bloedonderzoek kan worden vastgesteld dat het om deze nare en soms dodelijke ziekte gaat. De incubatietijd is lang, soms zelfs een jaar. Bij klachten als loomheid, vermagering, opgezette klieren en huidproblemen is het zaak de dierenarts een bloedtest te laten doen. Bescherming is niet goed mogelijk en er bestaat geen vaccin. De hond vooral in de maanden maart en september 's nachts niet buiten laten en hem tegen vliegen beschermen (insecticide bijvoorbeeld), zou een advies kunnen zijn. De ziekte komt voor in Zuid-Frankrijk en in landen rond de Middellandse Zee. Er bestaat een tekenband, Scalibor genaamd, verkrijgbaar bij dierenarts en pharmacie, die zes maanden tegen teken én Leishmaniose werkt. Vooral in de regio's rond de Middellandse Zee worden ze erg veel gebruikt. Kosten: € 15 euro. Er is ook een shampoo te verkrijgen van hetzelfde merk, die wat korter werkzaam is. Het nieuwste op gebied van ellendige ziektes voor huisdieren (en dan met name honden) is: hartworm. Inderdaad een worm die in de hartspier of het hart huist met alle gevolgen van dien. Sinds enige tijd lopen in Europa dieren bezuiden de lijn Parijs-Milaan gevaar besmet te worden. Dit gebeurt via besmette larven van muggen. Afdoende zijn middelen met als werkzame stof selamectine.
Bijen, les abeilles, strijken in mei regelmatig in een zwerm ergens neer. Hoe nuttig ze ook zijn: zo’n volk dicht bij huis is niet aan te bevelen. De zwerm hecht zich aan de tak van een boom of struik. Het is niet nodig om zenuwachtig te worden; kijk in de gele gids (pages jaunes) en bel de departementale vereniging van apiculteurs of zoek onder apiculture. Meld dat er een essaim (zwerm) is komen logeren en men komt met vrijwilligers langs om de kluit bijen weg te halen. Als dank voor het bellen krijg je vaak zelfs een potje honing cadeau.
Er bromt ook nog de houtbij, de abeille charpentière, die zwaar bromt en zwart-paars is. Hij ‘nestelt’ in hout en kan daaraan flinke schade toebrengen.
In het zuiden van Frankrijk komen schorpioenen voor die soms lelijk kunnen steken en wonden veroorzaken. Een schorpioen zal niet op eigen initiatief steken, hij doet dat pas als hij opschrikt. Wat tips om de beten, die vooral voor kinderen en oude mensen heel vervelend zijn: kijk goed waar je loopt, maak stevige stapgeluiden in gebieden waar schorpioenen voorkomen, loop daar niet met blote voeten maar met stevig schoeisel, ga niet me je handen voeten in stenen of bladeren wroeten, als je buiten op de grond gaat zitten of liggen, kijk dan eerst goed, bescherm ramen en deuren met horren, ga niet lopen spelen met de beesten of probeer er een te vangen, controleer bij kamperen eerst de slaapzak en kijk ook thuis goed in je bed. Wie gestoken is door een gevaarlijke soort (scorpion centaurus, leiurus - beesten groter dan 3 centimeter) moet zo snel mogelijk een serum laten inspuiten, te verkrijgen bij de apotheek. Symptomen van een schorpioenenbeet zijn hoesten, misselijkheid, buikpijn, verward raken of zelfs, bij het uitblijven van een behandeling, in coma.
Print dit artikel
|
|
|

|
|